Energy
News

Sustainable energy is the future. The city of Amsterdam has the ambition to provide every citizen with a solar panel in the next years. How do you contribute? Share your innovative initiatives on energy here.

Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Hoe gaan we om met steeds hetere zomers?

Featured image

5 publicaties over hittebestendig inrichten van steden, met behulp van burgers

Van hitterecords in de laatste zomers tot uitgedroogde parken. De effecten van de opwarming van het klimaat worden steeds beter zichtbaar. Vanaf 2020 zijn Nederlandse gemeenten aan zet om straten en wijken te toetsen en in te richten op hittebestendigheid (Deltaprogramma, 2018). En ook de burger wil er graag de vinger op leggen. Wat kunnen zij samen bereiken? Lees voor inspiratie 5 publicaties van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) over hittebestendig inrichten van steden en woningen.

Een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte

De hete zomers maken het leven in de stad steeds vaker onaangenaam en hebben gevolgen voor vele aspecten van ons leven. De HvA schreef samen met partners een adviesrapport om het dagelijks leven buitenshuis tijdens hete dagen te verbeteren. Van hittekaarten en interactieve mindmaps om de hitteopgave van de stad zichtbaar te maken, tot concrete ontwerprichtlijnen die gemeenten en professionals in wijken en straten kunnen inzetten. Lees over een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte.

Hitteproef in woningen

Wat is de koelbehoefte van woningen en welke factoren zijn van invloed op oververhitting binnenshuis? Tijdens de hittegolf van 2020 zijn metingen verricht naar de ontwikkeling van de binnentemperatuur in 11 woningen verspreid over 5 locaties (Groningen en Amsterdam). Bewoners is gevraagd gedurende de metingen een handelingsdagboek bij te houden om inzicht te krijgen in het effect van bijvoorbeeld het sluiten van zonwering of openen van een raam; overdag en ‘s avonds. Hoe ervaart de bewoner hitte in huis? Lees over de resultaten van koelbehoeften in woningen.

Praktijkonderzoek hitterichtlijnen

De HvA ontwikkelde in de zomer van 2020 drie ontwerprichtlijnen voor een hittebestendige inrichting van de buitenruimte, met concrete grenswaarden. Zoals: 300 meter tot een koele plek, of 40 % schaduw op loopgebieden. In dit onderzoek zijn de richtlijnen in de praktijk onderzocht door metingen, interviews, foto’s en GIS-analyse te combineren. Voor elke van de richtlijnen worden de methode, resultaten en aanbevelingen beschreven, zodat de aanpak eenvoudig opschaalbaar is naar andere gemeenten. Lees wat dit voor jouw gemeente kan betekenen.

‘Meet je stad!’

Om te zien wat de temperaturen zijn in eigen stad, wijk en achtertuin, plaatsten deelnemers van het burgerwetenschapsproject ‘Meet je stad!’ zelf ontworpen meetkastjes met daarin temperatuursensoren. In Amersfoort leidde een samenwerking tussen burgers en professionals tot een completer beeld van het hitteprobleem in de stad en de aanpassingen die nodig zijn. Informatie uit de haarvaten van de stad wordt hiermee toegevoegd aan bestaande kennis. Lees over de temperatuurgegevens in de zomer van 2018, van in totaal 148 meetkastjes verspreid door Amersfoort.

Meetmethodes voor een Cool Town

In het Europese project Cool Towns werken regio’s, gemeenten, bedrijven en universiteiten samen aan het in kaart brengen van ruimtelijke, economische en leefbaarheidsconsequenties van hittestress. Net als het monitoren van klimaatadaptatiemaatregelen en de implementatiekansen in beleid. Op basis van meetervaringen van 2 jaar veldonderzoek in 4 Europese landen is recent het gestandaardiseerde Cool Towns Heat Stress Measurement Protocol ontwikkeld. Middels 3 methodes kunnen beleidsmakers, ontwerpers en adviseurs zelf het ervaren thermische comfort van hun buitenruimtes in kaart brengen voor een gedegen kosten-batenafweging van hittestressmaatregelen. Dit zijn de 3 meetmethodes.

Transitiethema Designing Future Cities

De publicaties vallen onder lectoraat Water in en om de stad van transitiethema Designing Future Cities. Designing Future Cities werkt aan ontwerpoplossingen voor onze steden opdat deze toekomstbestendig zijn. De focus ligt op klimaatbestendigheid, circulaire bouw en leefbaarheid van de stad. Een integrale aanpak staat centraal, om verbinding te maken tussen deze en andere opgaven. Het is één van de vier onderzoeksthema’s van Centre of Expertise Urban Technology.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Adriaan van Eck, Implementing IoT & Smart Energy , posted

Alle sprekers bekend van de Smart Energy Community morgen (dinsdag 8 juni)

Featured image

Beste allen,

Jullie hadden nog een update tegoed, aangaande het panel dat morgen discussieert in de laatste editie van de Smart Energy Community van dit seizoen.

We gaan met deze 3 experts in op de toekomstverwachtingen voor slimme energiediensten:
- George Trienekens van TenneT,
- Marten van der Laan van Hanzehogeschool,
- Michel Muurmans van Eneco

Het hele programma kunt u hier vinden:
https://www.smartenergycommunity.nl/webinar8juni2021

Adriaan van Eck's picture #Energy
Melchior Kanyemesha, Programmanagement + Energy Lead at Amsterdam Smart City, posted

Zoncoalitie - Altijd de beste keuze

Featured image

Wat eind 2015 begon als een ambitieus initiatief vanuit Amsterdam Smart City, groeide uit tot een volwaardige en professionele organisatie dat nu alweer enkele jaren op eigen benen staat. Een mooi resultaat uit een jarenlange samenwerking met tientallen partijen, waaronder Alliander, de Gemeente Amsterdam, Tertium en natuurlijk de Zoncoalitie-leden zelf! Super gaaf om te zien hoe ver ze zijn gekomen. Mede dankzij de Zoncoalitie wordt het steeds makkelijker voor vastgoedeigenaren en gemeenten om zonnestroom van daken te krijgen.

Benieuwd waarom ik er over begin? De Zoncoalitie heeft een nieuwe bedrijfsvideo gelanceerd.
Klik hier om het te bekijken!

Melchior Kanyemesha's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

De HvA realiseert energiepositieve wijken door Europa

Featured image

Anderhalf jaar geleden kreeg Amsterdam een Europese subsidie voor het realiseren van een energiepositieve wijk (‘positive energy district’, ofwel PED) in hun stad. De Buiksloterham PED werd geboren. Onder leiding van Centres of Expertise Urban Technology (CoE Urban Tech) en Urban Governance and Social Innovation (CoE UGSI) van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) werken onderzoekers vijf jaar lang aan deze nieuwe buurt, waar het energieverbruik gedekt moet worden door duurzame energie opgewekt in de buurt zelf. Waar staan we nu binnen dit Europese project, genaamd ATELIER, en welke kennis is er al opgedaan voor Europees belang?

Terwijl in Buiksloterham in Amsterdam-Noord de eerste steen is gelegd, zijn HvA-onderzoekers bezig met verschillende activiteiten in het project. De onderzoekers van CoE UGSI werken aan het vormgeven van het concept ‘energy citizenship’ en zullen de toekomstige bewoners van de PED betrekken in het onderzoek. Ook is een start gemaakt met het opzetten van PED Innovatieateliers binnen acht samenwerkende steden, verspreid over Europa. Elke stad richt een lokaal PED Innovatieatelier op voor de wijk. Dit lokale innovatie-ecosysteem tast samen de slimme oplossingen af op de lokale situatie, en het evalueert en ondersteunt de implementatie om het gebruik van PEDs in de stad te versnellen.

Next level samenwerken

Vanuit het perspectief van CoE UGSI, waar ze al veel ervaring hebben met multidisciplinair werken, is ATELIER next level samenwerken, vertelt Marije Poel, onderzoeker bij CoE UGSI. ‘Je ziet dat we echt goed van elkaar moeten begrijpen welke aspecten van een PED met elkaar te maken hebben en waarom: wat hebben bewoners nodig om straks te wonen in een energiepositieve wijk, zijn er technologische innovaties die vragen om nieuwe vaardigheden of kennis en gedrag van bewoners, en zal dit andere duurzamere gewoontes stimuleren? We weten nu na 1,5 jaar nog beter wat we vanuit de meer sociale kant willen en kunnen onderzoeken, en hoe dat ingrijpt op het gehele project. En daarmee ook hoe we het project straks willen evalueren op sociaal maatschappelijke impact.’

CoE Urban Tech richt zich onder andere op de impact-assessment door modellering van het energiesysteem. Zijn de PED-demonstratieprojecten echt energiepositief? Renée Heller, Lector Energie en Innovatie: ‘Wij werken aan de modellering van de Amsterdamse pilot en zijn complexe context. Daarnaast onderzoeken wij mogelijke toekomstige optimalisaties. Met studenten van onze minor Energiepositieve stad hebben we de eerste ideeën verkend over PEDs voor andere delen van Amsterdam-Noord waar geen ‘greenfield’ is (bij greenfield-projecten begin je met een volledig onontwikkeld gebied). De uitdaging is om het concept op te schalen naar zowel ‘brownfield’-situaties (gebieden die al enige ontwikkelingen hebben doorgemaakt) als andere steden.’

Europese samenwerking

Amsterdam werkt nauw samen met de Spaanse stad Bilbao (Lighthouse Cities), waar een vergelijkbare wijk als Buiksloterham wordt gebouwd. De andere betrokken steden (Fellow Cities) zijn Bratislava, Boedapest, Kopenhagen, Krakau, Matosinhos en Riga. Zij gaan later met de opgedane kennis en ervaring aan de slag, omtrent de ontwikkelde innovaties en technieken. Sara Rueda Raya (FME ) organiseert deze samenwerking: ‘De Fellow Cities zetten zich hard in voor het project; elke betrokken stad was aanwezig bij de eerste twee peer2peer-sessies. Het is echter moeilijk om sommige steden actief te laten deelnemen aan discussies en gesprekken. Ik voel enige afstand tussen bepaalde steden, wat te maken kan hebben met de taalbarrière. We moeten daarom verder werken aan community-building.’

Studenten betrokken en trainingen in ontwikkeling

De komende tijd ondersteunen studenten van de Universiteit van Utrecht het ATELIER-team door middel van een student consultancy-project over de PED Innovatieateliers. Daarnaast zijn er ook seminars en trainingen in ontwikkeling die aan de Fellow Cities gegeven zullen worden. Tenslotte is de HvA ook verantwoordelijk voor de evaluatie van de activiteiten en het project als geheel.

ATELIER is met haar inhoudelijke en organisatorische complexiteit en multidisciplinariteit een grote uitdaging, vertelt projectleider Mark van Wees. ‘Zeker omdat we als HvA overal de innovatie opzoeken. Soms denk ik dat we teveel hooi op onze vork nemen, maar meestal ben ik erg tevreden over het enthousiasme van ons HvA-team en de inbreng die we daarmee in het project hebben. De komende periode moeten we het ook echt gaan waarmaken.’

Meer informatie

Bij CoE Urban Tech zijn Renée Heller, Karen Williams, Rick Wolbertus, Viktoria Balla-Kamper, Shakila Dhauntal, en Mark van Wees betrokken. Het CoE UGSI-team bestaat uit Marije Poel, Beatriz Pineda Revilla, Loes Cremers, Stan Majoor, Willem van Winden, en Sara Rueda Raya.

Jochem Kootstra's picture #Energy
Amsterdam Smart City, Connector of opportunities at Amsterdam Smart City, posted

DRIFT and Amsterdam Smart City find each other in partnership

Featured image

Research institute DRIFT, the Amsterdam Economic Board and Amsterdam Smart City have been working together for some time now. So it only seemed logical to make this union structural.

DRIFT develops and shares transition knowledge with innovative methods and academic training sessions and gets involved in the public debate. ‘Both at DRIFT and within the network of Amsterdam Smart City, we see opportunities and the necessity to change towards a sustainable society. We are happy to enrich this network with our specific knowledge and experience. But also to learn how to shape these kind of new collaborations. The open, learning approach really appeals to us,’ says Gijs Diercks, senior researcher and advisor at DRIFT.

Leonie van de Beuken: 'We are very happy that DRIFT is structurally committed to the Amsterdam Smart City network. We share a passion for empowering others to actively engage in transitions. From residents to entrepreneurs to governments. This way we can achieve tangible results. The knowledge and experience that DRIFT brings in this area is a wonderful addition to our network.'

Wicked Problems; the underlying barriers within transitions

For some time DRIFT has already been part of the team with partners that is developing an approach to tackle so-called 'wicked problems' better together. An approach aimed at revealing and breaking down underlying barriers within transitions. We use new methods for this and connect what we encounter in the implementation with the strategic level.

