Jochem Kootstra

Activity

  • 47
    Updates
  • 5
    Smarts
  • 3
    Comments
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Hoogbouw vraagt om een menselijke maat nu steden verdichten

Featured image

HvA-onderzoeksproject Sensing Streetscapes deelt eindresultaten en gaat op excursie naar vier steden met ontwerpoplossingen op ooghoogte.

De populariteit van de stad zet alsmaar door, en dat is te zien aan huidige bouwprojecten. Die gaan steeds meer de hoogte in nu de stad verdicht. Van Londen tot Oslo en van Vancouver tot Amsterdam. Lectoraat Bouwtransformatie van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzocht met ontwerpbureaus, gemeenten, ontwikkelaars en woningbouwcorporaties binnen onderzoeksproject Sensing Streetscapes hoe je een menselijke maat kan creëren in gebiedsontwikkeling met hoge dichtheden. De onderzoekers zetten hiervoor ontwerpend onderzoek, neuroarchitectuur en AI in. Welke lessen voor de praktijk leverden dit 2-jarige onderzoek op en tot wat voor inzichten kwamen de experts rondom dit actuele vraagstuk?

De onderzoekers binnen het actieonderzoek Sensing Streetscapes analyseerden in Amsterdam, Vancouver, Toronto, Manchester, Londen en Oslo de toegepaste ontwerpoplossingen om hoogbouw te verschalen naar menselijke proporties op ooghoogte. Omdat zowel de ontwerpopgave als de methodiek van neuroarchitectuur nieuw zijn voor Nederland werkten zij samen met internationale partners en steden. De analyses tonen de gerealiseerde oplossingen voor dezelfde stedenbouwkundige regels. Grote verschillen werden hierdoor zichtbaar.

Kijken als professional: zes casestudies ontwerpend onderzocht

Terwijl Toronto zich manifesteert met extreme en harde keuzes die de hoogbouw letterlijk aan de straat tonen, is er in onder meer Vancouver, Manchester en Amsterdam veel meer gelaagdheid. Bovendien zijn er meer details toegepast waarmee de hoogbouw visueel minder nadrukkelijk aanwezig is voor de gebruikers in de straat. En dat is nodig, want een menselijke maat op straatniveau verbetert de leefbaarheid op hoogbouwlocaties en verhelpen gezondheids- en stressklachten gerelateerd aan deze milieus.

De Zuidas in Amsterdam als ‘mixed-use’ gebied is een voorbeeld waar de hoogbouw goed werkt, vertelt Frank Suurenbroek, lector Bouwtransformatie bij het Centre of Expertise Urban Technology van de HvA, tijdens een excursie door de Zuidas. ‘De verbinding tussen de zakelijkheid van kantoren en de zachte materialen voor woningbouw is hier grotendeels geslaagd. Daarnaast is er veel groen door mooie pocket parks (kleine parken), die deels toegankelijk zijn voor publiek én zelfs ontworpen zijn met bewoners.’ Internationale experts ‘vlogen digitaal in’ en een belangrijk deel van de Nederlandse praktijk — van ontwerpbureaus tot ontwikkelaars, brancheorganisaties en hoofdontwerpers van de grote steden — waren aanwezig bij de excursie als onderdeel van het eindseminar, waar de opgedane kennis na twee jaar onderzoek werd gepresenteerd en gedeeld.

Zo werd ook duidelijk dat bewoners in Londen soms in sociaal isolement verkeren door wonen in hoogbouw op schiereiland Isle of Dogs, vanwege weinig contact met de buren en de straat. Terwijl soortgelijke milieus in Amsterdam, Vancouver en Oslo een ander beeld laten zien vanwege de natuur waarmee zij omringd zijn. ‘De laatste jaren tonen aan dat groen een belangrijke drager voor ontwerp is geworden’, verklaart Gideon Spanjar, projectleider van Sensing Streetscapes. ‘Bewoners van hoogbouw hebben in Vancouver zicht op natuur en de grote en kleine korrel van gebouwen zijn bewust gemengd. Tevens werken zij met ontwerpoplossingen om de hoogbouw voor de voetganger aan het zicht te onttrekken door de gebouwen naar achteren te plaatsen, waarbij het bladerdak van bomen de ruimte subtiel begrensd. Dit noemen we ook wel Vancourism.’

Kijken als gebruiker: neuroarchitectuur ontsluit de beleving

Maar hoe ervaren de bewoners ontwerpoplossingen op ooghoogte zelf? Het nieuwe vakgebied van de neuroarchitectuur biedt de mogelijkheid om hier voor het eerst antwoord op te geven. Iedereen kent immers plekken die fijn aanvoelen en plekken waar je snel weer weg wilt. Met neuroarchitectuur wordt dit proces zichtbaar gemaakt met behulp van eye-trackers en een hiervoor ontwikkeld biometric dashboard. De eye-trackers registreren 30 keer per seconde waar de gebruiker naar kijkt, hoe lang en in welke volgorde. Door vele proefpersonen systematisch verschillende locaties voor te leggen, worden patronen zichtbaar op een heatmap (zie hoofdfoto als voorbeeld).

Uit de veld- en labtests blijkt het belang van wat op ooghoogte wordt ontworpen, zoals de ontwerpers voorspellen. Hierbij werd specifiek duidelijk dat mensen eerst op zoek gaan naar andere mensen. Daarvoor wordt de ruimte gescand op plekken waar je die kan verwachten, zoals balkons, portieken, entrees, fietsenrekken en auto’s. Evenals de functies op de begane grond en het materiaal van gebouwen. En terwijl te veel complexiteit in de straat veel aandacht trekt in negatieve zin, vallen zowel een dichte als een transparante plint minder op. De contouren van een verhoogde plint worden daarbij daadwerkelijk gezien en helpen hoogbouw verschalen. Tot slot werkt een geleidelijke overgang tussen straatwand en straatruimte goed.

De balans tussen succesvol en niet succesvolle ontwerpoplossingen is subtiel, verklaart lector Suurenbroek. ‘Als we willen dat mensen niet overweldigd raken door hoogbouw, dan zijn neuroarchitectuur-testen gedurende het ontwerpproces van belang. De ontwikkelde methode en patronen die daarmee zichtbaar worden tonen aan dat het ons echt kan informeren over de impact van ontwerpkeuzes.’

Kijken vanuit data: AI ontsluit rijke reeks leerzame locaties

Iedere bouwopgave binnen de bebouwde stad heeft te maken met unieke uitdagingen, maar goed gerealiseerde voorbeelden uit de praktijk kunnen dienen als referentie voor de impact van mogelijke ontwerpoplossingen. Met behulp van AI is binnen het onderzoek een search-engine gebouwd, waarmee via open data vergelijkbare locaties getraceerd kunnen worden. Hiermee helpt AI de ruimtelijk ontwerpers en opdrachtgevers een rijke reeks aan bijpassende referentielocaties te vinden, van Europa tot Noord-Amerika. De mate van hoogbouw, Floor Space Index, Mixed-use is een greep van parameters die je zelf kan instellen.

Suurenbroek: ‘Eenmaal gebouwd bepaalt een ruimtelijk project voor decennia het aanzien en de condities van de plek en omgeving. