#Data
News

Topic within Citizens & Living
Beth Njeri, Digital Communications Manager at Metabolic, posted

Building back better with a systemic approach

Featured image

As the world grapples with vaccinations, variants, and how to return to "normal", it’s a good time to reflect on whether or not we are fully equipped to prevent future shocks.

Building true resilience means addressing the systemic issues that make our world increasingly fragile, by understanding the deeper structures and mental models at the root of a problem to create lasting solutions.

Check out our article done by Metabolic last year about building back better.

#circulareconomy

Beth Njeri's picture #Citizens&Living
Liza Verheijke, Community Manager at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Comenius Leadership Fellow grant to make AUAS students AI-ready

Featured image

The Centre of Expertise Applied AI of the Amsterdam University of Applied Sciences (AUAS) has been awarded a Comenius Leadership Fellow grant of €500,000 for the AI4Students project. Over the next three years, the project headed by Professor of Responsible AI Nanda Piersma intends to use the Comenius grant to equip AUAS students for a future in which artificial intelligence (AI) will play an increasingly important role.

The assessment committee of the Netherlands Initiative for Education Research (NRO) selected the project from a total of 15 applications and praised AI4Students for its innovative character and the expected benefits for students, lecturers and the professional field. “Because of the social relevance of the topic, the committee is confident that the outcomes will be valuable to students and lecturers as well as the professional field.”

AI-ready upon graduation

AI4Students is a project that should have an impact in all faculties of the Amsterdam University of Applied Sciences. “We would like to ensure that all AUAS students are AI-ready by the time they graduate, not just with a general acquaintance with AI, but AI specifically geared to their field of study,” Piersma explains. “So it’s not about them studying with us first to become an accountant or physiotherapist, for example, and then having to take an additional training course as soon as they start their job. Instead, they should already be thinking with us about how AI is going to affect their job.”

The Comenius Leadership Fellow 2021 grant will enable Piersma to start fulfilling that ambition over the next three years. “What we want to do is start performing an AI impact scan for 9 degree programmes,” Piersma explains. “In what way is artificial intelligence going to impact a professional field? How will this affect what professionals need to be able to do, and what does that mean for the degree programme itself?”

Liza Verheijke's picture #Citizens&Living
Christiaan Elings, Strategy & Collaboration for Sustainable Transitions at Royal Haskoning, posted

Gezonde stad: slim, samen en in samenhang

Featured image

Een gezonde stad is vitaal, veerkrachtig en toekomstbestendig – zowel maatschappelijk als economisch. Maar vanzelf gaat het niet. De druk op de stad is groot en de situatie is urgent, want er moet veel en liefst tegelijk: meer woningen, minder lawaai, schonere lucht, minder hittestress, een lager energiegebruik. Dit lukt alleen als we het slim, samen en in samenhang doen.

En er is goed nieuws: al die transities scheppen niet alleen verplichtingen, maar ook geweldige mogelijkheden. Zo biedt data science kansen om tot goede plannen en oplossingen te komen, om deze te visualiseren en communiceren én om participatie en besluitvorming te organiseren. In bijgaand artikel uit Binnenlands Bestuur geeft mijn collega Jan de Wit een overzicht van kansen.

Meer info: Gezonde stad: slim, samen en in samenhang

Christiaan Elings's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Hoogbouw vraagt om een menselijke maat nu steden verdichten

Featured image

HvA-onderzoeksproject Sensing Streetscapes deelt eindresultaten en gaat op excursie naar vier steden met ontwerpoplossingen op ooghoogte.

De populariteit van de stad zet alsmaar door, en dat is te zien aan huidige bouwprojecten. Die gaan steeds meer de hoogte in nu de stad verdicht. Van Londen tot Oslo en van Vancouver tot Amsterdam. Lectoraat Bouwtransformatie van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzocht met ontwerpbureaus, gemeenten, ontwikkelaars en woningbouwcorporaties binnen onderzoeksproject Sensing Streetscapes hoe je een menselijke maat kan creëren in gebiedsontwikkeling met hoge dichtheden. De onderzoekers zetten hiervoor ontwerpend onderzoek, neuroarchitectuur en AI in. Welke lessen voor de praktijk leverden dit 2-jarige onderzoek op en tot wat voor inzichten kwamen de experts rondom dit actuele vraagstuk?

De onderzoekers binnen het actieonderzoek Sensing Streetscapes analyseerden in Amsterdam, Vancouver, Toronto, Manchester, Londen en Oslo de toegepaste ontwerpoplossingen om hoogbouw te verschalen naar menselijke proporties op ooghoogte. Omdat zowel de ontwerpopgave als de methodiek van neuroarchitectuur nieuw zijn voor Nederland werkten zij samen met internationale partners en steden. De analyses tonen de gerealiseerde oplossingen voor dezelfde stedenbouwkundige regels. Grote verschillen werden hierdoor zichtbaar.

Kijken als professional: zes casestudies ontwerpend onderzocht

Terwijl Toronto zich manifesteert met extreme en harde keuzes die de hoogbouw letterlijk aan de straat tonen, is er in onder meer Vancouver, Manchester en Amsterdam veel meer gelaagdheid. Bovendien zijn er meer details toegepast waarmee de hoogbouw visueel minder nadrukkelijk aanwezig is voor de gebruikers in de straat. En dat is nodig, want een menselijke maat op straatniveau verbetert de leefbaarheid op hoogbouwlocaties en verhelpen gezondheids- en stressklachten gerelateerd aan deze milieus.

De Zuidas in Amsterdam als ‘mixed-use’ gebied is een voorbeeld waar de hoogbouw goed werkt, vertelt Frank Suurenbroek, lector Bouwtransformatie bij het Centre of Expertise Urban Technology van de HvA, tijdens een excursie door de Zuidas. ‘De verbinding tussen de zakelijkheid van kantoren en de zachte materialen voor woningbouw is hier grotendeels geslaagd. Daarnaast is er veel groen door mooie pocket parks (kleine parken), die deels toegankelijk zijn voor publiek én zelfs ontworpen zijn met bewoners.’ Internationale experts ‘vlogen digitaal in’ en een belangrijk deel van de Nederlandse praktijk — van ontwerpbureaus tot ontwikkelaars, brancheorganisaties en hoofdontwerpers van de grote steden — waren aanwezig bij de excursie als onderdeel van het eindseminar, waar de opgedane kennis na twee jaar onderzoek werd gepresenteerd en gedeeld.

