Jochem Kootstra

Activity

  • 27
    Updates
  • 5
    Smarts
  • 3
    Comments
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Aandacht voor klimaatverandering in het onderwijs

In gesprek met docent-onderzoeker Lisette Klok (HvA) over klimaat in het onderwijs

Hoe wordt er binnen het onderwijs aandacht besteed aan klimaatverandering? Docent-onderzoeker Lisette Klok (HvA minor Klimaatbestendige stad) spreekt over hoe de thematiek van klimaatverandering in hun opleiding terugkomt, wat de opleiding de studenten hierover wil meegeven en hoe zij zelf tegen deze thematiek aankijken. ‘Zij kennen de urgentie van het wereldwijde klimaatprobleem en weten dat we ons moeten aanpassen aan de klimaatverandering die gaande is.’

‘Bij de minor Klimaatbestendige stad van de Hogeschool van Amsterdam leren studenten alles over klimaatverandering, de gevolgen hiervan voor de stad en hoe stedelijk gebied klimaatbestendig ingericht kan worden. Klimaatverandering betekent meer extremen: heftiger regenval en meer hitte. Extreme buien leiden tot wateroverlast en waterschade. Hitte geeft gezondheidsproblemen en zet de leefbaarheid van steden onder druk. Ook droogte en zeespiegelstijging zijn thema’s binnen de minor. Om al deze nadelige gevolgen van klimaatverandering te voorkomen en prettig te kunnen blijven leven, moet de inrichting van het stedelijk gebied worden aangepast. De belangrijkste vraag binnen de minor is daarom: Hoe kunnen steden, wijken en straten klimaatbestendig worden ingericht rekening houdend met meer hitte, extreme regenval, droogte en overstromingen?

MINOR KLIMAATBESTENDIGE STAD

De studenten die voor deze minor kiezen doen dit, omdat zij weten dat er in de nabije toekomst veel werk verricht zal moeten worden om Nederland klimaatbestendig in te richten. Zij kennen de urgentie van het wereldwijde klimaatprobleem en weten dat we ons moeten aanpassen aan de klimaatverandering die gaande is.

MEETONDERZOEKEN IN DE EIGEN WOONOMGEVING

Naast theoretische kennis, gastcolleges en excursies, voeren studenten ook meetonderzoeken uit om temperaturen en neerslagpatronen in de eigen woonomgeving in kaart te brengen. Ook doen de studenten praktijkervaring op doordat zij een actueel klimaatbestendig project voor een echte opdrachtgever moeten uitvoeren. De meeste studenten vinden dit onderdeel van de minor het leukst. Gemeentes, waterschappen of adviesbureaus dienen vaak als opdrachtgever en de studenten oefenen in de rol van opdrachtnemer. Hierdoor proeven zij de sfeer die er in ‘de echte wereld’ hangt met de bijbehorende ‘officiële’ vergaderingen.

AAN DE SLAG MET UITEENLOPENDE VRAAGSTUKKEN

Ze werken daarbij aan veel verschillende vraagstukken: Wat zijn de meest urgente locaties om maatregelen te nemen met het oog op wateroverlast, droogte en hitte? Met welke inrichtingsmaatregelen kan een bepaalde wijk of straat klimaatbestendig ingericht worden? Hoe verhouden de baten van deze maatregelen zich met de kosten? Hoe zou een klimaatbestendig ontwerp voor een bepaalde buurt eruit kunnen zien? Hoeveel oppervlaktewater, waterberging, groen of groene daken zijn nodig om te voldoen aan de klimaatbestendige beleidsdoelen van een gemeente?

KLIMAATBESTENDIG ONTWERPEN

Het gewenste eindresultaat van zo’n praktijkopdracht is in de meeste gevallen een klimaatbestendig ontwerp van een gebied onderbouwd met een gedegen kwetsbaarheidsanalyse, kloppende argumentaties, juiste berekeningen en ondersteund door mooie visualisaties. Zo werken we in de minor samen met praktijkpartijen om verder te werken aan technische en ontwerp gerelateerde vraagstukken rondom klimaatverandering.’

