News
for you

Roelof Hellemans, posted

Siemens Mobility bouwt landelijk MaaS-platform Rivier NS, RET en HTM zetten in op digitale ontsluiting van heel Nederland

NS, RET en HTM laten
hun landelijke MaaS-platform bouwen door Siemens Mobility. Het platform maakt het mogelijk om een reis met verschillende vervoermiddelen in één keer online te plannen, boeken en betalen. RET-directeur Maurice Unck namens Rivier, de joint venture van de drie partijen: “Na de pandemie verandert ons reisgedrag.

We reizen, werken en leren flexibeler: in tijd, plaats en keuze van het
vervoermiddel. Daarom investeren we juist nu in de beste reismogelijkheden voor de consument. We willen de drempel verlagen om een reis met meerdere
vervoermiddelen eenvoudig digitaal te plannen, boeken en betalen. Daarom roepen
we alle Nederlandse mobiliteitsaanbieders op om zich aan te sluiten.”

 Naar verwachting zien
in het najaar de eerste apps van MaaS-providers het licht waarmee consumenten
hun multimodale reis in heel Nederland kunnen plannen.

Stel: je wil
graag bij een vriend, een klant of iemand anders op bezoek en gemakkelijk weten
hoe je daar het snelst bent en hoeveel dat kost. Hoe krijg je dat voor elkaar?
Je kunt kijken of er files zijn, een deelauto boeken, uitzoeken of het OV goed
werkt, nadenken over de fiets als alternatief en meer. Maar een reis
samenstellen waarbij deze verschillende vervoermiddelen van
mobiliteitsaanbieders optimaal worden ingezet, moet je nu nog helemaal zelf
doen. Dat is best een complexe puzzel die veel mensen liever overslaan. Terwijl
juist de combinatie van vervoermiddelen je als reiziger veel tijdwinst en
bewegingsvrijheid oplevert. Daarnaast helpt zo’n combinatie onze infrastructuur
zo goed mogelijk te benutten.

 Reisopties in één
keer zichtbaar, één keer afrekenen

Met het nieuwe platform
is het straks voor consumenten veel makkelijker om gebruik te maken van
beschikbare vervoermiddelen. Het platform kan verbonden worden met al bestaande
apps van MaaS-providers zoals de NS, RET, HTM. Maar het platform kan ook andere
bestaande apps en nieuwe apps bedienen. De snelheidswinst zit ‘m erin dat alle
afzonderlijke vervoersmogelijkheden op de route in één keer inzichtelijk
worden. Maak je bijvoorbeeld graag gebruik van een deelscooter of reis je
liever per trein of metro? De app houdt rekening met ieders persoonlijke
voorkeuren en past het advies daarop aan. Bovendien is er geen gedoe met
verschillende vervoersbewijzen en de betaling ervan: ook dat regel je heel
makkelijk vanuit je favoriete app of website.

Toegankelijk voor alle mobiliteitsaanbieders:

De initiatiefnemers
willen de mobiliteitsdiensten van zoveel mogelijk aanbieders in Nederland
samenbrengen. Of het nu gaat om taxibedrijven of deelfietsen, e-scooters of
zelfs particuliere automobilisten. Hoe meer partijen hun diensten aanbieden,
hoe beter het écht mogelijk wordt om heel Nederland digitaal te ontsluiten.
Aanbieders profiteren van het gemak van eenmalig laagdrempelig aansluiten en
hebben direct een landelijk bereik te met een platform dat doorontwikkeld is om
de klantbeleving te optimaliseren. Daarom roepen de initiatiefnemers alle
aanbieders op om zich aan te sluiten.

Roelof Hellemans's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Amsterdamse daken kleuren groen

Daktuinen en een waterberging op gebouwen: HvA-project RESILIO creëert ‘slimme groenblauwe daken’ voor klimaat- en toekomstbestendige steden.

Wanneer je na tientallen trappen het hoogste punt van het Benno Premselahuis van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) betreedt, word je beloond: een daktuin met diverse planten en bloemen, grindpaden en een bankje om van de omgeving te genieten. Het is een voorbeeld van project RESILIO, dat 10.000 m2 aan Amsterdamse daken van hete zwarte vlaktes gaat veranderen in koele plantsoenen vol biodiversiteit. Én slimme technologieën. Want de zogeheten ‘slimme groenblauwe daken’ dienen niet alleen als stadsnatuur, ze bieden technische oplossingen om onze steden klimaat- en toekomstbestendig te maken.

Groenblauwe daken

Het regent steeds vaker en harder, terwijl het ook heter wordt. Met als gevolg: regelmatig natte sokken en vaker hittestress. De slimme groenblauwe daken van RESILIO bieden een uitweg. Onder de laag van planten op het dak wordt extra regenwater opgevangen. Dit water wordt door een slimme klep, de stuw, vastgehouden of geloosd op basis van de weersvoorspellingen. Door het opvangen van het water kunnen de daken dus ook langer vocht verdampen tijdens hitte en droogte, waardoor het koeler blijft binnenshuis en in de buurt. En net zo belangrijk: de daken geven ruimte aan nieuwe natuur. Dat is goed voor de biodiversiteit in de stad. De bijen hebben het groen op het Benno Premselahuis van de HvA al gevonden.

HET DAK OP TEGEN HITTESTRESS

De eerste resultaten zijn veelbelovend. ‘Traditionele zwarte daken worden in de zomer al snel 50-60 graden. Het blauwgroene dak op het Benno Premselahuis warmt op tot ongeveer 30 graden.’ Aldus Anna Solcerova, onderzoeker van Centre of Expertise Urban Technology. Zij test sinds afgelopen zomer het verschil van de effecten op hittestress en leefbaarheid tussen de traditionele en blauwgroene daken.

Het verschil van 30 graden op het dak heeft direct positief effect binnenshuis, maar één blauwgroen dak maakt de buurt niet meteen hittebestendig. ‘Ik woon zelf in het grootste stedelijke hitte-eiland Den Haag, waar wijken dichtgebouwd staan met zwarte daken’, zegt Solcerova. ‘Het is daardoor zomers extra heet! Wanneer een hele wijk groen kleurt, ga je echt positief effect merken.’

SLIMME GROENBLAUWE DAKEN IN VIJF AMSTERDAMSE BUURTEN

Daarom is opschaling essentieel. Na het HvA-dak zijn de eerste blauwgroene daken op corporatiewoningen in Oosterparkbuurt en Kattenburg gelegd. En binnenkort volgen de daken in drie andere Amsterdamse buurten: Indische Buurt, Slotermeer en Rivierenbuurt. ‘Zo kunnen we de effecten op hittestress in een hele wijk meten en verschillende dakconstructies testen. In de Oosterparkbuurt doe ik nu metingen op een complex waarvan we de helft groenblauw hebben gemaakt en de andere helft zwart is gebleven. Zo kunnen we direct conclusies verbinden aan het verschil in temperatuur op één dak dat te maken heeft met dezelfde (weers)omstandigheden. En terwijl het ene dak traditioneel zwart is, hebben andere buurten daken met grijze, korrelige steentjes. Die diversiteit aan type daken geeft ons een completer beeld voor analyses.’

