News
for you

Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

We zijn nog niet zo goed in afval scheiden

De HvA start project BASSTA naar gedragsinterventies om huishoudens ervan bewust maken of ze op de juiste manier hun afval weggooien en hoe dit te verbeteren.

Chipszakken bij plastic afval, theezakjes bij gft? Afval scheiden wordt niet altijd op goede wijze gedaan, en überhaupt nog te weinig. Dat is zonde, want goed gescheiden afval biedt kansen voor recycling en andere circulaire toepassingen. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) start met het project BASSTA een onderzoek naar het verbeteren van het scheidingsgedrag van huishoudens, met een focus op de stedelijke omgeving.

Afval scheiden

We willen in 2050 volledig circulair zijn. Voor de transitie naar een circulaire economie moet het afval dat ontstaat goed herbruikbaar zijn als grondstof voor nieuwe producten. Een goede scheiding van het afval is een belangrijke voorwaarde hiervoor. Met ongeveer 8 miljard kilo huishoudelijk afval per jaar in Nederland zorgt elk percentage betere scheiding voor enorme resultaten. BASSTA behandelt daarom zowel het verhogen van de scheidingsgraad (de hoeveelheid afval die gescheiden wordt), als het verlagen van de vervuiling van de gescheiden afvalfracties (papier, gft, plastic). Om dat te realiseren, is gedragsverandering nodig.

Automatisch gedrag onder de loep

Mensen gooien hun afval vaak op dezelfde, veelal onbewuste manier weg. BASSTA richt zich daarom op dit automatisch gedrag, vertelt projectleider Maarten Mulder. ‘Door het automatisch gedrag onder de loep te nemen, vormt dit project een belangrijke aanvulling op het bestaande onderzoek naar gedragsinterventies. De nieuwe interventies die het onderzoek opleveren, moeten helpen om het gewoontegedrag te onderbreken en huishoudens ervan bewust maken of ze op de juiste manier hun afval weggooien. Ook voor de mensen die nu nog niet (graag) afval scheiden. Met een duidelijke uitleg hoe en waarom deze interventies werken, is het streven dat zoveel mogelijk Nederlandse stedelijke gemeenten hiermee aan de slag gaan. Zo kunnen ze betere bronscheiding realiseren.’

Dagboek van huishoudens

De interventies worden ontworpen en getest in nauwe samenwerking tussen industrieel ontwerpers en gedragspsychologen van de HvA. Mulder: ‘Middels dagboekstudies bij bewoners thuis analyseren we op welke momenten het automatisch gedrag veranderd kan worden. In de zomer verwachten we de resultaten. Hiermee kunnen we de ‘customer journey’ schetsen: het in detail weergeven van het proces van afval weggooien. Vervolgens ontwerpen we de gedragsinterventies die we gaan testen in verschillende steden. Dat zal begin 2022 gaan gebeuren.’

Samenwerking binnen de HvA

BASSTA is een samenwerkingsproject van Centres of Expertise Urban Technology en Urban Governance and Social Innovation. De verbonden lectoraten Circulair ontwerpen en ondernemen & Psychologie voor een Duurzame Stad onderzoeken en ontwikkelen innovaties om tot een circulaire economie en maatschappij te komen.

Diverse praktijkpartners zijn bij het onderzoek van belang en betrokken. Gemeenten zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht zijn aangesloten om met bewoners de interventies te testen. Ook helpen stuurgroepen als Rijkswaterstaat en branchevereniging NVRD het onderzoek verder. Daarnaast brengen ROVA, De Afvalspiegel en Giraf Results expertise in rondom afvalinzameling, en verspreiden Milieu Centraal en VVM de resultaten.

Heb je vragen of wil je meer weten? Benader projectleider Maarten Mulder. En blijf via de projectpagina van BASSTA op de hoogte van de ontwikkelingen.

dhr.  Ir. M. Mulder

Projectleider en onderzoeker rondom afval, duurzaamheid en de circulaire economie
m.mulder3@hva.nl | T: 0611391085
Ga naar detailpagina

Meer informatie

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Servicemonteur vervult sleutelrol in uitstootvrije stadslogistiek

Belangrijkste conclusies na twee jaar praktijkgericht onderzoek naar uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Servicemonteurs installeren en repareren laadpalen en zonnepanelen voor duurzame energie, maar rijden zelf nog in een dieselbus rond. Wat is er nodig voor uitstootvrij vervoer van servicemonteurs? Na twee jaar onderzoek presenteert de Hogeschool van Amsterdam (HvA) same met hogescholen, bedrijven, brancheorganisaties en de gemeente Amsterdam de resultaten van het Gas op Elektrisch-project. Wat zijn de belangrijkste conclusies?

Servicemonteur

Servicelogistiek is verantwoordelijk voor 25 tot 35% van de bestelautokilometers in Nederland en voor 10 tot 15% van de CO2-uitstoot van het goederenvervoer over de weg in Nederland.

Samen met onder meer HAN Automotive Research, Techniek Nederland, Unica, ENGIE, Heijmans en de gemeente Amsterdam heeft het lectoraat Citylogistiek van de HvA praktijkgericht onderzoek gedaan naar de inzet van uitstootvrij vervoer voor servicelogistiek. Servicelogistiek omvat het vervoer van personeel en materialen voor installatie-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden. Servicebedrijven zorgen dat de lift, cv-ketel en het koffieapparaat werkt, ze leveren internet en energie, beheren woningen en onderhouden groen.

Gebruikelijk is dat elke servicemonteur een eigen bestelauto heeft en met een grote variatie aan onderdelen en gereedschappen van klus naar klus rijdt en het voertuig ’s avonds mee naar huis neemt. Dit kan en moet anders om de ambities van het klimaatakkoord te bereiken en om klanten in autoluwe gebieden efficiënt te kunnen blijven bedienen. Onlangs is de Uitvoeringsagenda Stadslogistiek ondertekend door 19 gemeenten waarmee de ambities voor zero-emissiezones concreet op de agenda staan voor 2025-2030 (zie: www.opwegnaarzes.nl). Dit betekent dat servicebedrijven zich moeten voorbereiden op een werkwijze zonder dieselbus. Vanuit het ‘Gas op Elektrisch’ onderzoek worden adviezen en voorbeelden aangereikt voor servicebedrijven èn voor aanbieders van zero-emissievervoersoplossingen.

Een uiteenlopende groep van aanbieders nam deel aan het onderzoeksproject, waaronder groothandel Technische Unie, logistiek dienstverlener Deudekom, laadpaalleverancier Laadpunt Nederland en leveranciers van transportmiddelen Urban Arrow, Easy Go Electric, DOCKR en Arval. Het aanbod op de markt van zero-emissievervoer is divers, groeit en verbetert. De actieradius van elektrische bestelauto’s neemt toe, de adoptie van vrachtfietsen stijgt, er ontstaan meer samenwerkingsmogelijkheden op logistieke hubs, nieuwe bevoorradingsconcepten en slimme laadoplossingen. Desondanks blijft het aandeel zero-emissievervoer bij servicebedrijven in Nederland laag.

Aan de hand van casestudies, workshops, interviews en ritdata-analyse is praktijkgerichte kennis ontwikkeld over logistieke concepten, laadstrategieën en gedragsinterventies met als doel de transitie naar zero-emissievervoer te versnellen. De onderzoekers stellen dat het een-op-een vervangen van dieselbestelauto’s door elektrische niet de juiste aanpak is. De transitie naar zero-emissie-servicelogistiek omvat strategische, tactische en operationele keuzes op vier onderdelen van de bedrijfsvoering. Met deze brede aanpak is verbetering in servicelogistiek mogelijk met minder reistijd voor de servicemonteur, minder verliesuren en minder bestelauto’s.