Zo werd ook duidelijk dat bewoners in Londen soms in sociaal isolement verkeren door wonen in hoogbouw op schiereiland Isle of Dogs, vanwege weinig contact met de buren en de straat. Terwijl soortgelijke milieus in Amsterdam, Vancouver en Oslo een ander beeld laten zien vanwege de natuur waarmee zij omringd zijn. ‘De laatste jaren tonen aan dat groen een belangrijke drager voor ontwerp is geworden’, verklaart Gideon Spanjar, projectleider van Sensing Streetscapes. ‘Bewoners van hoogbouw hebben in Vancouver zicht op natuur en de grote en kleine korrel van gebouwen zijn bewust gemengd. Tevens werken zij met ontwerpoplossingen om de hoogbouw voor de voetganger aan het zicht te onttrekken door de gebouwen naar achteren te plaatsen, waarbij het bladerdak van bomen de ruimte subtiel begrensd. Dit noemen we ook wel Vancourism.’

Kijken als gebruiker: neuroarchitectuur ontsluit de beleving

Maar hoe ervaren de bewoners ontwerpoplossingen op ooghoogte zelf? Het nieuwe vakgebied van de neuroarchitectuur biedt de mogelijkheid om hier voor het eerst antwoord op te geven. Iedereen kent immers plekken die fijn aanvoelen en plekken waar je snel weer weg wilt. Met neuroarchitectuur wordt dit proces zichtbaar gemaakt met behulp van eye-trackers en een hiervoor ontwikkeld biometric dashboard. De eye-trackers registreren 30 keer per seconde waar de gebruiker naar kijkt, hoe lang en in welke volgorde. Door vele proefpersonen systematisch verschillende locaties voor te leggen, worden patronen zichtbaar op een heatmap (zie hoofdfoto als voorbeeld).

Uit de veld- en labtests blijkt het belang van wat op ooghoogte wordt ontworpen, zoals de ontwerpers voorspellen. Hierbij werd specifiek duidelijk dat mensen eerst op zoek gaan naar andere mensen. Daarvoor wordt de ruimte gescand op plekken waar je die kan verwachten, zoals balkons, portieken, entrees, fietsenrekken en auto’s. Evenals de functies op de begane grond en het materiaal van gebouwen. En terwijl te veel complexiteit in de straat veel aandacht trekt in negatieve zin, vallen zowel een dichte als een transparante plint minder op. De contouren van een verhoogde plint worden daarbij daadwerkelijk gezien en helpen hoogbouw verschalen. Tot slot werkt een geleidelijke overgang tussen straatwand en straatruimte goed.

De balans tussen succesvol en niet succesvolle ontwerpoplossingen is subtiel, verklaart lector Suurenbroek. ‘Als we willen dat mensen niet overweldigd raken door hoogbouw, dan zijn neuroarchitectuur-testen gedurende het ontwerpproces van belang. De ontwikkelde methode en patronen die daarmee zichtbaar worden tonen aan dat het ons echt kan informeren over de impact van ontwerpkeuzes.’

Kijken vanuit data: AI ontsluit rijke reeks leerzame locaties

Iedere bouwopgave binnen de bebouwde stad heeft te maken met unieke uitdagingen, maar goed gerealiseerde voorbeelden uit de praktijk kunnen dienen als referentie voor de impact van mogelijke ontwerpoplossingen. Met behulp van AI is binnen het onderzoek een search-engine gebouwd, waarmee via open data vergelijkbare locaties getraceerd kunnen worden. Hiermee helpt AI de ruimtelijk ontwerpers en opdrachtgevers een rijke reeks aan bijpassende referentielocaties te vinden, van Europa tot Noord-Amerika. De mate van hoogbouw, Floor Space Index, Mixed-use is een greep van parameters die je zelf kan instellen.

Suurenbroek: ‘Eenmaal gebouwd bepaalt een ruimtelijk project voor decennia het aanzien en de condities van de plek en omgeving. Juist daarom proberen we met ons onderzoek en de excursie het gesprek tussen de ontwerpers, opdrachtgevers, toekomstige gebruikers en internationale experts te faciliteren. Bovendien vertoont de groei van Amsterdam veel overeenkomsten van die van de meeste andere westerse steden. Ontwerpend onderzoek, neuroarchitectuur, de AI-tool en excursies helpen daarbij. Ontwerpen van het straatniveau valt immers deels tussen verschillende disciplines in.’

Meer informatie

Het eindseminar en de excursie zijn onderdeel van het 2-jarig onderzoeksproject Sensing Streetscapes, waar lector Bouwtransformatie Frank Suurenbroek, hoofdonderzoeker Gideon Spanjar en senior AI-onderzoeker Maarten Groen (lectoraat Resonsible IT) hun resultaten hebben gedeeld. Alsook diverse experts uit Oslo, Vancouver en Londen. Binnen het project werkt een interdisciplinair team van onderzoekers samen met de praktijk en internationale onderzoeksgroepen aan het ontleden van het begrip menselijke maat voor het ruimtelijk ontwerp. Om de resultaten te ontsluiten en de AI-tool open access te gebruiken, is een platform gebouwd: www.sensingstreetscapes.com.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Op zoek: duurzame binding met je buurt

Featured image

Interview met onderzoeker Anneke Treffers (HvA) over het belang van ‘buurtdragers’ om de binding met de buurt te versterken. Eindpublicatie toont resultaten van onderzoek naar de Couperusbuurt, Amsterdam Nieuw-West.

De Couperusbuurt: een multicultureel stadsdeel in Amsterdam Nieuw-West waar jong en oud samenkomen, maar ook kunnen botsen in opvattingen over wat hun buurt zowel prettig als onprettig maakt. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) deed binnen project Ontwikkelbuurten onderzoek naar het belang van ruimtelijke structuren, plekken en programma’s die de binding van bewoners met hun buurt duurzaam kunnen versterken. Ofwel: ‘buurtdragers’. Onderzoekers Ivan Nio, Anneke Treffers en lector Bouwtransformatie Frank Suurenbroek presenteren na ruim twee jaar onderzoek de bevindingen.

De Nederlandstalige muziek van Café Content nabij de Couperusbuurt is eindelijk weer te horen nu de terrassen na lockdown open zijn. Vooral bewoners van het eerste uur komen hier regelmatig samen en dat is tekenend voor de buurt. Het is een voorbeeld van een ‘buurtdrager’ die samenhang en herkenbaarheid biedt, de leefbaarheid versterkt en de buurtbetrokkenheid van bewoners vergroot. Denk ook aan parkjes, hoven, portieken, winkelstrips en andere voorzieningen en faciliteiten in de nabijheid van de eigen woning.