WATER GELEIDELIJK LOZEN IN DE STAD

Naast het meten van hittestress door de HvA, analyseert de Vrije Universiteit  (VU) het waterbeheer op dezelfde daken. De proeftuin op het HvA-dak kan liefst 30.000 liter regenwater vasthouden. Belangrijk is om te weten wanneer precies het vastgehouden water in de stad te lozen. ‘Je wilt dat doen wanneer er geen regenbuien worden verwacht, maar dat is in Nederland vaak moeilijk te voorspellen’, verklaart Solcerova. ‘Daarnaast wil je geen water verliezen dat nodig is om de planten op het dak levend te houden. Zij analyseren onder andere de werking van de stuw.’

De wethouder van Amsterdam, Laurens Ivens, omarmt de vergroening van de daken in zijn stad: ‘Deze manier is heel erg goed om te voorkomen dat een gebouw heel erg warm wordt in de zomer, maar het voorkomt ook dat al het water in een keer op het riool komt, wanneer er heel veel neerslag valt.’ Ook de bewoners van de vijf Amsterdamse buurten verwelkomen de nieuwe daken: ‘Zo wordt het koeler in de zomer, en lekker warm in de winter!’ (Een item op NOS  vertelt je er meer over)

INTERNATIONALE SAMENWERKING

Naast de metingen over de effecten van de daken op het klimaat, leefbaarheid en gezondheid, onderzoekt RESILIO ook of de effecten opwegen tegen de kosten. De bevindingen bepalen hoe verder te gaan met deze innovatie. De opgedane kennis en ervaring worden met andere Europese steden gedeeld. Zo kan de techniek en het proces ook over de grens toegepast worden. Volg de ontwikkelingen op de website van RESILIO .

RESILIO staat voor Resilience Network of Smart Innovative Climate-Adaptive Rooftop. Het is een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, Waternet, MetroPolder Company, Rooftop Revolution, Hogeschool van Amsterdam (HvA), Vrije Universiteit Amsterdam (VU), Stadgenoot, de Alliantie en De Key. Het project wordt mede gefinancierd uit het ERDF fonds van de Europese Unie via het Urban Innovative Actions programma.

Meer informatie

Artikel groene daken
Projectpagina RESILIO
Centre of Expertise Urban Technology
Transitiethema Designing Future Cities
Twitter, LinkedIn en Facebook

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Eline Meijer, Communication Specialist , posted

Metropolitan Mobility Podcast met Maurits van Hövell: van walkietalkies naar het Operationeel Mobiliteitscentrum

Featured image

“Voorheen werd er gewoon rondgebeld: ‘Wij zitten in de instroom van de ArenA. We hebben nu 20.000 man binnen. Hoe gaat het bij jullie op straat?’” In de achtste aflevering van de serie A Radical Redesign for Amsterdam, spreken Carin ten Hage en Geert Kloppenburg met Maurits van Hövell (Johan Cruijff ArenA). Hoe houdt je een wijk met de drie grootste evenementenlocaties van het land, bereikbaar en veilig? Ze spreken elkaar in het Operationeel Mobiliteitscentrum over de rol van de stad Amsterdam, data delen en het houden van regie. A Radical Redesign for Amsterdam wordt gemaakt in opdracht van de Gemeente Amsterdam.

Luister de podcast hier: http://bit.ly/mvhovell

Eline Meijer's picture #DigitalCity
Francien Huizing, Program and Communication Manager at Amsterdam Smart City, posted

Wicked Update - Eye opener workshop ‘bewuste mobiliteitskeuzes’.

Featured image

Het Wicked Problem traject binnen Amsterdam Smart City richt zich op het op tafel krijgen en houden van complexe vraagstukken. We adresseren achterliggende barrières en afhankelijkheden om een andere kijk op het vraagstuk te krijgen en daarmee ook zicht op passende oplossingen.

Het Wicked Problem team is aan de slag gegaan met het vraagstuk van de Johan Cruijff ArenA: Hoe behouden we bewuste mobiliteitskeuzes ook post corona? Gedragsverandering bleek een achterliggende barrière zijn. Om nieuwe perspectieven op dit aspect van gedragsverandering te krijgen en daarmee anders tegen het vraagstuk van bewuste mobiliteitskeuzes aan te kijken hebben Drift en RHDHV een zogenaamde ‘eye opener’ workshop begeleid. Door perspectieven van buitenaf op gedragsverandering creëren we nieuwe inzichten op het vraagstuk van Maurits van Hövell, consultant mobility & environment bij de ArenA.

Behaviour Change Wheel
Het eerste perspectief kwam van Lieve van den Boogaard, projectmanager Healthy ‘R. Lieve: ‘mensen zijn niet zo rationeel als we denken. Het idee vanuit de overheid is vaak dat als we de juiste informatie geven en werken met subsidies en/of boetes dat dit voldoende is, maar dit blijkt meestal niet het geval.’ Voordat je over mogelijke oplossingen gaat nadenken zijn de volgende twee stappen belangrijk:
• Het vraagstuk afpellen.
Als je echt gedrag wil veranderen, maak het dan zo klein mogelijk. Wat wil je zien bij wie, waar en wanneer?
• Achterhalen wat motivaties en belemmeringen zijn van verschillende doelgroepen.
Het model dat je hiervoor kunt gebruiken is het Behaviour Change Wheel. Gedrag wordt bepaald door Capaciteit (fysiek, psychologisch), Gelegenheid (fysiek of sociaal) en Motivatie (intrinsiek, automatisch). Pas als je weet in welke vlakken je doelgroep zit, kan je kijken naar mogelijke oplossingen.

Haar voorbeeld over stoppen met roken geeft bijvoorbeeld aan dat het achterliggende issue stress is. Stress verlagen blijkt een voorwaarde om rookgedrag te kunnen veranderen en ook een betere ingang om het gesprek aan te gaan.
Invloedstrategieën

Het tweede perspectief kwam van Koen van ’t Hof, gedragsexpert en werkzaam bij programma Fiets van de gemeente Amsterdam. Hij gebruikt 3 stappen: gedrag selecteren; gedrag verklaren; en gedrag beïnvloeden. Hij liet ons zien welke strategieën je in kunt zetten om invloed te hebben op gedrag:
• Educatie; vergroten van kennis en begrip
• Overtuiging;
• Beloning / dwang;
• Training; vergroten van vaardigheden van je doelgroep
• Beperking; regels gebruiken om doelgedrag aantrekkelijk te maken en alternatieven minder aantrekkelijk.
• Omgeving aanpassen;
• Modeling; voorbeeld figuren inzetten;
• Facilitering

Hieruit blijkt ook dat er meerdere disciplines nodig zijn om gedragsverandering tot stand te brengen: Vanuit de groep kwam nog de aanvulling van het model van Cialdini.

Sociale aspecten
Het laatste perspectief kwam van Peter van Vendeloo van bureau WeThePeople die ons het geheim van de Bob campagne onthulde. In essentie gaat de Bob campagne over vriendschap. Hoe lossen we het probleem van rijden en drinken in harmonie met elkaar op? In de campagne wordt niet de confronterende vraag gesteld, maar juist de ’vriendenvraag’. Het vriendschapsgevoel van de campagne bleek een enorm belangrijke driver van acceptatie van de boodschap en de driver om het gedrag te veranderen. Degene die nuchter achter het stuur ging zitten kreeg binnen de groep een belangrijke en gewaardeerde rol en dat bleek achteraf een belangrijke driver.

Zijn belangrijkste les: praat met de doelgroep en let sterk op sociale aspecten.

