Amsterdam University of Applied Sciences

undefined logo

Program Partner Amsterdam Smart City

Website

102 Organisation members

  • Guido van Os's picture
  • Karen Williams's picture
  • Liza Verheijke's picture
  • Dominique van Ratingen's picture
  • Peter Buis's picture
  • Jochem Kootstra's picture
  • Tom de Munck's picture
  • Arvin Vishnudatt's picture
  • Melika Levelt's picture
  • Leontine Born's picture
  • Johanneke (Joanna) van Marle's picture
  • Lina Penninkhof's picture
  • merel schrama's picture
  • Liselotte van Dijk's picture
  • Robert Hemmen's picture
  • Marcel de Groot's picture
  • Neander Nijman's picture
  • Andrea Haker's picture
  • Tanja Hulst's picture
  • Arjan Koning's picture
  • Mick Jongeling's picture
  • Kasper Lange's picture
  • Diana Mueller's picture
  • Julia Úbeda Briones's picture
  • Michiel Suring's picture
  • Suzanne Ketelaar's picture
  • Marije van Gent's picture
  • Doris Neelen's picture
  • Marie-Sophie Res's picture
  • katelijne boerma's picture
  • Richard Martina's picture
  • Ragini Fit's picture
  • Ilana Visser's picture
  • Joep de Hoog's picture
  • Ingrid Wakkee's picture
  • Smart City Academy's picture
  • Marco van Hees's picture
  • Jan Dam's picture
  • Arthur Klein Rouweler's picture
  • Joris van Lankveld's picture
  • Fenna van Nes's picture
  • Marcel van der Horst's picture
  • Marije Poel's picture
  • Bram Reijnders's picture
  • Marion Ester's picture
  • Abdel El Makhloufi's picture
  • Sarah Nanninga's picture
  • Paul Rijnierse's picture
  • Kees-Willem Rademakers's picture
  • Willem van Winden's picture
  • Bas Overbeek's picture
  • Walther Ploos van Amstel's picture
  • Ellen Budde's picture
  • Caroline Rijkers's picture
  • Marcella Schets's picture
  • Wieke Schrama's picture
  • Joey van der Bie's picture
  • Ruurd Priester's picture
  • Madeleine Lodewijks's picture
  • Wout van den Berg's picture
  • Katrien de Witte's picture
  • Matthijs de Jong's picture
  • Joost Neuvel's picture
  • Martin Boerema's picture
  • Inge Oskam's picture
  • Kim Nackenhorst's picture
  • Jeroen van der Kuur's picture
  • Jolanda Tetteroo's picture
  • Simon de Rijke's picture
  • Kaspar Koolstra's picture
  • Martijn Altenburg's picture
  • Nanda Piersma's picture
  • Susanne Balm's picture
  • Jen Drouin's picture
  • Communication Alliance for a Circular Region (CACR)'s picture

Activity

  • 148
    Updates
  • 0
    Smarts
  • 41
    Comments
Communication Alliance for a Circular Region (CACR), posted

Slim datagebruik in de circulaire economie: de drie belangrijkste redenen (CACR)

Featured image

Scroll down for the English version

Data zijn de zuurstof van de circulaire economie: deel 2

De circulaire economie wordt het nieuwe normaal. In de Metropool Amsterdam werken tal van organisaties al hard aan circulaire initiatieven. Maar pas als we slimmer omgaan met data, kunnen we écht grote stappen zetten en deze initiatieven winstgevend maken. Met deze artikelenreeks helpen we bedrijven op weg. Aflevering 2: Drie redenen voor slimmer datagebruik in de circulaire economie.

1. Met data kunnen organisaties verduurzamen én zakelijk profiteren.
Bedrijven genereren grote hoeveelheden gegevens. Uit die data kunnen zij allerlei interessante inzichten halen. Bijvoorbeeld dat ze efficiënter met energie en materialen kunnen omgaan, of onderdelen kunnen hergebruiken. Dat geeft relevante aannames en input voor het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen. Bedrijven kunnen ook actief meer data gaan verzamelen, bijvoorbeeld door in de producten die ze verkopen sensoren te monteren. De data die ze daaruit halen kunnen bedrijven bijvoorbeeld gebruiken om hun onderhoud te optimaliseren. Om bepaalde onderdelen uit hun product tijdig te vervangen of op te knappen, zodat het product als geheel langer meegaat. Of om te leren waar de zwakke plekken zitten van het product. Data uit sensoren kunnen ook interessant zijn voor andere partijen en zo weer een nieuw businessmodel opleveren.

2.  Op basis van data kunnen we vraag en aanbod samenbrengen.
Als we weten welke materialen beschikbaar zijn voor hergebruik en waar de materialen zijn en wat de kwaliteit ervan is, kunnen we materialen daadwerkelijk gaan aanbieden en hergebruiken.

Een mooi voorbeeld op grote schaal is het werk van de snelgroeiende start-up geoFluxus, een spin-off project van het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS Institute). GeoFluxus bracht in opdracht van Gemeente Amsterdam alle afvalstromen in de Metropoolregio Amsterdam online in kaart, met verbazingwekkende resultaten. 22 procent van al het afval in de regio heeft de potentie om direct door andere bedrijven in de regio hergebruikt  te worden. Dat is materiaal dat anders gewoonweg verdwijnt. Dit soort data, dus gegevens over soort, locatie en beschikbaarheid, geven het juiste inzicht om nieuwe, duurzame stappen te zetten. Geofluxus ontwikkelt op dit moment samen met Gemeente Amsterdam de eerste Monitor voor de Circulaire Economie ter wereld. Deze monitor volgt diverse materiaalstromen die de stad inkomen totdat ze deze als afval weer verlaten en elders verwerkt worden. Op deze manier ontstaat er structureel inzicht in de mate waarin materiaalstormen al dan niet circulair zijn en kan er gericht meer circulariteit worden nagestreefd.

Maar ook op kleinere schaal kan er profijt worden gehaald uit data. Als je als bedrijf precies weet welke afval- en reststromen en overschotten er zijn, weet je ook welke grondstoffen en producten interessant zijn voor hergebruik. En als bedrijven weten wat voor materialen en grondstoffen andere bedrijven nodig hebben, weten ze ook of hun afval of overschotten voor andere partijen misschien waardevol zijn.

Bedrijven betalen nu om afval te laten verwijderen. Het is dus interessant voor bedrijven om te onderzoeken of hun gebruikte grondstoffen en materialen kunnen worden toegepast door andere bedrijven. In dit kader is bijvoorbeeld Excess Materials Exchange (EME) interessant: dit is een digitale marktplaats waar bedrijven hun gebruikte materialen kunnen aanbieden aan andere bedrijven die dit weer als “grondstof” kunnen gebruiken voor nieuwe toepassingen. EME laat haar gebruikers de waarde van hun materialen en producten berekenen. Dat doet EME op basis van  een grondstoffenpaspoort dat is opgebouwd uit de digitale eigenschappen van een bepaald product: data dus.

3. Data kunnen de leveringszekerheid van herbruikbare materialen en grondstoffen vergroten.
Een veelgehoord bezwaar is dat de leveringszekerheid in het geding komt als organisaties afhankelijk zijn van de inkoop of verkoop van herbruikbare materialen of grondstoffen. Ook kunnen hergebruikte materialen steeds net verschillend zijn omdat ze verschillende herkomsten hebben. Continue datastromen over actuele details, specificaties en beschikbaarheid kunnen dit bezwaar wegnemen. Als deze informatie op een open en eerlijke markt beschikbaar is, kunnen ondernemers vooruit plannen. Zo komt hun productie niet in het geding en/of weten ze zich verzekerd van continue afname.

Madaster werkt in de Metropool Amsterdam al aan een dergelijk platform. Madaster wil de registratiedatabank worden voor de gebouwde omgeving. Beheerders en eigenaren van gebouwen kunnen hier een grondstoffenpaspoort voor hun pand creëren. Met de data in deze paspoorten ontstaat er een duidelijk beeld van waar welke grondstof en materiaal zich in het pand bevindt. Zo weet je precies waar je welk materiaal kunt onttrekken bij de renovatie of sloop van het gebouw en wordt ook het onderhoud makkelijker, doordat je weet wat er zich achter een muur of boven een plafond bevindt.

Zelf aan de slag

Redenen genoeg dus om slim met data om te gaan en zo een volwaardige speler op de circulaire markt te worden. In artikel #3 laten we zien hoe bedrijven onderdeel kunnen worden van de circulaire economie. Daarna delen we de ervaringen van ondernemers en bedrijven die al succes boeken met hun circulaire bedrijfsmodel.

Deze artikelenreeks is een initiatief van Hogeschool van Amsterdam | Gemeente Amsterdam | Amsterdam Economic Board | Amsterdam Smart City | Metabolic en AMS Institute. Samen willen zij de circulaire economie in de Metropoolregio Amsterdam versnellen met praktische verhalen voor en over ondernemers en bedrijven.

Lees verder

Volop kansen in de nieuwe circulaire werkelijkheid: Data zijn de zuurstof van de circulaire economie: deel 1

_______________________________________________________

Smart data usage in the circular economy: 3 key reasons

Data is the oxygen that the circular economy thrives on: part 2

We are on the way to the circular economy becoming the new normal. Numerous organisations in the Amsterdam Metropolitan Area are already hard at work on circular initiatives. However, we can only take significant strides and make these initiatives profitable if we are smarter with data. With this series of articles, we hope to inspire companies to make that journey. In part 2, we look at the three most important reasons for the smarter use of data in the circular economy.

1. Organisations can use data to make themselves more sustainable and gain a business advantage.
Companies typically generate large amounts of data and they can already derive a wide variety of interesting insights from it. For example, it enables them to see where they can potentially use energy and resources more efficiently, or reuse components. This can provide relevant input for the development of new business models. What’s more, companies can actively collect more data, for example, by installing sensors in the products they sell. The company can then use the data to optimise their maintenance schedule, replacing or refurbishing parts of their product in time, so that the product as a whole is more durable. Or perhaps they can learn what the product’s weaknesses are and make improvements. Sensor data can also be of interest to third parties, potentially leading to new business models. An example might be a supplier of ventilation systems which can provide interior climate data to the building management in a transparent way.

2. Based on data, we can appropriately match supply and demand.
If we know which resources are available to be reused, where resources are, and also their quality level, then we can supply and reuse resources effectively.

An excellent example of a larger-scale case is the work of fast-growing start-up, geoFluxus, a spin-off project of the Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS Institute). GeoFluxus was commissioned by the Municipality of Amsterdam to map all waste flows in the Amsterdam Metropolitan Area to an online platform. The analysis concluded that 20% of all waste could potentially be reused by other businesses in the region. And this relates to materials and resources that would otherwise simply be lost.

This kind of data – about the type, location and availability of resources – offers parties the necessary insights and empowers them to take new, sustainable steps. geoFluxus is currently developing the world’s first Monitor for the Circular Economy, together with the Municipality of Amsterdam. This monitor tracks various material flows entering the city and leaving it as waste, to be processed elsewhere. In doing so, it generates structural insights on the extent to which material streams are circular (or not), and highlights targeted opportunities to increase circularity.

Benefits can also be gained from data on a smaller scale. If, as a company, you know what waste flows exist and what the current surpluses are, you also know which raw materials and products are most interesting for reuse. And if a company knows what resources and raw materials other companies need, they also know whether their own waste or surpluses may be valuable to other parties.

Companies currently pay to have their waste disposed of, so it is certainly worth investigating whether used raw materials and resources can be utilised by other companies. In this context, the Excess Materials Exchange (EME) is particularly promising. The EME is a digital marketplace where companies can offer their used resources to other companies, which will then use them as ‘raw materials’ for new purposes. EME helps users calculate the value of their materials and products using a digital materials passport that holds data on the characteristics of a particular product.

3. Data can enhance the supply chain reliability of reused materials and resources.
A common complaint is that supply chain reliability is put at risk when organisations are dependent on the purchase or sale of reusable resources and raw materials. On top of that, reusable resources can always be slightly different because of their varying origins. However, continuous data flows containing the latest details, specifications and availability can overcome this risk. If the information is available in an open and fair market, businesses can plan ahead as they always would. In this way, their production is never jeopardised and they are assured of a continuous supply chain.

Madaster is an example of a platform already being developed in the Amsterdam Metropolitan Area that is capable of this. Madaster is working towards becoming the registration database for the built environment, by creating materials passports for managers and owners of buildings. These passports, consisting of digital data sets, provide a clear picture of where raw materials are located in a building. The advantage of this is that one knows exactly where valuable raw materials can be extracted again during renovation or demolition of the building, but it is also easier to carry out maintenance, because one knows what is behind a wall or above a ceiling.

Get started

It is clear that there are many good reasons to be smart with data and how it can help you become a fully-fledged player in the circular market. In article 3 we will show how companies can establish themselves as part of the circular economy. And we will share some experiences of businesses and entrepreneurs that have already made successful transitions with their circular business models.

This article is an initiative by Amsterdam University of Applied Sciences | City of Amsterdam | Amsterdam Economic Board | Amsterdam Smart City | Metabolic | AMS Institute. Together we are working to accelerate the circular economy in the Amsterdam Metropolitan Area, sharing practical stories for and about entrepreneurs and businesses.

Read more

A wealth of opportunities in the new circular reality: Data is the oxygen that the circular economy thrives on: part 1

Communication Alliance for a Circular Region (CACR)'s picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

De toekomst: 100% fossielvrij elektriciteitsverbruik op HvA

Featured image

Centre of Expertise Urban Technology gaat langjarig en strategisch partnerschap aan met Vattenfall

Centre of Expertise Urban Technology van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) gaat een partnerschap aan voor tien jaar met energieleverancier Vattenfall, om toe te werken naar 100% fossielvrij elektriciteitsverbruik van alle HvA gebouwen. Tevens biedt Vattenfall als praktijkpartner urgente vraagstukken aan om een langdurige onderwijs- en onderzoekslijn te bepalen. Daarmee kan HvA serieuze stappen zetten in verduurzaming en de energietransitie. ‘De bevindingen uit onze onderzoeken dienen als voorbeelden voor het toekomstige energiesysteem in Nederland.’
Windmolens
De tienjarige samenwerking start in 2022, maar het eerste thema van de langdurige onderzoekslijn is al bepaald om toe te werken naar fossielvrij elektriciteitsverbruik: ‘uurmatching’. Dit is de zoektocht naar een oplossing voor de mismatch per uur tussen enerzijds het verbruik van duurzame elektriciteit en anderzijds het aanbod van duurzaam opgewekte elektriciteit. Deze mismatch wordt veroorzaakt doordat duurzame bronnen niet altijd voldoende elektriciteit produceren of elektriciteit produceren op momenten dat er geen behoefte is.

HvA wil samen met Vattenfall  in de komende jaren toewerken naar 100% fossielvrij elektriciteitsverbruik (100% uurmatching) in haar gebouwen. Ook de panden van de Universiteit van Amsterdam  (UvA) en Centrum Wiskunde & Informatica  (CWI) dienen als proeftuin van dit onderzoek. Om de oplossingen voor mitsmatch te vinden, ontwikkelt de HvA de komende jaren onderzoeksprojecten ondersteund door nationale en Europese subsidiefondsen.

Op zoek naar de challenge

‘Voor het onderwijs zoeken we samen met Vattenfall naar een overkoepelende ‘challenge’, die we elke paar jaar bijstellen naar behoefte vanuit de beroepspraktijk’, vertelt Felia Boerwinkel, themaregisseur Energietransitie bij Centre of Expertise Urban Technology van de HvA. ‘Vattenfall dient vraagstukken bij ons in, en gezamenlijk met onderwijs en onderzoek gaan we dit invullen met opleidingsminors, stageplaatsen, workshops en gastcolleges. In onze studio’s benutten we specifieke technologieën en vaardigheden voor de kennis- en innovatievraagstukken, en komt onderwijs in aanraking met onderzoek. Zo kunnen we studenten heel gericht klaarstomen voor werk na de studie.’

Vattenfall is een belangrijke speler in het Amsterdamse en Nederlandse energieveld als eigenaar van een deel van het Amsterdamse warmtenet, marktleider in publieke laadpunten en energieleverancier van vele klanten. Renee Heller, lector Energie & Innovatie bij de HvA: ‘Door met Vattenfall samen te werken aan verduurzaming en energie-innovaties kunnen we grote impact hebben. Het is een groot bedrijf waar voor onze studenten ook veel kansen liggen, voor stages en als toekomstige werkgever. Met het krappe aanbod van technici is het voor Vattenfall interessant onze studenten te leren kennen.’
Groene energie

Krachten bundelen

‘Door een lange samenwerking met een praktijkpartner kunnen we continu van elkaar leren, onderzoek constant bijsturen en beter weten wat voor vaardigheden studenten moeten ontwikkelen; nu en voor de toekomst’, vult Boerwinkel aan. ‘Daarnaast biedt een structurele samenwerking de kans om onderzoek thematisch breed aan te vliegen en andere Centres of Expertise en lectoraten van de HvA erbij te betrekken. Binnen het lectoraat Energie & Innovatie hebben we kennis over de techniek, maar in een transitie spelen brede vraagstukken om echt resultaat te boeken, bijvoorbeeld over gedragsverandering, beleid en financierbaarheid.’

Energielevering universiteitsgebouwen

De samenwerking kreeg vorm als onderdeel van een nieuwe energie-aanbesteding van HvA, UvA en CWI, uitgevoerd door Facility Services (FS). Vattenfall kwam uit de bus als energieleverancier en partner op onderwijs en onderzoek tussen 2022 en 2032. Door eerdere samenwerkingen vonden FS en Urban Technology elkaar snel. ‘In ons partnerschap werken we al jaren aan duurzaamheidsambities, zoals duurzame inkoop en het energiezuinig maken van onze panden’, vertelt Rowan Boeters van FS. ‘Nu we met Vattenfall langdurig in het huwelijksbootje zijn gestapt, kunnen we aan lange termijndoelen werken en een serieuze bijdrage leveren aan de energietransitie. We zijn nu bezig met de routekaart hoe we onze elektriciteitsinkoop duurzamer, groener kunnen maken. Wij geloven in het verbinden van onderwijs, onderzoek en de beroepspraktijk, om daarin echt resultaten te boeken.’