Stedelijke vernieuwing in de Couperusbuurt

Maar niet elke buurtdrager is een voorziening voor iedereen. De Couperusbuurt kenmerkt zich als divers: jong en oud, multicultureel; maar de omgang met de verschillende groepen is laag. Daarnaast kent de buurt ook hardnekkige sociale problemen, waaronder een combinatie van een laag opleidingsniveau, een laag inkomen en een hoge werkloosheid. De veelal portiekwoningen, herkenbaar aan de typerende hovenstructuur van deze na-oorlogse wijk, zijn er erg klein, als gevolg van versnelde bouw na de Tweede Wereldoorlog. Nu anno 2021 wonen in deze kleine woningen een diversiteit aan bewoners en dat levert spanningen op.


Voorbeelden van buurtdragers.

Maar er is hoop: de Couperusbuurt verwacht stedelijke vernieuwing en staat voor een nieuwe opgave de binding met de buurt en bewoners te versterken. ‘Dan is het nodig om de buurt in te gaan, te ervaren en de bewoners te spreken’, vertelt onderzoekster Treffers. ‘Niet iedereen staat te springen om vernieuwing. Wanneer je een goed overzicht hebt van hoe de buurt individueel beleefd wordt in relatie tot al bestaande buurtdragers, dan kun je pas gaan nadenken over fysieke ingrepen en investeringen die de leefbaarheid en de betrokkenheid bij de buurt kunnen verbeteren.’

Angst bij ouderen

Vooral bij ouderen heerst de angst dat het ‘dorpse gevoel’ door mogelijke ingrepen zou verdwijnen, vertelt Treffers. ‘Ze maken zich druk om de dagelijkse problematiek als grote hopen afval, geluidsoverlast en veiligheid; er zijn hangjongeren en spanningen tussen buren onderling. Maar ook nieuwe bewoners kennen een eigen soort ‘ongeduld’, meer gericht op de toekomst. Kort door de bocht gezegd verwelkomen zij zo snel mogelijk een Starbucks met latte macchiato's.’ En ook door observaties hoe mensen hun woonomgeving gebruiken, komt veel aan het licht: ‘We zien grote stenen pleinen zonder enkele functie, geen kind dat daar speelt. Net als tuinstoelen in het park door een gemis aan bankjes. Zijn die er wel, dan hebben die vaak geen rugleuning; wat moeten ouderen daarmee?’


Voorbeelden van dagelijkse problematiek.

Van persoonlijke kaarten naar kansenkaart

De interviews en observaties omtrent bestaande buurtdragers zijn per doelgroep vertaald naar persoonlijke kaarten als een mindmap van de buurt, met daarop gevisualiseerd: routes, locatie van vrienden en familie, positieve en negatieve plekken, dagelijkse voorzieningen en horeca en recreatie. Treffers: ‘Wanneer je die kaarten over elkaar heen legt, zie je al snel de overlappende pijnpunten (vuil, geluidsoverlast, verstening), evenals de plekken met potentie. Met name de Couperusstraat biedt kansen, die loopt dwars door de buurt en kan als drager van de buurt gaan functioneren.’


Persoonlijke kaart en kansenkaart - verbinding met de Couperusstraat.

In de eindpublicatie staan aanbevelingen voor gemeente en woningbouwcorporaties hoe de Couperusstraat bestaande en nieuwe buurtdragers aan elkaar kan verbinden. Zo kunnen alle groepen elkaar sneller kruisen, stelt Treffers. ‘Sociale cohesie in de buurt is misschien te hoog gegrepen, maar we kunnen wel publieke familiariteit realiseren. Wat dat is? We zagen iedere dag om 19.00 uur een aantal vrouwen van Turkse komaf op hetzelfde bankje in het park. Elke dag, op hetzelfde moment, kwam een man van in de 70 zijn hond daar uitlaten en maakte een kort praatje. Twee werelden die elkaar doorgaans niet snel ontmoeten in de Couperusbuurt. Die kortstondige ontmoetingen zonder verdere verplichtingen (publieke familiariteit) zorgen voor meer verbinding; zowel sociaal als fysiek.’

LEES DE EINDPUBLICATIE: BUURTDRAGERS IN DE COUPERUSBUURT

Meer informatie

Het project is de eerste verkenning in een langlopend onderzoek naar buurtdragers. Het vormt een waardevolle input voor de planvorming in de ontwikkelbuurten. Het onderzoek is vooral ook een middel om in nadere dialoog met gemeente en corporaties te verkennen naar wat voor soort buurtdragers we eigenlijk op zoek zijn. En waar zouden gemeente en corporaties maar ook andere partijen in moeten investeren in de buurt
Kijk voor meer informatie: projecten Buurtdragers en Ontwikkelbuurten.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Tom van Arman, Director & Founder at Tapp, posted

Marineterrein smart data shows our Corona curfew behavior

Featured image

Wednesday was the official end of the Avondklok curfew in the Netherlands. Since 22 January 2021 the royal Dutch government issued a 9pm curfew to combat the third wave of the corona virus. The AD.nl reports that over these last 3 months, the dutch police have issued more than 95,000 fines for violating curfews.

Out of curiosity, I looked at the DrukteMeter 3 month Avondklok period to see if the Marineterrein community actually adhered to the national curfew.

The data says: yes, we did!

The table in the picture above illustrates that there are little to no people on the Marineterrein between the hours of 9 and 6am. Each night, activity on the Marineterrein stops, or flatlines just before 9pm (and 10pm as of 01 April). These insights tell us that we were all home in time and avoided curfew penalties and fines.

The Marineterrein DrukteMeter (or busyness-meter) anonymously counts the number of people in and around the innovation campus in order to keep the Marineterrein livable - especially during the Corona pandemic. This summer we’ll be using the DrukteMeter to visualize the safe and responsible transition into the New Norm and measuring the post pandemic “PULSE” of Amsterdam most popular destinations.

Tom van Arman's picture #Citizens&Living
Noëlle Koomen, Communications Intern at Amsterdam Smart City, posted

Amsterdam Smart City Program director on Smart Societies

Featured image

Program director Leonie van den Beuken joined the SmartCom Summit a few weeks ago to share her thoughts on Smart Societies. We give you a short recap on what came up and added a few interesting insights on the biggest challenges we face working from home and some possible solutions.

Due to the pandemic, we discovered that technology can lead to new opportunities. It also raised a lot of questions on ownership of data, privacy and autonomy. Technology needs not only to be trustworthy, but also to be perceived as trustworthy. Next to that it needs to me available and accessible. Let’s make sure that everyone can have access to hardware, wifi and understandable software. So every kid can join an online class and even older people are able to understand a mobility app.

