Amsterdam University of Applied Sciences

undefined logo

Program Partner Amsterdam Smart City

Website

107 Organisation members

  • Guido van Os's picture
  • Karen Williams's picture
  • Liza Verheijke's picture
  • Dominique van Ratingen's picture
  • Peter Buis's picture
  • Jochem Kootstra's picture
  • Tom de Munck's picture
  • Arvin Vishnudatt's picture
  • Melika Levelt's picture
  • Leontine Born's picture
  • Johanneke (Joanna) van Marle's picture
  • Lina Penninkhof's picture
  • merel schrama's picture
  • Liselotte van Dijk's picture
  • Robert Hemmen's picture
  • Marcel de Groot's picture
  • Neander Nijman's picture
  • Andrea Haker's picture
  • Tanja Hulst's picture
  • Arjan Koning's picture
  • Mick Jongeling's picture
  • Kasper Lange's picture
  • Diana Mueller's picture
  • Julia Úbeda Briones's picture
  • Michiel Suring's picture
  • Suzanne Ketelaar's picture
  • Marije van Gent's picture
  • Doris Neelen's picture
  • Marie-Sophie Res's picture
  • katelijne boerma's picture
  • Richard Martina's picture
  • Ragini Fit's picture
  • Ilana Visser's picture
  • Joep de Hoog's picture
  • Ingrid Wakkee's picture
  • Smart City Academy's picture
  • Marco van Hees's picture
  • Jan Dam's picture
  • Arthur Klein Rouweler's picture
  • Joris van Lankveld's picture
  • Fenna van Nes's picture
  • Marcel van der Horst's picture
  • Marije Poel's picture
  • Joyce Overklift Vaupel Kleyn's picture
  • Bram Reijnders's picture
  • Marion Ester's picture
  • Abdel El Makhloufi's picture
  • Sarah Nanninga's picture
  • Paul Rijnierse's picture
  • Kees-Willem Rademakers's picture
  • Willem van Winden's picture
  • Bas Overbeek's picture
  • Walther Ploos van Amstel's picture
  • Ellen Budde's picture
  • Caroline Rijkers's picture
  • Marcella Schets's picture
  • Wieke Schrama's picture
  • Joey van der Bie's picture
  • Ruurd Priester's picture
  • Madeleine Lodewijks's picture
  • Wout van den Berg's picture
  • Katrien de Witte's picture
  • Matthijs de Jong's picture
  • Joost Neuvel's picture
  • Martin Boerema's picture
  • Inge Oskam's picture
  • Kim Nackenhorst's picture
  • Jeroen van der Kuur's picture
  • Jolanda Tetteroo's picture
  • Simon de Rijke's picture
  • Kaspar Koolstra's picture
  • Martijn Altenburg's picture
  • Nanda Piersma's picture
  • Susanne Balm's picture
  • Jennifer Drouin's picture
  • Communication Alliance for a Circular Region (CACR)'s picture
  • Marten Teitsma's picture

Activity

  • 178
    Updates
  • 0
    Smarts
  • 44
    Comments
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Wat is jouw energielabel?

HvA-studenten Data Science voorspellen voor Vattenfall het energielabel voor gebouwen die dat nog niet hebben, om de energietransitie te versnellen.

Heeft jouw kantoorgebouw energielabel D? Dan is er werk aan de winkel. Om de klimaatdoelen uit het Parijsakkoord te halen en de opwarming van de aarde te beteugelen, moet de gebouwde omgeving versneld verduurzamen en vanaf 2023 minimaal energielabel C scoren. Een vernieuwd energielabel moet daarbij helpen. Maar wat als je dat nog niet hebt? HvA-studenten buigen zich voor partner Vattenfall tijdens een hackathon over de vraag: Kan voor gebouwen zonder energielabel een schatting voor een energielabel worden bepaald aan de hand van beschikbare data?

Hackathon

Na twee uur begaf de dataserver het al. Niet zo gek, er was haast en drukte: binnen een hackathon van een kleine week moesten de studenten van minor Data Science allemaal tegelijk de beschikbaar gestelde data over energieverbruik van Vattenfalls klanten analyseren. Met als doel: een zo accuraat mogelijk voorspelmodel voor de energielabels van gebouwen. Normaal ben je al weken lang bezig met datasets verkennen voordat je over kan gaan op opschonen, categoriseren, analyseren en voorspellen middels machine learning, stelt Rick Wolbertus, docent-onderzoeker Data Science van lectoraat Energie en innovatie. ‘Nu moesten ze dat in enkele dagen doen. Daarin zie je de kracht van een hackathon: binnen een bizar korte tijd krijg je verrassende uitkomsten; een groepje had een 84% accuraatscore in hun voorspelling voor energielabels, dat is echt knap.’

Energielabel bepalen

Van woningen tot fabriekshallen, het energielabel is een middel om de energie-efficiëntie van gebouwen te kwalificeren. Sinds begin dit jaar heeft het energielabel een metamorfose ondergaan, kent het andere kwalificeringseisen en is het bovendien verplicht geworden voor alle gebouwen. Met de nieuwe en vereenvoudigde bepalingsmethode (NTA 8800) wordt de energie-efficiëntie nu uitgedrukt in het energieverbruik per vierkante meter gebouwoppervlakte. Deze indicator is goed te vergelijken met werkelijk energieverbruik en moet beter inzicht geven in de energiezuinigheid van het gebouw. Daar kunnen maatregelen aan gekoppeld worden voor verduurzaming.

De hackathon voor energielabels is het eerste vraagstuk uit de praktijk voor studenten die voortkomt uit de tienjarige samenwerking tussen HvA Centre of Expertise Urban Technology en energieleverancier Vattenfall. De hackathon levert snel een frisse blik op, vertelt Tim Pellenkoft, data scientist bij Vattenfall. ‘De studenten, met verschillende achtergronden in onder andere journalistiek, technische bedrijfskunde en aviation, hebben andere denkbeelden die tot nieuwe inzichten leiden. Zo zagen zij patronen in bouwjaar, waar ik zelf nog niet op was gekomen. Oud bouwjaar? Vrijwel altijd een laag energielabel. Daar tegenover staan nieuwere gebouwen, die met een hoger label vaak beter zijn geïsoleerd.’