STUDENTEN IN ACTIE:

Studenten zetten straten onder water
HvA-dak proeftuin voor 10.000m2 klimaatbestendige daken
Gezocht: verkoeling in Amsterdam
Studenten onderzoeken waterpasserende bestrating

Jochem Kootstra's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Bestelbus uit, bakfiets op

Featured image

HvA doet praktijkgericht onderzoek naar duurzame alternatieven voor de servicelogistiek

Van de bestelbus naar de elektrisch aangedreven bakfiets: steeds meer servicemonteurs zetten hun geliefde wagen aan de kant voor het duurzame alternatief. En dat is nodig, in 2025 moet de stadslogistiek namelijk volledig emissievrij zijn. Maar die overstap gaat niet altijd zonder slag of stoot. De monteur en z’n busje, die zijn vaak onafscheidelijk. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) zoekt binnen lectoraat Citylogistiek naar passende duurzame oplossingen voor de servicelogistiek.


Foto: Urban Arrow

De elektrisch aangedreven bakfiets, ook wel e-cargo bike, als duurzaam alternatief is fijn voor stadsinwoners, die ervaren zo minder hinder als vervuiling, verkeersdrukte en geluidsoverlast. Maar ook voor de servicemonteurs zelf. Omdat het verkeer vaak vaststaat in de stad, komt de e-cargo bike goed van pas. Zo hoeven ze niet meer gefrustreerd rondjes te rijden voor een parkeerplek in de buurt of torenhoge parkeerkosten te betalen. Het bespaart tijd en geld en bevordert productiviteit en plezier.

‘Allerlei bedrijven zijn ermee bezig’, vertelt Walther Ploos van Amstel, lector Citylogistiek bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA), aan Het Parool . ‘In Utrecht laat Coca-Cola bijvoorbeeld monteurs die de leidingen onderhouden al per bakfiets komen.’

OVERSTAPPEN OP E-CARGO BIKE BIJ ‘HUB’

Vooralsnog is een kwart van alle bestelauto’s in de stad een servicebusje. Daar komt bovenop dat de mensen die in de stad moeten zijn, 90 procent van buiten komt, vertelt Ploos van Amstel. ‘Mensen die je hard nodig hebt: liftmonteurs, cv-installateurs, klussers. Specialisten die bovendien een groot geografisch gebied bereizen.’ In plaats van dat zij in die grote getale met hun busje de stad in rijden, kunnen ze bij een ‘hub’ overstappen op de e-cargo bike. De hubs bevinden zich vaak net buiten de ring van de stad. ‘Zo’n overstappunt is een geweldige connectie’, aldus Ploos van Amstel.

CULTUUR- EN GEDRAGSVERANDERING

Maar wíllen de monteurs wel op een bakfiets? ‘Een bus of auto is een soort statussymbool voor een monteur’, vertelt Remco van den Beld, ketenmanager bij servicebedrijf Feenstra, aan Amsterdam Economic Board  (AEB). Dat vraagt dus om cultuur- en gedragsverandering en flexibiliteit. Iets waar Susanne Balm (HvA) onderzoek naar doet in project Gas op Elektrisch.

‘In dat project koppelen we servicebedrijven aan aanbieders van zero-emissie-oplossingen’, vertelt Balm aan AEB. ‘We bekijken hoe ze hun logistiek het best kunnen organiseren, we evalueren het gedrag en de houding van medewerkers en we denken na over nieuwe businessmodellen hieromheen, en hoe we die succesvol kunnen opschalen.’

PILOT MET E-CARGO BIKES

Om gedragsverandering te bewerkstelligen, worden servicemonteurs nauw betrokken bij het project. Zo konden monteurs de e-cargo bike van mobiliteitsbedrijf DOCKR  alvast testen in het drukke Amsterdam. En in april vulden verschillende servicebedrijven een vragenlijst in, waarmee ideeën voor pilots werden opgehaald. Daaruit kwamen vijf interessante mogelijke oplossingen, waarvan er een werd doorontwikkeld tot pilot: installatiebedrijf Feenstra  doet nu een proef met de e-cargo bikes van DOCKR vanaf de hub van zero-emissie verhuisbedrijf Deudekom  in Duivendrecht.