“Climate change does not wait for us to decide who is in charge”

Used well, technology is an indispensable part of creating sustainable cities. Mobility and energy transitions need the use of data. That way we can create smart grids for example. But who is in charge of creating these smart sustainable societies? ‘A pack of leaders is in charge’,  Leonie says. ‘I like to compare it to the Tour de France. In different stages of the race, different cyclists take the lead. All aiming to support the star: sustainable society. And again, trust between parties is the most important thing when working together.’

Smart Communication

Covid has shown that with the support of technology we can meet anywhere online. But technology also comes with difficulties. The biggest challenges for the audience to work from home came out during a poll:
- 62% said ‘Not being around people’
- 24% said ‘Management’
- 100% said ‘Straining our Human Minds’

How can smart communication tools be of help within a company?

During the pandemic, employers manage 100 “offices” instead of one because everyone is working from home. There’s lots of technology available to monitor employees. Even though everyone agreed that trust is always better, camera’s and software to track activities on a device could stimulate and motivate.

Want to know more? Check out the talkshow.

Noëlle Koomen's picture #DigitalCity
Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Effectief groen voor klimaatadaptatie in de stad

De HvA start onderzoek naar concrete handvatten voor klimaatbestendig en verkoelend stedelijk groen

Een groene stad is niet automatisch een klimaatbestendige stad. Groen is wel de meest effectieve maatregel tegen hittestress en kan bijdragen aan waterbestendigheid. Mits de inrichting hierop is ontworpen. Samen met Wageningen University & Research (WUR) en ontwerpbureau Niek Roozen onderzoekt de Hogeschool van Amsterdam (HvA) hoe een groene straatinrichting het meest effectief is voor verkoeling in verschillende wijktypen.

Wijktypen groen

Een belangrijk praktisch aspect van het onderzoek is het waterverbruik van groen voor koeling, in samenhang met de opbouw van de bodem en de benodigde buffercapaciteit. Maar een duidelijk stappenplan hiervoor mist, stelt Jeroen Kluck, lector Water in en om de stad. ‘We krijgen vaak vragen over welk type groen het beste is tegen en bij klimaatverandering. Dit project helpt daar antwoord op te geven. Wij ontwikkelen concrete handvatten voor ontwerp, aanleg, inrichting en beheer van klimaatbestendig en verkoelend stedelijk groen.’

Vier wijktypen onder de loep

Voor verschillende soorten en ontwerpen van straatgroen onderzoeken wij enerzijds de verkoelende werking en anderzijds de kwetsbaarheid tegen verdroging. Daarbij richten we ons op vier karakteristieke en veel voorkomende wijktypen: het stedelijk bouwblok, de bloemkoolwijk, de volkswijk en een verbindingsweg. Ieder type heeft specifieke fysieke kenmerken zoals bouwhoogte, breedte van de straat en vorm van groene inrichting, welke bepalend zijn voor de mogelijkheden en effectiviteit van een nieuwe groene inrichting. De inzichten verwerken we in praktijkrichtlijnen en sjablonen voor deze wijktypen. Daarnaast werken we aan een nieuwe bomentabel waarin klimaatbestendigheid van typen bomen is verwerkt.

'Als we steden klimaatbestendiger willen inrichten willen we ook weten welk type groen het beste bijdraagt en het beste bestand is tegen die klimaatveranderingen. Super om dit samen met de mensen met groene vingers te onderzoeken' — Jeroen Kluck, lector Water in en om de stad

Interdisciplinaire samenwerking

Het project is een samenwerking tussen de groene sector, ontwerpers, landschapsarchitecten, stadsklimatologen en beheerders van het stedelijk groen. Het project is een mooie aanvulling op het onderzoeksportfolio van het HvA-lectoraat Water in en om de stad en met name de onderzoeken naar het klimaatbestendig inrichten van de stad, het hittebestendig inrichten van de buitenruimte, hittemetingen in de stad en ook het gebruik van wijktypen als basis om klimaatrisico’s en maatregelen te structureren.

Meer informatie?

Houd de projectpagina van 'Effectief groen voor klimaatadaptatie in de stad' in de gaten voor alle ontwikkelingen.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Wat is jouw energielabel?

HvA-studenten Data Science voorspellen voor Vattenfall het energielabel voor gebouwen die dat nog niet hebben, om de energietransitie te versnellen.

Heeft jouw kantoorgebouw energielabel D? Dan is er werk aan de winkel. Om de klimaatdoelen uit het Parijsakkoord te halen en de opwarming van de aarde te beteugelen, moet de gebouwde omgeving versneld verduurzamen en vanaf 2023 minimaal energielabel C scoren. Een vernieuwd energielabel moet daarbij helpen. Maar wat als je dat nog niet hebt? HvA-studenten buigen zich voor partner Vattenfall tijdens een hackathon over de vraag: Kan voor gebouwen zonder energielabel een schatting voor een energielabel worden bepaald aan de hand van beschikbare data?

Hackathon

Na twee uur begaf de dataserver het al. Niet zo gek, er was haast en drukte: binnen een hackathon van een kleine week moesten de studenten van minor Data Science allemaal tegelijk de beschikbaar gestelde data over energieverbruik van Vattenfalls klanten analyseren. Met als doel: een zo accuraat mogelijk voorspelmodel voor de energielabels van gebouwen. Normaal ben je al weken lang bezig met datasets verkennen voordat je over kan gaan op opschonen, categoriseren, analyseren en voorspellen middels machine learning, stelt Rick Wolbertus, docent-onderzoeker Data Science van lectoraat Energie en innovatie. ‘Nu moesten ze dat in enkele dagen doen. Daarin zie je de kracht van een hackathon: binnen een bizar korte tijd krijg je verrassende uitkomsten; een groepje had een 84% accuraatscore in hun voorspelling voor energielabels, dat is echt knap.’

Energielabel bepalen

Van woningen tot fabriekshallen, het energielabel is een middel om de energie-efficiëntie van gebouwen te kwalificeren. Sinds begin dit jaar heeft het energielabel een metamorfose ondergaan, kent het andere kwalificeringseisen en is het bovendien verplicht geworden voor alle gebouwen. Met de nieuwe en vereenvoudigde bepalingsmethode (NTA 8800) wordt de energie-efficiëntie nu uitgedrukt in het energieverbruik per vierkante meter gebouwoppervlakte. Deze indicator is goed te vergelijken met werkelijk energieverbruik en moet beter inzicht geven in de energiezuinigheid van het gebouw. Daar kunnen maatregelen aan gekoppeld worden voor verduurzaming.

