Jochem Kootstra

Activity

  • 39
    Updates
  • 5
    Smarts
  • 3
    Comments
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

The impact of COVID-19-lockdown on EV charging

Featured image

With the lockdown, traffic in the Netherlands largely came to a halt. Electric vehicles were no exception. What are the consequences for the use of public charging infrastructure? And how has the charging behaviour of electric drivers changed? Rick Wolbertus, researcher of the Future Charging project at the Hogeschool van Amsterdam (AUAS), about an initial analysis of the changed use of public charging points. 'Working from home not only makes a difference in traffic jams, it especially had a positive impact on peak loads on the electricity grid.'

Elektrisch laden
Image: Ralph Hutter / Unsplash

After the lockdown on March 12 2020, there was a lot less driving. Of course, this also applies to electric vehicles. In the Netherlands, about 50% less car driving and that is also reflected in the number of kWh that is charged at public charging stations. It is striking that the use of fast chargers fell faster than the use of level 2 stations. Level 2 stations were used about half as much while the use of fast charging stations (in the city) became about 80% less. The reference date for these numbers is the 3rd of February (February 1st is a Saturday).

In the second figure, we compare shared cars with regular users. It is striking that shared cars keep pace with private use in the number of kWh charged. Although these cars are used by several people, there seems to be no additional fear of getting infected in shared cars.

The third figure also shows that slowly traffic levels are returning back to normal. In particular, the number of different users is slowly returning to the pre-corona level. At the end of May, there were only 20% fewer users than before the lockdown. For the total energy that is charged, so the number of kilometers driven, we see that this is falling slightly behind. Compared to mid-March, there is already 10% more loading at the end of April.

In terms of charging behavior, we also see a change, especially in the average time that a car is connected. For regular users, this average was around 10 hours, but in corona time it jumped to 15 hours, with some outliers on weekends. This was to be expected and is still relatively low compared to the decreased number of kilometers driven. In addition, the downward trend has started again. It is also positive that the connection time for shared cars is almost back to normal. It is clearly visible

It is also striking that the that time when EV drivers charge has changed since the lockdown. Especially the peak in the evenings has become a lot less. At the same time, more is charged especially during the day. So EV drivers go for (electric) rides to the super or hardware store, but commuter traffic has decreased a lot. In addition, all traffic is spread out during rush hours. Even after the lockdown eased after May 11, this trend is still visible. The trend towards more working from home therefore also has a significant (positive) impact on energy demand, especially during peak hours. Working from home therefore saves both traffic jams and peak loads on the electricity grid.

In conclusion, we see that electric transport is hit as hard by the corona crisis as transport in general. It is striking that fast chargers are used less than regular charging stations. Fast charging often shows in previous research in addition to regular charging, to cover longer distances in one day. The sharp fall in the need for fast charging can indicate a significantly reduced daily driving distance for many drivers such as taxis. Cars will stay connected to the charging station longer than before, but less than might be expected. The trend towards charging behavior before the corona crisis seems to have started again.

More information?

Project page Future Charging
Centre of Expertise Urban Technology
Research on Energy Transition
Social: TwitterLinkedIn en Facebook

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Effectief groen voor klimaatadaptatie in de stad

De HvA start onderzoek naar concrete handvatten voor klimaatbestendig en verkoelend stedelijk groen

Een groene stad is niet automatisch een klimaatbestendige stad. Groen is wel de meest effectieve maatregel tegen hittestress en kan bijdragen aan waterbestendigheid. Mits de inrichting hierop is ontworpen. Samen met Wageningen University & Research (WUR) en ontwerpbureau Niek Roozen onderzoekt de Hogeschool van Amsterdam (HvA) hoe een groene straatinrichting het meest effectief is voor verkoeling in verschillende wijktypen.

Wijktypen groen

Een belangrijk praktisch aspect van het onderzoek is het waterverbruik van groen voor koeling, in samenhang met de opbouw van de bodem en de benodigde buffercapaciteit. Maar een duidelijk stappenplan hiervoor mist, stelt Jeroen Kluck, lector Water in en om de stad. ‘We krijgen vaak vragen over welk type groen het beste is tegen en bij klimaatverandering. Dit project helpt daar antwoord op te geven. Wij ontwikkelen concrete handvatten voor ontwerp, aanleg, inrichting en beheer van klimaatbestendig en verkoelend stedelijk groen.’