Het is aan de studenten om zulke variabelen, die invloed hebben op het energielabel, uit de data te halen. Daarin werden verrassende keuzes gemaakt, zag ook Wolbertus. ‘De data toonden enorme verschillen in verbruik tussen gebouwen van diverse industrieën. Industrieën die gigantische machines in hun gebouw gebruiken, die wil je scheiden van andere type bedrijven. Dus moet je categorieën maken en die in de voorspelling (middels machine learning-modellen) van elkaar scheiden. Zo voorkom je scheve analyses en kun je accurate verbanden leggen. Daar kwamen studenten zelf mee!’

Energielabel

Inzicht in verbeterpotentieel voor gebouwen

De uitkomsten uit de analyses en voorspellingen van de studenten kunnen bijdragen aan een model dat energieleveranciers, gebouwbeheerders, bouw- en installatiebedrijven inzicht geeft in het verbeterpotentieel van het energieverbruik van gebouwen. Want om de klimaatdoelen van het Parijsakkoord te halen, staat de (bestaande) gebouwde omgeving nog voor een aantal uitdagingen: significante energiebesparing, zelf zoveel mogelijk energie opwekken, energie verbruiken op de momenten dat het duurzaam wordt opgewekt en het realiseren van alternatieven voor aardgas als bron van verwarming. Heb je dat op orde? Dan mag je rekenen op een ‘perfecte’ energielabel-score A+++.

Voor veel gebouwen is het nog niet zo ver. Daarom zijn data en voorspelmodellen nuttig, aldus Pellenkoft. ‘Die bieden periodiek inzicht voor onze klanten, zodat zij kunnen sturen om vanaf 2023 het verplichte energielabel C voor kantoorgebouwen te realiseren.’ En de studenten? Vattenfall gaat met vier studenten tien weken lang voortbouwen op de inzichten uit de hackathon, om tot een eindproduct te komen zoals een verbeterd voorspelmodel. Pellenkoft: ‘Zo kunnen zij meer leren over data science-projecten in de praktijk, en stomen we studenten heel gericht klaar voor werk na de studie.’

Meer informatie?

Jochem Kootstra's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Nooit te laat om te leren over het klimaat

‘We moeten en kunnen in Amsterdam meer ruimte geven aan klimaatadaptatie!’ Eerste Leertraject Klimaatadaptatie van Urban Technology met gemeente Amsterdam en Waternet is afgerond.

Van overstroomde straten tot dorre parken, klimaatverandering is steeds duidelijker zichtbaar in de stad. Hoe kunnen we onze steden daar tegen weren en klimaatadaptief (her)inrichten? Ruim 30 medewerkers van gemeente Amsterdam en Waternet namen deel aan het eerste Leertraject Klimaatadaptatie van lectoraat Water in en om de stad (HvA Centre of Expertise Urban Technology). ‘Veel geleerd over een integrale aanpak van maatregelen die voor meerdere klimaatthema’s tegelijk werken.’

Leertraject Klimaatadaptatie

Het Betondorp in Amsterdam maakt haar naam waar: veel steen, verharding en wateroverlast als gevolg wanneer er extreme buien plaatsvinden. Maar daar is sinds kort een klimaatadaptieve oplossing voor verzonnen: wadi’s. Regenwater stroomt naar deze verdiepte groene plekken om het op te vangen en langzaam in de bodem te laten infiltreren. Inmiddels heeft Betondorp diverse vegetaties die het stadsdeel een stuk groener maken.

Van steen naar groen

Betondorp is een voorbeeld waar de Nieuwezijds Voorburgwal vooralsnog jaloers op is. Deze grote straat, die loopt van Spuiplein tot Station Amsterdam Centraal, moet opnieuw ingericht worden, vertelt Lisette Klok, docent-onderzoeker van de HvA en Leertraject Klimaatadaptatie. ‘Het is een verharde omgeving met veel schaduw, waar we meer groen kunnen creëren om ruimte te geven aan klimaatadaptatie.’ Het is een van de vele praktijkcases die ruim 30 professionals van de gemeente Amsterdam onder de loep namen op de klimaatthema’s waar we door klimaatverandering vaker mee te maken krijgen; wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid.

Brede insteek voor integrale aanpak

De thema’s van het leertraject helpen om kennis over klimaatverandering te verbreden, om tot een integrale aanpak te komen bij de gemeente en Waternet, vertelt Alice Driesen, deelnemer en mede-organisator van het leertraject (werkzaam bij afdeling Ruimte en Duurzaamheid). ‘Ik werk nu aan Amsterdam Rainproof , een programma gericht op het regenbestendig inrichten van de stad. Dus kennis over wateroverlast had ik wel. Maar de effecten van hitte en droogte in de stad, hoe dat in kaart te brengen en welke oplossingen, risico's en kosten er zijn? Dat was nieuw voor mij. Bij de gemeente willen we alle klimaatproblemen in een stadsgebied tegelijk kunnen aanpakken.’

Driesen onderzocht met haar leertrajectgroep de effecten van klimaatverandering op straatniveau in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam. Zij keken naar stresstestkaarten  om te achterhalen wat er precies speelt in het gebied, vertelt Driesen. ‘Is het gebied gevoelig voor hittestress, hoe is de bodemopbouw, hoe zijn de grondwaterstanden? We verbinden bestaande databronnen aan elkaar voor een completer beeld, zoals peilbuismetingen voor de grondwaterstanden om te achterhalen of er risico is op paalrot bij oude panden. Vervolgens koppelen we er concrete maatregelen aan. In onze diverse leertrajectgroep, van stedenbouwkundigen en ontwerpers van de openbare ruimte tot maaiveldwerkvoorbereiders en assetbeheerders, konden we elkaars expertises bundelen en tot integrale oplossingen komen.’

Klimaat Amsterdam
Voorbeeld probleem case Oostelijk Havengebied, Amsterdam

Klimaat Amsterdam Piethein
Voorbeeld oplossing case Oostelijk Havengebied, Amsterdam

Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie zet druk

Van droogte tot wateroverlast, het speelt niet alleen in Amsterdam. De deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie van de overheid stelt daarom dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk moeten er samen voor zorgen dat schade door hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. Dat is een grote opgave, stelt Klok. ‘Klimaatadaptatie is voor velen een nieuw onderwerp en dus nog niet zo vanzelfsprekend. Dat geldt ook voor de professionals bij de gemeente en Waternet. De noodzaak is hoog. Het klimaatbestendig inrichten van steden moet normaal worden, en wij moedigen dat met ons Leertraject Klimaatadaptatie aan. Vanwege succes gaan we binnenkort een tweede traject starten!’