De hackathon voor energielabels is het eerste vraagstuk uit de praktijk voor studenten die voortkomt uit de tienjarige samenwerking tussen HvA Centre of Expertise Urban Technology en energieleverancier Vattenfall. De hackathon levert snel een frisse blik op, vertelt Tim Pellenkoft, data scientist bij Vattenfall. ‘De studenten, met verschillende achtergronden in onder andere journalistiek, technische bedrijfskunde en aviation, hebben andere denkbeelden die tot nieuwe inzichten leiden. Zo zagen zij patronen in bouwjaar, waar ik zelf nog niet op was gekomen. Oud bouwjaar? Vrijwel altijd een laag energielabel. Daar tegenover staan nieuwere gebouwen, die met een hoger label vaak beter zijn geïsoleerd.’

Het is aan de studenten om zulke variabelen, die invloed hebben op het energielabel, uit de data te halen. Daarin werden verrassende keuzes gemaakt, zag ook Wolbertus. ‘De data toonden enorme verschillen in verbruik tussen gebouwen van diverse industrieën. Industrieën die gigantische machines in hun gebouw gebruiken, die wil je scheiden van andere type bedrijven. Dus moet je categorieën maken en die in de voorspelling (middels machine learning-modellen) van elkaar scheiden. Zo voorkom je scheve analyses en kun je accurate verbanden leggen. Daar kwamen studenten zelf mee!’

Energielabel

Inzicht in verbeterpotentieel voor gebouwen

De uitkomsten uit de analyses en voorspellingen van de studenten kunnen bijdragen aan een model dat energieleveranciers, gebouwbeheerders, bouw- en installatiebedrijven inzicht geeft in het verbeterpotentieel van het energieverbruik van gebouwen. Want om de klimaatdoelen van het Parijsakkoord te halen, staat de (bestaande) gebouwde omgeving nog voor een aantal uitdagingen: significante energiebesparing, zelf zoveel mogelijk energie opwekken, energie verbruiken op de momenten dat het duurzaam wordt opgewekt en het realiseren van alternatieven voor aardgas als bron van verwarming. Heb je dat op orde? Dan mag je rekenen op een ‘perfecte’ energielabel-score A+++.

Voor veel gebouwen is het nog niet zo ver. Daarom zijn data en voorspelmodellen nuttig, aldus Pellenkoft. ‘Die bieden periodiek inzicht voor onze klanten, zodat zij kunnen sturen om vanaf 2023 het verplichte energielabel C voor kantoorgebouwen te realiseren.’ En de studenten? Vattenfall gaat met vier studenten tien weken lang voortbouwen op de inzichten uit de hackathon, om tot een eindproduct te komen zoals een verbeterd voorspelmodel. Pellenkoft: ‘Zo kunnen zij meer leren over data science-projecten in de praktijk, en stomen we studenten heel gericht klaar voor werk na de studie.’

Meer informatie?

Jochem Kootstra's picture #Energy
Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Nooit te laat om te leren over het klimaat

‘We moeten en kunnen in Amsterdam meer ruimte geven aan klimaatadaptatie!’ Eerste Leertraject Klimaatadaptatie van Urban Technology met gemeente Amsterdam en Waternet is afgerond.

Van overstroomde straten tot dorre parken, klimaatverandering is steeds duidelijker zichtbaar in de stad. Hoe kunnen we onze steden daar tegen weren en klimaatadaptief (her)inrichten? Ruim 30 medewerkers van gemeente Amsterdam en Waternet namen deel aan het eerste Leertraject Klimaatadaptatie van lectoraat Water in en om de stad (HvA Centre of Expertise Urban Technology). ‘Veel geleerd over een integrale aanpak van maatregelen die voor meerdere klimaatthema’s tegelijk werken.’

Leertraject Klimaatadaptatie

Het Betondorp in Amsterdam maakt haar naam waar: veel steen, verharding en wateroverlast als gevolg wanneer er extreme buien plaatsvinden. Maar daar is sinds kort een klimaatadaptieve oplossing voor verzonnen: wadi’s. Regenwater stroomt naar deze verdiepte groene plekken om het op te vangen en langzaam in de bodem te laten infiltreren. Inmiddels heeft Betondorp diverse vegetaties die het stadsdeel een stuk groener maken.

Van steen naar groen

Betondorp is een voorbeeld waar de Nieuwezijds Voorburgwal vooralsnog jaloers op is. Deze grote straat, die loopt van Spuiplein tot Station Amsterdam Centraal, moet opnieuw ingericht worden, vertelt Lisette Klok, docent-onderzoeker van de HvA en Leertraject Klimaatadaptatie. ‘Het is een verharde omgeving met veel schaduw, waar we meer groen kunnen creëren om ruimte te geven aan klimaatadaptatie.’ Het is een van de vele praktijkcases die ruim 30 professionals van de gemeente Amsterdam onder de loep namen op de klimaatthema’s waar we door klimaatverandering vaker mee te maken krijgen; wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid.

Brede insteek voor integrale aanpak

De thema’s van het leertraject helpen om kennis over klimaatverandering te verbreden, om tot een integrale aanpak te komen bij de gemeente en Waternet, vertelt Alice Driesen, deelnemer en mede-organisator van het leertraject (werkzaam bij afdeling Ruimte en Duurzaamheid). ‘Ik werk nu aan Amsterdam Rainproof , een programma gericht op het regenbestendig inrichten van de stad. Dus kennis over wateroverlast had ik wel. Maar de effecten van hitte en droogte in de stad, hoe dat in kaart te brengen en welke oplossingen, risico's en kosten er zijn? Dat was nieuw voor mij. Bij de gemeente willen we alle klimaatproblemen in een stadsgebied tegelijk kunnen aanpakken.’

Driesen onderzocht met haar leertrajectgroep de effecten van klimaatverandering op straatniveau in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam. Zij keken naar stresstestkaarten  om te achterhalen wat er precies speelt in het gebied, vertelt Driesen. ‘Is het gebied gevoelig voor hittestress, hoe is de bodemopbouw, hoe zijn de grondwaterstanden? We verbinden bestaande databronnen aan elkaar voor een completer beeld, zoals peilbuismetingen voor de grondwaterstanden om te achterhalen of er risico is op paalrot bij oude panden. Vervolgens koppelen we er concrete maatregelen aan. In onze diverse leertrajectgroep, van stedenbouwkundigen en ontwerpers van de openbare ruimte tot maaiveldwerkvoorbereiders en assetbeheerders, konden we elkaars expertises bundelen en tot integrale oplossingen komen.’