Centre of Expertise Urban Technology

Het Centre of Expertise Urban Technology van de HvA draait om de belangrijke opgaven voor de stad, namelijk het toewerken naar circulaire, competitieve en leefbare steden. Vier thema’s staan centraal: EnergietransitieCirculaire stadDesigning Future Cities en Connectiviteit/Mobiliteit. Thema Energietransitie gaat over het leveren van een bijdrage aan de lokale duurzame energietransitie met focus op warmtenetten, vergroting zonne-energie, smart grids (met focus op inpassing van elektrische mobiliteit), energieneutrale- en positieve gebouwen/wijken en de ontwikkeling van laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. Als Centre of Expertise van de Faculteit Techniek fungeert Urban Technology als linking pin tussen onderwijs, onderzoek en beroepspraktijk.

Jochem Kootstra's picture #Energy
Communication Alliance for a Circular Region (CACR), posted

A wealth of opportunities in the new circular reality

Featured image

Data is the oxygen that the circular economy thrives on: part 1. This article is an initiative of Amsterdam University of Applied Sciences | City of Amsterdam | Amsterdam Economic Board | Amsterdam Smart City | Metabolic | AMS Institute. Together we are working to accelerate the circular economy in the Amsterdam Metropolitan Area, sharing practical stories for and about entrepreneurs and businesses. As a Communication Alliance for a Circular Region (CACR).

We are on the way to the circular economy becoming the new normal. Numerous organisations in the Amsterdam Metropolitan Area are already hard at work on circular initiatives. However, we can only take significant strides and make these initiatives profitable if we are smarter with data. In the first part of this series we will explain what the circular economy really is and the opportunities that it affords us. Scroll down for Dutch!

Less waste, fewer raw materials and a reduction in CO2 emissions

The circular economy is a new economy. As part of it, we consume and produce responsibly, respecting the limits of our planet and keeping an eye on justice and social values. In a circular economy we do not produce waste, but rather re-use existing raw materials on a massive scale and to the highest possible quality. In doing so, we use fewer new raw materials and the value of products, resources and raw materials is preserved within our economic system for as long as possible.

In a circular economy we have moved away from the destructive ‘take-make-waste’ system. We protect the scarce raw materials that we depend upon, for example, for technology and the energy transition. And crucially, in doing so, we help to reduce global CO2 emissions. After all, more than half of global CO2 emissions are now the indirect result of our consumption habits and the associated production of resources and goods. On top of that, our traditional consumption habits have contributed to the exploitation of workers in far-off countries – be it in mining operations or the clothing industry. Another important consideration is that the circular economy can actually boost employment within the region, as more jobs will be created in the repair and processing sector.

Availability of materials

Contributing to the success of a circular economy is not only a socially responsible action and good for your reputation: your entire company can benefit from it. A key example is in securing the availability of resources in the long term and integrating this new, circular way of working into your new or existing business model. By operating in a circular way, your company becomes more future-proof.

For example, by reusing raw materials and products, you are less dependent on complex international logistics chains – a factor that has been of particular relevance during the coronavirus crisis. As a result of the crisis, a large number of production facilities around the world were forced to close, causing international trade to move – temporarily or otherwise – to local markets.

Another important reason to operate with circular principles is that customers – governments, businesses and consumers – will place increasingly higher demands on your company. For example, the City of Amsterdam’s goal is that 10% of its procurement must be circular by the end of 2022, and that all procurement conditions and contracts in the built environment should be circular by the end of 2023. The City is also working on a monitoring platform that uses many types of data to measure the extent to which Amsterdam is already circular, highlighting the areas in which things are going well or need to improve. More and more organisations are also signing up with Inkopen met Impact (‘Procurement with Impact’), an initiative launched by the Amsterdam Economic Board that stimulates circular and sustainable procurement and in which data also plays an important role. The market for circular products is going from strength to strength in the Amsterdam Metropolitan Area: if you are already active in that market, you will find it easier to establish a strong foothold.

Circular chains and circular examples

Larger companies that have already made part of their chains circular have certainly found that they have a strong business case on their hands. Excellent examples include Auping, which gives used mattresses a second life, and Signify, which offers Circular Lighting as a service. In fact, more and more companies are following suit by also offering their products as a service. It is an ideal business model for the circular economy, as customers pay for the use of a product rather than the ownership of it. As a supplier of this service, you are incentivised to produce a sustainable product, parts of which are easily replaceable.

Additionally, there are already many successful companies selling products that consist entirely of recycled materials – consider bags that are upcycled from old fire hoses, or advertising banners or plant pots made from recycled plastic.

Data is essential to the success of the circular economy

Tempering these successes, in 2019 the Netherlands Environmental Assessment Agency noted that it is difficult for new circular initiatives to break through. Indeed, there is still room for improvement. What can help? We believe data is the key. Armed with data, we can monitor the effect of adjustments and connect supply and demand in the circular economy. It is for good reason that data is regarded as the circular economy’s oxygen. In the next article we will explore three reasons for approaching this in a smarter way. Then we will show you what you can do yourself, and share the experiences of other circular businesses.

This article is an initiative of Amsterdam University of Applied Sciences | City of Amsterdam | Amsterdam Economic Board | Amsterdam Smart City | Metabolic | AMS Institute. Together we are working to accelerate the circular economy in the Amsterdam Metropolitan Area, sharing practical stories for and about entrepreneurs and businesses. We invite everybody to join the discussion on amsterdamsmartcity.com.


Dutch Version

Volop kansen in de nieuwe circulaire werkelijkheid

Data zijn de zuurstof van de circulaire economie: deel 1

De circulaire economie wordt het nieuwe normaal. In de Metropool Amsterdam werken tal van organisaties al hard aan circulaire initiatieven. Maar pas als we slimmer omgaan met data, kunnen we écht grote stappen zetten en deze initiatieven winstgevend maken. In deze eerste aflevering van een serie leggen we uit wat de circulaire economie eigenlijk is en welke kansen die met zich meebrengt.

Minder afval, minder grondstoffen, minder CO2

De circulaire economie is een nieuwe economie, waarin we op een verantwoorde wijze consumeren en produceren, met respect voor de grenzen die de aarde ons stelt en oog voor rechtvaardigheid en sociale waarden. In een circulaire economie produceren we geen afval en hergebruiken we op grote schaal bestaande grondstoffen op een hoogwaardige manier. Daardoor gebruiken we minder nieuwe grondstoffen en blijft de waarde van producten, materialen en grondstoffen zo lang mogelijk behouden voor ons economisch systeem.