Eye openers
In verschillende groepen gingen we in gesprek over de eye openers die deze perspectieven opleverden. De nieuwe inzichten die Maurits van de ArenA uit deze workshop opdeed: ‘Ten eerste zijn bewuste mobiliteitskeuzes veel meer afhankelijk van gedrag dan van vraag en aanbod. Het is daarnaast belangrijk om het probleem krachtiger te definiëren en te kijken wie dit nog meer ervaren. En daarna te bepalen welk gedrag we willen zien; van wie en op welk moment. Vervolgens moeten we met die doelgroep in gesprek om te achterhalen welke sociale aspecten en drivers spelen.

Tot slot maakten we een rondje langs de groep om te horen wat ieder als eigen rol ziet in het vraagstuk van bewust mobiliteitsgedrag. Veel partijen gaven aan betrokken te willen blijven en boden Maurits commitment aan om dit gezamenlijk op te pakken. Zowel vanuit het Wicked Problem team als Amsterdam Smart City zullen we  met Maurits vervolgstappen bepalen.

Tweede vraagstuk Wicked Problem team - Warmtenetten
Een tweede vraagstuk waar het Wicked Problems team binnenkort mee aan de slag gaat is “Hoe doorbreken we de tendens tot hoge temperatuur warmtenetten?”, een vraagstuk van de gemeente Haarlemmermeer. Dit is het startschot om het makkelijker te maken om buurten te voorzien van duurzame warmte. Een complexe zoektocht, omdat dit niet alleen gaat om de keuze voor de juiste techniek , maar ook om buurtparticipatie, het goed organiseren van de warmtevraag en het aanbod, de governance, planningen en de beperkingen in wet- en regelgeving. Al deze onderdelen hebben invloed op de financierbaarheid – en dus haalbaarheid – van lokale warmteprojecten. Een echt wicked problem! Inmiddels zijn ook de gemeenten Almere, Amsterdam en Haarlem aangesloten.

Het doel van de komende sessie is om op te halen welke kennis, aanpakken en oplossingen er vandaag al liggen om de business case voor duurzame warmte makkelijker te maken, en te bepalen welke resterende witte vlekken er geprioriteerd moeten worden voor morgen.

Wil je ook meedenken in deze nog te plannen en vorm te geven sessie? Laat het ons weten, dan nemen we contact op!

Het Wicked Problem team bestaat uit Alliander, Arcadis, Drift, HvA, Kennisland, Nemo en RHDHV.

Francien Huizing's picture #Mobility
Amsterdam Smart City, Connector of opportunities at Amsterdam Smart City, posted

Check out the recap of the event 'Data Dilemma's: Sharing data for MaaS systems'

Featured image

Mobility as a Service (MaaS) enables carefree, integrated travel according to your own preferences. Governments have a lot of ambitions in this field. However, there’s not yet a fully operable MaaS system in the Amsterdam Metropolitan Area. This is mainly due to two reasons: there are a lot of different mobility parties in our region that collect data in various ways and are hesitant to share them. Besides the big amount of private parties, there are also a lot of (local) governments that have a say in the development of MaaS systems.

In some European cities, the situation is different and MaaS systems are running.
During this session, Amsterdam Smart City, together with the Province of North Holland and Datalab Amsterdam, were looking for best practices from Madrid, Helsinki and an international audience.

Madrid and Helsinki, two example cities in this field, had a very different approach. What are their success factors? Juan Corro from EMT Madrid told us about his lessons learned: take a lot of time and convince private parties to get on board and share the data. In Helsinki, companies were forced to share data. This worked, but started with resistance. Looking back, Sami Sahala from Helsinki shares his learnings with the audience.

Chris de Veer, smart mobility advisor at the Province of Noord-Holland: "I had a great, inspiring afternoon. The examples from Madrid and Helsinki gave me new insights. I connected to these experts immediately and I will continue to do so by collecting more international learnings for our regional challenges.''

Speakers:
- Chris de Veer, smart mobility advisor Province of North Holland
- Juan Corro, CIO EMT Madrid (public urban transport Madrid)
- Sami Sahala, ITS Chief Advisor, City of Helsinki & Forum Virium

Moderator:
- Leonie van den Beuken, program director Amsterdam Smart City

Amsterdam Smart City's picture #Mobility
Kate Black, Communications Director at Metabolic, posted

New mechanisms needed to tackle Dutch early-stage circular economy funding gap

Featured image

New research reveals a large funding gap for circular economy initiatives in the Netherlands, particularly early-stage circular ventures.

Interviews with city municipalities, entrepreneurs, financial institutions and working groups indicate that the funding gap is especially acute for higher value-yielding circular business models and activities such as reducing, reusing, repairing, and refurbishing.

Entrepreneurs in these areas of the circular economy struggle to find funding even though these activity types have the largest potential to increase the economy’s resource efficiency, and provide high-quality employment opportunities in cities. Research indicates that achieving a circular economy in the Netherlands could create approximately 200,000 new jobs by 2030.

The paper Financing Circular Economy Innovation in the Netherlands authored by Metabolic Institute with support from the Goldschmeding Foundation, highlights a lack of systemic collaboration as a critical barrier to circular innovation, and proposes new approaches to circular economy financing in the Netherlands.

“Blended finance instruments in particular can help to address circular economy related risks, and make the circular economy more investable for the private sector,”’ said Seadna Quigley, Lead Circular Finance at Metabolic.

Public-private collaboration in the form of blended finance works to de-risk circular asset classes by using public or philanthropic capital to stimulate the market, provide proof-of-concept, and draw private-sector capital into the circular economy.

“But lack of funding is not the only problem facing Dutch circular economy entrepreneurs,” said Liz Corbin, Director of Metabolic Institute. “They also lack access to experts and the necessary knowledge to navigate the funding landscape.”

To address current bottlenecks, the paper proposes the creation of a mission-driven investment fund and ‘innovation ecosystem’ that convenes impact investors, philanthropies, and city governments.

Numerous Dutch cities have impressive track records when it comes to circular economy plans, but access to finance is one of their most significant barriers to delivering on these plans.

In addition to systemic impact investing and fundraising, the fund will aim to create an enabling ecosystem that brings together capital, knowledge, and networks of expertise to provide entrepreneurs in the circular economy with the financial and non-financial resources they need to scale up their businesses.

“We believe that circular innovation and job opportunities are created by financing circular entrepreneurs. But financing alone is not enough; we have to build a support system for entrepreneurs on an urban level,” said Birgitta Kramer, Circular Economy Programme Manager at the Goldschmeding Foundation. “The 'Circular Innovation Ecosystem' is a first step towards guiding financiers, entrepreneurs and local governments to collaborate in this approach.”

A call to action

An impact- and mission- driven finance ecosystem has potential to accelerate the transition to a circular economy that equitably distributes prosperity to all and safeguards the natural world.