Klimaat Amsterdam
Voorbeeld probleem case Oostelijk Havengebied, Amsterdam

Klimaat Amsterdam Piethein
Voorbeeld oplossing case Oostelijk Havengebied, Amsterdam

Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie zet druk

Van droogte tot wateroverlast, het speelt niet alleen in Amsterdam. De deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie van de overheid stelt daarom dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk moeten er samen voor zorgen dat schade door hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. Dat is een grote opgave, stelt Klok. ‘Klimaatadaptatie is voor velen een nieuw onderwerp en dus nog niet zo vanzelfsprekend. Dat geldt ook voor de professionals bij de gemeente en Waternet. De noodzaak is hoog. Het klimaatbestendig inrichten van steden moet normaal worden, en wij moedigen dat met ons Leertraject Klimaatadaptatie aan. Vanwege succes gaan we binnenkort een tweede traject starten!’

‘Nog een leuk feitje’, sluit Klok enthousiast af, ‘is dat de opzet van het leertraject bijna één op één is overgenomen uit onze minor Klimaatbestendige stad die veel studenten trekt, ook buiten de HvA. Dezelfde docenten geven nu ook ‘college’ aan de professionals van die meedoen aan het Leertraject Klimaatadaptatie. Het is natuurlijk nooit te laat om te leren over het klimaat!’

Meer informatie Leertraject Klimaatadaptatie

Het Leertraject Klimaatadaptatie van lectoraat Water in en om de stad van Centre of Expertise Urban Technology heeft tot doel het kennispeil op het gebied van klimaatadaptatie binnen de gemeentelijke organisatie te versterken en beter te borgen. Na vijf cursusdagen, online excursies, praktijksessies en groepswerk aan weekopdrachten voor een klimaatadaptief ontwerp van een projectgebied zijn de deelnemers op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en wetenschappelijke inzichten in de diverse klimaatadaptatiethema’s. En weten zij hoe ze met deze kennis de juiste maatregelen kunnen treffen in de openbare ruimte.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

'Pathways of hope' in onze publieke ruimte

Haastig zijn afgelopen jaar interventies in de publieke ruimte ontwikkeld en toegepast om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan. Hoe kunnen deze tijdelijke maatregelen in de  openbare ruimte de structurele veerkracht van de buurt versterken?

Covid-19 maakte duidelijk hoe belangrijk onze gedeelde publieke ruimte is. Haastig werden afgelopen jaar interventies in de publieke ruimte ontwikkeld en toegepast om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan. Met stickers, hekken, geverfde cirkels, verkeersborden en digitale apps waarop op afstand de drukte in de stad af te lezen valt werd geprobeerd om stadsbewoners te verleiden tot social  distancing. Al snel werden deze preventieve maatregelen vergezeld van nieuwe praktijken. Parkeerplaatsen  boden  tijdelijk  ruimte aan groen en  houten vlonders waarop de binnenstedelijke horeca en winkels hun werk in de buitenlucht konden voortzetten.

Covid-19-interventie
Foto: Ethan Wilkinson

Frank Suurenbroek, lector Bouwtransformatie van Centre of Expertise Urban Technology, en Martijn de Waal, lector Civic Interaction Design van Faculteit Digitale Media & Creatieve Industrie, over hun project 'Covid-19: Van preventie naar veerkracht'. Dit artikel is eerder gepubliceerd in HvA-magazine 'Bewogen Stad: Leren in crisistijd'.

Daarnaast  toonden  activiteiten die normaal achter gesloten deuren plaatsvinden zich plots in de buitenruimte.  Gebruikers van  shisha-lounges nestelden zich  op stoeltjes voor de deur, sportscholen  gingen lesgeven  in de open lucht. Ook ontsproten er nieuwe  sociale initiatieven zoals huiswerkklasjes  in buurtcentra. Covid-19  leidde zo  ook  tot een experiment  in  het gebruik en de betekenis van onze gedeelde publieke ruimtes.  

Van preventie naar veerkracht?

We weten echter nog weinig  over  de  variëteit  aan  preventieve  interventies  in de  publieke ruimte, hun werking en vooral ook de manier waarop die tijdelijke maatregelen ook de structurele veerkracht in buurten kunnen versterken. Afgelopen september kregen we een ZonMW-subsidie toegekend om dit te onderzoeken:  Hoe kunnen ontwerpinterventies voor de 1,5 meter-samenleving in de publieke ruimte op buurtniveau ook bijdragen aan het versterken van maatschappelijke en ecologische veerkracht? Veerkracht gaat hierbij over de kwaliteit die de leefomgeving nu biedt, alsmede over de capaciteit in de omgang met de meer structurele sociale  en ecologische uitdagingen van onze steden.  

Delen gedurende de uitvoering

Covid-19 vraagt ook om snel handelen. Een centrale rol in ons project speelt de Community of Practice. Vijf gemeenten, twee woningbouwcorporaties, het PBL, ontwerpbureau UNStudio, social  engineeringbureau The Beach, WandelNet en Pakhuis de Zwijger alsmede meerdere specialisten vanuit de  HvA hebben zich in dit project verenigd. Covid-19 stopt bovendien uiteraard niet bij de landsgrenzen. Naast de Nederlandse partners heeft zich  ook een kring van internationale  kennisinstellingen aan het project verbonden: Harvard in de VS, The Bartlett School in Londen, University of Sydney en in Italië het netwerk City Space Architecture. 

Preventieve ingrepen begrijpen

In de wetenschappelijke literatuur rondom veerkracht valt het handelen in crises uiteen in resisting  (weerstand bieden), adapting  (aanpassen), restoring  (herstellen)  en  transforming.  

Onderscheid in vier soorten handelingen in crisistijd

De preventieve maatregelen rondom Covid-19 passen overwegend in de categorieën resisting en adapting. Het gaat daarbij om tijdelijke oplossingen voor de problemen die nu spelen.  Denk aan het plaatsen van hekken, het  tijdelijk gebruik maken van parkeerplaatsen voor horeca en andere functies die niet langer binnen kunnen functioneren.  Tegelijkertijd  bieden deze ingrepen mogelijk ook de potentie voor meer  transformatieve  keuzes. 

Zo zien  we een aantal steden (Parijs, Milaan, New York) de crisis  aangrijpen  om een  al langer levende  mondiale  visie in wording te versnellen  om steden leefbaarder en inclusiever te maken.  Deze visie raakt aan  abstractere en meer toekomstgerichte perspectieven van veerkracht.  Wat echter ontbreekt is  inzicht hoe de huidige preventieve ingrepen  ook de kansen en potentie van meer structurele transities van de stad  kunnen bewerkstelligen.  


Voorbeelden van Covid-19 interventies in de publieke ruimte

Van resisting naar transforming?