Picture credit: Edwin Weers

Amsterdam Smart City's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Klimaatkamer maakt onderzoek mogelijk bij -20 tot +60 graden

Featured image

HvA beschikt over een hands-on faciliteit voor praktijkgericht onderzoek naar materiaaleigenschappen

De eerste onderzoeks- en onderwijsactiviteiten zijn gestart in de nieuwe klimaatkamer van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). In deze faciliteit kunnen studenten en docenten materialen testen onder extreme klimaatomstandigheden, zoals isolatiepanelen van zeewier en speciale straatstenen. Zo komen zij meer te weten over bijvoorbeeld het verouderingsproces en de thermische eigenschappen. ‘Wij konden onderzoek doen tijdens zeldzaam warme dagen zonder daar een hele zomer op te hoeven wachten.’

Nog nooit gehoord van een klimaatkamer? ‘Denk aan een grote vriescel die je ook kunt verwarmen’, legt beheerder Dirk Hekman uit. ‘Onze kamer van de HvA, Faculteit Techniek, is twee bij drie meter groot. De temperatuur gaat van – 20 tot + 60 graden. Ook de luchtvochtigheid is in te stellen. In de kamer past apparatuur voor proefopstellingen. Studenten en HvA-medewerkers kunnen er eigenschappen testen van systemen en materialen onder verschillende weersomstandigheden. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan vormbehoud, rendement en slijtage.’

Next level experimenten

De eerste studenten en onderzoekers hebben de klimaatkamer inmiddels in gebruik genomen. Zoals een groep afstudeerders van de opleiding Built Environment. Zij onderzoeken de technische kwaliteiten van ecologische bouwmaterialen. Wat is de isolerende werking van een zeewierpaneel? Dirk Hekman: ‘Next level is dat we proeven gaan combineren. Door bijvoorbeeld brandstofcellen in de klimaatkamer te plaatsen zodat we kunnen experimenteren met deze technologie onder verschillende omstandigheden. Zo is bij de waterstofauto van Clean Mobility van de Faculteit Techniek gebleken dat prestaties teruglopen bij hoge temperaturen. De klimaatkamer biedt de mogelijkheid dit verder te onderzoeken.’


Onderzoek met zeewier-isolatieplaten in de klimaatkamer.

Onderzoek naar de ZOAK

Onderzoekers van Centre of Expertise Urban Technology onderzochten met student Tim Friso Lodewijk (Minor Klimaatbestendige stad) en ondernemer Rob Alards van TilesystemX (productiebedrijf klimaat adaptieve oplossingen) de eigenschappen van een waterdoorlaatbare klinker, de ZOAK. ‘Dit nieuw ontwikkeld hybride systeem kan regenwater opslaan wat verkoelend werkt tijdens warme periodes’, aldus Alards. De proefopstelling in de klimaatkamer moest bewijzen of dit ook echt zo werkt.

Student Lodewijk: ‘We hebben in de klimaatkamer bekeken hoe de klinker voor verkoeling kan zorgen tijdens warme dagen/nachten en wat verschillende luchtvochtigheden met het verdampingsproces doen. Het opstellen ging goed, alleen hadden we extra tijd nodig omdat er dingen fout gingen. Dus een tip is om eerst de hele opstelling al een keer te testen voor je deze opbouwt in de klimaatkamer. Dan haal je direct de juiste informatie en data op.’


De klimaatkamer in gebruik door studenten.

Toegepaste techniek

De klimaatkamer is geselecteerd door de studio Straat van de Toekomst van de Faculteit Techniek. Voormalig kwartiermaker van de studio, Bart Kramer-Segers: ‘Het is een mooi voorbeeld van toegepaste techniek. De kamer biedt hands-on faciliteiten die goed passen bij het praktijkgerichte onderzoek van hbo’s. Er zijn verschillende soorten klimaatkamers, van klein en eenvoudig tot high-end. Wij wilden een breed inzetbaar instapmodel om te leren ‘klimaatkameren’. ’

Interesse in de klimaatkamer?

De klimaatkamer is beschikbaar voor studenten, onderzoekers en docenten. Neem voor informatie over de voorwaarden, mogelijkheden en planning contact op met Dirk Hekman: d.i.hekman@hva.nl

Meer informatie:

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Datacentra-restwarmte voor de buren

Featured image

De eindresultaten van twee jaar onderzoek naar het gebruik van datacentra-restwarmte in een collectief warmte- en koudenet in mixed-use gebied Amstel III.

Een transformatie van bedrijventerrein naar woon-werkgebied met recreatieve functies, Amstel III in Amsterdam Zuidoost is een gebied volop in beweging. En met een extra opgave: de gebouwen moeten voor hun verwarming op den duur volledig van het gas af. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzocht binnen project RiRa: Amstel III de technische mogelijkheden voor gebruik van restwarmte van datacentra als duurzaam alternatief. ‘Maar andere factoren zoals samenwerking en economische levensvatbaarheid zijn net zo belangrijk om verduurzaming in transitiegebieden te laten slagen’, aldus projectmanager Felia Boerwinkel. Na ruim twee jaar onderzoek presenteert zij de eindresultaten.

Een terrein dat een metamorfose ondergaat zoals Amstel III lijkt een uitgelezen kans om op gebiedsniveau te verduurzamen en CO2-uitstoot te verlagen. Maar zulke transitiegebieden moeten niet verward worden met nieuwbouw, vertelt Boerwinkel. ‘Bij nieuwbouw begin je als het ware met een schone lei, in een transitiegebied heb je te maken met al bestaande vastgoedeigenaren, huurders, nutsbedrijven en exploitanten van energienetwerken die je moet betrekken bij ontwikkelingen en beslissingen. Verduurzamen is geen lineair technisch proces, maar een complexe knoop van belangen met constant schuivende panelen. Een gebied in transitie vraagt om een aanpak die voortdurend kan en zelfs moet veranderen.’

Dynamisch en duurzaam transformeren

De HvA ging in gesprek met de stakeholders in Amstel III om de behoeften en wensen per stakeholder in kaart te brengen en te kijken waar partijen elkaar kunnen vinden. Met als doel: een methode voor het realiseren van een collectief warmte- en koudenet. De HvA ontwikkelde samen met partners Equinix, Huygen, Greenvis, Villa Ville en Escoplan een gedragen aanpak om restwarmte van de datacentra van Equinix te benutten bij verwarming van gebouwen in Amstel III. Een methode die aardgas als energiebron verleden tijd maakt.