De mate waarin zero-emissie-servicelogistiek te realiseren valt, hangt samen met keuzes over:

  1. Klanten en activiteiten

De omvang, locatie, wensen en eisen van de opdrachtgever en eindklant beïnvloeden de mate waarin nieuwe servicelogistieke concepten te realiseren zijn. Samen met grote opdrachtgevers (zoals onderwijsinstellingen, overheden en kantoren) kan vanaf de aanbesteding gestreefd worden om alle leveringen voor technisch onderhoud te bundelen in één rit. Of een stap verder: om deze te bundelen met de levering van pakketten, schoonmaak- en kantoorartikelen. ‘Duurzaam vervoer’ wordt dan een gunningscriterium. In het contract dienen afspraken gemaakt te worden over ketensamenwerking, het gebruik van laadinfrastructuur en opslagcapaciteit voor gereedschap en materialen (bijvoorbeeld kluizen of containers waarin geleverd kan worden).

  1. Personeel en gedrag

Het tekort aan technisch geschoold personeel op de arbeidsmarkt vormt zowel een drijfveer als uitdaging voor zero-emissie-servicelogistiek. Een drijfveer omdat servicelogistieke oplossingen de efficiënte inzet van medewerkers kunnen verhogen. Een uitdaging omdat medewerkerstevredenheid van belang is voor servicebedrijven. De adoptie door medewerkers is een belangrijke voorwaarde om zero-emissie vervoer met succes te kunnen implementeren. Aanpassingen in het wervings- en selectiebeleid, het mobiliteitsbeleid, en de operationele aansturing van monteurs kunnen de adoptie verder faciliteren.

  1. Logistiek en planning

Door de levering van materialen uit te besteden, ritten dynamischer te plannen, en met kunstmatige intelligentie het onderhoudswerk voorspelbaarder te maken, wordt de inzet van uitstootvrij vervoer eenvoudiger. Door de voorraad in de bestelauto te beperken en efficiënter te ordenen, kan met een kleiner model gereden worden, dit is positief voor de actieradius van zero-emissievoertuigen. De casestudies wijzen uit dat het maken van een wijk- of centrumplanning kansen biedt voor een rendabele inzet van vrachtfietsen. Ook zijn tijdens het onderzoeksproject gezamenlijke proposities ontstaan tussen aanbieders van (logistieke) ruimte en deelvoertuigen: de monteur stapt aan de rand van de stad over op een vrachtfiets en bespaart daarmee reistijd en parkeerkosten.

  1. Wagenpark en laadinfrastructuur

Een strategische keuze is om in de toekomst niet langer een vast voertuig aan te bieden aan de monteurs, maar gebruik te maken van flexibele leasecontracten en deelvoertuigen. Afhankelijk van de werklocaties, parkeer-, en laadmogelijkheden kan dan per dag, week of maand voor de medewerker een geschikt en beschikbaar voertuig beschikbaar gekozen worden. Het is hierbij van belang dat de beschikbaarheid van de voertuigen betrouwbaar is. Beschikbaar betekent in het geval van zero-emissie voertuigen ook dat ze van voldoende energie zijn voorzien.

Meer informatie? Neem contact op:

mw.  S.H. Balm

Projectmanager E-mobility & City Logistics
s.h.balm@hva.nl |

De Week van duurzame servicelogistiek bij Urban Tech

Tijdens de Week van duurzame servicelogistiek van 15 t/m 19 maart kom je meer te weten over het tweejarig onderzoek Gas op elektrisch van Centre of Expertise Urban Technology. Van eindpublicatie tot webinar en verdiepende artikelen, de hele week staat in teken van uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Bestelbus uit, vrachtfiets op

Servicemonteurs moeten straks zonder dieselbus de stad in. Maar de monteur en z’n busje, die zijn vaak onafscheidelijk. Wat te doen?

Van de bestelbus naar de elektrisch aangedreven vrachtfiets: steeds meer servicemonteurs worden gevraagd hun geliefde wagen aan de kant te zetten voor het duurzame alternatief. En dat is nodig, tussen 2025-2030 moet de stadslogistiek in 30 tot 40 gemeenten emissievrij zijn. Maar die overstap gaat niet altijd zonder slag of stoot. De monteur en z’n busje, die zijn vaak onafscheidelijk. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzocht binnen het project Gas op elektrisch met praktijkpartners de rol van de monteurs om tot nieuwe logistieke concepten te komen voor servicebedrijven.

Vrachtfiets

De elektrisch aangedreven vrachtfiets als duurzaam alternatief is fijn voor stadsbewoners, die ervaren zo minder hinder als vervuiling, verkeersdrukte en geluidsoverlast. Maar ook voor de servicemonteurs zelf. Van liftmonteurs tot cv-installateurs en klussers. Omdat het verkeer vaak vaststaat in de stad, komt de vrachtfiets goed van pas. Zo hoeven ze niet meer gefrustreerd rondjes te rijden voor een parkeerplek in de buurt of torenhoge parkeerkosten te betalen. Het bespaart tijd en geld en bevordert de productiviteit.

Cultuur- en gedragsverandering

Done deal, zou je denken. Maar de bestelbus is een soort statussymbool voor de monteur, vertelt Milan Tamis, onderzoeker bij Gas op elektrisch. ‘Het busje biedt comfort met een fijne stoel, radio en de mogelijkheid om te schuilen als het regent. Ze eten ook graag hun lunch in de bus. Daarnaast zijn de monteurs gewend om al hun gereedschap en andere spullen in de bus op te slaan, alles is binnen handbereik. Met de vrachtfiets verlies je dat comfort en gemak. Dat vraagt dus om cultuur-, gedragsverandering en flexibiliteit.’

Hoe betrek je de monteur in het verduurzamingsproces?

Servicemonteurs moeten nauw betrokken worden bij het verduurzamingsproces, concludeerde Tamis na gesprekken met de monteurs. ‘Beslissingen van bovenaf, zonder overleg, accepteren ze niet zomaar. Wij hebben hun behoeften gepeild, die we vervolgens meetten aan vervoersoplossingen aangeboden door onze partners. Zo heeft installatiebedrijf Heijmans-Brinck een pilot gestart met de vrachtfietsen en hub (overstaplocatie) van netbeheerder Liander. Monteurs deelden onderling, en met de belanghebbenden binnen Heijmans-Brinck en Liander, ervaringen via een WhatsApp-groep.’


Heijmans

Nieuwe logistieke concepten

Uiteindelijk wil je de welwillendheid van de monteur laten aansluiten bij de technische mogelijkheden om tot nieuwe logistiek concepten te komen, vertelt Wout Nijhuis, student-assistent bij Gas op Elektrisch. ‘Van de monteurs die in de stad moeten werken, komt 90 procent van buiten. Specialisten die bovendien een groot geografisch gebied bereizen. Door de ritprofielen van monteurs onder de loep te nemen, konden we achterhalen waar mogelijkheden liggen voor verandering, zoals een efficiëntere ritplanning – sommige monteurs rijden heel Nederland rond op een dag – en welk vervoersmiddel daar het beste bij past. Dat verschilt per monteur vanwege de diverse ritprofielen (woon-werkafstanden, werkafstanden en het aantal klussen), de actieradius van een elektrische bus, hoeveel spullen ze mee moeten nemen en of er thuis en/of tussendoor geladen kan worden.’

Aantrekkelijke beloning

Kies je dan uiteindelijk gezamenlijk voor de elektrische bus, of een combinatie met de vrachtfiets, dan ben je er nog niet, zegt Tamis. ‘Zo kwam er uit de ervaringen van de monteurs naar voren dat een koffiemomentje bij een hublocatie belangrijk is voor ze. En wat te doen in de winter en als het regent? Op de vrachtfiets heb je goede regenkleding nodig en wil je een vergoeding om ergens binnen te lunchen.’ ‘We adviseerden horecabonnen bij cafés in het werkgebied waar monteurs bij elkaar kunnen komen, voor een gezamenlijk pauzemoment’, vult Nijhuis aan.

En voor de nieuwe generatie servicemonteurs? Tamis: ‘Zoek technisch geschoold personeel, dat klaar is voor de energietransitie. Daar is een nijpend tekort aan. En werf jonge mensen, het liefst in de buurt van je klanten, die er al voor open staan om op de vrachtfiets te stappen. Soms hebben ze nog geen eens een rijbewijs en is de vrachtfiets de beste optie.’