Vier wijktypen onder de loep

Voor verschillende soorten en ontwerpen van straatgroen onderzoeken wij enerzijds de verkoelende werking en anderzijds de kwetsbaarheid tegen verdroging. Daarbij richten we ons op vier karakteristieke en veel voorkomende wijktypen: het stedelijk bouwblok, de bloemkoolwijk, de volkswijk en een verbindingsweg. Ieder type heeft specifieke fysieke kenmerken zoals bouwhoogte, breedte van de straat en vorm van groene inrichting, welke bepalend zijn voor de mogelijkheden en effectiviteit van een nieuwe groene inrichting. De inzichten verwerken we in praktijkrichtlijnen en sjablonen voor deze wijktypen. Daarnaast werken we aan een nieuwe bomentabel waarin klimaatbestendigheid van typen bomen is verwerkt.

'Als we steden klimaatbestendiger willen inrichten willen we ook weten welk type groen het beste bijdraagt en het beste bestand is tegen die klimaatveranderingen. Super om dit samen met de mensen met groene vingers te onderzoeken' — Jeroen Kluck, lector Water in en om de stad

Interdisciplinaire samenwerking

Het project is een samenwerking tussen de groene sector, ontwerpers, landschapsarchitecten, stadsklimatologen en beheerders van het stedelijk groen. Het project is een mooie aanvulling op het onderzoeksportfolio van het HvA-lectoraat Water in en om de stad en met name de onderzoeken naar het klimaatbestendig inrichten van de stad, het hittebestendig inrichten van de buitenruimte, hittemetingen in de stad en ook het gebruik van wijktypen als basis om klimaatrisico’s en maatregelen te structureren.

Meer informatie?

Houd de projectpagina van 'Effectief groen voor klimaatadaptatie in de stad' in de gaten voor alle ontwikkelingen.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Wat is jouw energielabel?

HvA-studenten Data Science voorspellen voor Vattenfall het energielabel voor gebouwen die dat nog niet hebben, om de energietransitie te versnellen.

Heeft jouw kantoorgebouw energielabel D? Dan is er werk aan de winkel. Om de klimaatdoelen uit het Parijsakkoord te halen en de opwarming van de aarde te beteugelen, moet de gebouwde omgeving versneld verduurzamen en vanaf 2023 minimaal energielabel C scoren. Een vernieuwd energielabel moet daarbij helpen. Maar wat als je dat nog niet hebt? HvA-studenten buigen zich voor partner Vattenfall tijdens een hackathon over de vraag: Kan voor gebouwen zonder energielabel een schatting voor een energielabel worden bepaald aan de hand van beschikbare data?

Hackathon

Na twee uur begaf de dataserver het al. Niet zo gek, er was haast en drukte: binnen een hackathon van een kleine week moesten de studenten van minor Data Science allemaal tegelijk de beschikbaar gestelde data over energieverbruik van Vattenfalls klanten analyseren. Met als doel: een zo accuraat mogelijk voorspelmodel voor de energielabels van gebouwen. Normaal ben je al weken lang bezig met datasets verkennen voordat je over kan gaan op opschonen, categoriseren, analyseren en voorspellen middels machine learning, stelt Rick Wolbertus, docent-onderzoeker Data Science van lectoraat Energie en innovatie. ‘Nu moesten ze dat in enkele dagen doen. Daarin zie je de kracht van een hackathon: binnen een bizar korte tijd krijg je verrassende uitkomsten; een groepje had een 84% accuraatscore in hun voorspelling voor energielabels, dat is echt knap.’

Energielabel bepalen

Van woningen tot fabriekshallen, het energielabel is een middel om de energie-efficiëntie van gebouwen te kwalificeren. Sinds begin dit jaar heeft het energielabel een metamorfose ondergaan, kent het andere kwalificeringseisen en is het bovendien verplicht geworden voor alle gebouwen. Met de nieuwe en vereenvoudigde bepalingsmethode (NTA 8800) wordt de energie-efficiëntie nu uitgedrukt in het energieverbruik per vierkante meter gebouwoppervlakte. Deze indicator is goed te vergelijken met werkelijk energieverbruik en moet beter inzicht geven in de energiezuinigheid van het gebouw. Daar kunnen maatregelen aan gekoppeld worden voor verduurzaming.