In een circulaire economie hebben we afscheid genomen van het destructieve take-make-waste-principe. We beschermen schaarse grondstoffen die we bijvoorbeeld nodig hebben voor technologie en de energietransitie. En, ook niet onbelangrijk, we helpen de wereldwijde CO2-uitstoot te verminderen. Nu is namelijk meer dan de helft van de wereldwijde CO2-uitstoot indirect het gevolg van ons consumptiegedrag en de daarbij behorende productie van materialen en goederen. Daarnaast draagt ons huidige consumptiegedrag bij aan de uitbuiting van arbeiders in verre landen, zoals in de mijnbouw of de kledingindustrie. Tegelijkertijd kan de circulaire economie juist zorgen voor een nieuwe impuls van de werkgelegenheid in de regio, doordat er meer banen nodig zijn binnen de reparatie- en verwerkingssector.

Beschikbaarheid materialen

Werken aan een circulaire economie is niet alleen maatschappelijk verantwoord en fijn voor je reputatie: je hele bedrijf profiteert ervan. Je verzekert jezelf namelijk van de beschikbaarheid van materialen op de lange termijn en integreert die nieuwe, circulaire werkwijze in je bestaande of nieuwe businessmodel. Je bedrijf is dus toekomstbestendiger als je circulair gaat opereren.

Bijvoorbeeld omdat je door grondstoffen en producten her te gebruiken, minder afhankelijk wordt van complexe internationale logistieke ketens — wat door de huidige coronacrisis extra interessant is. Als gevolg hiervan lagen er wereldwijd immers flink wat productiefaciliteiten noodgedwongen stil en verplaatst de internationale handel zich (al dan niet tijdelijk) naar lokale afnemers.

Een andere belangrijke reden om circulair te gaan opereren is dat klanten, klanten — overheden, bedrijven én consumenten — steeds hogere eisen aan je stellen. Zo wil de gemeente Amsterdam dat in 2022 tien procent van de inkoop circulair is en dat in 2023 alle inkoopvoorwaarden en -contracten in de gebouwde omgeving circulair zijn. Ook werkt de gemeente aan een monitor die allerlei data gebruikt om te meten in hoeverre Amsterdam al circulair is en op welke vlakken het wel of juist niet goed gaat. Daarnaast sluiten steeds meer organisaties zich aan bij Inkopen met Impact, een initiatief van de Amsterdam Economic Board dat circulair en duurzaam inkopen stimuleert, ook daarbij speelt data een belangrijke rol. Binnen de Metropool Amsterdam groeit de markt voor circulaire producten dus rap: als je nu al actief bent op die markt is het makkelijker om daar een stevige positie te verwerven.

Circulaire ketens en circulaire voorbeelden

Grote bedrijven die een deel van hun ketens circulair hebben gemaakt hebben al een goede business case in handen. Neem Auping, dat matrassen een tweede leven geeft, en Signify, dat met Circular Lighting verlichting als dienst aanbiedt. Ook steeds meer andere bedrijven bieden hun producten ‘as-a-service’ aan. Het is een ideaal business model voor de circulaire economie. Klanten betalen dan voor het gebruik van het product, in plaats van voor het bezit ervan. Als leverancier van deze dienst heb je dus een extra prikkel om een duurzaam product te maken, waarvan onderdelen goed vervangbaar zijn.
Daarnaast zijn er al flink wat succesvolle bedrijven die producten verkopen die volledig uit hergebruikte materialen bestaan. Denk aan tassen gemaakt van oude brandweerslangen of reclamedoeken of plantenbakken van gerecycled plastic.

Data belangrijk voor succes circulaire economie

Het Planbureau voor de Leefomgeving stelde vorig jaar echter vast dat nieuwe circulaire initiatieven maar moeilijk doorbreken. Het kan dus nog beter. Hoe? Met data. Met data kunnen we het effect van aanpassingen monitoren en vraag en aanbod in de circulaire economie aan elkaar verbinden. Niet voor niets worden data ook wel de zuurstof van de circulaire economie genoemd. In het volgende artikel geven we je drie redenen om hier slimmer mee om te gaan. Daarna laten we zien wat je zelf kunt doen en delen we de ervaringen van circulaire ondernemers.

Deze artikelenreeks is een initiatief van Hogeschool van Amsterdam | Gemeente Amsterdam | Amsterdam Economic Board | Amsterdam Smart City | Metabolic en AMS Institute. Samen willen zij de circulaire economie in de Metropoolregio Amsterdam versnellen met praktische verhalen voor en over ondernemers en bedrijven. We nodigen iedereen uit mee te doen met de discussie op amsterdamsmartcity.com

Communication Alliance for a Circular Region (CACR)'s picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

EEN BRUISENDE STADSWIJK VRAAGT OM INNOVATIEVE LOGISTIEK

Living labproject CILOLAB onderzoekt met studenten logistieke concepten voor een gebied in ontwikkeling

In het Klimaatakkoord staat een serieuze ambitie: in 2025 moeten 30 tot 40 gemeenten een zero-emissiezone hebben voor stadslogistiek. Het Universiteitskwartier in de historische binnenstad van Amsterdam leent zich voor een nieuwe inrichting van de logistiek. De druk op deze wijk neemt toe door een mix van wonen, werken, studeren én recreëren. ‘Wij onderzoeken samen met studenten logistieke oplossingen’, aldus Susanne Balm, onderzoeker in het living labproject CILOLAB bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA). ‘Oplossingen die bijdragen aan efficiëntere, slimmere en schonere stadslogistiek.’

STUDENTEN ANALYSEREN DATA TOT LOGISTIEKE CONCEPTEN
Balm: ‘Wij analyseren samen met studenten de verwachte logistieke bewegingen in het Universiteitskwartier: hoeveel voertuigen en hoe vaak. Maar ook: wat voor producten, orders, verpakkingseenheden, zendingen en volumes komen voorbij, en wat is de herkomst? Daarnaast willen we patronen beter begrijpen, zoals fluctuaties en piekmomenten van bevoorraden.’ Studenten van Logistiek, Bedrijfskunde en Toegepaste Wiskunde helpen de data te verzamelen bij medewerkers en leveranciers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en te analyseren in sprints van zes weken. Sprint voorbij? Dan gaat een volgende groep studenten verder met de huidige stand van data. ‘Ook gaan we in gesprek met alle stakeholders’, vertelt een student. ‘We willen daarmee begrip, belang en invloed per stakeholder in kaart brengen.’