De Week van duurzame servicelogistiek bij Urban Tech

Tijdens de Week van duurzame servicelogistiek van 15 t/m 19 maart kom je meer te weten over het tweejarig onderzoek Gas op elektrisch van Centre of Expertise Urban Technology. Van eindpublicatie tot webinar en verdiepende artikelen, de hele week staat in teken van uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

De toekomst simuleren voor zero-emissievervoer

Vrachtfiets of elektrisch busje? Tirza Englebert (HvA) ontwikkelde als student een model om de keuze voor uitstootvrij vervoer makkelijker te maken.

De ambities voor ‘zero-emissiezones’ staan steeds concreter in landelijke en lokale uitvoeringsagenda’s voor 2025-2030. Hoe beïnvloeden die uitstootvrije gebieden in de binnenstad de planning en het reisgedrag van servicemonteurs bij Heijmans-Brinck? Tirza Englebert (HvA), projectassistent van Gas op elektrisch, ontwikkelde als student Transport & Supply Chain Management aan de Vrije Universiteit een model dat de overstap van bestaande dieselbusjes naar zero-emissievervoer moet optimaliseren. Simpel: overgaan op elektrisch? ‘Zo makkelijk is het niet, het vraagt om compleet nieuwe logistieke concepten die voor ieder bedrijf anders kan zijn.’

Vrachtfiets

Heijmans-Brinck, gespecialiseerd in bouw(logistiek) en infra- en installatietechniek, dacht in eerste instantie aan de elektrische auto om hun klanten in de binnenstad te bedienen. Maar die duurzame oplossing kwam niet als meest effectief uit het model, vertelt Tirza. ‘Dat was de elektrische vrachtfiets, tenzij er een lange afstand woon-werkverkeer is.’ Het model maakt de afweging tussen het gebruik van een elektrische vrachtkiets en elektrische bus inzichtelijk, door de impact van de twee uitstootvrije vervoersoplossingen binnen een specifieke context te simuleren.

Elke dag heeft Heijmans-Brinck  een stuk of acht monteurs in en om Amsterdam rijden met een auto, vertelt Stefan Daamen, manager duurzaamheid bij Heijmans-Brinck. ‘Die moeten de electriciteitsmeter vervangen voor slimme meters. Dat gebeurt op afspraak, wat niet altijd efficiënt in te plannen is. Wanneer we willen overstappen op elektrisch vervoer, hebben we een aantal dilemma’s waar we tegenaan lopen: de bewoner wilt op de exacte tijd bediend worden – die moet voor ons thuis blijven, parkeermogelijkheden en -kosten, en onze monteurs wonen niet altijd in de buurt van Amsterdam.’

De ideale route uitstippelen

Het model van Tirza stippelt de ideale route uit, gebaseerd op efficiëntie. Daarbij houdt het rekening met diverse parameters uit de aangeleverde ritdata van Heijmans-Brinck: hoe lang de monteur bij de klant is, eventuele vertraging, salariskosten, reistijd van huis naar klant, kilometerkosten – benzine ten opzichte van elektriciteit, gemiddelde snelheid van je reis, laadkosten, max aan werkuren per dag, totale batterijcapaciteit van voertuig, parkeermogelijkheden.

Alhoewel de vrachtfiets gebaseerd op de parameters als meest efficiënt uit de bus kwam, zijn er bepaalde factoren niet te kwantificeren die net zo belangrijk zijn, stelt Tirza. ‘Denk aan psychologische aspecten. Je krijgt niet zomaar de monteurs de vrachtfiets op. Die willen natuurlijk wel weten waarom hun geliefde busje aan de kant moet. En dat voor een fiets.’

Wat in ieder geval spreekt voor de vrachtfiets, is dat je variabiliteit in data wegneemt, verklaart Tirza. ‘Je hebt minder last van files, wegversperring, parkeerproblemen, eenrichtingsverkeer. Je bent simpelweg flexibeler. Die positieve factoren kunnen ondernemers gebruiken in hun verhaal naar de monteurs. Het is aan Heijmans-Brinck om de monteur te betrekken in het verduuzamingsproces, behoeften en ervaringen opvragen, om het het in goede banen te leiden.’

Model ook voor hublocaties

Hetzelfde simulatiemodel is door Tirza verder ontwikkeld om ook de ideale hublocaties te bepalen voor het gekozen voertuig: het gebied waar je van busje naar fiets overstapt, je spullen opslaat en de auto laadt. ‘Met het model gebruikte ik dezelfde methode om nu de centraliteit van de hublocatie te bepalen om zo snel mogelijk bij de klant te kunnen komen. Wat mij verbaasde, is dat er een grote filter op Amsterdam zit. Terwijl er ook hubs in Amstelveen zitten. Dus hoe baken je een stad af? Je kan met een klant op randje Amsterdam misschien wel beter de hub van Amstelveen gebruiken.’

Naast de zero-emissie-opgave ziet ook Daamen van Heijmans-Brinck veel toekomst in het gebruik van hubs uitbreiden. ‘Je wilt uiteindelijk twee dingen bereiken: uitstoot op nul en verkeer in algemeenheid terugdringen. Zo creëer je meer ruimte voor de fiets!’

De Week van duurzame servicelogistiek bij Urban Tech

Tijdens de Week van duurzame servicelogistiek van 15 t/m 19 maart kom je meer te weten over het tweejarig onderzoek Gas op elektrisch van Centre of Expertise Urban Technology. Van eindpublicatie tot webinar en verdiepende artikelen, de hele week staat in teken van uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Hoe bereiken we uitstootvrije servicelogistiek in 2025?

Servicebedrijven en aanbieders van zero-emissievervoersoplossingen, verbonden aan het HvA-project Gas op elekrisch, aan het woord over de emissievrije toekomst in de stad.

Vanaf 2025 moeten vracht- en bestelauto’s in de binnenstad van 30 tot 40 gemeenten emissievrij rijden. Anders kom je de stad niet meer in. Maar het huidige aandeel zero-emissievervoer bij servicebedrijven ligt nog laag: minder dan 1 procent. Hoe kan dit? En belangrijker: wat moet er volgens de servicebedrijven en aanbieders van vervoersoplossingen gebeuren om deze doelstelling in het Klimaatakkoord te halen? ‘Als ondernemer is afwachten geen optie meer.’

Cargobike

Investeren in schone voertuigen, stadshubs en slimme laadinfrastructuur, het ontwikkelen van planningssystemen die praten met het voertuig over de actieradius en het trainen van personeel dat klaar is voor de energietransitie. Het zijn de noodzakelijke langetermijnbeslissingen waar ondernemers in de servicelogistiek mee te maken krijgen, wanneer je alleen nog emissievrij de stad in mag. Toch horen nog weinig ondernemers de klok tikken, beamen Tony Santos van Technische Unie  (groothandel in technische materialen) en Bob Kranenburg van Easy go Electric  (aanbieder van lichte elektrische vrachtvoertuigen).

Weinig ondernemers voelen nog de noodzaak, ze wachten af. Het financiële plaatje voelt men als een beperking, vertelt Kranenburg. ‘Om een pilot met elektrisch vervoer te starten, moet je denken aan 10-20.000 euro. Dat schrikt gek genoeg al af bij grote bouwbedrijven.’ Daarnaast werkt de sector nog erg gefragmenteerd, stelt Santos. ‘Als er al duurzame oplossingen worden getest, dan betreft het enkel een klantgerichte aanpak. Het lijkt wel alsof partijen individueel het wiel proberen uit te vinden, we zien al jarenlang dezelfde vraagstukken en probleemstellingen voorbij komen.’

Meer samenwerking nodig

Santos pleit met Technische Unie voor meer samenwerking. ‘Tussen aanbieders van zero-emissievervoersoplossingen, servicebedrijven, opdrachtgevers én concullega’s; de gehele keten. Zo kun je tot generieke oplossingen komen zoals multi, whitelabel vervoer: alle leveringen voor technisch onderhoud bundelen in één rit. Dat zorgt voor minder kilometers en lagere kosten.’