‘Nog een leuk feitje’, sluit Klok enthousiast af, ‘is dat de opzet van het leertraject bijna één op één is overgenomen uit onze minor Klimaatbestendige stad die veel studenten trekt, ook buiten de HvA. Dezelfde docenten geven nu ook ‘college’ aan de professionals van die meedoen aan het Leertraject Klimaatadaptatie. Het is natuurlijk nooit te laat om te leren over het klimaat!’

Meer informatie Leertraject Klimaatadaptatie

Het Leertraject Klimaatadaptatie van lectoraat Water in en om de stad van Centre of Expertise Urban Technology heeft tot doel het kennispeil op het gebied van klimaatadaptatie binnen de gemeentelijke organisatie te versterken en beter te borgen. Na vijf cursusdagen, online excursies, praktijksessies en groepswerk aan weekopdrachten voor een klimaatadaptief ontwerp van een projectgebied zijn de deelnemers op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en wetenschappelijke inzichten in de diverse klimaatadaptatiethema’s. En weten zij hoe ze met deze kennis de juiste maatregelen kunnen treffen in de openbare ruimte.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

'Pathways of hope' in onze publieke ruimte

Haastig zijn afgelopen jaar interventies in de publieke ruimte ontwikkeld en toegepast om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan. Hoe kunnen deze tijdelijke maatregelen in de  openbare ruimte de structurele veerkracht van de buurt versterken?

Covid-19 maakte duidelijk hoe belangrijk onze gedeelde publieke ruimte is. Haastig werden afgelopen jaar interventies in de publieke ruimte ontwikkeld en toegepast om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan. Met stickers, hekken, geverfde cirkels, verkeersborden en digitale apps waarop op afstand de drukte in de stad af te lezen valt werd geprobeerd om stadsbewoners te verleiden tot social  distancing. Al snel werden deze preventieve maatregelen vergezeld van nieuwe praktijken. Parkeerplaatsen  boden  tijdelijk  ruimte aan groen en  houten vlonders waarop de binnenstedelijke horeca en winkels hun werk in de buitenlucht konden voortzetten.

Covid-19-interventie
Foto: Ethan Wilkinson

Frank Suurenbroek, lector Bouwtransformatie van Centre of Expertise Urban Technology, en Martijn de Waal, lector Civic Interaction Design van Faculteit Digitale Media & Creatieve Industrie, over hun project 'Covid-19: Van preventie naar veerkracht'. Dit artikel is eerder gepubliceerd in HvA-magazine 'Bewogen Stad: Leren in crisistijd'.

Daarnaast  toonden  activiteiten die normaal achter gesloten deuren plaatsvinden zich plots in de buitenruimte.  Gebruikers van  shisha-lounges nestelden zich  op stoeltjes voor de deur, sportscholen  gingen lesgeven  in de open lucht. Ook ontsproten er nieuwe  sociale initiatieven zoals huiswerkklasjes  in buurtcentra. Covid-19  leidde zo  ook  tot een experiment  in  het gebruik en de betekenis van onze gedeelde publieke ruimtes.  

Van preventie naar veerkracht?

We weten echter nog weinig  over  de  variëteit  aan  preventieve  interventies  in de  publieke ruimte, hun werking en vooral ook de manier waarop die tijdelijke maatregelen ook de structurele veerkracht in buurten kunnen versterken. Afgelopen september kregen we een ZonMW-subsidie toegekend om dit te onderzoeken:  Hoe kunnen ontwerpinterventies voor de 1,5 meter-samenleving in de publieke ruimte op buurtniveau ook bijdragen aan het versterken van maatschappelijke en ecologische veerkracht? Veerkracht gaat hierbij over de kwaliteit die de leefomgeving nu biedt, alsmede over de capaciteit in de omgang met de meer structurele sociale  en ecologische uitdagingen van onze steden.  

Delen gedurende de uitvoering

Covid-19 vraagt ook om snel handelen. Een centrale rol in ons project speelt de Community of Practice. Vijf gemeenten, twee woningbouwcorporaties, het PBL, ontwerpbureau UNStudio, social  engineeringbureau The Beach, WandelNet en Pakhuis de Zwijger alsmede meerdere specialisten vanuit de  HvA hebben zich in dit project verenigd. Covid-19 stopt bovendien uiteraard niet bij de landsgrenzen. Naast de Nederlandse partners heeft zich  ook een kring van internationale  kennisinstellingen aan het project verbonden: Harvard in de VS, The Bartlett School in Londen, University of Sydney en in Italië het netwerk City Space Architecture. 

Preventieve ingrepen begrijpen

In de wetenschappelijke literatuur rondom veerkracht valt het handelen in crises uiteen in resisting  (weerstand bieden), adapting  (aanpassen), restoring  (herstellen)  en  transforming.  

Onderscheid in vier soorten handelingen in crisistijd

De preventieve maatregelen rondom Covid-19 passen overwegend in de categorieën resisting en adapting. Het gaat daarbij om tijdelijke oplossingen voor de problemen die nu spelen.  Denk aan het plaatsen van hekken, het  tijdelijk gebruik maken van parkeerplaatsen voor horeca en andere functies die niet langer binnen kunnen functioneren.  Tegelijkertijd  bieden deze ingrepen mogelijk ook de potentie voor meer  transformatieve  keuzes. 

Zo zien  we een aantal steden (Parijs, Milaan, New York) de crisis  aangrijpen  om een  al langer levende  mondiale  visie in wording te versnellen  om steden leefbaarder en inclusiever te maken.  Deze visie raakt aan  abstractere en meer toekomstgerichte perspectieven van veerkracht.  Wat echter ontbreekt is  inzicht hoe de huidige preventieve ingrepen  ook de kansen en potentie van meer structurele transities van de stad  kunnen bewerkstelligen.  


Voorbeelden van Covid-19 interventies in de publieke ruimte

Van resisting naar transforming?