De techniek | Lage temperatuurwarmte van datacentra

Een datacenter kan lage temperatuurwarmte leveren aan een groot aantal gebouwen. Het temperatuurniveau is met rond de 30c een goede brontemperatuur voor een warmtepomp die de warmte heel efficiënt opwaardeert naar 40c. Hiermee kunnen goed geïsoleerde gebouwen van warmte worden voorzien. Voor warm tapwater naar woningen zal de temperatuur nog wat hoger worden gemaakt. In combinatie met warmte- en koudeopslag in de bodem kan daarnaast ook koeling worden geleverd. Dat is nodig en wordt steeds vaker gebruikt in woningen, vanwege de inmiddels veel voorkomende hittegolven door klimaatverandering.

Extra voordeel: het warmtenet koppelt gebouwen aan elkaar, waardoor je de behoeften van het ene gebouw en het andere kan balanceren. Dan is een gebouw niet alleen afnemer van warmte, maar met zijn restproduct ook leverancier van koude. Tevens kan je pieken afvlakken, omdat niet elke gebruiker op hetzelfde moment op de dag tapwater nodig heeft. ‘Dat noemen we een smart grid, en moet je technisch en contractueel heel goed zien te regelen, zegt Renée Heller, lector Energie en innovatie aan de HvA. ‘Denk aan energy management systems, het ICT-systeem dat de energiestromen meet en regelt, zodat alle gebouwen de juiste warmte en koude krijgen.’

De techniek laten slagen in Amstel III vraagt om enige flexibiliteit, vertelt Boerwinkel. ‘Eerst zouden gebouwen gerenoveerd worden, daarna werd toch gekozen voor grootschalige transformatie met sloop-nieuwbouw. Dat veranderde een deel van de focus in het onderzoek, dat zich in eerste aanzet grotendeels op maatregelen voor retrofit zou richten. En niet alleen het gebied blijft zich continu ontwikkelen, hetzelfde geldt voor de belangen van stakeholders en externe randvoorwaarden zoals wet- en regelgeving.’

Toch is een gedragen aanpak mogelijk wanneer je beslissingsprocessen gedurende de gebiedsontwikkeling kan vergemakkelijken voor alle belanghebbenden. Zo heeft het team tools ontworpen die helpen bij de keuze voor technische oplossingen, organisatorische ontwerpkeuzes en passende businessmodellen in het kader van lokale collectieve verduurzaming. Boerwinkel: ‘De tools zijn te gebruiken in vergelijkbare transitiegebieden die collectieve oplossingen met lokale bronnen willen realiseren. De RiRa-aanpak is uiteraard niet één op één vertaalbaar naar andere projecten, maar de tools maken complexe processen wel navigeerbaar.’

Eindpublicatie

De inzichten en aanbevelingen van het project zijn gedeeld in de eindpublicatie RiRa – benutten datacenter restwarmte: casus Amstel III. De projectoutput is gericht aan potentiële initiatiefnemers in een collectief warmtesysteem: gemeenten, vastgoedeigenaren, projectontwikkelaars, netbeheerders, warmteleveranciers, adviseurs en coöperaties. Belangrijk is om met de stakeholders in gesprek te blijven gaan wanneer een gebied in ontwikkeling is, sluit Boerwinkel af. ‘Als iedereen op eigen houtje gaat verduurzamen, gaan we onze klimaatdoelstellingen niet halen; zo benutten we niet alle duurzame bronnen. Collectief kan je veel meer bereiken.’

Eindpublicatie:

RiRa – benutten datacenter restwarmte: casus Amstel III

Tools:

Afwegingskader
Afstemming warmtenet en vastgoed
Organisatie ontwerp bij open warmtenetten

Transitiethema Energy Transition

Project RiRa Amstel III is onderdeel van transitiethema Energy Transition van Centre of Expertise Urban Technology. Van slim laden tot duurzame opwekking van energie, databeheer en het opleiden van de ‘21st century engineer’, onderzoek binnen dit thema betreft het ontwerpen van technische interventies, met oog op organsiatorische, maatschappelijke en economische ontwikkelingen en impact. Het is één van de vier onderzoeksthema’s van Centre of Expertise Urban Technology.

Jochem Kootstra's picture #Energy
Sanne van Kempen, Marketing & Communications Specialist at Spectral, posted

Verbeterde energie-efficiëntie in kantoren door Merin & Spectral

Featured image

Sinds september 2018 werken vastgoedbelegger Merin en techbedrijf Spectral samen om de huurders van Merin een hoger comfortniveau te bieden tot een verbeterde energie-efficiëntie te komen. De pilotfase ging zo goed - huurders ervaren een beter klimaat en er werd 40% minder gas en 15% minder elektriciteit verbruikt - dat de twee partijen hun samenwerking nu opschalen naar 17 gebouwen.

Comfort is cruciaal
Het verminderen van de CO₂-uitstoot door kantoorgebouwen is een cruciaal onderdeel van de duurzaamheidsdoelstellingen van Merin. De grootste prioriteit is ervoor te zorgen dat het comfort van huurders tijdens dit proces wordt gehandhaafd. Door het plaatsen van extra sensoren die onder andere temperatuur en CO₂ meten, wordt het comfort in het hele gebouw gemonitord. Op basis van die data stuurt de software de klimaatinstallaties actief aan.

Hoe wordt er zoveel bespaard en waardoor wordt het comfort verhoogd?
Door het overnemen van de aansturing van de installaties met de active control-module. Slimme algoritmes optimaliseren het klimaat en voorkomen energieverspilling omdat gas- en elektriciteitsverbruik efficiënter worden. In het Smart Building Platform (SBP) van Spectral komen de beschikbare data(bronnen) van de gebouwen samen. Het platform biedt inzicht in de (duurzaamheids)prestaties voor gebouweigenaren. De software verrijkt die verbruiksdata met weersvoorspellingen, de bezettingsgraad en andere input. Met al deze data stuurt het platform de installaties in de gebouwen op een slimme manier aan en bespaart het elektriciteit en gas zonder kostbare ingrepen. Lees meer..

Sanne van Kempen's picture #Energy
Herman van den Bosch, professor in management development , posted

11 building blocks for the transition to sustainable energy

Featured image

In five consecutive blog posts, I have explored the opportunities and risks in the energy transition of carbon capturing and storage (CCS), biomass, geothermal energy, hydrogen, and nuclear energy, in addition to solar and wind. Find my conclusions below:

1. Sun and wind energy
I will feel most comfortable in a world deploying energy provided by sun and wind to reduce greenhouse gas emissions. This implies a huge transition, which, also brings significant benefits for an emerging sustainable economy.

2. Nuclear energy plants
Instead of opting for an expensive third-generation nuclear power plants, we better invest in the development of fourth generation nuclear energy plants, such as Thorium, or molten salt reactors. Their waste is limited, and they are inherently safe. These reactors could potentially replace outdated wind turbines and solar panels from 2040.