Technische Unie schakelt in Utrecht (in maart en april als pilotvorm) fietskoeriers en licht elektrische voertuigen (LEV’s) in voor de bevoorrading van al hun klanten in de stad. Óók concullega’s. ‘Je moet schroom van je afgooien, willen we de klimaatdoelen halen’, zegt Santos. ‘Start een wagenparkverhuur waar e-cargobikes en LEV’s worden aangeboden voor hun last mile de stad in. Voor iedereen.’

Betrek de monteur in het verduurzamingsproces

Daarbij is het minstens zo belangrijk om in het verduurzamingsproces intern samen te werken. ‘Vraag je monteurs nu om op een vrachtfiets te stappen? Dan zeggen 99 van de 100 hard ‘nee’’, stelt Kranenburg. ‘Ze maken op een dag ontzettend veel kilometers. Wanneer ze opgedragen worden een extra stop te maken bij een hub, een auto te laden of over te stappen op een vrachtfiets, zonder te vragen naar hun behoeften en ervaringen, dan krijg je gegarandeerd verzet.’ Santos: ‘Je moet begrijpen dat het bestelbusje een statussymbool is voor de monteur. Het zit vol met waardevolle materialen, gereedschap en onderdelen, altijd ter beschikking. Daarnaast lunchen ze graag in hun bus! Je kunt niet zomaar hun busje vervangen, de noodzaak voor verduurzamen en de behoeften van de monteurs moeten samenkomen.’


DOCKR cargobike

Pilot met cargobikes

Stefan Daamen, manager duurzaamheid bij Heijmans-Brinck , heeft een pilot uitgevoerd met met cargobikes in Amsterdam, en heeft licht verzet aan den lijve ondervonden. ‘De chauffeurs die met de vrachtfiets op pad gingen, waren in het begin niet goed geïnformeerd en moesten extreem wennen. Wanneer je in gesprek gaat en ervaringen ophaalt, dan komen vragen naar boven als: waar ga ik mijn boterham eten, wanneer het te koud is buiten? Hoe ga ik om met de lage actieradius van een EV, wanneer ik lange afstanden moet rijden en een bus vol gereedschap heb? Het vraagt om een compleet nieuwe werkwijze, voor ons en de monteurs, die we samen met specialisten aanpakken. Zo kunnen we bij DOCKR cargobikes uittesten, en bedachten we met de HvA horecabonnen om in cafés te kunnen lunchen.’

Kranenburg: ‘Het is een geleidelijk proces. Begin eerst met de planning en kijk hoe je het reisgedrag van de bestaande busjes kunt verbeteren. Hier is nog veel winst te behalen, blijkt uit de onderzoeken die zijn verricht door de HvA. Koppel dit daarna aan de mogelijkheden van EV en pas dan opnieuw je planning aan om tot het beste resultaat te komen.’

Stimulerende en faciliterende rol overheid

‘Er moet wel iemand zijn die zegt ‘wees voorbereid, zo gaan we het doen’’, stelt Santos. ‘Daar ligt met name een rol weggelegd voor de overheid. Gemeenten moeten uiteindelijk gaan handhaven door als het ware een hek om de stad te bouwen, dieselbusjes te weren door middel van registratie van kentekens en gebruik van matrixborden. Maar ook door het faciliteren van laadinfrastructuur, infrastructuur van het stroomnetwerk en met een duidelijk overzicht van hublocaties wie waar gebruik van kan maken.’

Werken met hubs, daar ziet ook Daamen veel toekomst in. ‘Als je straks de auto’s in de binnenstad gaat tegenhouden, wat doe je dan met al die parkeergarages? Maak er hubs van voor vrachtfietsen en EV! Wij hebben ze nodig, gemeenten kunnen dit faciliteren.’

Volgens Kranenburg is een sturende rol van de overheid tevens van groot belang om stap voor stap de verandering door te zetten: ‘In het verleden gaf Amsterdam vrijstellingen voor parkeervergunningen of om op de stoep te mogen parkeren. Dat soort beloningen moet ook voor EV-gebruik gedaan worden. Ondernemers moeten uiteindelijk zelf stappen nemen, maar overheid: kom met een concrete toekomstvisie met tijdlijn, zodat het bedrijfsleven weet waar ze aan toe is en daarnaar kan handelen.’

De Week van duurzame servicelogistiek bij Urban Tech

Tijdens de Week van duurzame servicelogistiek van 15 t/m 19 maart kom je meer te weten over het tweejarig onderzoek Gas op elektrisch van Centre of Expertise Urban Technology. Van eindpublicatie tot webinar en verdiepende artikelen, de hele week staat in teken van uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jennifer Drouin, Community Manager at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Amsterdam Donut Coalitie Meetup #5

Featured image

Op 15 april om 16.00 is het tijd voor de 5e online editie van de Amsterdam Donut Coalitie Meetup. Tijdens de online meetup delen we updates en leren we elkaar kennen. Je krijgt ook de kans om via break-out ruimtes dieper in te gaan op donut thema's (donut bedrijven, donut onderwijs, donut plekken, donut beleid en wetgeving etc). Wil je een steentje bijdragen aan de transitie naar een sociaal rechtvaardige en ecologisch veilige maatschappij? Meld je dan aan via de link.

AGENDA

16.00 Welkom & agenda
16.05 Wat is de Amsterdam Donut Coalitie
16.10 De donut in de gemeente Amsterdam | Salome Galjaard
16.20 Q&A met gemeente Amsterdam en community
16.35 Oproep via Scholars United for a Sustainable Amsterdam
16.40 Break-outs rond donut onderwijs & onderzoek + donut plekken
17.00 Recap Plenair
17.10 Einde

Jennifer Drouin's picture #CircularCity
Anne Schermer, Senior communicatie adviseur at Gemeente Almere, posted

Intentieovereenkomst slimme mobiliteit ondertekend

Op 10 maart hebben de gemeente Almere, de provincie Flevoland de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een intentieovereenkomst ondertekend op het gebied van slimme en duurzame mobiliteit.

De komende jaren worden meer dan 100.000 woningen gebouwd in de provincie Flevoland. Daardoor zal er een groeiende mobiliteitsbehoefte ontstaan èn een toenemende druk op de toch al schaarse ruimte en de kwaliteit van de leefomgeving. Om steden leefbaar, duurzaam en bereikbaar te houden, voldoet de traditionele kijk op mobiliteit niet meer. Een meer integrale benadering, waarbij het totaal aan opgaven in een gebied wordt bekeken, is nodig.

Daarom sluiten Rijk en regio vandaag een intentieovereenkomst, waarin zij afspreken om gezamenlijk slimmere en duurzamere oplossingen voor mobiliteit grootschalig te gaan organiseren.De partijen gaan samen uitwerken hoe een passend en duurzaam aanbod aan vervoersmogelijkheden het beste kan worden vormgegeven.

En hoe mensen kunnen worden gestimuleerd om slimmere mobiliteitskeuzes te maken: meer gebruik van het deelaanbod, optimaliseren van het ruimtegebruik en andere duurzame alternatieven. Omdat een aanzienlijk deel van de woningbouwopgave in Almere zal worden gerealiseerd, is Almere de logische initiatiefnemer voor deze intentieovereenkomst.

De komst van de Floriade naar Almere in 2022 biedt een ideale gelegenheid om een combinatie van verschillende slimme en duurzame mobiliteitsoplossingen aan een groot publiek aan te bieden.

Voor de invulling van de in overeenkomst uitgesproken intenties is door de gemeente Almere een kwartiermaker aangesteld, die zal starten met het opstellen van een programmaplan waarin de intenties worden uitgewerkt.

Lees hier het volledige persbericht.

#Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Hoe krijgen we servicemonteurs slim en schoon de stad in?

Susanne Balm, projectleider van Gas op elektrisch, publiceert onderzoeksresultaten over de inzet van zero-emissievervoer voor servicelogistiek en de gevolgen ervan voor servicebedrijven, aanbieders van mobiliteitsdiensten én de monteurs.