Hoe kunnen die concrete interventies, investeringen en spontane ontwikkelingen die nu voor de resisting en adapting van de pandemie plaatsvinden ook de kiem leggen voor het vinden van oplossingen voor onze grotere sociale of ecologische problemen? Conceptueel: hoe kunnen interventies voor resisting en adapting meteen ook iets zeggen over concrete ontwerpoplossingen voor transforming? Natuurlijk kunnen we met ons project niet meteen al die grote problemen oplossen. Om het concreet te maken focussen we op het schaalniveau van de buurt en hanteren we een research through design-methodiek. Met ons onderzoek willen we niet voorschrijven hoe het moet, maar voorbeeldstellend en onderbouwd in beeld brengen hoe dat kan. Wat leren we van de Covid-19-interventies in de publieke ruimte om ook de veerkracht te versterken?


Voorbeelden van leerzame niet-Covid-gerelateerde interventies in de publieke ruimte

Dit is de data die we verzamelen:

  • We brengen systematisch in kaart welke interventies in de openbare ruimte zijn ontwikkeld en toegepast ter preventie van Covid-19-besmettingen.
  • We brengen met ons consortium in kaart welke (spontane) initiatieven op buurtniveau zijn ontstaan om de sociale effecten van Covid-19 te pareren.
  • Daarnaast verzamelen we de verschillende typen concrete ingrepen die los van Covid-19 al bestaan om ook in sociaal-economisch kwetsbare buurten te werken aan klimaatverandering en leefbaarheid.

Deze data levert twee inzichten op. Het laat zien wat voor specifieke 'schade' Covid-19 heeft veroorzaakt, welke tekortkomingen aan het licht zijn gekomen en welke andere oplossingen dan gebruikelijk zich aandienden. Daarnaast levert de analyse van deze concrete sets interventies zicht op hun werkzame bestanddelen. Deze beschouwen we als de ‘bouwstenen’ en programma’s van mogelijkheden voor het research through design-deel van ons onderzoek. De ontwerp- en sociaalengineeringbureaus in ons consortium gaan met deze set ontwerpend onderzoekend verkennen hoe een nieuwe combinatie van deze bouwstenen tot ingrepen leiden die en preventief en transformatief zijn.

De coronacrisis hopen we daarmee niet alleen als een snel achter ons te laten situatie te beschouwen, maar ook als een natuurlijk experiment waarin nieuwe paden voor de toekomstige stad ontdekt kunnen worden. En hoe eerder we die in beeld kunnen brengen, hoe sneller we ook al gedurende de pandemie van onderop aan de structurele versterking van onze stad kunnen werken.

HvA-magazine Bewogen Stad: Leren in crisistijd

Bewogen Stad is een reeks van digitale tijdschriften over maatschappelijke kwesties in de Amsterdamse regio. Hier deelt Centre of Expertise Urban Governance en Social Innovation met een breder publiek waar HvA mee bezig is en biedt zij een plek voor verschillende geluiden uit het maatschappelijke debat. Lees het volledige magazine.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

We zijn nog niet zo goed in afval scheiden

De HvA start project BASSTA naar gedragsinterventies om huishoudens ervan bewust maken of ze op de juiste manier hun afval weggooien en hoe dit te verbeteren.

Chipszakken bij plastic afval, theezakjes bij gft? Afval scheiden wordt niet altijd op goede wijze gedaan, en überhaupt nog te weinig. Dat is zonde, want goed gescheiden afval biedt kansen voor recycling en andere circulaire toepassingen. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) start met het project BASSTA een onderzoek naar het verbeteren van het scheidingsgedrag van huishoudens, met een focus op de stedelijke omgeving.

Afval scheiden

We willen in 2050 volledig circulair zijn. Voor de transitie naar een circulaire economie moet het afval dat ontstaat goed herbruikbaar zijn als grondstof voor nieuwe producten. Een goede scheiding van het afval is een belangrijke voorwaarde hiervoor. Met ongeveer 8 miljard kilo huishoudelijk afval per jaar in Nederland zorgt elk percentage betere scheiding voor enorme resultaten. BASSTA behandelt daarom zowel het verhogen van de scheidingsgraad (de hoeveelheid afval die gescheiden wordt), als het verlagen van de vervuiling van de gescheiden afvalfracties (papier, gft, plastic). Om dat te realiseren, is gedragsverandering nodig.

Automatisch gedrag onder de loep

Mensen gooien hun afval vaak op dezelfde, veelal onbewuste manier weg. BASSTA richt zich daarom op dit automatisch gedrag, vertelt projectleider Maarten Mulder. ‘Door het automatisch gedrag onder de loep te nemen, vormt dit project een belangrijke aanvulling op het bestaande onderzoek naar gedragsinterventies. De nieuwe interventies die het onderzoek opleveren, moeten helpen om het gewoontegedrag te onderbreken en huishoudens ervan bewust maken of ze op de juiste manier hun afval weggooien. Ook voor de mensen die nu nog niet (graag) afval scheiden. Met een duidelijke uitleg hoe en waarom deze interventies werken, is het streven dat zoveel mogelijk Nederlandse stedelijke gemeenten hiermee aan de slag gaan. Zo kunnen ze betere bronscheiding realiseren.’

Dagboek van huishoudens

De interventies worden ontworpen en getest in nauwe samenwerking tussen industrieel ontwerpers en gedragspsychologen van de HvA. Mulder: ‘Middels dagboekstudies bij bewoners thuis analyseren we op welke momenten het automatisch gedrag veranderd kan worden. In de zomer verwachten we de resultaten. Hiermee kunnen we de ‘customer journey’ schetsen: het in detail weergeven van het proces van afval weggooien. Vervolgens ontwerpen we de gedragsinterventies die we gaan testen in verschillende steden. Dat zal begin 2022 gaan gebeuren.’

Samenwerking binnen de HvA

BASSTA is een samenwerkingsproject van Centres of Expertise Urban Technology en Urban Governance and Social Innovation. De verbonden lectoraten Circulair ontwerpen en ondernemen & Psychologie voor een Duurzame Stad onderzoeken en ontwikkelen innovaties om tot een circulaire economie en maatschappij te komen.

Diverse praktijkpartners zijn bij het onderzoek van belang en betrokken. Gemeenten zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht zijn aangesloten om met bewoners de interventies te testen. Ook helpen stuurgroepen als Rijkswaterstaat en branchevereniging NVRD het onderzoek verder. Daarnaast brengen ROVA, De Afvalspiegel en Giraf Results expertise in rondom afvalinzameling, en verspreiden Milieu Centraal en VVM de resultaten.