Hoe kunnen die concrete interventies, investeringen en spontane ontwikkelingen die nu voor de resisting en adapting van de pandemie plaatsvinden ook de kiem leggen voor het vinden van oplossingen voor onze grotere sociale of ecologische problemen? Conceptueel: hoe kunnen interventies voor resisting en adapting meteen ook iets zeggen over concrete ontwerpoplossingen voor transforming? Natuurlijk kunnen we met ons project niet meteen al die grote problemen oplossen. Om het concreet te maken focussen we op het schaalniveau van de buurt en hanteren we een research through design-methodiek. Met ons onderzoek willen we niet voorschrijven hoe het moet, maar voorbeeldstellend en onderbouwd in beeld brengen hoe dat kan. Wat leren we van de Covid-19-interventies in de publieke ruimte om ook de veerkracht te versterken?


Voorbeelden van leerzame niet-Covid-gerelateerde interventies in de publieke ruimte

Dit is de data die we verzamelen:

  • We brengen systematisch in kaart welke interventies in de openbare ruimte zijn ontwikkeld en toegepast ter preventie van Covid-19-besmettingen.
  • We brengen met ons consortium in kaart welke (spontane) initiatieven op buurtniveau zijn ontstaan om de sociale effecten van Covid-19 te pareren.
  • Daarnaast verzamelen we de verschillende typen concrete ingrepen die los van Covid-19 al bestaan om ook in sociaal-economisch kwetsbare buurten te werken aan klimaatverandering en leefbaarheid.

Deze data levert twee inzichten op. Het laat zien wat voor specifieke 'schade' Covid-19 heeft veroorzaakt, welke tekortkomingen aan het licht zijn gekomen en welke andere oplossingen dan gebruikelijk zich aandienden. Daarnaast levert de analyse van deze concrete sets interventies zicht op hun werkzame bestanddelen. Deze beschouwen we als de ‘bouwstenen’ en programma’s van mogelijkheden voor het research through design-deel van ons onderzoek. De ontwerp- en sociaalengineeringbureaus in ons consortium gaan met deze set ontwerpend onderzoekend verkennen hoe een nieuwe combinatie van deze bouwstenen tot ingrepen leiden die en preventief en transformatief zijn.

De coronacrisis hopen we daarmee niet alleen als een snel achter ons te laten situatie te beschouwen, maar ook als een natuurlijk experiment waarin nieuwe paden voor de toekomstige stad ontdekt kunnen worden. En hoe eerder we die in beeld kunnen brengen, hoe sneller we ook al gedurende de pandemie van onderop aan de structurele versterking van onze stad kunnen werken.

HvA-magazine Bewogen Stad: Leren in crisistijd

Bewogen Stad is een reeks van digitale tijdschriften over maatschappelijke kwesties in de Amsterdamse regio. Hier deelt Centre of Expertise Urban Governance en Social Innovation met een breder publiek waar HvA mee bezig is en biedt zij een plek voor verschillende geluiden uit het maatschappelijke debat. Lees het volledige magazine.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Roelof Hellemans, posted

Siemens Mobility bouwt landelijk MaaS-platform Rivier NS, RET en HTM zetten in op digitale ontsluiting van heel Nederland

NS, RET en HTM laten
hun landelijke MaaS-platform bouwen door Siemens Mobility. Het platform maakt het mogelijk om een reis met verschillende vervoermiddelen in één keer online te plannen, boeken en betalen. RET-directeur Maurice Unck namens Rivier, de joint venture van de drie partijen: “Na de pandemie verandert ons reisgedrag.

We reizen, werken en leren flexibeler: in tijd, plaats en keuze van het
vervoermiddel. Daarom investeren we juist nu in de beste reismogelijkheden voor de consument. We willen de drempel verlagen om een reis met meerdere
vervoermiddelen eenvoudig digitaal te plannen, boeken en betalen. Daarom roepen
we alle Nederlandse mobiliteitsaanbieders op om zich aan te sluiten.”

 Naar verwachting zien
in het najaar de eerste apps van MaaS-providers het licht waarmee consumenten
hun multimodale reis in heel Nederland kunnen plannen.

Stel: je wil
graag bij een vriend, een klant of iemand anders op bezoek en gemakkelijk weten
hoe je daar het snelst bent en hoeveel dat kost. Hoe krijg je dat voor elkaar?
Je kunt kijken of er files zijn, een deelauto boeken, uitzoeken of het OV goed
werkt, nadenken over de fiets als alternatief en meer. Maar een reis
samenstellen waarbij deze verschillende vervoermiddelen van
mobiliteitsaanbieders optimaal worden ingezet, moet je nu nog helemaal zelf
doen. Dat is best een complexe puzzel die veel mensen liever overslaan. Terwijl
juist de combinatie van vervoermiddelen je als reiziger veel tijdwinst en
bewegingsvrijheid oplevert. Daarnaast helpt zo’n combinatie onze infrastructuur
zo goed mogelijk te benutten.

 Reisopties in één
keer zichtbaar, één keer afrekenen

Met het nieuwe platform
is het straks voor consumenten veel makkelijker om gebruik te maken van
beschikbare vervoermiddelen. Het platform kan verbonden worden met al bestaande
apps van MaaS-providers zoals de NS, RET, HTM. Maar het platform kan ook andere
bestaande apps en nieuwe apps bedienen. De snelheidswinst zit ‘m erin dat alle
afzonderlijke vervoersmogelijkheden op de route in één keer inzichtelijk
worden. Maak je bijvoorbeeld graag gebruik van een deelscooter of reis je
liever per trein of metro? De app houdt rekening met ieders persoonlijke
voorkeuren en past het advies daarop aan. Bovendien is er geen gedoe met
verschillende vervoersbewijzen en de betaling ervan: ook dat regel je heel
makkelijk vanuit je favoriete app of website.

Toegankelijk voor alle mobiliteitsaanbieders:

De initiatiefnemers
willen de mobiliteitsdiensten van zoveel mogelijk aanbieders in Nederland
samenbrengen. Of het nu gaat om taxibedrijven of deelfietsen, e-scooters of
zelfs particuliere automobilisten. Hoe meer partijen hun diensten aanbieden,
hoe beter het écht mogelijk wordt om heel Nederland digitaal te ontsluiten.
Aanbieders profiteren van het gemak van eenmalig laagdrempelig aansluiten en
hebben direct een landelijk bereik te met een platform dat doorontwikkeld is om
de klantbeleving te optimaliseren. Daarom roepen de initiatiefnemers alle
aanbieders op om zich aan te sluiten.

Roelof Hellemans's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Amsterdamse daken kleuren groen

Daktuinen en een waterberging op gebouwen: HvA-project RESILIO creëert ‘slimme groenblauwe daken’ voor klimaat- en toekomstbestendige steden.