Een defecte lift in een seniorenflat, of een kapotte verwarming op een koude decemberdag op kantoor. Servicemonteurs zijn essentieel om dit soort problemen op te lossen. En dat zo snel mogelijk. Maar wat als de monteur straks de vrachtfiets op gaat of de elektrische auto moet laden? Steeds meer steden streven naar uitstootvrije stadslogistiek in 2025. De eindpublicatie van het onderzoeksproject Gas op elektrisch van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) biedt oplossingen met een mix van voertuigen, nieuwe logistieke concepten en efficiënt reisgedrag. ‘Simpelweg de vertrouwde dieselbus vervangen door een elektrische is niet het goede antwoord.’

Vrachtfiets

Lees hier de eindpublicatie met onderzoeksresultaten!

We zien pakketjes en boodschappen aan huis bezorgd worden met een elektrische vrachtfiets, maar servicemonteurs rijden nog veelal in hun oude, vervuilende dieselbusje. En dat terwijl een kwart van de bestelauto’s in Nederland voor installatie-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden is.

Niet zo gek, zegt Susanne Balm, projectleider van Gas op elektrisch. ‘Servicemonteurs hebben een veel groter werkgebied dan de stad alleen. Door een groot tekort aan monteurs kunnen ze soms wel 500 kilometer op een dag rijden, van Amsterdam naar Groningen met tussenstops. Daarnaast hebben zij te maken met wisselende en onvoorspelbare werkzaamheden; de ene dag één lange installatieklus, de andere dag tien geplande onderhoudsbeurten of een noodoproep voor het repareren van beademingsapparatuur. Ze moeten de juiste expertise en gereedschappen op locatie hebben.’

Verbeter afspraken met de klant

Maar de transitie naar zero-emissieservicelogistiek begint niet bij het voertuig, wil Balm benadrukken. ‘Dat is een afgeleide van de hele organisatie in de keten.’ Het rapport van Gas op elektrisch biedt daarom conclusies die tot stand zijn gekomen in samenwerking met servicebedrijven, aanbieders van mobiliteitsdiensten en monteurs.

Ten eerste kan de onvoorspelbaarheid aangepakt worden door betere afspraken te maken met klanten, zegt Balm. ‘Dat begint bij een duidelijk overzicht van diverse locaties: waar zitten je klanten, waar wonen de monteurs, waar bevinden zich logistieke hubgebieden. Maar ook: hoe snel moet een storing opgelost worden? Moet dat überhaupt snel? Wanneer we klussen beter kunnen inplannen, kan de organisatie ook beter inschatten wanneer en waar elektrisch vervoer (EV) mogelijk is en de reistijd verlagen.’

Soortgelijke strategische en tactische keuzes gelden ook voor de voorraad. Dat betreft onder andere de benodigde EV’s per monteur, de hoeveelheid slimme laadpalen op een wagenpark en de apparatuur in de bestelbus. ‘Monteurs zijn vaak hamsteraars: veel gereedschap en onderdelen in de bus, niet altijd efficiënt geordend. Kunnen ze iets niet vinden? Dan bestellen ze het onderdeel opnieuw. Een oplossing kan zijn de materialen door logistiek dienstverleners te laten bevoorraden bij de klant. Dit zorgt ervoor dat je niet een volgeladen bus nodig hebt. Zoveel minder dat je misschien wel de vrachtfiets kan pakken voor korte afstanden. Of langere afstanden kan afleggen met een EV, vanwege het lagere gewicht van het voertuig (hogere actieradius).’

Krijg de monteur mee

De servicemonteur moet alleen wel op een vrachtfiets of in een EV willen stappen. Netbeheerders en brancheorganisaties in de sector waarschuwen al jaren dat er te weinig ‘technisch personeel van morgen’ is dat de energietransitie ten goede komt. ‘Gericht monteurs werven die er al voor open staan de vrachtfiets of het EV te gebruiken is noodzakelijk. Net als werving in de buurt van klanten en hublocaties.’

Maar hoe zit het met de monteurs die al jarenlang in hun vertrouwde bestelbus rijden? ‘Die moet je betrekken in het proces. Laat ze meedenken over de keuze van het voertuig, de inrichting, de laadmogelijkheden, de ontwikkeling van logistieke hubs en de voorraadstrategie. Zo konden monteurs van Feenstra de vrachtfietsen van Dockr eerst uittesten en feedback geven. En zijn ze in gesprek gegaan over wat voor kleding er nodig is op de vrachtfiets om het reiscomfort te vergroten als het regent of erg warm is. In het proces kwamen we er ook achter dat monteurs graag in hun bestelbus lunchen. Dus wat doe je als je met de fiets moet? Feenstra introduceerde een horeacobon bij een zaakje in het werkgebied van de monteurs.’

‘Samen omdenken' credo van het onderzoek

‘Het is belangrijk om de ervaringen van de monteurs te blijven volgen. De eerste vijf monteurs willen wel, maar zorg ervoor dat de hele ploeg enthousiast mee gaat doen. Dan is het van belang dat feedback en bottom-up-plannen op de werkvloer zichtbaar worden. Zij hebben mooie ideeën over de energietransitie die nog te weinig de directie en haar duurzaamheidsplannen bereiken.’

‘‘Samen omdenken' is het credo geworden binnen het onderzoek. Zowel binnen een servicebedrijf als tussen de organisaties van de keten. Er zijn veel aanbieders met duurzame oplossingen, maar die werken gefragmenteerd.’

‘Daar ligt een rol weggelegd voor de gemeente: zichtbaar maken van oplossingen en hublocaties in de stad, faciliteren van ruimte en experimenten. Én zij moet zelf ook het goede voorbeeld gaan geven door te vragen naar zero-emissievervoer. In hun onderhoudscontract wordt met name gerept over onderhoud en verduurzaming van hun gebouwen, het is tijd dat de logistiek eromheen nu ook meer prio krijgt!’

De Week van duurzame servicelogistiek bij Urban Tech

Tijdens de Week van duurzame servicelogistiek van 15 t/m 19 maart kom je meer te weten over het tweejarig onderzoek Gas op elektrisch van Centre of Expertise Urban Technology. Van eindpublicatie tot webinar en verdiepende artikelen, de hele week staat in teken van uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Herman van den Bosch, professor in management development , posted

A comprehensive introduction into a human-centric approach of the smart city

Featured image

Recently, the peer-reviewed Journal of the Engineering and ˜Technology published an overview of the emergence of a human-centric approach into smart cities in contrast to the techno-centric approach. In this article I give many examples how technology can be applied as an enabler tp improve social and ecological sustainable city actions, starting from the principles of the donut-economy

Herman van den Bosch's picture #Citizens&Living
Ellen Harinck, posted

Green Deal - mogelijkheid voor gemeenten om energietransitie, CO2 reductie en innovatie te stimuleren.

Featured image

Frans Timmermans, Chef Klimaat van de Europese Commissie, lanceerde op 11 december de Europese Green Deal, het baanbrekende klimaatplan dat van Europa in 2050 het eerste klimaatneutrale continent in de wereld moet maken.

Met de Green Deal gaat Europa een ongekende uitdaging aan, die tegelijk ook nieuwe kansen biedt. Het eerste doel ligt al in 2030. Dan moet de CO2-uitstoot met 55 procent zijn teruggedrongen (versus 1990).

13 procent van het totale elektriciteitsgebruik schrijven we vandaag op het conto van verlichting – in 2006 was dat nog 19%. Met de totale omschakeling naar LED kan dat worden teruggebracht naar maar liefst 8 procent of bijna de helft in 2030. De missie moet dan ook zijn om LED-verlichting tot een algemeen goed en zelfs een verplichting te maken; niet alleen in de Benelux, maar ook zeker in Europa.

Ter illustratie: Als we vandaag zouden overgaan naar een totale ver-LED-ding van Europa, betekent dat over de periode 2006 – het jaar waarin werd opgeroepen om de gloeilamp wereldwijd uit te faseren – tot 2030 een besparing van 198 megaton aan CO2. Dat staat gelijk aan 267 elektriciteitscentrales of pakweg 50.000 (vijftig duizend!) windmolens.* De besparing voor Nederland alleen is 3,5 megaton aan CO2. Dat staat gelijk aan het elektriciteitsgebruik van drie miljoen huishoudens volgens de Nederlandse Licht Associatie en Fedet.**

Met de Green Deal ligt de weg open om de ver-LED-ding in Europa te versnellen. Dat is echt noodzakelijk en haalbaar: bijna 85 procent van alle lichtpunten in de Benelux kan nog vervangen worden door (connected) LED-lampen.