3. Using less
We must also continue using less energy, without undue expectations. After all, clean energy can potentially be abundantly available in the long term, although this is particularly relevant for developing countries.

4. Hydrogen energy
In addition to the use of solar and wind energy, I am opting for hydrogen. It will be used for heavy industry, to level discrepancies in the supply and demand of energy and as an additional provision for heating buildings and houses. The presence of a high-quality gas network is easing this choice. In addition, we use residual heat, biomass of reliable origin and we exploit geothermal energy where its long-term availability is assured.

5. Energy from the desert
By no means we are producing all necessary hydrogen gas ourselves. The expectation is realistic that after 2030 it will be produced in deserts and transported from there at a competitive price.

6. Wind turbines and solar panels
The North Sea and the IJsselmeer will become the most important places for the extraction of wind energy. Besides, solar panels are installed on roofs wherever possible. We care for our landscape and therefore critically consider places where ground-based solar panels can be installed and where wind turbines are not disturbing. Part of the wind energy is converted into hydrogen on site.

7. Capture and store CO2
It could easily last until 2040 before the import and production of hydrogen meets our needs. Therefore, we must continue to use (imported) gas for quite some time.  To prevent greenhouse gas emission, significant capacity to capture and store CO2 must be in place.

8. Gas and coal
Given the availability of temporary underground storage of CO2, premature shutting down our super-efficient gas and coal-fired power stations it is unnecessary capital destruction. They can remain in operation until the facilities for solar and wind energy generation are at the desired level and sufficient hydrogen gas is available.

9. Local energy
Energy co-operations facilitate the local use of locally produced energy, thus enabling lower prices, and limiting the expansion of the electricity grid. To this end, private and neighborhood storage of electricity is provided.

10. Biomass
Reliably collected biomass is deployed as raw material for the biochemical industry in the first place and can further be used for additional fueling of coal and gas-powered stations (with CO2 capture) and as local energy source for medium temperature district heating networks.

11. Take some time
Finally, we must take enough time to choose the best way to heat buildings and houses at neighborhood level. Getting off gas prematurely can induce wrong choices in the longer term. A gradual phasing out of gas heating will enable us to wait longer for the moment when hydrogen (gas) is available to replace the natural gas in neighborhoods where it is the best solution.

Herman van den Bosch's picture #Energy
Herman van den Bosch, professor in management development , posted

Meet the five stepdaughters of the energy transition

Featured image

Last months, I wrote short essays about controversial aspects of the energy transition: geo-engineering (CCS included), biomass, geothermal energy, hydrogen and nuclear power (in Dutch). With these articles I tried to clarify my thoughts and to share my conclusions with others.  At the end of the fifth article, I arrived at a - provisional - conclusion in 11 short phrases.  I wonder whether you agree....

Herman van den Bosch's picture #Energy
Ananda Binkhorst, projectmedewerker at De Gezonde Stad, posted

How green, healthy & sustainable were we really in 2020?

Featured image

In Amsterdam, a city committed to becoming healthier and more sustainable for its citizens and visitors, we have witnessed a greater sense of togetherness, connectivity and a collective transition towards the sustainable city. This is one of the findings in the latest Monitor report, De Monitor 2020, published by De Gezonde Stad.

In the last year, the global pandemic has challenged our daily routines, our mental and physical well being, our freedom of movement and the ways we interact with our local environment. Every year De Gezonde Stad (The Healthy City) collects the latest facts and figures on Amsterdam’s:

• Green spaces
• Air quality
• Energy use
• Waste production
• Food consumption

These five pillars help its citizens understand how close (or far) we are to a healthy and sustainable Amsterdam. Reflecting on these pillars in the Monitor report, we also learn about the initiatives, achievements and developments blooming across the city, and feel inspired  to take action.

So how green, healthy and sustainable were we really in 2020? What was the influence of Covid on the five pillars and what can we do to help Amsterdam’s transition towards sustainability? Using the findings from De Monitor 2020, this blog posts some highlights. And to make it easy, we'll also add these findings in Dutch.

#Citizens&Living
AMS Institute, Re-inventing the city (urban innovation) at AMS Institute, posted

Energy Lab Zuidoost | Pakhuis de Zwijger recording

Featured image

The City of Amsterdam aims to be a climate-neutral city by 2050 and to generate as much clean energy as possible on its territory. The Zuidoost district of Amsterdam wants to achieve this ambition as early as 2040.

The development of Amsterdam Zuidoost offers opportunities to combine sustainability with social improvement. For example by improving the living comfort of homes or by creating local employment. This ambition calls for innovative solutions to seize the opportunities for a social energy transition.

What does a smart and local energy system look like? How can we best shape this transition together? Who can play a role in this? In this program, we discuss the development of a scalable neighbourhood energy platform in the ArenAPoort area.

In collaboration with Pakhuis de Zwijger we hosted a livecast. We talked to various stakeholders involved in the Energy Lab Zuidoost:

  • Henk van Raan | Amsterdam ArenA
  • Ruben Voerman | Gemeente Amsterdam
  • Huub Hendriks | Alliander
  • Stella Boes | TU Delft
  • Else Veldman | AMS Institute

The livecast was in Dutch, but you can watch the recording with subtitles.

AMS Institute's picture #Energy
AMS Institute, Re-inventing the city (urban innovation) at AMS Institute, posted

Space to fit 3.250.000 solar panels on Amsterdam rooftops

Featured image

Energy ambitions of the City of Amsterdam
The City of Amsterdam has the ambition to become climate neutral by 2050. To achieve this, major transformations of, among others, the current energy system are required.

To illustrate, the City wants to eliminate the use of natural gas by 2040, phase out fossil fuels by 2050, and have 80% of the electricity that households use to be generated by solar and wind energy in 2030. Regarding the latter, Amsterdam aims to install a total solar energy capacity of 550 megawatts (MW) by 2030. Taking into account modern solar panels of 330 watt-peak, this adds up to 1.67 million solar panels.

With these ambitions set, what is the 'true' implementation potential for solar panels in Amsterdam – in terms of space on the city's rooftops? Which neighborhoods, streets, or even houses have the highest yield? And how can this be calculated best? The PV Advent Calendar project, led by AMS institute and TU Delft, investigates the city's solar panel implementation potential.

True solar panel implementation potential up to 6.5x bigger
A tool – also referred to as the “multi-layer framework” – developed for the PV Calendar project measures the optimal allocation of solar panels for each roof section.

The tool calculates that a total of 3.250.000 solar panels can be installed on Amsterdam rooftops. That means in Amsterdam there’s room to potentially install 6.5 times as many photovoltaic (PV) systems than the 500,000 currently installed on the city’s roofs.