Heb je vragen of wil je meer weten? Benader projectleider Maarten Mulder. En blijf via de projectpagina van BASSTA op de hoogte van de ontwikkelingen.

dhr.  Ir. M. Mulder

Projectleider en onderzoeker rondom afval, duurzaamheid en de circulaire economie
m.mulder3@hva.nl | T: 0611391085
Ga naar detailpagina

Meer informatie

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Servicemonteur vervult sleutelrol in uitstootvrije stadslogistiek

Belangrijkste conclusies na twee jaar praktijkgericht onderzoek naar uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Servicemonteurs installeren en repareren laadpalen en zonnepanelen voor duurzame energie, maar rijden zelf nog in een dieselbus rond. Wat is er nodig voor uitstootvrij vervoer van servicemonteurs? Na twee jaar onderzoek presenteert de Hogeschool van Amsterdam (HvA) same met hogescholen, bedrijven, brancheorganisaties en de gemeente Amsterdam de resultaten van het Gas op Elektrisch-project. Wat zijn de belangrijkste conclusies?

Servicemonteur

Servicelogistiek is verantwoordelijk voor 25 tot 35% van de bestelautokilometers in Nederland en voor 10 tot 15% van de CO2-uitstoot van het goederenvervoer over de weg in Nederland.

Samen met onder meer HAN Automotive Research, Techniek Nederland, Unica, ENGIE, Heijmans en de gemeente Amsterdam heeft het lectoraat Citylogistiek van de HvA praktijkgericht onderzoek gedaan naar de inzet van uitstootvrij vervoer voor servicelogistiek. Servicelogistiek omvat het vervoer van personeel en materialen voor installatie-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden. Servicebedrijven zorgen dat de lift, cv-ketel en het koffieapparaat werkt, ze leveren internet en energie, beheren woningen en onderhouden groen.

Gebruikelijk is dat elke servicemonteur een eigen bestelauto heeft en met een grote variatie aan onderdelen en gereedschappen van klus naar klus rijdt en het voertuig ’s avonds mee naar huis neemt. Dit kan en moet anders om de ambities van het klimaatakkoord te bereiken en om klanten in autoluwe gebieden efficiënt te kunnen blijven bedienen. Onlangs is de Uitvoeringsagenda Stadslogistiek ondertekend door 19 gemeenten waarmee de ambities voor zero-emissiezones concreet op de agenda staan voor 2025-2030 (zie: www.opwegnaarzes.nl). Dit betekent dat servicebedrijven zich moeten voorbereiden op een werkwijze zonder dieselbus. Vanuit het ‘Gas op Elektrisch’ onderzoek worden adviezen en voorbeelden aangereikt voor servicebedrijven èn voor aanbieders van zero-emissievervoersoplossingen.

Een uiteenlopende groep van aanbieders nam deel aan het onderzoeksproject, waaronder groothandel Technische Unie, logistiek dienstverlener Deudekom, laadpaalleverancier Laadpunt Nederland en leveranciers van transportmiddelen Urban Arrow, Easy Go Electric, DOCKR en Arval. Het aanbod op de markt van zero-emissievervoer is divers, groeit en verbetert. De actieradius van elektrische bestelauto’s neemt toe, de adoptie van vrachtfietsen stijgt, er ontstaan meer samenwerkingsmogelijkheden op logistieke hubs, nieuwe bevoorradingsconcepten en slimme laadoplossingen. Desondanks blijft het aandeel zero-emissievervoer bij servicebedrijven in Nederland laag.

Aan de hand van casestudies, workshops, interviews en ritdata-analyse is praktijkgerichte kennis ontwikkeld over logistieke concepten, laadstrategieën en gedragsinterventies met als doel de transitie naar zero-emissievervoer te versnellen. De onderzoekers stellen dat het een-op-een vervangen van dieselbestelauto’s door elektrische niet de juiste aanpak is. De transitie naar zero-emissie-servicelogistiek omvat strategische, tactische en operationele keuzes op vier onderdelen van de bedrijfsvoering. Met deze brede aanpak is verbetering in servicelogistiek mogelijk met minder reistijd voor de servicemonteur, minder verliesuren en minder bestelauto’s.

De mate waarin zero-emissie-servicelogistiek te realiseren valt, hangt samen met keuzes over:

  1. Klanten en activiteiten

De omvang, locatie, wensen en eisen van de opdrachtgever en eindklant beïnvloeden de mate waarin nieuwe servicelogistieke concepten te realiseren zijn. Samen met grote opdrachtgevers (zoals onderwijsinstellingen, overheden en kantoren) kan vanaf de aanbesteding gestreefd worden om alle leveringen voor technisch onderhoud te bundelen in één rit. Of een stap verder: om deze te bundelen met de levering van pakketten, schoonmaak- en kantoorartikelen. ‘Duurzaam vervoer’ wordt dan een gunningscriterium. In het contract dienen afspraken gemaakt te worden over ketensamenwerking, het gebruik van laadinfrastructuur en opslagcapaciteit voor gereedschap en materialen (bijvoorbeeld kluizen of containers waarin geleverd kan worden).

  1. Personeel en gedrag

Het tekort aan technisch geschoold personeel op de arbeidsmarkt vormt zowel een drijfveer als uitdaging voor zero-emissie-servicelogistiek. Een drijfveer omdat servicelogistieke oplossingen de efficiënte inzet van medewerkers kunnen verhogen. Een uitdaging omdat medewerkerstevredenheid van belang is voor servicebedrijven. De adoptie door medewerkers is een belangrijke voorwaarde om zero-emissie vervoer met succes te kunnen implementeren. Aanpassingen in het wervings- en selectiebeleid, het mobiliteitsbeleid, en de operationele aansturing van monteurs kunnen de adoptie verder faciliteren.

  1. Logistiek en planning

Door de levering van materialen uit te besteden, ritten dynamischer te plannen, en met kunstmatige intelligentie het onderhoudswerk voorspelbaarder te maken, wordt de inzet van uitstootvrij vervoer eenvoudiger. Door de voorraad in de bestelauto te beperken en efficiënter te ordenen, kan met een kleiner model gereden worden, dit is positief voor de actieradius van zero-emissievoertuigen. De casestudies wijzen uit dat het maken van een wijk- of centrumplanning kansen biedt voor een rendabele inzet van vrachtfietsen. Ook zijn tijdens het onderzoeksproject gezamenlijke proposities ontstaan tussen aanbieders van (logistieke) ruimte en deelvoertuigen: de monteur stapt aan de rand van de stad over op een vrachtfiets en bespaart daarmee reistijd en parkeerkosten.