‘We zitten nu middenin de tweede sprint’, vertelt Balm. ‘Daarin laten we studenten en professionals uit de praktijk meedenken in nieuwe logistiek concepten die efficiënter, slimmer en schoner zijn voor dit specifieke gebied - hoe vaak goederen aanleveren, vanaf waar bundelen en hoe dan verder naar eindontvanger? In sprint drie gaan we een beperkt aantal van die concepten verder uitwerken. Ook stellen we dan specifieke vragen als: wat betekent dit voor de medewerkers? Vanaf welk logistiek punt moeten ze bundelen om daarna over te stappen op een uitstootvrij voertuig? Wat vinden ze daarvan? En uiteindelijk betrekken we ook bewoners en andere ondernemers, om het complete ecosysteem af te vangen.’

UNIVERSITEITSKWARTIER MOET EFFICIËNTER
Het Universiteitskwartier is de nieuwe binnenstadscampus van de UvA, waar theater, aula, winkels en diverse horecapunten gaan samenkomen. Het is naast een lastig bereikbaar gebied, ook kwetsbaar: kades storten er letterlijk in. En de partijen hebben elk hun eigen goederenstromen. Via hun inkoopgedrag zijn zij in staat nieuwe logistieke oplossingen te creëren. Namelijk door leveranciers te stimuleren en te faciliteren om goederenstromen te bundelen en door te kiezen voor uitstootvrij vervoer naar, van en op de campus.

‘Stadsgebieden in ontwikkeling worden drukker, en daarmee logistiek uitdagender. Maar ze bieden ook kansen om nieuwe logistieke concepten hand in hand te laten gaan met de ontwikkelingen, aldus Balm. Om die oplossingen te kunnen ontwerpen, is meer kennis nodig van de verwachte goederenvolumes en leverfrequenties. De logistieke vraag bepaalt de benodigde faciliteiten voor goederenontvangst, voorraad en distributie op de campus. Van glazenwassers tot vending machines en horeca.’

LIVING LAB CILOLAB
De HvA onderzoekt binnen het living labproject CILOLAB de rol van grote inkopers bij het stimuleren van schoon vervoer. Grote organisaties zoals gemeenten, onderwijsinstellingen en kantoorbedrijven genereren veel logistieke bewegingen in steden voor de levering van kantoorartikelen, catering, onderhoud en het inzamelen van afval. ‘Wij vinden dat er een ecosysteem gecreëerd moet worden waarin gemeente, leveranciers, hubexploitanten, kennisinstellingen en logistieke dienstverleners met elkaar samenwerken om efficiëntere logistiek te organiseren.’

https://www.cilolab.nl/
https://www.hva.nl/urban-technology/over-ut/over-ut.html

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Research accelerates the sustainability of heating

AUAS contributes to accelerated roll-out of sustainable low-temperature heating networks in HeatNet project

The international research project HeatNet is all about making heat more sustainable. Less use of natural gas and more use of sustainable heat sources such as the residual heat from data centres. The project aimed to accelerate the roll-out of heating networks in urban areas. And that has been a success! Not only have new heating networks been developed in six European cities, the participating partners have gained knowledge about operating smartly in complex urban transitions. The professors and researcher involved from the Amsterdam University of Applied Sciences (AUAS) talk about the approach and the insights gained.

The role of the AUAS in the research project involves leading evaluations. During six evaluation meetings over three years, the partners reflected on their process of learning from each other and helping each other move forward. Professor of Energy and Innovation, Renée Heller: “As an evaluator, we not only wanted to determine how it went afterwards. But in accordance with the aim of this Interreg project – transnational learning – we embarked on a continuous learning process with each other.”

ON THE SHOULDERS OF GIANTS
This helps the pilot partners gain insights and build on each other’s discoveries. Frank Suurenbroek, professor of Spatial Urban Transformation: “In such complex transition projects, there is so much to consider. This process-based evaluation approach helps you gain insight into the issues you are facing. Such transitions are not a linear process and the insights cannot always be translated directly to other projects. But this approach does make complex processes navigable. It offers pathways for innovation that you can consider.”

The researchers translated this knowledge into various publications and guides, which have been made available to parties dealing with the roll-out of a heating network. Suurenbroek: “The Stakeholder Guide is also interesting for all parties that work on complex urban transitions.” Lecturer-researcher Egbert-Jan van Dijck was responsible for the development of the Stakeholder Guide.

“The heat transition requires an innovation at system level. Therefore, we carried out an extensive stakeholder analysis at meso-level,” explains Van Dijck. “It not only provides an impression of the individuals and organisations involved at the energy sector level, but also of their role in the chain, their interests and concerns. This step towards a situational analysis has enabled us to outline a holistic picture and carry out an in-depth analysis of barriers to the development of the new generation of heating and cooling networks in terms of finance, legislation and regulations and organisation.”

INVOLVING STUDENTS
“We are further expanding this analysis for education.” Van Dijck: Besides the human elements, we also analyse non-human elements, such as buildings, technologies, infrastructure, energy sources and subsurface. These are just as important in determining the situation as the human elements. For example, the pipes for a heating network cannot be laid through a river or a railway track. You need to be aware of these barriers.” Instead of just the people or the stakeholders, students see a much more complete situation at a glance. This goes for fourth-year students as well as second-year students.

Heller: “Several students have used this project for their graduation thesis. Students have even travelled to Ireland on their own initiative to learn more about the energy and heating situation there and to interview partners.”

ROLL-OUT OF HEATING NETWORKS
“There is a lot involved in creating a heating network,” says Heller. “Considering the complexity, it is unusual and significant that all six partners have succeeded in doing so in such a short space of time. It would be a shame not to use the valuable sources of heat available in a country. Data centres, for example, have a huge amount of heat left over. The roll-out of one heating network to multiple heating networks helps us to use available heat sources to increase sustainability and reduce our CO2 emissions.”

INTERDISCIPLINARY AND CROSS-THEMATIC
The HeatNet project is a good example of interdisciplinary collaboration between two research groups with different specialist knowledge. Frank Suurenbroek: “While the implementation of a heating network may appear to be a technical project, it is also an urban transformation process.” Heller adds: “Urban transition involves projects in which taking the energy leap seems the obvious choice, but where there is still little attention for the heat transition, while a great opportunity exists in that respect. Through our collaboration, we have seized that opportunity.”