What would this look like in the city? To give you an impression, with the true potential of 3,25 million solar panels installed this comes down to approximately 6.5 solar panels per residential address (taking into account 527755 addresses in total). The tool calculates that 1/4 Amsterdam’s electricity consumption could be solar based... Click on the link to read the full article >>

AMS Institute's picture #Energy
Adriaan van Eck, Implementing IoT & Smart Energy , posted

📣 Solar Energy needs Smart Inverters 📣

Featured image

Commissioned by the FAN foundation, I set up a study into the connectivity of residential PV inverters in The Netherlands, which was conducted with our research partner Delta-EE.

Many residential PV inverts offer some sort of Smart Energy insight, and many newer inverters offer remote control. Yet there are some great challenges that hinder optimal use of solar energy.

• Awareness on the existence of smart functionalities of inverters, and on possible benefits, is low.
• Even today, not all new installs are smart inverters. These inverters will remain operational for 10 – 15 years, or longer.
• The use of smart functionalities of inverters by the energy sector is still in its infancy.

These are some of important findings from our research, that are also relevant for other countries.

According to the FAN foundation, this is a missed opportunity. With the expected growth of residential PV systems in the future, and the upcoming replacement market for older systems, FAN calls on installers and suppliers to supply as many smart inverters as possible.

You can read more about this research and download the full report, in English or in Dutch.

You can also download 2 other researches I carried out in the FAN Flexmonitor series: Smart EV chargers and Smart Heatpumps.

Adriaan van Eck's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Wat is jouw energielabel?

HvA-studenten Data Science voorspellen voor Vattenfall het energielabel voor gebouwen die dat nog niet hebben, om de energietransitie te versnellen.

Heeft jouw kantoorgebouw energielabel D? Dan is er werk aan de winkel. Om de klimaatdoelen uit het Parijsakkoord te halen en de opwarming van de aarde te beteugelen, moet de gebouwde omgeving versneld verduurzamen en vanaf 2023 minimaal energielabel C scoren. Een vernieuwd energielabel moet daarbij helpen. Maar wat als je dat nog niet hebt? HvA-studenten buigen zich voor partner Vattenfall tijdens een hackathon over de vraag: Kan voor gebouwen zonder energielabel een schatting voor een energielabel worden bepaald aan de hand van beschikbare data?

Hackathon

Na twee uur begaf de dataserver het al. Niet zo gek, er was haast en drukte: binnen een hackathon van een kleine week moesten de studenten van minor Data Science allemaal tegelijk de beschikbaar gestelde data over energieverbruik van Vattenfalls klanten analyseren. Met als doel: een zo accuraat mogelijk voorspelmodel voor de energielabels van gebouwen. Normaal ben je al weken lang bezig met datasets verkennen voordat je over kan gaan op opschonen, categoriseren, analyseren en voorspellen middels machine learning, stelt Rick Wolbertus, docent-onderzoeker Data Science van lectoraat Energie en innovatie. ‘Nu moesten ze dat in enkele dagen doen. Daarin zie je de kracht van een hackathon: binnen een bizar korte tijd krijg je verrassende uitkomsten; een groepje had een 84% accuraatscore in hun voorspelling voor energielabels, dat is echt knap.’

Energielabel bepalen

Van woningen tot fabriekshallen, het energielabel is een middel om de energie-efficiëntie van gebouwen te kwalificeren. Sinds begin dit jaar heeft het energielabel een metamorfose ondergaan, kent het andere kwalificeringseisen en is het bovendien verplicht geworden voor alle gebouwen. Met de nieuwe en vereenvoudigde bepalingsmethode (NTA 8800) wordt de energie-efficiëntie nu uitgedrukt in het energieverbruik per vierkante meter gebouwoppervlakte. Deze indicator is goed te vergelijken met werkelijk energieverbruik en moet beter inzicht geven in de energiezuinigheid van het gebouw. Daar kunnen maatregelen aan gekoppeld worden voor verduurzaming.

De hackathon voor energielabels is het eerste vraagstuk uit de praktijk voor studenten die voortkomt uit de tienjarige samenwerking tussen HvA Centre of Expertise Urban Technology en energieleverancier Vattenfall. De hackathon levert snel een frisse blik op, vertelt Tim Pellenkoft, data scientist bij Vattenfall. ‘De studenten, met verschillende achtergronden in onder andere journalistiek, technische bedrijfskunde en aviation, hebben andere denkbeelden die tot nieuwe inzichten leiden. Zo zagen zij patronen in bouwjaar, waar ik zelf nog niet op was gekomen. Oud bouwjaar? Vrijwel altijd een laag energielabel. Daar tegenover staan nieuwere gebouwen, die met een hoger label vaak beter zijn geïsoleerd.’

Het is aan de studenten om zulke variabelen, die invloed hebben op het energielabel, uit de data te halen. Daarin werden verrassende keuzes gemaakt, zag ook Wolbertus. ‘De data toonden enorme verschillen in verbruik tussen gebouwen van diverse industrieën. Industrieën die gigantische machines in hun gebouw gebruiken, die wil je scheiden van andere type bedrijven. Dus moet je categorieën maken en die in de voorspelling (middels machine learning-modellen) van elkaar scheiden. Zo voorkom je scheve analyses en kun je accurate verbanden leggen. Daar kwamen studenten zelf mee!’

Energielabel

Inzicht in verbeterpotentieel voor gebouwen

De uitkomsten uit de analyses en voorspellingen van de studenten kunnen bijdragen aan een model dat energieleveranciers, gebouwbeheerders, bouw- en installatiebedrijven inzicht geeft in het verbeterpotentieel van het energieverbruik van gebouwen. Want om de klimaatdoelen van het Parijsakkoord te halen, staat de (bestaande) gebouwde omgeving nog voor een aantal uitdagingen: significante energiebesparing, zelf zoveel mogelijk energie opwekken, energie verbruiken op de momenten dat het duurzaam wordt opgewekt en het realiseren van alternatieven voor aardgas als bron van verwarming. Heb je dat op orde? Dan mag je rekenen op een ‘perfecte’ energielabel-score A+++.

Voor veel gebouwen is het nog niet zo ver. Daarom zijn data en voorspelmodellen nuttig, aldus Pellenkoft. ‘Die bieden periodiek inzicht voor onze klanten, zodat zij kunnen sturen om vanaf 2023 het verplichte energielabel C voor kantoorgebouwen te realiseren.’ En de studenten? Vattenfall gaat met vier studenten tien weken lang voortbouwen op de inzichten uit de hackathon, om tot een eindproduct te komen zoals een verbeterd voorspelmodel. Pellenkoft: ‘Zo kunnen zij meer leren over data science-projecten in de praktijk, en stomen we studenten heel gericht klaar voor werk na de studie.’