De hackathon voor energielabels is het eerste vraagstuk uit de praktijk voor studenten die voortkomt uit de tienjarige samenwerking tussen HvA Centre of Expertise Urban Technology en energieleverancier Vattenfall. De hackathon levert snel een frisse blik op, vertelt Tim Pellenkoft, data scientist bij Vattenfall. ‘De studenten, met verschillende achtergronden in onder andere journalistiek, technische bedrijfskunde en aviation, hebben andere denkbeelden die tot nieuwe inzichten leiden. Zo zagen zij patronen in bouwjaar, waar ik zelf nog niet op was gekomen. Oud bouwjaar? Vrijwel altijd een laag energielabel. Daar tegenover staan nieuwere gebouwen, die met een hoger label vaak beter zijn geïsoleerd.’

Het is aan de studenten om zulke variabelen, die invloed hebben op het energielabel, uit de data te halen. Daarin werden verrassende keuzes gemaakt, zag ook Wolbertus. ‘De data toonden enorme verschillen in verbruik tussen gebouwen van diverse industrieën. Industrieën die gigantische machines in hun gebouw gebruiken, die wil je scheiden van andere type bedrijven. Dus moet je categorieën maken en die in de voorspelling (middels machine learning-modellen) van elkaar scheiden. Zo voorkom je scheve analyses en kun je accurate verbanden leggen. Daar kwamen studenten zelf mee!’

Energielabel

Inzicht in verbeterpotentieel voor gebouwen

De uitkomsten uit de analyses en voorspellingen van de studenten kunnen bijdragen aan een model dat energieleveranciers, gebouwbeheerders, bouw- en installatiebedrijven inzicht geeft in het verbeterpotentieel van het energieverbruik van gebouwen. Want om de klimaatdoelen van het Parijsakkoord te halen, staat de (bestaande) gebouwde omgeving nog voor een aantal uitdagingen: significante energiebesparing, zelf zoveel mogelijk energie opwekken, energie verbruiken op de momenten dat het duurzaam wordt opgewekt en het realiseren van alternatieven voor aardgas als bron van verwarming. Heb je dat op orde? Dan mag je rekenen op een ‘perfecte’ energielabel-score A+++.

Voor veel gebouwen is het nog niet zo ver. Daarom zijn data en voorspelmodellen nuttig, aldus Pellenkoft. ‘Die bieden periodiek inzicht voor onze klanten, zodat zij kunnen sturen om vanaf 2023 het verplichte energielabel C voor kantoorgebouwen te realiseren.’ En de studenten? Vattenfall gaat met vier studenten tien weken lang voortbouwen op de inzichten uit de hackathon, om tot een eindproduct te komen zoals een verbeterd voorspelmodel. Pellenkoft: ‘Zo kunnen zij meer leren over data science-projecten in de praktijk, en stomen we studenten heel gericht klaar voor werk na de studie.’

Meer informatie?

Jochem Kootstra's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Nooit te laat om te leren over het klimaat

‘We moeten en kunnen in Amsterdam meer ruimte geven aan klimaatadaptatie!’ Eerste Leertraject Klimaatadaptatie van Urban Technology met gemeente Amsterdam en Waternet is afgerond.

Van overstroomde straten tot dorre parken, klimaatverandering is steeds duidelijker zichtbaar in de stad. Hoe kunnen we onze steden daar tegen weren en klimaatadaptief (her)inrichten? Ruim 30 medewerkers van gemeente Amsterdam en Waternet namen deel aan het eerste Leertraject Klimaatadaptatie van lectoraat Water in en om de stad (HvA Centre of Expertise Urban Technology). ‘Veel geleerd over een integrale aanpak van maatregelen die voor meerdere klimaatthema’s tegelijk werken.’