Foto: DOCKR - E-cargo bike

UITDAGINGEN

Er zijn natuurlijk ook uitdagingen. Zo kwam er uit de vragenlijst onder andere naar voren dat een koffiemomentje bij de hub belangrijk is voor de servicemonteurs. En wat te doen in de winter en als het regent? Goede regenkleding is nodig en een vast bedrag om ergens binnen te lunchen moet geregeld worden. Dat werd normaliter in de bus gedaan. Daarnaast heb je bij de ene serviceklus meer of groter materiaal nodig dan bij de ander. Dat past niet altijd in een bakfiets. En er moet voldoende parkeerplekken zijn voor de busjes om over te stappen bij een hub.

HVA-STUDENTEN HELPEN MEE

Al met al vraagt de overstap om een andere manier van organiseren. Momenteel zijn vijf HvA-studenten bij het Gas op Elektrisch betrokken, om te kijken hoe het toekomstige vervoer beter georganiseerd kan worden. Samen met de onderzoekers achterhalen zij wat werkt en wat niet werkt en onder welke voorwaarden het voor de medewerkers plezierig werken blijft. Balm aan AEB: ‘Het mooie is dat alle deelnemers bereid zijn om hun ervaringen te delen: aanbieders van oplossingen, maar ook de servicebedrijven zelf. Iedereen heeft een klein stukje van de puzzel in handen. Door al die puzzelstukjes bij elkaar te brengen kunnen we erachter komen wat het beste werkt.’

Lectoraat Citylogistiek

Binnen het lectoraat Citylogistiek van Centre of Expertise Urban Technology wordt onderzocht hoe binnensteden en woonwijken op het groeiende vrachtverkeer moeten inspelen; welke kansen zijn er voor slimme en schone stadslogistiek? Onderzoeksthema’s zijn onder meer de inzet van zero-emissievoertuigen (ook licht elektrisch), horecabevoorrading, afval, bouwlogistiek, servicelogistiek en publieke inkoop. Het praktijkonderzoek kijkt daarbij naar nieuwe verdienmodellen, slimme logistieke concepten, innovatieve technologie, stadshubs en overheidsbeleid.

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

De toekomst: 100% fossielvrij elektriciteitsverbruik op HvA

Featured image

Centre of Expertise Urban Technology gaat langjarig en strategisch partnerschap aan met Vattenfall

Centre of Expertise Urban Technology van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) gaat een partnerschap aan voor tien jaar met energieleverancier Vattenfall, om toe te werken naar 100% fossielvrij elektriciteitsverbruik van alle HvA gebouwen. Tevens biedt Vattenfall als praktijkpartner urgente vraagstukken aan om een langdurige onderwijs- en onderzoekslijn te bepalen. Daarmee kan HvA serieuze stappen zetten in verduurzaming en de energietransitie. ‘De bevindingen uit onze onderzoeken dienen als voorbeelden voor het toekomstige energiesysteem in Nederland.’
Windmolens
De tienjarige samenwerking start in 2022, maar het eerste thema van de langdurige onderzoekslijn is al bepaald om toe te werken naar fossielvrij elektriciteitsverbruik: ‘uurmatching’. Dit is de zoektocht naar een oplossing voor de mismatch per uur tussen enerzijds het verbruik van duurzame elektriciteit en anderzijds het aanbod van duurzaam opgewekte elektriciteit. Deze mismatch wordt veroorzaakt doordat duurzame bronnen niet altijd voldoende elektriciteit produceren of elektriciteit produceren op momenten dat er geen behoefte is.

HvA wil samen met Vattenfall  in de komende jaren toewerken naar 100% fossielvrij elektriciteitsverbruik (100% uurmatching) in haar gebouwen. Ook de panden van de Universiteit van Amsterdam  (UvA) en Centrum Wiskunde & Informatica  (CWI) dienen als proeftuin van dit onderzoek. Om de oplossingen voor mitsmatch te vinden, ontwikkelt de HvA de komende jaren onderzoeksprojecten ondersteund door nationale en Europese subsidiefondsen.