We invite the following stakeholders to collaborate with us to advance the development of such an ecosystem:

  • Financier or investors with creative ideas and strategies for stimulating early-stage circular innovation in the Netherlands
  • Asset owner or fund managers with the curiosity to develop and test impact-driven frameworks for portfolio management and evaluation
  • Accelerators or incubators committed to supporting Dutch circular innovators and entrepreneurs
  • Circular innovators or entrepreneurs interested in matching higher value circular solutions to the contexts and challenges of Dutch municipalities
  • Municipalities looking for novel ways to deploy finance in service of circularity strategy

To learn more, please send an email to the CIE team at: circularfinance@metabolic.nl

Kate Black's picture #Citizens&Living
Jasmyn Mazloum, posted

Groen & Gezond Almere Podcast: Collectief bouwen aan de toekomst

Featured image

In de tweede aflevering van de Groen & Gezond Almere podcast, gaan we door op het thema circulaire economie. Dat onderwerp is ontzettend belangrijk in de stad, maar ook in de rest van het land: in 2050 wilt Nederland volledig circulair zijn ♻️

Onze stad groeit en daarmee lopen wij risico op een grondstoffentekort. De circulaire economie is populair onder het bedrijfsleven en de overheid, waar wordt gezocht naar manieren om anders te produceren en om te gaan met onze reststromen.

Ook in de bouwsector is dit thema terug te zien. In deze aflevering word je meegenomen in de uitdagingen én de kansen die er zijn op dit gebied. Net als in de vorige aflevering, spreekt Nadia Zerouali ook hier een Almeerder van de toekomst, student bouwkunde aan Windesheim Flevoland, Sander Verkade. Ze spreekt Raymond van Dalen & Pepijn van de Staak als ondernemers uit de sector die samenwerken in het Innovatief Bouw Collectief Flevoland. En, Arnout Sabbe spreekt zich uit als expert deze aflevering. Hij is onderzoeker bij de TU Delft en houdt zich dagelijks bezig met circulariteit in stedelijke gebieden voor AMS Institute.

Nieuwsgierig? Luisteren kan via Spotify, Soundcloud & iTunes. We zijn benieuwd naar wat je er van vindt! Laat je horen via onze social media: LinkedIn, Instagram, Facebook of Twitter

Jasmyn Mazloum's picture #Citizens&Living
Tom van Arman, Director & Founder at Tapp, posted

Meet Meli - A brand new smart city app to navigate congestion, over-tourism and place making.

Featured image

Meet Meli - A simple app to tackle complicated smart city challenges like congestion, over-tourism and place making. Just point your smart phone in any inner-city location and the Meli app will reveal the story of the many monuments, artifacts or projects around you.

Meli is one of the teams in the AMS Startup Booster Program that focuses on early-stage startups that want to make a business out of solving metropolitan challenges. As one of the Booster mentors, I’ve had the great pleasure to work with Co-Founders Mehdi Brun & Lila Sour to further explore how they could use open-source city data to populate the app for a local Amsterdam case.

Since the Booster program is centrally located on the Marineterrein, we used community driven open data formats to help describe the many projects and experiments going on at Amsterdam’s Inner-city test ground for a sustainable living environment. Watch the project demo here: https://youtu.be/IChZ0OYB1Zg

Meli is one of 7 talented teams who will be pitch their solution at the upcoming Demo Day AMS Startup Booster 01 March @16-18h “Let them show you the endless possibilities for Amsterdam and cities worldwide" Register to attend Today!

The Meli mobile app is available on Android and iOS in 10 languages.

Tom van Arman's picture #Citizens&Living
Amsterdam Smart City, Connector of opportunities at Amsterdam Smart City, posted

Speakers confirmed for event 'Sharing data for MaaS systems’!

Featured image

On the 18 of February Amsterdam Smart City, together with the Province of North Holland and Datalab, will discuss the sharing of data by private parties and governance to set up Mobility as a Service systems in the region. There is currently no operable MaaS system in place in the region and therefore we aim to learn a little bit more from other cities.

What are their success factors? How did they convince private parties to share data to set up a MaaS system? How did governments reach an agreement on this? We can now confirm the speakers for the event!

Speakers

First up will be Chris de Veer, smart mobility advisor at the Province of North Holland. Chris will introduce the topic of the event and share with you the challenges of the Province when it comes to MaaS.

One of the people who can share relevant information with him will be Juan Corro, CIO at the public transport authority, EMT Madrid. Madrid is one of the cities where we are really interested in. Juan will speak about the system in Madrid and sharing data from the point of view of a private party.

Another city to learn from about MaaS is definitely Helsinki. Helsinki was the first city with a MaaS system. Helsinki made the sharing of data obligatory. Sami Sahala, ITS Chief Advisor at Forum Virium will share how he thinks that MaaS is not a technical issue, but a change of the mindset.

The session will be moderated by Leonie van den Beuken, program director at Amsterdam Smart City.

Join this session of Data Dilemmas on the 18th of February, join the discussion and learn from an international audience!

Images: https://twitter.com/juancorro_, https://twitter.com/SamiSahala, and https://www.linkedin.com/in/chris-de-veer-a070805/.

Amsterdam Smart City's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

HvA kroont onderzoek naar slim laden van elektrische auto's

Onderzoek van SEEV4-City staat voor slimme laadtechnologieën voor elektrische voertuigen die hernieuwbare energiebronnen integreren. Daarmee willen de onderzoekers internationale steden inspireren.

Het onderzoek SEEV4-City (Smart, Clean Energy and Electric Vehicles for the City) van de Faculteit Techniek en Centre of Expertise Urban Technology is de grote winnaar van het ‘HvA Onderzoek van het Jaar’ 2021. Het onderzoek naar slimme laadtechnologieën voor elektrische voertuigen won zowel de jury- als de publieksprijs. Juryvoorzitter Geleyn Meijer roemde de onderzoekers om de aandacht die zij in hun onderzoek tonen voor zowel de stad als het onderwijs van de hogeschool.

‘Het winnen van de prijs is een mooie erkenning van actieonderzoek waarin de HvA heeft geholpen om de volgende stap te zetten in de transitie van Amsterdam richting elektrisch rijden, slimmer gebruik van laadinfrastructuur en integratie van groene energie’, vertelt hoofddocent Urban Analytics Pieter Bons en betrokken bij het vijfjarige internationale onderzoek SEEV4-City.

SEEV4-CITY

Elektrische auto’s staan vaak ’s avonds aan de laadpaal. Dit zorgt voor ‘spitsuur’ op het elektriciteitsnet. Tegelijkertijd wordt veel zonne-energie die overdag wordt opgewekt nooit gebruikt. Dit kan anders. Batterijen van elektrische auto’s kunnen worden ingezet voor de opslag van duurzame energie. Een slimme laadpaal zorgt er vervolgens voor dat niet alleen de auto’s, maar ook bedrijven en huishoudens de duurzame energie op een later moment kunnen gebruiken. Resultaat: CO2-reductie, kostenbesparing, toename van energie-autonomie en een stabieler elektriciteitsnet. SEEV4-City onderzocht hoe dit op grotere schaal kan worden toegepast middels zes pilots in vijf Europese steden: Amsterdam (NL, 2x), Kortrijk (BE), Leicester (UK), Loughborough (UK) en Oslo (NO).

FLEXPOWER-PILOT VOOR SLIM LADEN

Hoe werkt dat in de praktijk? Bons: ‘Zelf heb ik aan de Flexpower-pilot  gewerkt in Amsterdam. Hier werd voor 400 publieke laadpalen een tijdsafhankelijke laadsnelheid geïntroduceerd (Smart Charging-technologie). Met een Flexpowerpaal krijg je sneller energie als het rustig is op het energienet (’s nachts) of als er veel aanbod is van lokale groene energie (op een zonnige dag). Tijdens de avonduren (18:00-21:00) is er een piek in de energievraag van huishoudens en werd de laadsnelheid juist verlaagd om de belasting op het elektriciteitsnet te verminderen. Zo zorg je voor een goede spreiding van de energievraag over de dag. Simulatiemodellen gevoed door real-world data maakten het mogelijk om de impact van dit soort nieuwe laadprofielen direct te evalueren. Hier zit toekomst in, binnenkort begint gemeente Amsterdam alweer de kick-off van Flexpower 3!’