De voordelen voor gemeenten:
- Significante reductie van de CO2 uitstoot
- Energiebesparing
- Data gedreven onderhoud - transparant - veilig
- Veiligheid stad
- Toekomstbestendig - klaar voor digitalisatie
- Te integreren met een Smart City applicatie
- Eenvoudig beheer

Met het gebruik van de Green Deal kunnen gemeentes hen project laten subsideren als deze voldoet aan een aantal voorwaarden. Wij denken hier graag in mee.

Meer info over de Green Deal via de link.

Ellen Harinck's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Eerste DC-laadpaal actief voor snel laden van elektrische auto's

De HvA test met partners Ecotap en Time Shift Storage het effectiever laden van meederde auto's tegelijkertijd met gelijkstroom

De eerste laadpaal aangesloten op een DC-net is een feit. Daarmee wordt ingespeeld op de groeiende behoefte aan snellere laadoplossingen voor elektrische voertuigen op meerdere plaatsen. Een DC-net transporteert elektriciteit namelijk via gelijkstroom in plaats van wisselstroom, wat zorgt voor betere regelbaarheid en schaalbaarheid naar meerdere laadsessies tegelijkertijd. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) test samen met partners Ecotap en Time Shift Storage de effectiviteit van laden met een DC-net in de stad. ‘Wanneer het werkt zoals wij verwachten, mogen we spreken van een doorbraak.’

DC-laadpaal

Het laden van een elektrische auto op een DC-net is uniek, vertelt onderzoeker Willem Knol van de HvA en Over Morgen, een adviesbureau dat werkt aan een duurzame leefwereld. ‘Nu wordt dat nog via AC, wisselstroom, gedaan. Gemiddeld gesproken zit er één laadpaal op één AC-aansluitpunt van een netbeheerder. Heb je het over een AC-Laadplein, met meerdere laadpalen, dan zijn dat meer aansluitingen. Wanneer er echter verscheidene auto’s tegelijkertijd laden, zakt de spanning en stroomtoevoer terug. Daardoor gaat de effectiviteit om meerdere auto’s tegelijk te laden verloren.’

Dit DC-Laadplein krijgt zijn stroom geleverd via een batterijopslagsysteem dat vervolgens weer is aangesloten op een AC-aansluitpunt. Met de gelijkstroom van het DC-net is er minder transportverlies van elektriciteit. Dat wordt nu in de stad op de proef gesteld binnen het HvA-project DC-Laadplein.

In samenwerking testen

De test wordt uitgevoerd in samenwerking met Time Shift Energy Storage en Ecotap. Time Shift levert het net, de accu en de omvormer van AC naar DC. Ecotap heeft een DC-laadpaal ontwikkeld die ook DC gevoed kan worden. Samen zorgen ze dat het net werkt en alle componenten met elkaar communiceren.

Vooralsnog krijgt één elektrische auto de glansrol in het experiment, maar het staat op de planning om op te schalen naar drie auto's. ‘Op het moment dat we de auto’s veilig en snel DC kunnen laden middels de DC-voeding, mogen we spreken van een succes en doorbraak’, vertelt Bjorn Brands van Ecotap. ‘Dit is nog niet eerder gepresenteerd in de setting waarin wij werken.’

Nieuwe businessmodellen voor DC-net

De HvA werkt aan nieuwe businessmodellen op het gebied van DC-transport en DC-laden. ‘Je zou ook zonnepanelen aan het DC-net kunnen verbinden’, vertelt Knol. ‘Zonnepanelen leveren ook DC-stroom.’ Ecotap onderzoekt of laden met een DC-voeding te vercommercialiseren is bij haar partners. Brands: ‘Uit de test moet blijken of een DC-laadpaal ook praktisch aangeboden kan worden, zodat meer praktijken gebruik kunnen maken van de voordelen van DC-laden.’

Transitiethema Energy Transition

Het project DC-Laadplein is onderdeel van transitiethema Energy Transition. Het onderzoek binnen het thema draagt met technische en organisatorische oplossingen bij aan de energietransitie. Van slim laden tot duurzame opwekking van energie, databeheer en het opleiden van de ‘21st century engineer’. Onderzoek betreft het ontwerpen van technische interventies, met oog op maatschappelijke en economische ontwikkelingen en impact. Het is één van de vier onderzoeksthema’s van Centre of Expertise Urban Technology.

LinkedIn, Twitter & Facebook

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Zéger Nieuweboer, Founder / Teacher at Learningisgrowing.nl, posted

YIMBY Arnhem! groeit.

Featured image

Dit voorjaar bouwen de makers van de zorgboerderij Hoeve Klein Mariëndaal in Arnhem-West YIMBY moestuinbakken voor de nieuwe stadsboeren in de wijken Klarendal, Geitenkamp, Presikhaaf, 't Broek en Malburgen van de stad Arnhem.

Angela Jong heeft haar buurtgenoten in de wijk Klarendal warm gemaakt voor het biologische tuinieren in de stad met YIMBY's. "Het komt mooi uit dat de Gemeente Arnhem 50% van de aanschafprijs bijdraagt door de groene subsidieregeling De Eetbare Stad". Bart van Dalsem van de Hoeve Klein Mariëndaal geeft aan: "Door de lokale sponsoring door de bedrijven Welkoop Elst en De Bolster kunnen we de YIMBY;s leveren met biologische moestuinaaarde en biologische zaden"

Zéger Nieuweboer heeft met zijn groene onderwijsbedrijf learningisgrowing.nl al acht jaar ervaring met de begeleiding van YIMBY Arnhem! "In de periode 2013-2020 zie je dat nieuwe stadsboeren starten met een YIMBY moestuinbak en doorgroeien naar een biologische voedseltuin". https://lnkd.in/eYbrQiH
#YIMBY #voordeoogstvanmorgen

Zéger Nieuweboer's picture #Citizens&Living
Mathieu Dasnois, Communications Manager at Metabolic, posted

Recycling, downcycling and the need for a circular economy

Featured image

What happens to the plastic and paper that you’ve carefully sorted into separate bins?

Many of the products we recycle today are essentially downcycled. While this generally helps to preserve the life of raw materials and some of the value that went into creating them, there might be better ways to do it.

Find out more about the nuances between recycling, downcycling, and a truly circular economy, in this article.

Mathieu Dasnois's picture #CircularCity
Nancy Zikken, Community Manager - on leave till August at Amsterdam Smart City, posted

“Rolling out technology without citizen participation does not work”

Featured image

One of our 8000 community members is Tom van Arman. Tom is founder and director of Tapp, an agency that develops responsible urban technologies. Tom is full of ideas about the digital city. 'And citizens must be much more involved in the implementation of technology in the public space', he says.

He uses the data principles of the Tada Manifesto, inclusivity, tailored to people, control, legitimacy, transparancy and for people, in his work.

In this interview Tom explains how entrepreneurs could learn more from each other about developing ethical technology and how Tada can act as a library for the exchange of knowledge.

Check out the interview (in Dutch):

Nancy Zikken's picture #DigitalCity
Roelof Hellemans, posted

Siemens Mobility bouwt landelijk MaaS-platform Rivier NS, RET en HTM zetten in op digitale ontsluiting van heel Nederland

NS, RET en HTM laten
hun landelijke MaaS-platform bouwen door Siemens Mobility. Het platform maakt het mogelijk om een reis met verschillende vervoermiddelen in één keer online te plannen, boeken en betalen. RET-directeur Maurice Unck namens Rivier, de joint venture van de drie partijen: “Na de pandemie verandert ons reisgedrag.

We reizen, werken en leren flexibeler: in tijd, plaats en keuze van het
vervoermiddel. Daarom investeren we juist nu in de beste reismogelijkheden voor de consument. We willen de drempel verlagen om een reis met meerdere
vervoermiddelen eenvoudig digitaal te plannen, boeken en betalen. Daarom roepen
we alle Nederlandse mobiliteitsaanbieders op om zich aan te sluiten.”