Op zoek naar de challenge

‘Voor het onderwijs zoeken we samen met Vattenfall naar een overkoepelende ‘challenge’, die we elke paar jaar bijstellen naar behoefte vanuit de beroepspraktijk’, vertelt Felia Boerwinkel, themaregisseur Energietransitie bij Centre of Expertise Urban Technology van de HvA. ‘Vattenfall dient vraagstukken bij ons in, en gezamenlijk met onderwijs en onderzoek gaan we dit invullen met opleidingsminors, stageplaatsen, workshops en gastcolleges. In onze studio’s benutten we specifieke technologieën en vaardigheden voor de kennis- en innovatievraagstukken, en komt onderwijs in aanraking met onderzoek. Zo kunnen we studenten heel gericht klaarstomen voor werk na de studie.’

Vattenfall is een belangrijke speler in het Amsterdamse en Nederlandse energieveld als eigenaar van een deel van het Amsterdamse warmtenet, marktleider in publieke laadpunten en energieleverancier van vele klanten. Renee Heller, lector Energie & Innovatie bij de HvA: ‘Door met Vattenfall samen te werken aan verduurzaming en energie-innovaties kunnen we grote impact hebben. Het is een groot bedrijf waar voor onze studenten ook veel kansen liggen, voor stages en als toekomstige werkgever. Met het krappe aanbod van technici is het voor Vattenfall interessant onze studenten te leren kennen.’
Groene energie

Krachten bundelen

‘Door een lange samenwerking met een praktijkpartner kunnen we continu van elkaar leren, onderzoek constant bijsturen en beter weten wat voor vaardigheden studenten moeten ontwikkelen; nu en voor de toekomst’, vult Boerwinkel aan. ‘Daarnaast biedt een structurele samenwerking de kans om onderzoek thematisch breed aan te vliegen en andere Centres of Expertise en lectoraten van de HvA erbij te betrekken. Binnen het lectoraat Energie & Innovatie hebben we kennis over de techniek, maar in een transitie spelen brede vraagstukken om echt resultaat te boeken, bijvoorbeeld over gedragsverandering, beleid en financierbaarheid.’

Energielevering universiteitsgebouwen

De samenwerking kreeg vorm als onderdeel van een nieuwe energie-aanbesteding van HvA, UvA en CWI, uitgevoerd door Facility Services (FS). Vattenfall kwam uit de bus als energieleverancier en partner op onderwijs en onderzoek tussen 2022 en 2032. Door eerdere samenwerkingen vonden FS en Urban Technology elkaar snel. ‘In ons partnerschap werken we al jaren aan duurzaamheidsambities, zoals duurzame inkoop en het energiezuinig maken van onze panden’, vertelt Rowan Boeters van FS. ‘Nu we met Vattenfall langdurig in het huwelijksbootje zijn gestapt, kunnen we aan lange termijndoelen werken en een serieuze bijdrage leveren aan de energietransitie. We zijn nu bezig met de routekaart hoe we onze elektriciteitsinkoop duurzamer, groener kunnen maken. Wij geloven in het verbinden van onderwijs, onderzoek en de beroepspraktijk, om daarin echt resultaten te boeken.’

Centre of Expertise Urban Technology

Het Centre of Expertise Urban Technology van de HvA draait om de belangrijke opgaven voor de stad, namelijk het toewerken naar circulaire, competitieve en leefbare steden. Vier thema’s staan centraal: EnergietransitieCirculaire stadDesigning Future Cities en Connectiviteit/Mobiliteit. Thema Energietransitie gaat over het leveren van een bijdrage aan de lokale duurzame energietransitie met focus op warmtenetten, vergroting zonne-energie, smart grids (met focus op inpassing van elektrische mobiliteit), energieneutrale- en positieve gebouwen/wijken en de ontwikkeling van laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. Als Centre of Expertise van de Faculteit Techniek fungeert Urban Technology als linking pin tussen onderwijs, onderzoek en beroepspraktijk.

Jochem Kootstra's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

EEN BRUISENDE STADSWIJK VRAAGT OM INNOVATIEVE LOGISTIEK

Living labproject CILOLAB onderzoekt met studenten logistieke concepten voor een gebied in ontwikkeling

In het Klimaatakkoord staat een serieuze ambitie: in 2025 moeten 30 tot 40 gemeenten een zero-emissiezone hebben voor stadslogistiek. Het Universiteitskwartier in de historische binnenstad van Amsterdam leent zich voor een nieuwe inrichting van de logistiek. De druk op deze wijk neemt toe door een mix van wonen, werken, studeren én recreëren. ‘Wij onderzoeken samen met studenten logistieke oplossingen’, aldus Susanne Balm, onderzoeker in het living labproject CILOLAB bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA). ‘Oplossingen die bijdragen aan efficiëntere, slimmere en schonere stadslogistiek.’