SUPERBATTERIJ IN JOHAN CRUIJFF ARENA

De tweede pilot in Amsterdam vond plaats in de Johan Cruijff ArenA . Hier werd met een superbatterij van drie megawatt geëxperimenteerd, die bestaat uit 148 tweedehands accu's afkomstig uit elektrische auto's. Onderzoeker Jos Warmerdam: ‘Slimme Vehicle2Grid (V2G)-technologie gekoppeld aan de batterij regelt, wanneer nodig en na toestemming van de eigenaar, dat de juiste hoeveelheid energie uit geparkeerde auto's aan het stadion wordt geleverd. Dat gebeurt in combinatie met de 7200 vierkante meter zonnepanelen op het dak van de Johan Cruijff ArenA. De duurzame energie dient als extra opslag en back-up voor het stadion, zodat bij stroomstoringen voetbalwedstrijden en popconcerten altijd kunnen doorgaan. De batterij vervangt daarmee twee vervuilende dieselgeneratoren. En door efficiënter energiegebruik zijn de elektriciteitskosten van het stadion lager.’

Het experiment kan een rol gaan spelen op publieke laadpalen, volgens Bons. ‘Een collectief wagenpark van elektrische voertuigen dat een mega batterij vormt voor de stad? Dat zou goed kunnen functioneren als buffer om het complexe systeem van vraag en aanbod, pieken en dalen op het elektriciteitsnet onder controle te houden, van elektrische auto’s tot omliggende huishoudens en bedrijven.'

INTERNATIONALE SAMENWERKING VOOR INSPIRATIE

Vanwege de internationale samenwerking had SEEV4-City vijf jaar lang een educatief en inspirerend karakter. 'Steeds meer steden in Europa werken aan duurzame mobiliteit en de technische mogelijkheden voor slimme laadinfrastructuur', vertelt projectleider Mark van Wees. ‘Kijken we naar de internationale pilots, dan zien we steden met uiteenlopende situaties, niveaus en regelgevingen. Juist door die diversiteit in context kon een breder spectrum aan innovaties worden onderzocht.'

‘Kennis over de pilots werd open tussen de steden gedeeld', vertelt Renée Heller, lector Energie en Innovatie en betrokken bij het onderzoek sinds de opstart. 'Niet alleen over technische innovaties, ook over methodiek, handel op de elektriciteitsmarkt en beleid. Dat werd gedaan door middel van workshops, webinars, publicaties. Bovendien konden we zo een completer pakket informatie doorvoeren in ons onderwijs. We hebben minors, onderwijs- en transitiemodules ontwikkeld, zodat studenten actief mee konden doen middels data-analyses en experimenten met nieuwe businessmodellen.’

'Het is voor onderzoekers inspirerend en motiverend om samen te werken met collega-onderzoekers die met ons de mondiale doelstellingen en persoonlijke ambities delen', stellen Van Wees en Warmerdam. 'We staan nog maar aan het begin van elektrisch vervoer, en daarmee het opladen van elektrische voertuigen in Nederland. Dus de kennis en ervaring die bij deze pilots zijn opgedaan, gaan in de toekomst nog veel toegepast worden!'

INTERNATIONALE PARTNERS VAN SEEV4-CITY

SEEV4-City is een Europees project en een samenwerking tussen de Hogeschool van Amsterdam, de Gemeente Amsterdam, Johan Cruijff ArenA, Katholieke Universiteit Leuven, Avere, Polis, Cenex, stichting Cenex Nederland, Leicester City Council, University of Northumbria University, Amsterdam Energy ArenA en Oslo Kommune. Het project is gefinancierd door het Interreg North Sea Region Programme 2014 - 2020 .

HVA-ONDERZOEKERS VAN SEEV4-CITY

Renée Heller, Mark van Wees, Jos Warmerdam, Pieter Bons, Robert van den Hoed, Aymeric Buatois, Britt Broekhaus, Pieter Lommers, Bronia Jablonska, Hugo Niesing, Ramesh Prateek, Janna Boonstra, Gieta Inderdjiet.

Meer informatie

Website SEEV4-City
Centre of Expertise Urban Technology
Lectoraat Energie en innovatie
Twitter, LinkedIn & Facebook

Jochem Kootstra's picture #Energy
Liza Verheijke, Community Manager at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Boost to AI in Amsterdam with new AUAS Centre Of Expertise

Featured image

The AUAS Expertise Centre Applied Artificial Intelligence has become a Centre of Expertise (CoE) with effect from 1 February 2021. The Executive Board of the Amsterdam University of Applied Sciences (AUAS) reached a positive decision on this. The AUAS is the first knowledge institution in the Netherlands to create a CoE on Applied AI. This will give a major boost to knowledge on applied Artificial Intelligence (AI) in the Amsterdam region.

The transformation into a CoE is a great recognition of the importance of practice-based research and education in applied Artificial Intelligence, which the AUAS carries out for organisations, students and its own staff within all faculties and study programmes. With the Centre of Expertise, the AUAS occupies an important position in the regional and national AI ecosystem. This involves the development of applicable knowledge and training courses and the training of the AI developers and users of the future.

The first Centres of Expertise were launched in 2011 as an important innovation in vocational and higher professional education. They work in co-creation – with education, research, the business community and public organisations – on social solutions that have a positive impact. This includes a value-based approach, and inclusion is a core value: everyone who has something to contribute should be able to participate. Based on current issues in the Amsterdam region, the AUAS has clustered its research and education in several CoEs, with each theme linked to a social or metropolitan theme that is important to Amsterdam.

COE FOCUSES ON INCLUSIVE, DIGITAL TRANSITION

Artificial Intelligence and Data Science permeate every aspect of society. Scientific developments in these areas occur at a rapid pace, and applications influence all sectors and professions – to a greater or lesser extent – for which training is provided by the Amsterdam University of Applied Sciences.

The Centre of Expertise Applied AI focuses on the meaningful application of AI technologies in a specific context (healthcare, accountancy, media, retail, etc.). Seven faculty labs work on innovation together within those areas of application in co-creation – with education, research, the business community and civil society organisations. The development and application of responsible and inclusive AI focuses on the user, and involves research into the impact of AI on the professional field and society. Among other things, this results in tools, instruments and training courses. In doing so, the AUAS is contributing to an inclusive digital transition.

See also: AUAS to help SMEs with digitalisation

Liza Verheijke's picture #DigitalCity
miep eisner, communications officer , posted

Advies Digitaal duurzaam - Overheid moet sturen op duurzame digitalisering

Featured image

Digitale technologie en datagebruik veranderen onze samenleving ingrijpend. Dit heeft grote gevolgen voor de duurzaamheid van onze leefomgeving. Hoewel digitalisering en duurzaamheid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, is hiervoor onvoldoende aandacht in het overheidsbeleid. In zijn advies ‘Digitaal duurzaam’ concludeert de Raad
voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) dat de overheid veel krachtiger
moet ingrijpen in en gebruik maken van de digitale wereld om duurzaamheid te
bevorderen.