Wanneer je na tientallen trappen het hoogste punt van het Benno Premselahuis van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) betreedt, word je beloond: een daktuin met diverse planten en bloemen, grindpaden en een bankje om van de omgeving te genieten. Het is een voorbeeld van project RESILIO, dat 10.000 m2 aan Amsterdamse daken van hete zwarte vlaktes gaat veranderen in koele plantsoenen vol biodiversiteit. Én slimme technologieën. Want de zogeheten ‘slimme groenblauwe daken’ dienen niet alleen als stadsnatuur, ze bieden technische oplossingen om onze steden klimaat- en toekomstbestendig te maken.

Groenblauwe daken

Het regent steeds vaker en harder, terwijl het ook heter wordt. Met als gevolg: regelmatig natte sokken en vaker hittestress. De slimme groenblauwe daken van RESILIO bieden een uitweg. Onder de laag van planten op het dak wordt extra regenwater opgevangen. Dit water wordt door een slimme klep, de stuw, vastgehouden of geloosd op basis van de weersvoorspellingen. Door het opvangen van het water kunnen de daken dus ook langer vocht verdampen tijdens hitte en droogte, waardoor het koeler blijft binnenshuis en in de buurt. En net zo belangrijk: de daken geven ruimte aan nieuwe natuur. Dat is goed voor de biodiversiteit in de stad. De bijen hebben het groen op het Benno Premselahuis van de HvA al gevonden.

HET DAK OP TEGEN HITTESTRESS

De eerste resultaten zijn veelbelovend. ‘Traditionele zwarte daken worden in de zomer al snel 50-60 graden. Het blauwgroene dak op het Benno Premselahuis warmt op tot ongeveer 30 graden.’ Aldus Anna Solcerova, onderzoeker van Centre of Expertise Urban Technology. Zij test sinds afgelopen zomer het verschil van de effecten op hittestress en leefbaarheid tussen de traditionele en blauwgroene daken.

Het verschil van 30 graden op het dak heeft direct positief effect binnenshuis, maar één blauwgroen dak maakt de buurt niet meteen hittebestendig. ‘Ik woon zelf in het grootste stedelijke hitte-eiland Den Haag, waar wijken dichtgebouwd staan met zwarte daken’, zegt Solcerova. ‘Het is daardoor zomers extra heet! Wanneer een hele wijk groen kleurt, ga je echt positief effect merken.’

SLIMME GROENBLAUWE DAKEN IN VIJF AMSTERDAMSE BUURTEN

Daarom is opschaling essentieel. Na het HvA-dak zijn de eerste blauwgroene daken op corporatiewoningen in Oosterparkbuurt en Kattenburg gelegd. En binnenkort volgen de daken in drie andere Amsterdamse buurten: Indische Buurt, Slotermeer en Rivierenbuurt. ‘Zo kunnen we de effecten op hittestress in een hele wijk meten en verschillende dakconstructies testen. In de Oosterparkbuurt doe ik nu metingen op een complex waarvan we de helft groenblauw hebben gemaakt en de andere helft zwart is gebleven. Zo kunnen we direct conclusies verbinden aan het verschil in temperatuur op één dak dat te maken heeft met dezelfde (weers)omstandigheden. En terwijl het ene dak traditioneel zwart is, hebben andere buurten daken met grijze, korrelige steentjes. Die diversiteit aan type daken geeft ons een completer beeld voor analyses.’

WATER GELEIDELIJK LOZEN IN DE STAD

Naast het meten van hittestress door de HvA, analyseert de Vrije Universiteit  (VU) het waterbeheer op dezelfde daken. De proeftuin op het HvA-dak kan liefst 30.000 liter regenwater vasthouden. Belangrijk is om te weten wanneer precies het vastgehouden water in de stad te lozen. ‘Je wilt dat doen wanneer er geen regenbuien worden verwacht, maar dat is in Nederland vaak moeilijk te voorspellen’, verklaart Solcerova. ‘Daarnaast wil je geen water verliezen dat nodig is om de planten op het dak levend te houden. Zij analyseren onder andere de werking van de stuw.’

De wethouder van Amsterdam, Laurens Ivens, omarmt de vergroening van de daken in zijn stad: ‘Deze manier is heel erg goed om te voorkomen dat een gebouw heel erg warm wordt in de zomer, maar het voorkomt ook dat al het water in een keer op het riool komt, wanneer er heel veel neerslag valt.’ Ook de bewoners van de vijf Amsterdamse buurten verwelkomen de nieuwe daken: ‘Zo wordt het koeler in de zomer, en lekker warm in de winter!’ (Een item op NOS  vertelt je er meer over)

INTERNATIONALE SAMENWERKING

Naast de metingen over de effecten van de daken op het klimaat, leefbaarheid en gezondheid, onderzoekt RESILIO ook of de effecten opwegen tegen de kosten. De bevindingen bepalen hoe verder te gaan met deze innovatie. De opgedane kennis en ervaring worden met andere Europese steden gedeeld. Zo kan de techniek en het proces ook over de grens toegepast worden. Volg de ontwikkelingen op de website van RESILIO .

RESILIO staat voor Resilience Network of Smart Innovative Climate-Adaptive Rooftop. Het is een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, Waternet, MetroPolder Company, Rooftop Revolution, Hogeschool van Amsterdam (HvA), Vrije Universiteit Amsterdam (VU), Stadgenoot, de Alliantie en De Key. Het project wordt mede gefinancierd uit het ERDF fonds van de Europese Unie via het Urban Innovative Actions programma.

Meer informatie

Artikel groene daken
Projectpagina RESILIO
Centre of Expertise Urban Technology
Transitiethema Designing Future Cities
Twitter, LinkedIn en Facebook

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Eline Meijer, Communication Specialist , posted

Metropolitan Mobility Podcast met Maurits van Hövell: van walkietalkies naar het Operationeel Mobiliteitscentrum

Featured image

“Voorheen werd er gewoon rondgebeld: ‘Wij zitten in de instroom van de ArenA. We hebben nu 20.000 man binnen. Hoe gaat het bij jullie op straat?’” In de achtste aflevering van de serie A Radical Redesign for Amsterdam, spreken Carin ten Hage en Geert Kloppenburg met Maurits van Hövell (Johan Cruijff ArenA). Hoe houdt je een wijk met de drie grootste evenementenlocaties van het land, bereikbaar en veilig? Ze spreken elkaar in het Operationeel Mobiliteitscentrum over de rol van de stad Amsterdam, data delen en het houden van regie. A Radical Redesign for Amsterdam wordt gemaakt in opdracht van de Gemeente Amsterdam.

Luister de podcast hier: http://bit.ly/mvhovell

Eline Meijer's picture #DigitalCity