  1. Wagenpark en laadinfrastructuur

Een strategische keuze is om in de toekomst niet langer een vast voertuig aan te bieden aan de monteurs, maar gebruik te maken van flexibele leasecontracten en deelvoertuigen. Afhankelijk van de werklocaties, parkeer-, en laadmogelijkheden kan dan per dag, week of maand voor de medewerker een geschikt en beschikbaar voertuig beschikbaar gekozen worden. Het is hierbij van belang dat de beschikbaarheid van de voertuigen betrouwbaar is. Beschikbaar betekent in het geval van zero-emissie voertuigen ook dat ze van voldoende energie zijn voorzien.

Meer informatie? Neem contact op:

mw.  S.H. Balm

Projectmanager E-mobility & City Logistics
s.h.balm@hva.nl |

De Week van duurzame servicelogistiek bij Urban Tech

Tijdens de Week van duurzame servicelogistiek van 15 t/m 19 maart kom je meer te weten over het tweejarig onderzoek Gas op elektrisch van Centre of Expertise Urban Technology. Van eindpublicatie tot webinar en verdiepende artikelen, de hele week staat in teken van uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Bestelbus uit, vrachtfiets op

Servicemonteurs moeten straks zonder dieselbus de stad in. Maar de monteur en z’n busje, die zijn vaak onafscheidelijk. Wat te doen?

Van de bestelbus naar de elektrisch aangedreven vrachtfiets: steeds meer servicemonteurs worden gevraagd hun geliefde wagen aan de kant te zetten voor het duurzame alternatief. En dat is nodig, tussen 2025-2030 moet de stadslogistiek in 30 tot 40 gemeenten emissievrij zijn. Maar die overstap gaat niet altijd zonder slag of stoot. De monteur en z’n busje, die zijn vaak onafscheidelijk. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzocht binnen het project Gas op elektrisch met praktijkpartners de rol van de monteurs om tot nieuwe logistieke concepten te komen voor servicebedrijven.

Vrachtfiets

De elektrisch aangedreven vrachtfiets als duurzaam alternatief is fijn voor stadsbewoners, die ervaren zo minder hinder als vervuiling, verkeersdrukte en geluidsoverlast. Maar ook voor de servicemonteurs zelf. Van liftmonteurs tot cv-installateurs en klussers. Omdat het verkeer vaak vaststaat in de stad, komt de vrachtfiets goed van pas. Zo hoeven ze niet meer gefrustreerd rondjes te rijden voor een parkeerplek in de buurt of torenhoge parkeerkosten te betalen. Het bespaart tijd en geld en bevordert de productiviteit.

Cultuur- en gedragsverandering

Done deal, zou je denken. Maar de bestelbus is een soort statussymbool voor de monteur, vertelt Milan Tamis, onderzoeker bij Gas op elektrisch. ‘Het busje biedt comfort met een fijne stoel, radio en de mogelijkheid om te schuilen als het regent. Ze eten ook graag hun lunch in de bus. Daarnaast zijn de monteurs gewend om al hun gereedschap en andere spullen in de bus op te slaan, alles is binnen handbereik. Met de vrachtfiets verlies je dat comfort en gemak. Dat vraagt dus om cultuur-, gedragsverandering en flexibiliteit.’

Hoe betrek je de monteur in het verduurzamingsproces?

Servicemonteurs moeten nauw betrokken worden bij het verduurzamingsproces, concludeerde Tamis na gesprekken met de monteurs. ‘Beslissingen van bovenaf, zonder overleg, accepteren ze niet zomaar. Wij hebben hun behoeften gepeild, die we vervolgens meetten aan vervoersoplossingen aangeboden door onze partners. Zo heeft installatiebedrijf Heijmans-Brinck een pilot gestart met de vrachtfietsen en hub (overstaplocatie) van netbeheerder Liander. Monteurs deelden onderling, en met de belanghebbenden binnen Heijmans-Brinck en Liander, ervaringen via een WhatsApp-groep.’


Heijmans

Nieuwe logistieke concepten

Uiteindelijk wil je de welwillendheid van de monteur laten aansluiten bij de technische mogelijkheden om tot nieuwe logistiek concepten te komen, vertelt Wout Nijhuis, student-assistent bij Gas op Elektrisch. ‘Van de monteurs die in de stad moeten werken, komt 90 procent van buiten. Specialisten die bovendien een groot geografisch gebied bereizen. Door de ritprofielen van monteurs onder de loep te nemen, konden we achterhalen waar mogelijkheden liggen voor verandering, zoals een efficiëntere ritplanning – sommige monteurs rijden heel Nederland rond op een dag – en welk vervoersmiddel daar het beste bij past. Dat verschilt per monteur vanwege de diverse ritprofielen (woon-werkafstanden, werkafstanden en het aantal klussen), de actieradius van een elektrische bus, hoeveel spullen ze mee moeten nemen en of er thuis en/of tussendoor geladen kan worden.’

Aantrekkelijke beloning

Kies je dan uiteindelijk gezamenlijk voor de elektrische bus, of een combinatie met de vrachtfiets, dan ben je er nog niet, zegt Tamis. ‘Zo kwam er uit de ervaringen van de monteurs naar voren dat een koffiemomentje bij een hublocatie belangrijk is voor ze. En wat te doen in de winter en als het regent? Op de vrachtfiets heb je goede regenkleding nodig en wil je een vergoeding om ergens binnen te lunchen.’ ‘We adviseerden horecabonnen bij cafés in het werkgebied waar monteurs bij elkaar kunnen komen, voor een gezamenlijk pauzemoment’, vult Nijhuis aan.

En voor de nieuwe generatie servicemonteurs? Tamis: ‘Zoek technisch geschoold personeel, dat klaar is voor de energietransitie. Daar is een nijpend tekort aan. En werf jonge mensen, het liefst in de buurt van je klanten, die er al voor open staan om op de vrachtfiets te stappen. Soms hebben ze nog geen eens een rijbewijs en is de vrachtfiets de beste optie.’