Leertraject Klimaatadaptatie

Het Betondorp in Amsterdam maakt haar naam waar: veel steen, verharding en wateroverlast als gevolg wanneer er extreme buien plaatsvinden. Maar daar is sinds kort een klimaatadaptieve oplossing voor verzonnen: wadi’s. Regenwater stroomt naar deze verdiepte groene plekken om het op te vangen en langzaam in de bodem te laten infiltreren. Inmiddels heeft Betondorp diverse vegetaties die het stadsdeel een stuk groener maken.

Van steen naar groen

Betondorp is een voorbeeld waar de Nieuwezijds Voorburgwal vooralsnog jaloers op is. Deze grote straat, die loopt van Spuiplein tot Station Amsterdam Centraal, moet opnieuw ingericht worden, vertelt Lisette Klok, docent-onderzoeker van de HvA en Leertraject Klimaatadaptatie. ‘Het is een verharde omgeving met veel schaduw, waar we meer groen kunnen creëren om ruimte te geven aan klimaatadaptatie.’ Het is een van de vele praktijkcases die ruim 30 professionals van de gemeente Amsterdam onder de loep namen op de klimaatthema’s waar we door klimaatverandering vaker mee te maken krijgen; wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid.

Brede insteek voor integrale aanpak

De thema’s van het leertraject helpen om kennis over klimaatverandering te verbreden, om tot een integrale aanpak te komen bij de gemeente en Waternet, vertelt Alice Driesen, deelnemer en mede-organisator van het leertraject (werkzaam bij afdeling Ruimte en Duurzaamheid). ‘Ik werk nu aan Amsterdam Rainproof , een programma gericht op het regenbestendig inrichten van de stad. Dus kennis over wateroverlast had ik wel. Maar de effecten van hitte en droogte in de stad, hoe dat in kaart te brengen en welke oplossingen, risico's en kosten er zijn? Dat was nieuw voor mij. Bij de gemeente willen we alle klimaatproblemen in een stadsgebied tegelijk kunnen aanpakken.’

Driesen onderzocht met haar leertrajectgroep de effecten van klimaatverandering op straatniveau in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam. Zij keken naar stresstestkaarten  om te achterhalen wat er precies speelt in het gebied, vertelt Driesen. ‘Is het gebied gevoelig voor hittestress, hoe is de bodemopbouw, hoe zijn de grondwaterstanden? We verbinden bestaande databronnen aan elkaar voor een completer beeld, zoals peilbuismetingen voor de grondwaterstanden om te achterhalen of er risico is op paalrot bij oude panden. Vervolgens koppelen we er concrete maatregelen aan. In onze diverse leertrajectgroep, van stedenbouwkundigen en ontwerpers van de openbare ruimte tot maaiveldwerkvoorbereiders en assetbeheerders, konden we elkaars expertises bundelen en tot integrale oplossingen komen.’

Klimaat Amsterdam
Voorbeeld probleem case Oostelijk Havengebied, Amsterdam

Klimaat Amsterdam Piethein
Voorbeeld oplossing case Oostelijk Havengebied, Amsterdam

Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie zet druk

Van droogte tot wateroverlast, het speelt niet alleen in Amsterdam. De deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie van de overheid stelt daarom dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk moeten er samen voor zorgen dat schade door hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. Dat is een grote opgave, stelt Klok. ‘Klimaatadaptatie is voor velen een nieuw onderwerp en dus nog niet zo vanzelfsprekend. Dat geldt ook voor de professionals bij de gemeente en Waternet. De noodzaak is hoog. Het klimaatbestendig inrichten van steden moet normaal worden, en wij moedigen dat met ons Leertraject Klimaatadaptatie aan. Vanwege succes gaan we binnenkort een tweede traject starten!’

‘Nog een leuk feitje’, sluit Klok enthousiast af, ‘is dat de opzet van het leertraject bijna één op één is overgenomen uit onze minor Klimaatbestendige stad die veel studenten trekt, ook buiten de HvA. Dezelfde docenten geven nu ook ‘college’ aan de professionals van die meedoen aan het Leertraject Klimaatadaptatie. Het is natuurlijk nooit te laat om te leren over het klimaat!’