Jochem Kootstra's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Amsterdam op weg naar een klimaatadaptieve stad

Hoe bereiden we Amsterdam voor op het klimaat van nu en morgen? De gemeente ziet risico’s én kansen in klimaatverandering en extreem weer. Tijdens het ‘Road to Climate Adaptation Summit’-webinar spraken onder andere Cora van Nieuwenhuizen (minister van Infrastructuur en Waterstaat), Joris Ivens (wethouder gemeente Amsterdam) en Tom Schoenmaker (Hogeschool van Amsterdam en Waternet) over innovatief klimaatwerk in uitvoering. Het HvA-project De infiltrerende stad was daar een van. Met als doel: wereldwijd inspireren.

Bekijk webinar: https://youtu.be/6caDW-B0iF0

Minister Van Nieuwenhuizen opende het webinar met de noodzaak snel te handelen: ‘We zien de effecten om ons heen: droogte, overstromingen, vaker storm, opwarming van de aarde en zeespiegelstijging. We zitten nú in de penarie, dus we moeten ook nú wat doen.’ De woorden werden versterkt door wethouder Joris Ivens door de mens centraal te zetten: ‘De mens is onderdeel van de natuur, maar helaas verpesten we die natuur ook heel snel. Daarom moeten we klimaatverandering tegengaan en strijden voor een klimaatbestendige samenleving. Dat doen we als stad door allemaal innovatieve projecten te starten.’

INFILTRERENDE BESTRATING: WERELDWIJDE INNOVATIE
Een van die innovatieve projecten die tijdens het webinar werd behandeld om kennis en ervaring wereldwijd te delen, is het HvA-project omtrent infiltrerende bestrating. Met die bestrating voorkom je namelijk wateroverlast en kan je water bewaren voor droge periodes. Klimaatadaptief en volledig circulair. Projectleider Ted Veldkamp: 'Met infiltrerende bestrating kan regenwater beter weg lopen in de grond. Het water gaat door poreus gemaakte stenen of door de brede voegen die tussen de stenen liggen. Bovendien houdt het systeem dat onder de bestrating wordt aangelegd het water langer vast. Hiermee ontlasten we het riool, verhogen we de opvangcapaciteit en gebruiken we dat water voor planten en bomen.'

PROEF IN DE KROMME MIJDRECHTSTRAAT IN AMSTERDAM
De infiltrerende bestrating is inmiddels al uitvoerig en succesvol getest. Zo ook op de Kromme Mijdrechtstraat in Amsterdam. Onderzoeker en uitvoerder Tom Schoenmaker: 'Onder de grond zijn allerlei sensoren aangebracht in putjes. Daarmee meten we de waterstand. We kunnen gerelateerd aan een bui meten hoe de water door het constructie trekt. Daarnaast zitten de sensoren in de riolering, waarmee we precies kunnen zien hoeveel water waar terechtkomt. Daarnaast meten we ook met peilbuizen de grondwaterstand, om te weten in hoeverre die wordt aangevuld. En dat is heel interessant in relatie tot droogteproblemen, zoals droogvallende funderingen en bomen die onvoldoende water krijgen.'

De proeven worden in november opgeschaald met behulp van HvA-studenten van de minor Klimaatbestendige stad. Met de kennis die zij tijdens de minor opdoen, voeren zij de testen samen met de onderzoekers uit.

EEN CIRCULAIRE BESTRATING
Voor de bestrating is gebruik gemaakt van diverse innovatieve producten. Zo wordt onder andere de Zeer Open Afval Keramiek-klinker (ZOAK) toegepast. Deze klinkers fungeren met hun absorberende werking als een spons die water opneemt, vasthoudt en weer doorlaat. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een AquaBASE fundering, die zorgt dat het water wordt gefilterd en opgevangen. Zowel de klinker als de fundering bestaan uit circulaire materialen. De klinkers zijn gemaakt van keramisch afval en voor de fundering is het residu van verbrand restafval gebruikt. Dat biedt weer extra waarde om klimaatveranderingen tegen te gaan.

Webinar en Klimaatwerk in uitvoering
Het praktijkonderzoek maakt deel uit van het project Klimaatwerk in uitvoering. HvA werkt daarin samen met partners Building Changes en MKB INFRA.
Het webinar is onderdeel van een serie events omtrent een klimaatadaptief Amsterdam, op weg naar de internationale Climate Adaptation Summit op 25 januari 2021. Hier presenteren leiders van over de hele wereld gezamenlijk een agenda met concrete acties die de wereld voorbereiden op klimaatverandering, om weerbaarder te zijn tegen het jaar 2030.

https://www.hva.nl/urban-technology/gedeelde-content/nieuws/nieuws/2020/11/amsterdam-op-weg-naar-een-klimaatadaptieve-stad.html

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Repurpose: kinderwagen wordt zeepkist

HvA-studenten werken samen met bedrijven aan een nieuwe bestemming voor gebruikte producten en materialen.

Gebruikte stoffen van een tentoonstelling uit het Rijksmuseum en Bugaboo-kinderwagens waar de kinderen niet meer in passen. Het zijn materialen en producten die te waardevol zijn om weg te gooien na gebruik. We kunnen ze namelijk een herbestemming geven. Dat weten HvA-studenten Product Ontwerpen maar al te goed: zij deden in samenwerking met bedrijven onderzoek naar nieuwe ontwerp-, productie- en businessmodelstrategieën voor dit soort ‘Repurpose’-toepassingen. “Laten zien wat er allemaal mogelijk is, dat levert inspiratie op!”

CIRCULAIR PRODUCT ONTWERPEN
Een (deel van een) object opnieuw gebruiken met een ander doel, dat is Repurpose. Het is een interessante optie voor reststromen die te waardevol zijn voor recycling of zelfs verbranding. Bij Repurpose gaat de waarde, die in het productieproces of tijdens de gebruiksfase aan het materiaal is toegevoegd, niet verloren. De unieke vorm, kleur of samenstelling van een voorwerp wordt bijvoorbeeld behouden in een nieuw product.

De leerroute ‘Product Ontwerpen’ is verbonden aan het lectoraat Circulair ontwerpen en ondernemen, waarin Repurpose centraal staat. De nieuwe lichting afstudeerders ontwierpen verrassende circulaire producten, en presenteerden hun resultaten in een interactieve digitale sessie aan hun opdrachtgevers: onder andere Rijksmuseum en Bugaboo.