STUDENTEN ANALYSEREN DATA TOT LOGISTIEKE CONCEPTEN
Balm: ‘Wij analyseren samen met studenten de verwachte logistieke bewegingen in het Universiteitskwartier: hoeveel voertuigen en hoe vaak. Maar ook: wat voor producten, orders, verpakkingseenheden, zendingen en volumes komen voorbij, en wat is de herkomst? Daarnaast willen we patronen beter begrijpen, zoals fluctuaties en piekmomenten van bevoorraden.’ Studenten van Logistiek, Bedrijfskunde en Toegepaste Wiskunde helpen de data te verzamelen bij medewerkers en leveranciers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en te analyseren in sprints van zes weken. Sprint voorbij? Dan gaat een volgende groep studenten verder met de huidige stand van data. ‘Ook gaan we in gesprek met alle stakeholders’, vertelt een student. ‘We willen daarmee begrip, belang en invloed per stakeholder in kaart brengen.’

‘We zitten nu middenin de tweede sprint’, vertelt Balm. ‘Daarin laten we studenten en professionals uit de praktijk meedenken in nieuwe logistiek concepten die efficiënter, slimmer en schoner zijn voor dit specifieke gebied - hoe vaak goederen aanleveren, vanaf waar bundelen en hoe dan verder naar eindontvanger? In sprint drie gaan we een beperkt aantal van die concepten verder uitwerken. Ook stellen we dan specifieke vragen als: wat betekent dit voor de medewerkers? Vanaf welk logistiek punt moeten ze bundelen om daarna over te stappen op een uitstootvrij voertuig? Wat vinden ze daarvan? En uiteindelijk betrekken we ook bewoners en andere ondernemers, om het complete ecosysteem af te vangen.’

UNIVERSITEITSKWARTIER MOET EFFICIËNTER
Het Universiteitskwartier is de nieuwe binnenstadscampus van de UvA, waar theater, aula, winkels en diverse horecapunten gaan samenkomen. Het is naast een lastig bereikbaar gebied, ook kwetsbaar: kades storten er letterlijk in. En de partijen hebben elk hun eigen goederenstromen. Via hun inkoopgedrag zijn zij in staat nieuwe logistieke oplossingen te creëren. Namelijk door leveranciers te stimuleren en te faciliteren om goederenstromen te bundelen en door te kiezen voor uitstootvrij vervoer naar, van en op de campus.

‘Stadsgebieden in ontwikkeling worden drukker, en daarmee logistiek uitdagender. Maar ze bieden ook kansen om nieuwe logistieke concepten hand in hand te laten gaan met de ontwikkelingen, aldus Balm. Om die oplossingen te kunnen ontwerpen, is meer kennis nodig van de verwachte goederenvolumes en leverfrequenties. De logistieke vraag bepaalt de benodigde faciliteiten voor goederenontvangst, voorraad en distributie op de campus. Van glazenwassers tot vending machines en horeca.’

LIVING LAB CILOLAB
De HvA onderzoekt binnen het living labproject CILOLAB de rol van grote inkopers bij het stimuleren van schoon vervoer. Grote organisaties zoals gemeenten, onderwijsinstellingen en kantoorbedrijven genereren veel logistieke bewegingen in steden voor de levering van kantoorartikelen, catering, onderhoud en het inzamelen van afval. ‘Wij vinden dat er een ecosysteem gecreëerd moet worden waarin gemeente, leveranciers, hubexploitanten, kennisinstellingen en logistieke dienstverleners met elkaar samenwerken om efficiëntere logistiek te organiseren.’

https://www.cilolab.nl/
https://www.hva.nl/urban-technology/over-ut/over-ut.html

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Research accelerates the sustainability of heating

AUAS contributes to accelerated roll-out of sustainable low-temperature heating networks in HeatNet project

The international research project HeatNet is all about making heat more sustainable. Less use of natural gas and more use of sustainable heat sources such as the residual heat from data centres. The project aimed to accelerate the roll-out of heating networks in urban areas. And that has been a success! Not only have new heating networks been developed in six European cities, the participating partners have gained knowledge about operating smartly in complex urban transitions. The professors and researcher involved from the Amsterdam University of Applied Sciences (AUAS) talk about the approach and the insights gained.