Meer informatie?

Jochem Kootstra's picture #Energy
Jasmyn Mazloum, Communicatie at Gemeente Almere, posted

Daar krijg je ENERGIE van! (podcast) 🔌♻️

Featured image

Het is één van de punten op de duurzaamheidsagenda van de Gemeente Almere: energie. En maar goed ook, want we gebruiken er heel wat van met elkaar. Hoe komen we er aan en hoe verzamelen we onze energie in de toekomst? Over die vraagstukken hebben verschillende Almeerders zich al gebogen.

Goed nieuws: deze mensen hebben antwoorden gevonden! In deze aflevering gaat presentatrice Nadia Zerouali weer in gesprek met jonge Almeerders die hun mening en dromen met ons delen, spreken we innovatieve ondernemer Luuk Wiehink over zijn app Earn-E én uiteraard weer een expert die gespecialiseerd is in dit onderwerp: Jeike Wallinga, lector aan hogeschool Windesheim. En we kunnen al met je delen dat deze verhalen je een hoop energie meegeven.

Te luisteren via Spotify, Soundcloud of iTunes

Jasmyn Mazloum's picture #Energy
Herman van den Bosch, professor in management development , posted

A comprehensive introduction into a human-centric approach of the smart city

Featured image

Recently, the peer-reviewed Journal of the Engineering and ˜Technology published an overview of the emergence of a human-centric approach into smart cities in contrast to the techno-centric approach. In this article I give many examples how technology can be applied as an enabler tp improve social and ecological sustainable city actions, starting from the principles of the donut-economy

Herman van den Bosch's picture #Citizens&Living
Ellen Harinck, posted

Green Deal - mogelijkheid voor gemeenten om energietransitie, CO2 reductie en innovatie te stimuleren.

Featured image

Frans Timmermans, Chef Klimaat van de Europese Commissie, lanceerde op 11 december de Europese Green Deal, het baanbrekende klimaatplan dat van Europa in 2050 het eerste klimaatneutrale continent in de wereld moet maken.

Met de Green Deal gaat Europa een ongekende uitdaging aan, die tegelijk ook nieuwe kansen biedt. Het eerste doel ligt al in 2030. Dan moet de CO2-uitstoot met 55 procent zijn teruggedrongen (versus 1990).

13 procent van het totale elektriciteitsgebruik schrijven we vandaag op het conto van verlichting – in 2006 was dat nog 19%. Met de totale omschakeling naar LED kan dat worden teruggebracht naar maar liefst 8 procent of bijna de helft in 2030. De missie moet dan ook zijn om LED-verlichting tot een algemeen goed en zelfs een verplichting te maken; niet alleen in de Benelux, maar ook zeker in Europa.

Ter illustratie: Als we vandaag zouden overgaan naar een totale ver-LED-ding van Europa, betekent dat over de periode 2006 – het jaar waarin werd opgeroepen om de gloeilamp wereldwijd uit te faseren – tot 2030 een besparing van 198 megaton aan CO2. Dat staat gelijk aan 267 elektriciteitscentrales of pakweg 50.000 (vijftig duizend!) windmolens.* De besparing voor Nederland alleen is 3,5 megaton aan CO2. Dat staat gelijk aan het elektriciteitsgebruik van drie miljoen huishoudens volgens de Nederlandse Licht Associatie en Fedet.**

Met de Green Deal ligt de weg open om de ver-LED-ding in Europa te versnellen. Dat is echt noodzakelijk en haalbaar: bijna 85 procent van alle lichtpunten in de Benelux kan nog vervangen worden door (connected) LED-lampen.

De voordelen voor gemeenten:
- Significante reductie van de CO2 uitstoot
- Energiebesparing
- Data gedreven onderhoud - transparant - veilig
- Veiligheid stad
- Toekomstbestendig - klaar voor digitalisatie
- Te integreren met een Smart City applicatie
- Eenvoudig beheer

Met het gebruik van de Green Deal kunnen gemeentes hen project laten subsideren als deze voldoet aan een aantal voorwaarden. Wij denken hier graag in mee.

Meer info over de Green Deal via de link.

Ellen Harinck's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

HvA kroont onderzoek naar slim laden van elektrische auto's

Onderzoek van SEEV4-City staat voor slimme laadtechnologieën voor elektrische voertuigen die hernieuwbare energiebronnen integreren. Daarmee willen de onderzoekers internationale steden inspireren.

Het onderzoek SEEV4-City (Smart, Clean Energy and Electric Vehicles for the City) van de Faculteit Techniek en Centre of Expertise Urban Technology is de grote winnaar van het ‘HvA Onderzoek van het Jaar’ 2021. Het onderzoek naar slimme laadtechnologieën voor elektrische voertuigen won zowel de jury- als de publieksprijs. Juryvoorzitter Geleyn Meijer roemde de onderzoekers om de aandacht die zij in hun onderzoek tonen voor zowel de stad als het onderwijs van de hogeschool.

‘Het winnen van de prijs is een mooie erkenning van actieonderzoek waarin de HvA heeft geholpen om de volgende stap te zetten in de transitie van Amsterdam richting elektrisch rijden, slimmer gebruik van laadinfrastructuur en integratie van groene energie’, vertelt hoofddocent Urban Analytics Pieter Bons en betrokken bij het vijfjarige internationale onderzoek SEEV4-City.

SEEV4-CITY

Elektrische auto’s staan vaak ’s avonds aan de laadpaal. Dit zorgt voor ‘spitsuur’ op het elektriciteitsnet. Tegelijkertijd wordt veel zonne-energie die overdag wordt opgewekt nooit gebruikt. Dit kan anders. Batterijen van elektrische auto’s kunnen worden ingezet voor de opslag van duurzame energie. Een slimme laadpaal zorgt er vervolgens voor dat niet alleen de auto’s, maar ook bedrijven en huishoudens de duurzame energie op een later moment kunnen gebruiken. Resultaat: CO2-reductie, kostenbesparing, toename van energie-autonomie en een stabieler elektriciteitsnet. SEEV4-City onderzocht hoe dit op grotere schaal kan worden toegepast middels zes pilots in vijf Europese steden: Amsterdam (NL, 2x), Kortrijk (BE), Leicester (UK), Loughborough (UK) en Oslo (NO).