Meer informatie Leertraject Klimaatadaptatie

Het Leertraject Klimaatadaptatie van lectoraat Water in en om de stad van Centre of Expertise Urban Technology heeft tot doel het kennispeil op het gebied van klimaatadaptatie binnen de gemeentelijke organisatie te versterken en beter te borgen. Na vijf cursusdagen, online excursies, praktijksessies en groepswerk aan weekopdrachten voor een klimaatadaptief ontwerp van een projectgebied zijn de deelnemers op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en wetenschappelijke inzichten in de diverse klimaatadaptatiethema’s. En weten zij hoe ze met deze kennis de juiste maatregelen kunnen treffen in de openbare ruimte.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

'Pathways of hope' in onze publieke ruimte

Haastig zijn afgelopen jaar interventies in de publieke ruimte ontwikkeld en toegepast om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan. Hoe kunnen deze tijdelijke maatregelen in de  openbare ruimte de structurele veerkracht van de buurt versterken?

Covid-19 maakte duidelijk hoe belangrijk onze gedeelde publieke ruimte is. Haastig werden afgelopen jaar interventies in de publieke ruimte ontwikkeld en toegepast om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan. Met stickers, hekken, geverfde cirkels, verkeersborden en digitale apps waarop op afstand de drukte in de stad af te lezen valt werd geprobeerd om stadsbewoners te verleiden tot social  distancing. Al snel werden deze preventieve maatregelen vergezeld van nieuwe praktijken. Parkeerplaatsen  boden  tijdelijk  ruimte aan groen en  houten vlonders waarop de binnenstedelijke horeca en winkels hun werk in de buitenlucht konden voortzetten.

Covid-19-interventie
Foto: Ethan Wilkinson

Frank Suurenbroek, lector Bouwtransformatie van Centre of Expertise Urban Technology, en Martijn de Waal, lector Civic Interaction Design van Faculteit Digitale Media & Creatieve Industrie, over hun project 'Covid-19: Van preventie naar veerkracht'. Dit artikel is eerder gepubliceerd in HvA-magazine 'Bewogen Stad: Leren in crisistijd'.

Daarnaast  toonden  activiteiten die normaal achter gesloten deuren plaatsvinden zich plots in de buitenruimte.  Gebruikers van  shisha-lounges nestelden zich  op stoeltjes voor de deur, sportscholen  gingen lesgeven  in de open lucht. Ook ontsproten er nieuwe  sociale initiatieven zoals huiswerkklasjes  in buurtcentra. Covid-19  leidde zo  ook  tot een experiment  in  het gebruik en de betekenis van onze gedeelde publieke ruimtes.  

Van preventie naar veerkracht?

We weten echter nog weinig  over  de  variëteit  aan  preventieve  interventies  in de  publieke ruimte, hun werking en vooral ook de manier waarop die tijdelijke maatregelen ook de structurele veerkracht in buurten kunnen versterken. Afgelopen september kregen we een ZonMW-subsidie toegekend om dit te onderzoeken:  Hoe kunnen ontwerpinterventies voor de 1,5 meter-samenleving in de publieke ruimte op buurtniveau ook bijdragen aan het versterken van maatschappelijke en ecologische veerkracht? Veerkracht gaat hierbij over de kwaliteit die de leefomgeving nu biedt, alsmede over de capaciteit in de omgang met de meer structurele sociale  en ecologische uitdagingen van onze steden.  

Delen gedurende de uitvoering

Covid-19 vraagt ook om snel handelen. Een centrale rol in ons project speelt de Community of Practice. Vijf gemeenten, twee woningbouwcorporaties, het PBL, ontwerpbureau UNStudio, social  engineeringbureau The Beach, WandelNet en Pakhuis de Zwijger alsmede meerdere specialisten vanuit de  HvA hebben zich in dit project verenigd. Covid-19 stopt bovendien uiteraard niet bij de landsgrenzen. Naast de Nederlandse partners heeft zich  ook een kring van internationale  kennisinstellingen aan het project verbonden: Harvard in de VS, The Bartlett School in Londen, University of Sydney en in Italië het netwerk City Space Architecture. 

Preventieve ingrepen begrijpen

In de wetenschappelijke literatuur rondom veerkracht valt het handelen in crises uiteen in resisting  (weerstand bieden), adapting  (aanpassen), restoring  (herstellen)  en  transforming.  