The role of the AUAS in the research project involves leading evaluations. During six evaluation meetings over three years, the partners reflected on their process of learning from each other and helping each other move forward. Professor of Energy and Innovation, Renée Heller: “As an evaluator, we not only wanted to determine how it went afterwards. But in accordance with the aim of this Interreg project – transnational learning – we embarked on a continuous learning process with each other.”

ON THE SHOULDERS OF GIANTS
This helps the pilot partners gain insights and build on each other’s discoveries. Frank Suurenbroek, professor of Spatial Urban Transformation: “In such complex transition projects, there is so much to consider. This process-based evaluation approach helps you gain insight into the issues you are facing. Such transitions are not a linear process and the insights cannot always be translated directly to other projects. But this approach does make complex processes navigable. It offers pathways for innovation that you can consider.”

The researchers translated this knowledge into various publications and guides, which have been made available to parties dealing with the roll-out of a heating network. Suurenbroek: “The Stakeholder Guide is also interesting for all parties that work on complex urban transitions.” Lecturer-researcher Egbert-Jan van Dijck was responsible for the development of the Stakeholder Guide.

“The heat transition requires an innovation at system level. Therefore, we carried out an extensive stakeholder analysis at meso-level,” explains Van Dijck. “It not only provides an impression of the individuals and organisations involved at the energy sector level, but also of their role in the chain, their interests and concerns. This step towards a situational analysis has enabled us to outline a holistic picture and carry out an in-depth analysis of barriers to the development of the new generation of heating and cooling networks in terms of finance, legislation and regulations and organisation.”

INVOLVING STUDENTS
“We are further expanding this analysis for education.” Van Dijck: Besides the human elements, we also analyse non-human elements, such as buildings, technologies, infrastructure, energy sources and subsurface. These are just as important in determining the situation as the human elements. For example, the pipes for a heating network cannot be laid through a river or a railway track. You need to be aware of these barriers.” Instead of just the people or the stakeholders, students see a much more complete situation at a glance. This goes for fourth-year students as well as second-year students.

Heller: “Several students have used this project for their graduation thesis. Students have even travelled to Ireland on their own initiative to learn more about the energy and heating situation there and to interview partners.”

ROLL-OUT OF HEATING NETWORKS
“There is a lot involved in creating a heating network,” says Heller. “Considering the complexity, it is unusual and significant that all six partners have succeeded in doing so in such a short space of time. It would be a shame not to use the valuable sources of heat available in a country. Data centres, for example, have a huge amount of heat left over. The roll-out of one heating network to multiple heating networks helps us to use available heat sources to increase sustainability and reduce our CO2 emissions.”

INTERDISCIPLINARY AND CROSS-THEMATIC
The HeatNet project is a good example of interdisciplinary collaboration between two research groups with different specialist knowledge. Frank Suurenbroek: “While the implementation of a heating network may appear to be a technical project, it is also an urban transformation process.” Heller adds: “Urban transition involves projects in which taking the energy leap seems the obvious choice, but where there is still little attention for the heat transition, while a great opportunity exists in that respect. Through our collaboration, we have seized that opportunity.”

Jochem Kootstra's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Amsterdam op weg naar een klimaatadaptieve stad

Hoe bereiden we Amsterdam voor op het klimaat van nu en morgen? De gemeente ziet risico’s én kansen in klimaatverandering en extreem weer. Tijdens het ‘Road to Climate Adaptation Summit’-webinar spraken onder andere Cora van Nieuwenhuizen (minister van Infrastructuur en Waterstaat), Joris Ivens (wethouder gemeente Amsterdam) en Tom Schoenmaker (Hogeschool van Amsterdam en Waternet) over innovatief klimaatwerk in uitvoering. Het HvA-project De infiltrerende stad was daar een van. Met als doel: wereldwijd inspireren.