De Week van duurzame servicelogistiek bij Urban Tech

Tijdens de Week van duurzame servicelogistiek van 15 t/m 19 maart kom je meer te weten over het tweejarig onderzoek Gas op elektrisch van Centre of Expertise Urban Technology. Van eindpublicatie tot webinar en verdiepende artikelen, de hele week staat in teken van uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

De toekomst simuleren voor zero-emissievervoer

Vrachtfiets of elektrisch busje? Tirza Englebert (HvA) ontwikkelde als student een model om de keuze voor uitstootvrij vervoer makkelijker te maken.

De ambities voor ‘zero-emissiezones’ staan steeds concreter in landelijke en lokale uitvoeringsagenda’s voor 2025-2030. Hoe beïnvloeden die uitstootvrije gebieden in de binnenstad de planning en het reisgedrag van servicemonteurs bij Heijmans-Brinck? Tirza Englebert (HvA), projectassistent van Gas op elektrisch, ontwikkelde als student Transport & Supply Chain Management aan de Vrije Universiteit een model dat de overstap van bestaande dieselbusjes naar zero-emissievervoer moet optimaliseren. Simpel: overgaan op elektrisch? ‘Zo makkelijk is het niet, het vraagt om compleet nieuwe logistieke concepten die voor ieder bedrijf anders kan zijn.’

Vrachtfiets

Heijmans-Brinck, gespecialiseerd in bouw(logistiek) en infra- en installatietechniek, dacht in eerste instantie aan de elektrische auto om hun klanten in de binnenstad te bedienen. Maar die duurzame oplossing kwam niet als meest effectief uit het model, vertelt Tirza. ‘Dat was de elektrische vrachtfiets, tenzij er een lange afstand woon-werkverkeer is.’ Het model maakt de afweging tussen het gebruik van een elektrische vrachtkiets en elektrische bus inzichtelijk, door de impact van de twee uitstootvrije vervoersoplossingen binnen een specifieke context te simuleren.

Elke dag heeft Heijmans-Brinck  een stuk of acht monteurs in en om Amsterdam rijden met een auto, vertelt Stefan Daamen, manager duurzaamheid bij Heijmans-Brinck. ‘Die moeten de electriciteitsmeter vervangen voor slimme meters. Dat gebeurt op afspraak, wat niet altijd efficiënt in te plannen is. Wanneer we willen overstappen op elektrisch vervoer, hebben we een aantal dilemma’s waar we tegenaan lopen: de bewoner wilt op de exacte tijd bediend worden – die moet voor ons thuis blijven, parkeermogelijkheden en -kosten, en onze monteurs wonen niet altijd in de buurt van Amsterdam.’

De ideale route uitstippelen

Het model van Tirza stippelt de ideale route uit, gebaseerd op efficiëntie. Daarbij houdt het rekening met diverse parameters uit de aangeleverde ritdata van Heijmans-Brinck: hoe lang de monteur bij de klant is, eventuele vertraging, salariskosten, reistijd van huis naar klant, kilometerkosten – benzine ten opzichte van elektriciteit, gemiddelde snelheid van je reis, laadkosten, max aan werkuren per dag, totale batterijcapaciteit van voertuig, parkeermogelijkheden.

Alhoewel de vrachtfiets gebaseerd op de parameters als meest efficiënt uit de bus kwam, zijn er bepaalde factoren niet te kwantificeren die net zo belangrijk zijn, stelt Tirza. ‘Denk aan psychologische aspecten. Je krijgt niet zomaar de monteurs de vrachtfiets op. Die willen natuurlijk wel weten waarom hun geliefde busje aan de kant moet. En dat voor een fiets.’

Wat in ieder geval spreekt voor de vrachtfiets, is dat je variabiliteit in data wegneemt, verklaart Tirza. ‘Je hebt minder last van files, wegversperring, parkeerproblemen, eenrichtingsverkeer. Je bent simpelweg flexibeler. Die positieve factoren kunnen ondernemers gebruiken in hun verhaal naar de monteurs. Het is aan Heijmans-Brinck om de monteur te betrekken in het verduuzamingsproces, behoeften en ervaringen opvragen, om het het in goede banen te leiden.’

Model ook voor hublocaties

Hetzelfde simulatiemodel is door Tirza verder ontwikkeld om ook de ideale hublocaties te bepalen voor het gekozen voertuig: het gebied waar je van busje naar fiets overstapt, je spullen opslaat en de auto laadt. ‘Met het model gebruikte ik dezelfde methode om nu de centraliteit van de hublocatie te bepalen om zo snel mogelijk bij de klant te kunnen komen. Wat mij verbaasde, is dat er een grote filter op Amsterdam zit. Terwijl er ook hubs in Amstelveen zitten. Dus hoe baken je een stad af? Je kan met een klant op randje Amsterdam misschien wel beter de hub van Amstelveen gebruiken.’

Naast de zero-emissie-opgave ziet ook Daamen van Heijmans-Brinck veel toekomst in het gebruik van hubs uitbreiden. ‘Je wilt uiteindelijk twee dingen bereiken: uitstoot op nul en verkeer in algemeenheid terugdringen. Zo creëer je meer ruimte voor de fiets!’

De Week van duurzame servicelogistiek bij Urban Tech

Tijdens de Week van duurzame servicelogistiek van 15 t/m 19 maart kom je meer te weten over het tweejarig onderzoek Gas op elektrisch van Centre of Expertise Urban Technology. Van eindpublicatie tot webinar en verdiepende artikelen, de hele week staat in teken van uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Hoe bereiken we uitstootvrije servicelogistiek in 2025?

Servicebedrijven en aanbieders van zero-emissievervoersoplossingen, verbonden aan het HvA-project Gas op elekrisch, aan het woord over de emissievrije toekomst in de stad.

Vanaf 2025 moeten vracht- en bestelauto’s in de binnenstad van 30 tot 40 gemeenten emissievrij rijden. Anders kom je de stad niet meer in. Maar het huidige aandeel zero-emissievervoer bij servicebedrijven ligt nog laag: minder dan 1 procent. Hoe kan dit? En belangrijker: wat moet er volgens de servicebedrijven en aanbieders van vervoersoplossingen gebeuren om deze doelstelling in het Klimaatakkoord te halen? ‘Als ondernemer is afwachten geen optie meer.’