#DigitalCity
Nathalie Ahsmann, posted

Innovation Challenge: increasing the demand for elektricity when the sun is shining

Featured image

Alliander is a group comprising various operating companies. As one of these operating companies, network operator Liander is responsible for the gas and electricity grid for a large part of the Netherlands and manages the energy distribution across all grids, day in day out. Liander’s professionals keep the lights on and the heat going at around 3 million homes and businesses in the Netherlands.

The number of requests from large business customers asking to be connected to the electricity grid or be given access to increased capacity is growing. At certain points in the electricity grid, capacity is scarce and the grid cannot always be upgraded quickly enough to meet this extra demand, which means that a transmission limit must be imposed on customers.

Therefore, we have decided on an Innovation Challenge. For this challenge, we are focusing on the problems caused by the large amounts of solar energy being generated. Because electricity generation by solar panels largely takes place at the same time and also in places where there has previously only been limited demand for electricity, there is a shortage of transmission capacity. Given that solar energy is difficult to control, we are looking for ways to shift the demand for electricity to, or increase it during, the hours when the sun shines the most. This way local balancing of supply and demand can be ensured.

We want to facilitate the development of solutions that stimulate the electricity consumer to consume more electricity when the sun is shining. This prevents us having to impose transmission limits and/or having to expand/upgrade the grid.

Do you have a good idea or do you want to read more about this challenge? Visit our Innovation Challenge on StartHubs via https://starthubs.co/en/alliander/zonnige-elektriciteitsvraag

Nathalie Ahsmann's picture #Energy
Yvonne Roos, Smart Health Amsterdam at Smart Health Amsterdam, posted

Smart Health Amsterdam is looking for an intern Communication & Events

Featured image

Featured image
Looking for an internship where you can develop new skills in communications, marketing, PR and event management? Do you have an interest in how AI & data science can contribute to a healthier society and better medical care? Want to work as part of a fun and inspiring team?

As Amsterdam’s key network for data- and AI-driven innovation Smart Health Amsterdam (Gemeente Amsterdam & Amsterdam Economic Board) in #the #life #sciences and #health sector, we’re looking for an intern. Interested? Get in touch today.

https://smarthealthamsterdam.com/p/jobs-at--smart--health--amsterdam Smart

Yvonne Roos's picture #DigitalCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Robot maakt Johan Cruijff ArenA-balie van resthout

Studenten en onderzoekers van de HvA Robot Studio ontwikkelden voor Johan Cruijff ArenA een circulaire ontvangstbalie

'Binnenkort gaan we robots vragen om objecten te produceren uit resthout volgens onze ontwerpkeuzes', verklaart Marta Malé-Alemany, leider van de Robot Studio en hoofddocent Digitale productie aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Samen met haar multidisciplinaire team (van architecten tot ingenieurs en tech-experts) en projectpartners onderzoekt de Digital Production Research Group (DPRG) hoe robots afvalhout kunnen verwerken tot nieuwe objecten. Het resultaat is een ontvangstbalie voor de Johan Cruijff ArenA. 'De eerste stap naar grootschalige en geautomatiseerde verwerking van resthout is gezet. ‘Deze aanpak biedt kansen voor de circulaire economie’, aldus Marta Malé-Alemany.

Circulaire balie
Fotocredits: Sander Heezen

Resthout is een complexe materiaalstroom, omdat het een gevarieerde verzameling overgebleven stukken hout is; grote, kleine, lichte, donkere en heel verschillende vezelpatronen. Bestaande technieken zijn niet geschikt om dit materiaal te bewerken, vanwege het ontbreken van standaardeigenschappen. Het komt dus neer op handmatig werk dat altijd (te) duur is. Gevolg: het materiaal belandt als afval in de open haard. 'Jammer, want het is nog steeds waardevol hout', zegt Malé-Alemany.

‘CONVERSATION-PIECE’

Alle reden voor de DPRG om bij de Robot Studio onderzoek te doen naar de verwerking van resthout door middel van computationeel ontwerp en robotproductie. Het eerste experiment was een loungestoel, gemaakt van hout verzameld bij afvalscheidingsstations. Een ‘conversation-piece' noemt Malé-Alemany het. 'Je hebt showcases zoals deze nodig om belanghebbenden te inspireren en het onderzoek verder te brengen.' Dat werd duidelijk toen Frank de Leeuw, coördinator duurzaamheid van de Johan Cruijff ArenA , de HvA bezocht: 'In de Robot Studio rook je bij binnenkomst gelijk de fijne geur van het resterend hardhout. We vonden het zo zonde om dit mooie materiaal te verbranden. De loungestoel liet ons de mogelijkheden zien van digitale productie om dit soort hout een nieuwe bestemming te geven. Voor ons: een circulair interieur in het stadion.'

ONTVANGSTBALIE IN DE SKYCLUB EN HOUSE OF LEGENDS

De Leeuw en zijn vaste leveranciers (ontwerpers en aannemers) besloten samen met de DPRG om een circulaire ontvangstbalie te creëren voor de nieuwe Level 6 Skyclub en House of Legends in het stadion. Antoine Pruyn, teamleider bij Heineken Interior Design: 'We ontwerpen op papier en wilden meer weten over deze technologie. We begrijpen de waarde van het materiaal en willen hergebruik bij onze klanten stimuleren.'

Voor interieurbouwer Nijboer  was het een mooie kans om tegen een betaalbare prijs met high-end hardhout te gaan werken. Houthandel Amsterdamsche Fijnhout  leverde het materiaal voor de balie; overgebleven stukken niet-verontreinigd hout van hoge kwaliteit, die overblijven na het zagen van grotere planken. Het zijn restanten hout die normaal als afval worden gezien en in de open haard verdwijnen. De DPRG ontwierp de balie samen met Lizzy Kroese, HvA-afstudeerder Product Design.


Fotocredits: Sander Heezen

ROBOTS AAN HET WERK

De opdracht was voor de HvA een uitgelezen kans om haar onderzoek naar digitale productie voort te zetten. 'De technologieën die we hebben geïntegreerd en ontwikkeld om de balie te produceren, zijn essentieel om grootschalige en geautomatiseerde verwerking van resthout mogelijk te maken', zegt Malé-Alemany trots. 'Het innovatieve aan onze aanpak is dat we technologieën zoals 3D-scannen en CNC (computergestuurd) frezen integreren in een continue workflow, met behulp van onze robots. Terwijl CNC-frezen vooral wordt gebruikt om vlakke oppervlakken te bewerken, kunnen robots deze techniek toepassen op objecten om elke gewenste vorm te creëren.'

MATERIAAL ALS UITGANGSPUNT

Malé-Alemany: 'Afvalmateriaal leidt hier een nieuw ontwerpproces. Vaak wordt eerst het ontwerp gemaakt en daarna pas gekeken naar het materiaal. In dit proces begint de robot met het 3D-scannen van de eigenschappen van het beschikbare resthout, zoals maat, vorm, kleur. De gegevens worden opgeslagen in een database en geïmporteerd in het 3D-ontwerp, dat zich aanpast aan het beschikbare hout. Zo ontstaan unieke objecten, afgestemd op de houtafmetingen en kenmerken. Zo werd voor de ontvangstbalie het hout gesorteerd op maat en kleur, wat zorgt voor een unieke baliestructuur en kleurverloop. Een proces dat met de hand te intensief en duur zou zijn.'