Bekijk webinar: https://youtu.be/6caDW-B0iF0

Minister Van Nieuwenhuizen opende het webinar met de noodzaak snel te handelen: ‘We zien de effecten om ons heen: droogte, overstromingen, vaker storm, opwarming van de aarde en zeespiegelstijging. We zitten nú in de penarie, dus we moeten ook nú wat doen.’ De woorden werden versterkt door wethouder Joris Ivens door de mens centraal te zetten: ‘De mens is onderdeel van de natuur, maar helaas verpesten we die natuur ook heel snel. Daarom moeten we klimaatverandering tegengaan en strijden voor een klimaatbestendige samenleving. Dat doen we als stad door allemaal innovatieve projecten te starten.’

INFILTRERENDE BESTRATING: WERELDWIJDE INNOVATIE
Een van die innovatieve projecten die tijdens het webinar werd behandeld om kennis en ervaring wereldwijd te delen, is het HvA-project omtrent infiltrerende bestrating. Met die bestrating voorkom je namelijk wateroverlast en kan je water bewaren voor droge periodes. Klimaatadaptief en volledig circulair. Projectleider Ted Veldkamp: 'Met infiltrerende bestrating kan regenwater beter weg lopen in de grond. Het water gaat door poreus gemaakte stenen of door de brede voegen die tussen de stenen liggen. Bovendien houdt het systeem dat onder de bestrating wordt aangelegd het water langer vast. Hiermee ontlasten we het riool, verhogen we de opvangcapaciteit en gebruiken we dat water voor planten en bomen.'

PROEF IN DE KROMME MIJDRECHTSTRAAT IN AMSTERDAM
De infiltrerende bestrating is inmiddels al uitvoerig en succesvol getest. Zo ook op de Kromme Mijdrechtstraat in Amsterdam. Onderzoeker en uitvoerder Tom Schoenmaker: 'Onder de grond zijn allerlei sensoren aangebracht in putjes. Daarmee meten we de waterstand. We kunnen gerelateerd aan een bui meten hoe de water door het constructie trekt. Daarnaast zitten de sensoren in de riolering, waarmee we precies kunnen zien hoeveel water waar terechtkomt. Daarnaast meten we ook met peilbuizen de grondwaterstand, om te weten in hoeverre die wordt aangevuld. En dat is heel interessant in relatie tot droogteproblemen, zoals droogvallende funderingen en bomen die onvoldoende water krijgen.'

De proeven worden in november opgeschaald met behulp van HvA-studenten van de minor Klimaatbestendige stad. Met de kennis die zij tijdens de minor opdoen, voeren zij de testen samen met de onderzoekers uit.

EEN CIRCULAIRE BESTRATING
Voor de bestrating is gebruik gemaakt van diverse innovatieve producten. Zo wordt onder andere de Zeer Open Afval Keramiek-klinker (ZOAK) toegepast. Deze klinkers fungeren met hun absorberende werking als een spons die water opneemt, vasthoudt en weer doorlaat. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een AquaBASE fundering, die zorgt dat het water wordt gefilterd en opgevangen. Zowel de klinker als de fundering bestaan uit circulaire materialen. De klinkers zijn gemaakt van keramisch afval en voor de fundering is het residu van verbrand restafval gebruikt. Dat biedt weer extra waarde om klimaatveranderingen tegen te gaan.

Webinar en Klimaatwerk in uitvoering
Het praktijkonderzoek maakt deel uit van het project Klimaatwerk in uitvoering. HvA werkt daarin samen met partners Building Changes en MKB INFRA.
Het webinar is onderdeel van een serie events omtrent een klimaatadaptief Amsterdam, op weg naar de internationale Climate Adaptation Summit op 25 januari 2021. Hier presenteren leiders van over de hele wereld gezamenlijk een agenda met concrete acties die de wereld voorbereiden op klimaatverandering, om weerbaarder te zijn tegen het jaar 2030.

https://www.hva.nl/urban-technology/gedeelde-content/nieuws/nieuws/2020/11/amsterdam-op-weg-naar-een-klimaatadaptieve-stad.html

Jochem Kootstra's picture #CircularCity