 Naar verwachting zien
in het najaar de eerste apps van MaaS-providers het licht waarmee consumenten
hun multimodale reis in heel Nederland kunnen plannen.

Stel: je wil
graag bij een vriend, een klant of iemand anders op bezoek en gemakkelijk weten
hoe je daar het snelst bent en hoeveel dat kost. Hoe krijg je dat voor elkaar?
Je kunt kijken of er files zijn, een deelauto boeken, uitzoeken of het OV goed
werkt, nadenken over de fiets als alternatief en meer. Maar een reis
samenstellen waarbij deze verschillende vervoermiddelen van
mobiliteitsaanbieders optimaal worden ingezet, moet je nu nog helemaal zelf
doen. Dat is best een complexe puzzel die veel mensen liever overslaan. Terwijl
juist de combinatie van vervoermiddelen je als reiziger veel tijdwinst en
bewegingsvrijheid oplevert. Daarnaast helpt zo’n combinatie onze infrastructuur
zo goed mogelijk te benutten.

 Reisopties in één
keer zichtbaar, één keer afrekenen

Met het nieuwe platform
is het straks voor consumenten veel makkelijker om gebruik te maken van
beschikbare vervoermiddelen. Het platform kan verbonden worden met al bestaande
apps van MaaS-providers zoals de NS, RET, HTM. Maar het platform kan ook andere
bestaande apps en nieuwe apps bedienen. De snelheidswinst zit ‘m erin dat alle
afzonderlijke vervoersmogelijkheden op de route in één keer inzichtelijk
worden. Maak je bijvoorbeeld graag gebruik van een deelscooter of reis je
liever per trein of metro? De app houdt rekening met ieders persoonlijke
voorkeuren en past het advies daarop aan. Bovendien is er geen gedoe met
verschillende vervoersbewijzen en de betaling ervan: ook dat regel je heel
makkelijk vanuit je favoriete app of website.

Toegankelijk voor alle mobiliteitsaanbieders:

De initiatiefnemers
willen de mobiliteitsdiensten van zoveel mogelijk aanbieders in Nederland
samenbrengen. Of het nu gaat om taxibedrijven of deelfietsen, e-scooters of
zelfs particuliere automobilisten. Hoe meer partijen hun diensten aanbieden,
hoe beter het écht mogelijk wordt om heel Nederland digitaal te ontsluiten.
Aanbieders profiteren van het gemak van eenmalig laagdrempelig aansluiten en
hebben direct een landelijk bereik te met een platform dat doorontwikkeld is om
de klantbeleving te optimaliseren. Daarom roepen de initiatiefnemers alle
aanbieders op om zich aan te sluiten.

Roelof Hellemans's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Amsterdamse daken kleuren groen

Daktuinen en een waterberging op gebouwen: HvA-project RESILIO creëert ‘slimme groenblauwe daken’ voor klimaat- en toekomstbestendige steden.

Wanneer je na tientallen trappen het hoogste punt van het Benno Premselahuis van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) betreedt, word je beloond: een daktuin met diverse planten en bloemen, grindpaden en een bankje om van de omgeving te genieten. Het is een voorbeeld van project RESILIO, dat 10.000 m2 aan Amsterdamse daken van hete zwarte vlaktes gaat veranderen in koele plantsoenen vol biodiversiteit. Én slimme technologieën. Want de zogeheten ‘slimme groenblauwe daken’ dienen niet alleen als stadsnatuur, ze bieden technische oplossingen om onze steden klimaat- en toekomstbestendig te maken.

Groenblauwe daken

Het regent steeds vaker en harder, terwijl het ook heter wordt. Met als gevolg: regelmatig natte sokken en vaker hittestress. De slimme groenblauwe daken van RESILIO bieden een uitweg. Onder de laag van planten op het dak wordt extra regenwater opgevangen. Dit water wordt door een slimme klep, de stuw, vastgehouden of geloosd op basis van de weersvoorspellingen. Door het opvangen van het water kunnen de daken dus ook langer vocht verdampen tijdens hitte en droogte, waardoor het koeler blijft binnenshuis en in de buurt. En net zo belangrijk: de daken geven ruimte aan nieuwe natuur. Dat is goed voor de biodiversiteit in de stad. De bijen hebben het groen op het Benno Premselahuis van de HvA al gevonden.

HET DAK OP TEGEN HITTESTRESS

De eerste resultaten zijn veelbelovend. ‘Traditionele zwarte daken worden in de zomer al snel 50-60 graden. Het blauwgroene dak op het Benno Premselahuis warmt op tot ongeveer 30 graden.’ Aldus Anna Solcerova, onderzoeker van Centre of Expertise Urban Technology. Zij test sinds afgelopen zomer het verschil van de effecten op hittestress en leefbaarheid tussen de traditionele en blauwgroene daken.

Het verschil van 30 graden op het dak heeft direct positief effect binnenshuis, maar één blauwgroen dak maakt de buurt niet meteen hittebestendig. ‘Ik woon zelf in het grootste stedelijke hitte-eiland Den Haag, waar wijken dichtgebouwd staan met zwarte daken’, zegt Solcerova. ‘Het is daardoor zomers extra heet! Wanneer een hele wijk groen kleurt, ga je echt positief effect merken.’

SLIMME GROENBLAUWE DAKEN IN VIJF AMSTERDAMSE BUURTEN

Daarom is opschaling essentieel. Na het HvA-dak zijn de eerste blauwgroene daken op corporatiewoningen in Oosterparkbuurt en Kattenburg gelegd. En binnenkort volgen de daken in drie andere Amsterdamse buurten: Indische Buurt, Slotermeer en Rivierenbuurt. ‘Zo kunnen we de effecten op hittestress in een hele wijk meten en verschillende dakconstructies testen. In de Oosterparkbuurt doe ik nu metingen op een complex waarvan we de helft groenblauw hebben gemaakt en de andere helft zwart is gebleven. Zo kunnen we direct conclusies verbinden aan het verschil in temperatuur op één dak dat te maken heeft met dezelfde (weers)omstandigheden. En terwijl het ene dak traditioneel zwart is, hebben andere buurten daken met grijze, korrelige steentjes. Die diversiteit aan type daken geeft ons een completer beeld voor analyses.’

WATER GELEIDELIJK LOZEN IN DE STAD

Naast het meten van hittestress door de HvA, analyseert de Vrije Universiteit  (VU) het waterbeheer op dezelfde daken. De proeftuin op het HvA-dak kan liefst 30.000 liter regenwater vasthouden. Belangrijk is om te weten wanneer precies het vastgehouden water in de stad te lozen. ‘Je wilt dat doen wanneer er geen regenbuien worden verwacht, maar dat is in Nederland vaak moeilijk te voorspellen’, verklaart Solcerova. ‘Daarnaast wil je geen water verliezen dat nodig is om de planten op het dak levend te houden. Zij analyseren onder andere de werking van de stuw.’

De wethouder van Amsterdam, Laurens Ivens, omarmt de vergroening van de daken in zijn stad: ‘Deze manier is heel erg goed om te voorkomen dat een gebouw heel erg warm wordt in de zomer, maar het voorkomt ook dat al het water in een keer op het riool komt, wanneer er heel veel neerslag valt.’ Ook de bewoners van de vijf Amsterdamse buurten verwelkomen de nieuwe daken: ‘Zo wordt het koeler in de zomer, en lekker warm in de winter!’ (Een item op NOS  vertelt je er meer over)

INTERNATIONALE SAMENWERKING

Naast de metingen over de effecten van de daken op het klimaat, leefbaarheid en gezondheid, onderzoekt RESILIO ook of de effecten opwegen tegen de kosten. De bevindingen bepalen hoe verder te gaan met deze innovatie. De opgedane kennis en ervaring worden met andere Europese steden gedeeld. Zo kan de techniek en het proces ook over de grens toegepast worden. Volg de ontwikkelingen op de website van RESILIO .