Onderscheid in vier soorten handelingen in crisistijd

De preventieve maatregelen rondom Covid-19 passen overwegend in de categorieën resisting en adapting. Het gaat daarbij om tijdelijke oplossingen voor de problemen die nu spelen.  Denk aan het plaatsen van hekken, het  tijdelijk gebruik maken van parkeerplaatsen voor horeca en andere functies die niet langer binnen kunnen functioneren.  Tegelijkertijd  bieden deze ingrepen mogelijk ook de potentie voor meer  transformatieve  keuzes. 

Zo zien  we een aantal steden (Parijs, Milaan, New York) de crisis  aangrijpen  om een  al langer levende  mondiale  visie in wording te versnellen  om steden leefbaarder en inclusiever te maken.  Deze visie raakt aan  abstractere en meer toekomstgerichte perspectieven van veerkracht.  Wat echter ontbreekt is  inzicht hoe de huidige preventieve ingrepen  ook de kansen en potentie van meer structurele transities van de stad  kunnen bewerkstelligen.  


Voorbeelden van Covid-19 interventies in de publieke ruimte

Van resisting naar transforming?

Hoe kunnen die concrete interventies, investeringen en spontane ontwikkelingen die nu voor de resisting en adapting van de pandemie plaatsvinden ook de kiem leggen voor het vinden van oplossingen voor onze grotere sociale of ecologische problemen? Conceptueel: hoe kunnen interventies voor resisting en adapting meteen ook iets zeggen over concrete ontwerpoplossingen voor transforming? Natuurlijk kunnen we met ons project niet meteen al die grote problemen oplossen. Om het concreet te maken focussen we op het schaalniveau van de buurt en hanteren we een research through design-methodiek. Met ons onderzoek willen we niet voorschrijven hoe het moet, maar voorbeeldstellend en onderbouwd in beeld brengen hoe dat kan. Wat leren we van de Covid-19-interventies in de publieke ruimte om ook de veerkracht te versterken?


Voorbeelden van leerzame niet-Covid-gerelateerde interventies in de publieke ruimte

Dit is de data die we verzamelen:

  • We brengen systematisch in kaart welke interventies in de openbare ruimte zijn ontwikkeld en toegepast ter preventie van Covid-19-besmettingen.
  • We brengen met ons consortium in kaart welke (spontane) initiatieven op buurtniveau zijn ontstaan om de sociale effecten van Covid-19 te pareren.
  • Daarnaast verzamelen we de verschillende typen concrete ingrepen die los van Covid-19 al bestaan om ook in sociaal-economisch kwetsbare buurten te werken aan klimaatverandering en leefbaarheid.

Deze data levert twee inzichten op. Het laat zien wat voor specifieke 'schade' Covid-19 heeft veroorzaakt, welke tekortkomingen aan het licht zijn gekomen en welke andere oplossingen dan gebruikelijk zich aandienden. Daarnaast levert de analyse van deze concrete sets interventies zicht op hun werkzame bestanddelen. Deze beschouwen we als de ‘bouwstenen’ en programma’s van mogelijkheden voor het research through design-deel van ons onderzoek. De ontwerp- en sociaalengineeringbureaus in ons consortium gaan met deze set ontwerpend onderzoekend verkennen hoe een nieuwe combinatie van deze bouwstenen tot ingrepen leiden die en preventief en transformatief zijn.

De coronacrisis hopen we daarmee niet alleen als een snel achter ons te laten situatie te beschouwen, maar ook als een natuurlijk experiment waarin nieuwe paden voor de toekomstige stad ontdekt kunnen worden. En hoe eerder we die in beeld kunnen brengen, hoe sneller we ook al gedurende de pandemie van onderop aan de structurele versterking van onze stad kunnen werken.

HvA-magazine Bewogen Stad: Leren in crisistijd

Bewogen Stad is een reeks van digitale tijdschriften over maatschappelijke kwesties in de Amsterdamse regio. Hier deelt Centre of Expertise Urban Governance en Social Innovation met een breder publiek waar HvA mee bezig is en biedt zij een plek voor verschillende geluiden uit het maatschappelijke debat. Lees het volledige magazine.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

We zijn nog niet zo goed in afval scheiden

De HvA start project BASSTA naar gedragsinterventies om huishoudens ervan bewust maken of ze op de juiste manier hun afval weggooien en hoe dit te verbeteren.