FLEXPOWER-PILOT VOOR SLIM LADEN

Hoe werkt dat in de praktijk? Bons: ‘Zelf heb ik aan de Flexpower-pilot  gewerkt in Amsterdam. Hier werd voor 400 publieke laadpalen een tijdsafhankelijke laadsnelheid geïntroduceerd (Smart Charging-technologie). Met een Flexpowerpaal krijg je sneller energie als het rustig is op het energienet (’s nachts) of als er veel aanbod is van lokale groene energie (op een zonnige dag). Tijdens de avonduren (18:00-21:00) is er een piek in de energievraag van huishoudens en werd de laadsnelheid juist verlaagd om de belasting op het elektriciteitsnet te verminderen. Zo zorg je voor een goede spreiding van de energievraag over de dag. Simulatiemodellen gevoed door real-world data maakten het mogelijk om de impact van dit soort nieuwe laadprofielen direct te evalueren. Hier zit toekomst in, binnenkort begint gemeente Amsterdam alweer de kick-off van Flexpower 3!’

SUPERBATTERIJ IN JOHAN CRUIJFF ARENA

De tweede pilot in Amsterdam vond plaats in de Johan Cruijff ArenA . Hier werd met een superbatterij van drie megawatt geëxperimenteerd, die bestaat uit 148 tweedehands accu's afkomstig uit elektrische auto's. Onderzoeker Jos Warmerdam: ‘Slimme Vehicle2Grid (V2G)-technologie gekoppeld aan de batterij regelt, wanneer nodig en na toestemming van de eigenaar, dat de juiste hoeveelheid energie uit geparkeerde auto's aan het stadion wordt geleverd. Dat gebeurt in combinatie met de 7200 vierkante meter zonnepanelen op het dak van de Johan Cruijff ArenA. De duurzame energie dient als extra opslag en back-up voor het stadion, zodat bij stroomstoringen voetbalwedstrijden en popconcerten altijd kunnen doorgaan. De batterij vervangt daarmee twee vervuilende dieselgeneratoren. En door efficiënter energiegebruik zijn de elektriciteitskosten van het stadion lager.’

Het experiment kan een rol gaan spelen op publieke laadpalen, volgens Bons. ‘Een collectief wagenpark van elektrische voertuigen dat een mega batterij vormt voor de stad? Dat zou goed kunnen functioneren als buffer om het complexe systeem van vraag en aanbod, pieken en dalen op het elektriciteitsnet onder controle te houden, van elektrische auto’s tot omliggende huishoudens en bedrijven.'

INTERNATIONALE SAMENWERKING VOOR INSPIRATIE

Vanwege de internationale samenwerking had SEEV4-City vijf jaar lang een educatief en inspirerend karakter. 'Steeds meer steden in Europa werken aan duurzame mobiliteit en de technische mogelijkheden voor slimme laadinfrastructuur', vertelt projectleider Mark van Wees. ‘Kijken we naar de internationale pilots, dan zien we steden met uiteenlopende situaties, niveaus en regelgevingen. Juist door die diversiteit in context kon een breder spectrum aan innovaties worden onderzocht.'

‘Kennis over de pilots werd open tussen de steden gedeeld', vertelt Renée Heller, lector Energie en Innovatie en betrokken bij het onderzoek sinds de opstart. 'Niet alleen over technische innovaties, ook over methodiek, handel op de elektriciteitsmarkt en beleid. Dat werd gedaan door middel van workshops, webinars, publicaties. Bovendien konden we zo een completer pakket informatie doorvoeren in ons onderwijs. We hebben minors, onderwijs- en transitiemodules ontwikkeld, zodat studenten actief mee konden doen middels data-analyses en experimenten met nieuwe businessmodellen.’

'Het is voor onderzoekers inspirerend en motiverend om samen te werken met collega-onderzoekers die met ons de mondiale doelstellingen en persoonlijke ambities delen', stellen Van Wees en Warmerdam. 'We staan nog maar aan het begin van elektrisch vervoer, en daarmee het opladen van elektrische voertuigen in Nederland. Dus de kennis en ervaring die bij deze pilots zijn opgedaan, gaan in de toekomst nog veel toegepast worden!'

INTERNATIONALE PARTNERS VAN SEEV4-CITY

SEEV4-City is een Europees project en een samenwerking tussen de Hogeschool van Amsterdam, de Gemeente Amsterdam, Johan Cruijff ArenA, Katholieke Universiteit Leuven, Avere, Polis, Cenex, stichting Cenex Nederland, Leicester City Council, University of Northumbria University, Amsterdam Energy ArenA en Oslo Kommune. Het project is gefinancierd door het Interreg North Sea Region Programme 2014 - 2020 .

HVA-ONDERZOEKERS VAN SEEV4-CITY

Renée Heller, Mark van Wees, Jos Warmerdam, Pieter Bons, Robert van den Hoed, Aymeric Buatois, Britt Broekhaus, Pieter Lommers, Bronia Jablonska, Hugo Niesing, Ramesh Prateek, Janna Boonstra, Gieta Inderdjiet.

Meer informatie

Website SEEV4-City
Centre of Expertise Urban Technology
Lectoraat Energie en innovatie
Twitter, LinkedIn & Facebook

Jochem Kootstra's picture #Energy
Nathalie Ahsmann, posted

Innovation Challenge: increasing the demand for elektricity when the sun is shining

Featured image

Alliander is a group comprising various operating companies. As one of these operating companies, network operator Liander is responsible for the gas and electricity grid for a large part of the Netherlands and manages the energy distribution across all grids, day in day out. Liander’s professionals keep the lights on and the heat going at around 3 million homes and businesses in the Netherlands.

The number of requests from large business customers asking to be connected to the electricity grid or be given access to increased capacity is growing. At certain points in the electricity grid, capacity is scarce and the grid cannot always be upgraded quickly enough to meet this extra demand, which means that a transmission limit must be imposed on customers.

Therefore, we have decided on an Innovation Challenge. For this challenge, we are focusing on the problems caused by the large amounts of solar energy being generated. Because electricity generation by solar panels largely takes place at the same time and also in places where there has previously only been limited demand for electricity, there is a shortage of transmission capacity. Given that solar energy is difficult to control, we are looking for ways to shift the demand for electricity to, or increase it during, the hours when the sun shines the most. This way local balancing of supply and demand can be ensured.

We want to facilitate the development of solutions that stimulate the electricity consumer to consume more electricity when the sun is shining. This prevents us having to impose transmission limits and/or having to expand/upgrade the grid.

Do you have a good idea or do you want to read more about this challenge? Visit our Innovation Challenge on StartHubs via https://starthubs.co/en/alliander/zonnige-elektriciteitsvraag

Nathalie Ahsmann's picture #Energy