RESILIO staat voor Resilience Network of Smart Innovative Climate-Adaptive Rooftop. Het is een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, Waternet, MetroPolder Company, Rooftop Revolution, Hogeschool van Amsterdam (HvA), Vrije Universiteit Amsterdam (VU), Stadgenoot, de Alliantie en De Key. Het project wordt mede gefinancierd uit het ERDF fonds van de Europese Unie via het Urban Innovative Actions programma.

Meer informatie

Artikel groene daken
Projectpagina RESILIO
Centre of Expertise Urban Technology
Transitiethema Designing Future Cities
Twitter, LinkedIn en Facebook

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Eline Meijer, Communication Specialist , posted

Metropolitan Mobility Podcast met Maurits van Hövell: van walkietalkies naar het Operationeel Mobiliteitscentrum

Featured image

“Voorheen werd er gewoon rondgebeld: ‘Wij zitten in de instroom van de ArenA. We hebben nu 20.000 man binnen. Hoe gaat het bij jullie op straat?’” In de achtste aflevering van de serie A Radical Redesign for Amsterdam, spreken Carin ten Hage en Geert Kloppenburg met Maurits van Hövell (Johan Cruijff ArenA). Hoe houdt je een wijk met de drie grootste evenementenlocaties van het land, bereikbaar en veilig? Ze spreken elkaar in het Operationeel Mobiliteitscentrum over de rol van de stad Amsterdam, data delen en het houden van regie. A Radical Redesign for Amsterdam wordt gemaakt in opdracht van de Gemeente Amsterdam.

Luister de podcast hier: http://bit.ly/mvhovell

Eline Meijer's picture #DigitalCity
Francien Huizing, Program and Communication Manager at Amsterdam Smart City, posted

Wicked Update - Eye opener workshop ‘bewuste mobiliteitskeuzes’.

Featured image

Het Wicked Problem traject binnen Amsterdam Smart City richt zich op het op tafel krijgen en houden van complexe vraagstukken. We adresseren achterliggende barrières en afhankelijkheden om een andere kijk op het vraagstuk te krijgen en daarmee ook zicht op passende oplossingen.

Het Wicked Problem team is aan de slag gegaan met het vraagstuk van de Johan Cruijff ArenA: Hoe behouden we bewuste mobiliteitskeuzes ook post corona? Gedragsverandering bleek een achterliggende barrière zijn. Om nieuwe perspectieven op dit aspect van gedragsverandering te krijgen en daarmee anders tegen het vraagstuk van bewuste mobiliteitskeuzes aan te kijken hebben Drift en RHDHV een zogenaamde ‘eye opener’ workshop begeleid. Door perspectieven van buitenaf op gedragsverandering creëren we nieuwe inzichten op het vraagstuk van Maurits van Hövell, consultant mobility & environment bij de ArenA.

Behaviour Change Wheel
Het eerste perspectief kwam van Lieve van den Boogaard, projectmanager Healthy ‘R. Lieve: ‘mensen zijn niet zo rationeel als we denken. Het idee vanuit de overheid is vaak dat als we de juiste informatie geven en werken met subsidies en/of boetes dat dit voldoende is, maar dit blijkt meestal niet het geval.’ Voordat je over mogelijke oplossingen gaat nadenken zijn de volgende twee stappen belangrijk:
• Het vraagstuk afpellen.
Als je echt gedrag wil veranderen, maak het dan zo klein mogelijk. Wat wil je zien bij wie, waar en wanneer?
• Achterhalen wat motivaties en belemmeringen zijn van verschillende doelgroepen.
Het model dat je hiervoor kunt gebruiken is het Behaviour Change Wheel. Gedrag wordt bepaald door Capaciteit (fysiek, psychologisch), Gelegenheid (fysiek of sociaal) en Motivatie (intrinsiek, automatisch). Pas als je weet in welke vlakken je doelgroep zit, kan je kijken naar mogelijke oplossingen.

Haar voorbeeld over stoppen met roken geeft bijvoorbeeld aan dat het achterliggende issue stress is. Stress verlagen blijkt een voorwaarde om rookgedrag te kunnen veranderen en ook een betere ingang om het gesprek aan te gaan.
Invloedstrategieën

Het tweede perspectief kwam van Koen van ’t Hof, gedragsexpert en werkzaam bij programma Fiets van de gemeente Amsterdam. Hij gebruikt 3 stappen: gedrag selecteren; gedrag verklaren; en gedrag beïnvloeden. Hij liet ons zien welke strategieën je in kunt zetten om invloed te hebben op gedrag:
• Educatie; vergroten van kennis en begrip
• Overtuiging;
• Beloning / dwang;
• Training; vergroten van vaardigheden van je doelgroep
• Beperking; regels gebruiken om doelgedrag aantrekkelijk te maken en alternatieven minder aantrekkelijk.
• Omgeving aanpassen;
• Modeling; voorbeeld figuren inzetten;
• Facilitering

Hieruit blijkt ook dat er meerdere disciplines nodig zijn om gedragsverandering tot stand te brengen: Vanuit de groep kwam nog de aanvulling van het model van Cialdini.

Sociale aspecten
Het laatste perspectief kwam van Peter van Vendeloo van bureau WeThePeople die ons het geheim van de Bob campagne onthulde. In essentie gaat de Bob campagne over vriendschap. Hoe lossen we het probleem van rijden en drinken in harmonie met elkaar op? In de campagne wordt niet de confronterende vraag gesteld, maar juist de ’vriendenvraag’. Het vriendschapsgevoel van de campagne bleek een enorm belangrijke driver van acceptatie van de boodschap en de driver om het gedrag te veranderen. Degene die nuchter achter het stuur ging zitten kreeg binnen de groep een belangrijke en gewaardeerde rol en dat bleek achteraf een belangrijke driver.

Zijn belangrijkste les: praat met de doelgroep en let sterk op sociale aspecten.

Eye openers
In verschillende groepen gingen we in gesprek over de eye openers die deze perspectieven opleverden. De nieuwe inzichten die Maurits van de ArenA uit deze workshop opdeed: ‘Ten eerste zijn bewuste mobiliteitskeuzes veel meer afhankelijk van gedrag dan van vraag en aanbod. Het is daarnaast belangrijk om het probleem krachtiger te definiëren en te kijken wie dit nog meer ervaren. En daarna te bepalen welk gedrag we willen zien; van wie en op welk moment. Vervolgens moeten we met die doelgroep in gesprek om te achterhalen welke sociale aspecten en drivers spelen.

Tot slot maakten we een rondje langs de groep om te horen wat ieder als eigen rol ziet in het vraagstuk van bewust mobiliteitsgedrag. Veel partijen gaven aan betrokken te willen blijven en boden Maurits commitment aan om dit gezamenlijk op te pakken. Zowel vanuit het Wicked Problem team als Amsterdam Smart City zullen we  met Maurits vervolgstappen bepalen.

Tweede vraagstuk Wicked Problem team - Warmtenetten
Een tweede vraagstuk waar het Wicked Problems team binnenkort mee aan de slag gaat is “Hoe doorbreken we de tendens tot hoge temperatuur warmtenetten?”, een vraagstuk van de gemeente Haarlemmermeer. Dit is het startschot om het makkelijker te maken om buurten te voorzien van duurzame warmte. Een complexe zoektocht, omdat dit niet alleen gaat om de keuze voor de juiste techniek , maar ook om buurtparticipatie, het goed organiseren van de warmtevraag en het aanbod, de governance, planningen en de beperkingen in wet- en regelgeving. Al deze onderdelen hebben invloed op de financierbaarheid – en dus haalbaarheid – van lokale warmteprojecten. Een echt wicked problem! Inmiddels zijn ook de gemeenten Almere, Amsterdam en Haarlem aangesloten.

Het doel van de komende sessie is om op te halen welke kennis, aanpakken en oplossingen er vandaag al liggen om de business case voor duurzame warmte makkelijker te maken, en te bepalen welke resterende witte vlekken er geprioriteerd moeten worden voor morgen.

Wil je ook meedenken in deze nog te plannen en vorm te geven sessie? Laat het ons weten, dan nemen we contact op!

Het Wicked Problem team bestaat uit Alliander, Arcadis, Drift, HvA, Kennisland, Nemo en RHDHV.

Francien Huizing's picture #Mobility