Chipszakken bij plastic afval, theezakjes bij gft? Afval scheiden wordt niet altijd op goede wijze gedaan, en überhaupt nog te weinig. Dat is zonde, want goed gescheiden afval biedt kansen voor recycling en andere circulaire toepassingen. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) start met het project BASSTA een onderzoek naar het verbeteren van het scheidingsgedrag van huishoudens, met een focus op de stedelijke omgeving.

Afval scheiden

We willen in 2050 volledig circulair zijn. Voor de transitie naar een circulaire economie moet het afval dat ontstaat goed herbruikbaar zijn als grondstof voor nieuwe producten. Een goede scheiding van het afval is een belangrijke voorwaarde hiervoor. Met ongeveer 8 miljard kilo huishoudelijk afval per jaar in Nederland zorgt elk percentage betere scheiding voor enorme resultaten. BASSTA behandelt daarom zowel het verhogen van de scheidingsgraad (de hoeveelheid afval die gescheiden wordt), als het verlagen van de vervuiling van de gescheiden afvalfracties (papier, gft, plastic). Om dat te realiseren, is gedragsverandering nodig.

Automatisch gedrag onder de loep

Mensen gooien hun afval vaak op dezelfde, veelal onbewuste manier weg. BASSTA richt zich daarom op dit automatisch gedrag, vertelt projectleider Maarten Mulder. ‘Door het automatisch gedrag onder de loep te nemen, vormt dit project een belangrijke aanvulling op het bestaande onderzoek naar gedragsinterventies. De nieuwe interventies die het onderzoek opleveren, moeten helpen om het gewoontegedrag te onderbreken en huishoudens ervan bewust maken of ze op de juiste manier hun afval weggooien. Ook voor de mensen die nu nog niet (graag) afval scheiden. Met een duidelijke uitleg hoe en waarom deze interventies werken, is het streven dat zoveel mogelijk Nederlandse stedelijke gemeenten hiermee aan de slag gaan. Zo kunnen ze betere bronscheiding realiseren.’

Dagboek van huishoudens

De interventies worden ontworpen en getest in nauwe samenwerking tussen industrieel ontwerpers en gedragspsychologen van de HvA. Mulder: ‘Middels dagboekstudies bij bewoners thuis analyseren we op welke momenten het automatisch gedrag veranderd kan worden. In de zomer verwachten we de resultaten. Hiermee kunnen we de ‘customer journey’ schetsen: het in detail weergeven van het proces van afval weggooien. Vervolgens ontwerpen we de gedragsinterventies die we gaan testen in verschillende steden. Dat zal begin 2022 gaan gebeuren.’

Samenwerking binnen de HvA

BASSTA is een samenwerkingsproject van Centres of Expertise Urban Technology en Urban Governance and Social Innovation. De verbonden lectoraten Circulair ontwerpen en ondernemen & Psychologie voor een Duurzame Stad onderzoeken en ontwikkelen innovaties om tot een circulaire economie en maatschappij te komen.

Diverse praktijkpartners zijn bij het onderzoek van belang en betrokken. Gemeenten zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht zijn aangesloten om met bewoners de interventies te testen. Ook helpen stuurgroepen als Rijkswaterstaat en branchevereniging NVRD het onderzoek verder. Daarnaast brengen ROVA, De Afvalspiegel en Giraf Results expertise in rondom afvalinzameling, en verspreiden Milieu Centraal en VVM de resultaten.

Heb je vragen of wil je meer weten? Benader projectleider Maarten Mulder. En blijf via de projectpagina van BASSTA op de hoogte van de ontwikkelingen.

dhr.  Ir. M. Mulder

Projectleider en onderzoeker rondom afval, duurzaamheid en de circulaire economie
m.mulder3@hva.nl | T: 0611391085
Ga naar detailpagina

Meer informatie

Jochem Kootstra's picture #CircularCity