BUGABOO-KINDERWAGEN WORDT BOLDERKAR
Kinderen groeien al snel uit de kinderwagen. Zonde, het zijn prijzige producten die je maar kort gebruikt. Met die gedachte werkte Bugaboo (producent van duurzame kinderwagens) samen met HvA-student Stern Gelein om een nieuw leven te geven aan de kinderwagen. Stern: “Ik heb van de Bugaboo Bee-kinderwagen een bolderkar gemaakt, voor wanneer de kinderen groter worden. Daarmee blijft Stern dichtbij de doelgroep, branding en markt. En dat wordt gewaardeerd door Bugaboo. “Naast dat de materialen worden hergebruikt, levert het nieuwe handel op. En nog een leuke bijkomstigheid: de tweedehandsmarkt van Bugaboo-producten wordt er kleiner door.” Aldus Mark Lepelaar, projectleider Repurpose.

De bolderkar is gebaseerd op het wiegje en 12 inch-wielen van de kinderwagen. Het onderstel is gemaakt van multiplex. De wagen kan compleet verkocht worden of geheel in lijn met de circulaire transitite: als een ombouwset voor de Bugaboo Bee-wieg van de klant zelf.

MEER BEWUSTWORDING CREËREN
HvA-afstudeerder Janne Jansen werkte samen met duurzaam bouwatelier Fiction Factory om stofresten die vrijkomen bij de productie in de stoffeerafdeling nieuwe waarde te geven. Maar ook om dit te verminderen. Tijdens het onderzoek kwam uit het project van de Rijksmuseum -tentoonstelling Caravaggio Bernini 800 meter reststof tevoorschijn en deze heeft Fiction Factory opgeslagen uit liefde voor het materiaal. Om dit productieafval in de toekomst te verminderen heeft Janne haar onderzoek hier op gericht.

Janne: “Ik heb het stappenplan ‘De kunst van het oplappen’ gevisualiseerd op een poster. Dit begint bij goede communicatie en keuzes bij alle betrokken partijen. Van te voren bepalen hoeveel stof je écht nodig hebt om reststoffen te voorkomen, is daar een van. Zijn die er toch? Dan helpt mijn stappenplan ook bij het correct inzichtelijk maken hiervan, van materiaal wegen tot documenteren en opslaan. Daarna behandel ik nog het bepalen van de waarde van de reststoffen en hoe je die uiteindelijk kunt toepassen.”

EDUCATIEPROJECTEN
De stoffen van het Rijksmuseum worden nu gebruikt in twee educatieprojecten waarbij studenten aan de slag gaan om deze her te gebruiken in onder andere de stoffering van poefjes naar ontwerp van Miranda Groen. Alles in samenwerking met studenten. “Het stappenplan dient in de basis voor elke afdeling in ons bedrijf en alle andere ondernemingen die met reststromen te maken heeft,” zegt Marije van Fiction Factory. “Met name het visuele aspect van het stappenplan is erg waardevol. De tastbaarheid maakt de opties overzichtelijker en keuzes makkelijker.”

FEEDBACK UIT DE PRAKTIJK
Alle digitaal aanwezige vakpartners zijn lovend over de waarde van Repurpose, maar zien ook uitdagingen. “Bewustwording is een ding”, aldus Marije van Fiction Factory. “In het geval van reststromen documenteren en opslaan, moet er wel bereidheid zijn bij medewerkers. Het kost extra werk, tijd, geld. Dat is extra lastig bij grote bedrijven die moeten communiceren tussen meerdere afdelingen. Er is een interne of externe prikkel nodig om die mindset te veranderen. Het vergt een lange adem.”

“Daarnaast ligt er een kans voor ons om een netwerk in Amsterdam te creëren om circulaire ambities bij elkaar te brengen en te versterken”, sluit Inge Oskam af, lector Circulair ontwerpen en ondernemen. Instanties die bezig zijn met Repurpose-toepassingen werken nu vaak nog versplinterd, terwijl ze samen de circulaire transitie verder kunnen brengen.

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Tom de Munck, Content Marketeer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

DIGITAL TWIN, A PROMISING THING? – FREE WEBINAR

Featured image

Free Digital Twin webinar. Interesting speakers explain how this promising technology helps their organizations. 29 October, 16:00 - 17:30 CEST

In 2019, global research and advisory company Gartner listed Digital Twin as a key strategic technology trend. The idea of a digital twin, a virtual representation of an object, a person or processes, is not new. But the application of advanced big data analytics and AI might turn it into a truly disruptive technology. What happens when digital twins are linked to the real world, real people, real processes real time for monitoring and control?

Will we be in control, or will digital twins control us?
- How do we interact with digital twins?
- Who will be using the technology and for what purposes?
- Which companies are the driving forces behind the Digital Twin technology?
- How can we develop Digital Twins that will make the world a better place?
- How can we use Digital Twin technology to reach the UN sustainable development goals?
These questions are underlying the new DSS track, Digital Twin.

NEW TRACK DIGITAL TWIN
In the next three years, we will look into the nearby future. Using speculative design approach we will paint a picture of how digital twin technology will affect our lives and the world we live in. We are looking at digital twins from various industries in health care, life sciences, energy transition, fashion, architecture gaming.

To celebrate this new track, we organise a free kick off webinar about Digital Twin. We invited promising speakers to introduce us to the topic of Digital Twin and explain how this technology helps their organizations.

SPEAKERS:
ELLEN TER GAST | DIGITAL TWIN TRACK AMBASSADOR
GER JANSSEN | PHILIPS TECHNOLOGY
GOHAR SARGSYAM | CGI
AMIR H. SADEGHI M.D., M.SC. | ERASMUS MC FOR HEALTH
AMBER JAE SLOOTEN | FASHION TECH
MICK JONGELING | DUTCH DESIGN RESEARCHER
MARCO VAN HOUT | DIGITAL SOCIETY SCHOOL

View all speaker bio's on our website: [https://digitalsocietyschool.org/event/digital-twin-a-promising-thing-webinar/](https://digitalsocietyschool.org/event/digital-twin-a-promising-thing-webinar/ "https://digitalsocietyschool.org/event/digital-twin-a-promising-thing-webinar/")

➡️ Join us on October 29, 16:00 – 17:30 CEST.

Tom de Munck's picture Online event on Oct 29th