Cargobike

Investeren in schone voertuigen, stadshubs en slimme laadinfrastructuur, het ontwikkelen van planningssystemen die praten met het voertuig over de actieradius en het trainen van personeel dat klaar is voor de energietransitie. Het zijn de noodzakelijke langetermijnbeslissingen waar ondernemers in de servicelogistiek mee te maken krijgen, wanneer je alleen nog emissievrij de stad in mag. Toch horen nog weinig ondernemers de klok tikken, beamen Tony Santos van Technische Unie  (groothandel in technische materialen) en Bob Kranenburg van Easy go Electric  (aanbieder van lichte elektrische vrachtvoertuigen).

Weinig ondernemers voelen nog de noodzaak, ze wachten af. Het financiële plaatje voelt men als een beperking, vertelt Kranenburg. ‘Om een pilot met elektrisch vervoer te starten, moet je denken aan 10-20.000 euro. Dat schrikt gek genoeg al af bij grote bouwbedrijven.’ Daarnaast werkt de sector nog erg gefragmenteerd, stelt Santos. ‘Als er al duurzame oplossingen worden getest, dan betreft het enkel een klantgerichte aanpak. Het lijkt wel alsof partijen individueel het wiel proberen uit te vinden, we zien al jarenlang dezelfde vraagstukken en probleemstellingen voorbij komen.’

Meer samenwerking nodig

Santos pleit met Technische Unie voor meer samenwerking. ‘Tussen aanbieders van zero-emissievervoersoplossingen, servicebedrijven, opdrachtgevers én concullega’s; de gehele keten. Zo kun je tot generieke oplossingen komen zoals multi, whitelabel vervoer: alle leveringen voor technisch onderhoud bundelen in één rit. Dat zorgt voor minder kilometers en lagere kosten.’

Technische Unie schakelt in Utrecht (in maart en april als pilotvorm) fietskoeriers en licht elektrische voertuigen (LEV’s) in voor de bevoorrading van al hun klanten in de stad. Óók concullega’s. ‘Je moet schroom van je afgooien, willen we de klimaatdoelen halen’, zegt Santos. ‘Start een wagenparkverhuur waar e-cargobikes en LEV’s worden aangeboden voor hun last mile de stad in. Voor iedereen.’

Betrek de monteur in het verduurzamingsproces

Daarbij is het minstens zo belangrijk om in het verduurzamingsproces intern samen te werken. ‘Vraag je monteurs nu om op een vrachtfiets te stappen? Dan zeggen 99 van de 100 hard ‘nee’’, stelt Kranenburg. ‘Ze maken op een dag ontzettend veel kilometers. Wanneer ze opgedragen worden een extra stop te maken bij een hub, een auto te laden of over te stappen op een vrachtfiets, zonder te vragen naar hun behoeften en ervaringen, dan krijg je gegarandeerd verzet.’ Santos: ‘Je moet begrijpen dat het bestelbusje een statussymbool is voor de monteur. Het zit vol met waardevolle materialen, gereedschap en onderdelen, altijd ter beschikking. Daarnaast lunchen ze graag in hun bus! Je kunt niet zomaar hun busje vervangen, de noodzaak voor verduurzamen en de behoeften van de monteurs moeten samenkomen.’


DOCKR cargobike

Pilot met cargobikes

Stefan Daamen, manager duurzaamheid bij Heijmans-Brinck , heeft een pilot uitgevoerd met met cargobikes in Amsterdam, en heeft licht verzet aan den lijve ondervonden. ‘De chauffeurs die met de vrachtfiets op pad gingen, waren in het begin niet goed geïnformeerd en moesten extreem wennen. Wanneer je in gesprek gaat en ervaringen ophaalt, dan komen vragen naar boven als: waar ga ik mijn boterham eten, wanneer het te koud is buiten? Hoe ga ik om met de lage actieradius van een EV, wanneer ik lange afstanden moet rijden en een bus vol gereedschap heb? Het vraagt om een compleet nieuwe werkwijze, voor ons en de monteurs, die we samen met specialisten aanpakken. Zo kunnen we bij DOCKR cargobikes uittesten, en bedachten we met de HvA horecabonnen om in cafés te kunnen lunchen.’

Kranenburg: ‘Het is een geleidelijk proces. Begin eerst met de planning en kijk hoe je het reisgedrag van de bestaande busjes kunt verbeteren. Hier is nog veel winst te behalen, blijkt uit de onderzoeken die zijn verricht door de HvA. Koppel dit daarna aan de mogelijkheden van EV en pas dan opnieuw je planning aan om tot het beste resultaat te komen.’

Stimulerende en faciliterende rol overheid

‘Er moet wel iemand zijn die zegt ‘wees voorbereid, zo gaan we het doen’’, stelt Santos. ‘Daar ligt met name een rol weggelegd voor de overheid. Gemeenten moeten uiteindelijk gaan handhaven door als het ware een hek om de stad te bouwen, dieselbusjes te weren door middel van registratie van kentekens en gebruik van matrixborden. Maar ook door het faciliteren van laadinfrastructuur, infrastructuur van het stroomnetwerk en met een duidelijk overzicht van hublocaties wie waar gebruik van kan maken.’

Werken met hubs, daar ziet ook Daamen veel toekomst in. ‘Als je straks de auto’s in de binnenstad gaat tegenhouden, wat doe je dan met al die parkeergarages? Maak er hubs van voor vrachtfietsen en EV! Wij hebben ze nodig, gemeenten kunnen dit faciliteren.’

Volgens Kranenburg is een sturende rol van de overheid tevens van groot belang om stap voor stap de verandering door te zetten: ‘In het verleden gaf Amsterdam vrijstellingen voor parkeervergunningen of om op de stoep te mogen parkeren. Dat soort beloningen moet ook voor EV-gebruik gedaan worden. Ondernemers moeten uiteindelijk zelf stappen nemen, maar overheid: kom met een concrete toekomstvisie met tijdlijn, zodat het bedrijfsleven weet waar ze aan toe is en daarnaar kan handelen.’

De Week van duurzame servicelogistiek bij Urban Tech

Tijdens de Week van duurzame servicelogistiek van 15 t/m 19 maart kom je meer te weten over het tweejarig onderzoek Gas op elektrisch van Centre of Expertise Urban Technology. Van eindpublicatie tot webinar en verdiepende artikelen, de hele week staat in teken van uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Jochem Kootstra's picture #Mobility