MEERDERE WAARDECREATIE

De ontvangstbalie in de Johan Cruijff ArenA is een bewijs dat het gebruik van robots voor materiaalhergebruik een nieuw en belangrijk potentieel voor de circulaire transitie is. Bovendien zijn de projectpartners tevreden met het resultaat en willen ze de ontwikkelde technologie verder implementeren. Malé-Alemany ziet het als het begin van een ontdekkingsreis: 'In de toekomst bepalen ontwerpers impactdoelen, in plaats van de vorm van een specifiek object; we krijgen meer algoritmen en robots, die ontwerpen kunnen genereren en produceren op basis van bestaande materialen; en wanneer we meer vanuit de waarde van allerlei (afval)materialen denken, kunnen we gemakkelijker duurzame objecten creëren om circulariteit te ondersteunen.’


Fotocredits: Sander Heezen

HvA & de Week van de Circulaire Economie

Hoe versnellen we de circulaire transitie? In het kader van de Week van de Circulaire Economie  staan de Digital Production Research Group en het lectoraat Circulair ontwerpen en ondernemen van Centre of Expertise Urban Technology en Faculteit Techniek in het teken van een andere kijk op produceren én consumeren. Dagelijks licht de HvA onderzoeken, masterclasses en studentenprojecten uit die de transitie naar circulaire steden een boost geven.

Twitter, LinkedIn & Facebook

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Dimitri Bak, Strategic Communication Advisor at City of Amsterdam, posted

Amsterdam: circulaire stad in 2050

Featured image

Amsterdam: circulaire stad in 2050

Ondanks de coronacrisis zijn tal van bedrijven in regio Amsterdam bezig met circulaire projecten, business cases en onderzoeken. Net als de gemeente Amsterdam streven zij naar een circulaire stad in 2050.

Benieuwd? Bekijk de video Amsterdam: circulaire stad in 2050. Voor meer informatie kun je ook kijken op de CACR pagina of op amsterdam.nl/circulair.

Dimitri Bak's picture #CircularCity
AMS Institute, Re-inventing the city (urban innovation) at AMS Institute, posted

Accelerating circularity: monitoring tool geoFluxus helps cities turn company waste into value

Featured image

Amsterdam 100% circular by 2050
The City of Amsterdam wants to be fully circular by 2050. That means that everything we use on a daily basis – from coffee cups to building materials – must consist of materials that have already had a previous life.

When it comes to household waste – this consists of, among others, vegetable, fruit and garden waste, paper, glass and textiles – the City has a duty to collect and process this. To give you an impression, the total household waste came down to about 380kg per year per person.

When comparing the amount of household versus company waste produced in the Amsterdam Metropolitan Area (AMA), still only 11% is household related, whereas 89% is company waste – such as sludge, scrap metals, wood and scrap lumber and very dedicated to the company processes related waste flows.

These company waste materials, as compared to consumer waste flows, often enter the waste flow in relatively good condition. This holds for instance for glass and wood, which are suitable for making window frames. If managed differently, these used materials in company 'waste' flows could be directly integrated at the start of the design process of new products.

So… How to boost the efficient re-use of company waste materials within the AMA?

geoFluxus: Turning data into comprehensible maps and graphs
With geoFluxus, incomprehensible waste data tables – including a.o. import and export and treatment methods – are converted into comprehensible maps and graphs. This is extremely valuable for spatial strategies in many other cities world-wide, and therefore TU Delft researchers Rusne Sileryte and Arnout Sabbe have founded the like-named spin off company geoFluxus, which has recently gone through a Arcadis City of 2030 Accelerator powered by Techstars.

Next to mapping waste, the geoFluxus team has connected open EU data on GHG emissions to the mapped waste flows by using transport, economic sector and waste treatment statistics. The resulting tool can provide governments with data evidence on what economic sectors, materials and locations hold the highest potential not only for waste reduction but also reductions of carbon emissions. Governments can use the tool to monitor progress towards circularity.

One company’s waste could be another one’s gain
The insights on the waste data generated by geoFluxus enable users to develop and test the impact of spatial strategies, for very specific locations, before actually implementing them. In addition, geoFluxus takes on a “match making” role: to have companies select company materials from other actors close by to re-use these instead of transporting the materials for waste treatment outside the AMA... Click on the link to read the full article >>

AMS Institute's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Kate Raworth en Inge Oskam in gesprek over de circulaire economie

Brits econoom Kate Raworth (HvA Professor of Practice), bekend van de Donuteconomie, en lector Circulair ontwerpen en ondernemen Inge Oskam (HvA Centre of Expertise Urban Technology) interviewen elkaar over de circulaire economie, Donutstad Amsterdam en systeemverandering op regionaal niveau. ‘We moeten multinationals in de grootste circulaire stad Amsterdam bij elkaar krijgen en vragen: wil je bij de stad blijven horen, hoe ga je dan bijdragen aan onze circulaire doelstellingen? Amsterdam kan de éérste stad te zijn die dit doet. Meer zullen volgen.’

KR: Nederland heeft hoge ambities: In 2030 de helft minder verbruik van grondstoffen, in 2050 moeten jullie volledig circulair zijn (Grondstoffenakkoord van 2017). In hoeverre drijven deze kaders en grenzen innovatie in Amsterdam?

IO: Ik zie het akkoord en de doelstellingen als heilige graal, waar de organisaties die eraan meedoen motivatie en ambitie uit putten. 180 partijen ondertekenden het Grondstoffenakkoord. Van kennisinstellingen tot gemeenten en particuliere bedrijven. De regering en gemeenten namen het akkoord over als beleid, bedrijven en ondernemers als doelstelling. Alle stakeholders voelden de noodzaak om deze richting op te gaan.

KR: Ik ken geen ander land die circulaire ambities zo integreert in beleid als Nederland.

IO: Dat heeft denk ik te maken met ons welbekende ‘poldermodel’; we willen vaak rekening houden met iedereen. Daarnaast hebben we in Nederland een grote creatieve industrie die kundig is in het schetsen van toekomstscenario's, altijd met inachtneming van duurzaamheid. Dat zit in ons dna, kun je misschien wel zeggen. Die Nederlandse mentaliteit en het gedeelde begrip zorgen er volgens mij voor dat we collectief ons best willen doen. En dat terwijl niemand echt weet wat de circulaire economie en een afvalloos 2050 omvat.

KR: Ook weinig mensen weten goed uit te leggen wat de Donuteconomie inhoudt, haha. Het is een model dat door verschillende organisaties omarmd wordt, maar waar vaak nog concrete invulling aan gegeven moet worden.

Kate Raworth beschrijft in haar boek 'Donuteconomie' een economisch model waarin de ecologische grenzen van de aarde worden gerespecteerd. Zij gebruikt een donut om de balans tussen sociale voorspoed van mensen (de binnenste ring) en het tegengaan van aantasting van het klimaat (de buitenste ring) weer te geven. Voor het welzijn van mens en natuur is het belangrijk dat de juiste balans (de donut) wordt gevonden. In samenwerking met de gemeente Amsterdam ontwikkelde zij de Stadsdonut voor Amsterdam. Hierin wordt de stad bekeken vanuit vier perspectieven: sociaal, ecologisch, lokaal en mondiaal.

Donutmodel

IO: Maar het Donutmodel biedt wel handvatten voor de transitie naar een circulaire economie. Het helpt je te kijken naar álle waarden die binnen een circulaire economie belangrijk zijn: zowel ecologische als economische en sociale waarde. Dat laatste wordt nog wel eens vergeten. Waar het Nederlandse beleid focust op materialen, gebouwen, infrastructuur, combineert gemeente Amsterdam, met haar Stadsdonut voor Amsterdam, dat met de sociale waarden; het gehele systeem. Zij betrekken alle stakeholders die daarvoor nodig zijn.

Wat voor mogelijkheden zie jij voor de circulaire economie op regionaal- of stadsniveau, zoals de toepassing van Stadsdonut voor Amsterdam?

KR: Amsterdam heeft een enorm bereik en vele mogelijkheden. Kijken we naar de multinationals, dan willen ze allemaal een winkel in Amsterdam hebben. Van Zara tot Apple. En als stad met een duidelijke circulaire strategie, indrukwekkende regelgeving en integriteit, dan denk ik dat je sneller een open gesprek kan voeren met de grote merken in de belangrijkste winkelstraten. Nodig de multinationals uit, wijs ze op het Grondstoffenakkoord en vraag ze hoe zij denken bij te dragen aan het collectieve belang. Hoeveel kleding of elektronica verkoop je, waar gaat het plastic heen, wat doe je met reststromen?

Ik heb het vaak over twee verschillende visies van circulariteit die zich kunnen voordoen. Een is wat ik noem siloed circularity, waarin individuele bedrijven zelf de producten of materialen terugnemen, repareren en hergebruiken. Dan houd je een gesloten kringloop, waarin bestuur en productie uitsluitend intern opereren. De ander is een circulair ecosysteem, een transparante markt met gezamenlijke waarden. Waarin we onderling data delen over wat voor materialen er zijn, waar die zich bevinden, wat er binnenkomt en uitgaat. Het verschil zit dus in de structuur: intern handelen tegenover een samenwerkend ecosysteem. Amsterdam, als eerste stad met duidelijk gedocumenteerde circulaire ambities, heeft de kracht om competitieve bedrijven bij elkaar te krijgen om richting een circulair ecosysteem te bewegen.

Maar één stad alleen gaat niet dé reden zijn om circulaire doelstellingen door te zetten in de honderden andere steden waar zij hun winkel hebben staan. Maar, je gaat wel de éérste stad zijn die deze vraag stelt. En als ze slim zijn, dan weten ze dat andere steden er ook naar gaan vragen.

IO: In Nederland zijn we net begonnen met het voeren van deze gesprekken met en tussen de bedrijven. En alhoewel ons nationale beleid een goede ontwikkeling is, denk ik dat de regelgevingen soms ook in de weg staan. Er is onderzoek gaande tussen steden om inzichten te krijgen in wat voor regelgeving beperkend werkt, denk aan bepaalde grondstoffen of materialen die een officieel label ‘afval’ krijgen waardoor je het niet meer als bron mag gebruiken, en hoe de huidige regelgeving zo aan te passen dat het juist stimuleert. Het zit nu nog soms samenwerking en daarmee algehele systeemverandering in de weg. We zitten echt nog in de voorontwikkelingsfase van de circulaire transitie.

KR: Vertel eens, van wat voor circulaire initiatieven in jouw omgeving word jij enthousiast en waar liggen kansen?

Ik zie kansen in overstappen van producteigendom naar materiaaleigendom binnen de circulaire economie. Een shift van siloed circulairty-bedrijven die hun eigen gemaakte producten terugnemen en daar nieuwe producten van maken, met de kans dat bepaalde materialen verloren gaan; naar specialistische bedrijven die nadenken over de levenscyclus van een materiaal en de meerdere toepassingsmogelijkheden in de cyclus. Dat creëert nieuwe businessmodellen en compleet nieuwe bedrijven. Zij moeten samenwerkingsverbanden aangaan met een variëteit aan producenten door ze als het ware materialen te leasen.

KR: Met wat voor materialen zie je dit de komende jaren gebeuren?

IO: Begin met materialen die erg schaars zijn. En materialen waarmee de waarde behouden kan worden, zoals hout en metaal. Materialen die meerdere levens kunnen hebben en waarvoor minder werk nodig is om dat te realiseren.

Daarnaast word ik enthousiast van de groeiende hoeveelheid initiatieven van ontwerpers en kunstenaars die nieuwe dingen maken van gebruikte materialen. En de nieuwe manieren waarop verkooppunten deze producten op de markt kunnen brengen. Hun verhalen vind ik interessant en zijn essentieel voor de transitie naar een circulaire economie. Ze kunnen iets vertellen over de herkomst van het nieuwe product. Dat creëert bewustzijn over de waarde van afval bij consumenten. Betrek daarom de burgers en consumenten, zij moeten andere producten willen en daar naar vragen. Maak ze onderdeel van de circulaire doelstellingen van de stad, bedrijven en andere organisaties.

KR: Gerelateerd aan verhalen over hergebruikte producten, denk ik ook dat de circulaire economie een zeer creatieve kan zijn. Kijk naar de vele restaurants of koffiezaakjes die vroeger een fietsenwinkel waren, mensen houden van nieuwe bestemmingen voor afgedankte maar waardevolle producten en materialen. De witty ways waarop ze de herkenbare, historische lagen in de nieuwe zaak zichtbaar houden, zoals een oude houtstructuur of fietselementen. Net als een oud kledingstuk van je moeder waarvan jij een rok hebt gemaakt. We houden van die speelsheid en verhalen. Daar liggen kansen!

Ik word nu met name enthousiast om in Amsterdam een ‘Dialogue Day’ te beginnen! Breng alle grote bedrijven bij elkaar, van supermarkten tot kledingwinkels. We heten je welkom in onze stad met een winkel, maar vertel: wat ga jij doen om kracht achter de circulaire transitie en onze doelstellingen te zetten, zodat je bij de stad kan blijven horen? Ik denk dat dat een zeer krachtige boodschap is.

IO: Ik denk dat het heel interessant is om dat met meerdere steden samen te doen, die bijvoorbeeld ook het Donutmodel gebruiken.

KR: Topidee! Ik wil graag hun verhalen horen. Dus breng internationale bedrijven in die steden samen om in gesprek te gaan over wat zij gaan bijdragen. Hoe zij willen ‘transformeren’ om onderdeel uit te maken van onze collectieve circulaire reis. Van Amsterdam tot Kopenhagen, Brussel, Nanaimo, Californië. Zij beginnen net met ontzettend mooie initiatieven.

IO: Dat zou fantastisch zijn. Laten we uitzoeken hoe we dat kunnen realiseren!

HvA & de Week van de Circulaire Economie

Hoe versnellen we de circulaire transitie? In het kader van de Week van de Circulaire Economie  staan lectoraat Circulair ontwerpen en ondernemen en de Digital Production Research Group van Centre of Expertise Urban Technology en Faculteit Techniek in het teken van een andere kijk op produceren én consumeren. Dagelijks licht de HvA onderzoeken, masterclasses en studentenprojecten uit die de transitie naar circulaire steden een boost geven.

Twitter, LinkedIn & Facebook

Jochem Kootstra's picture #CircularCity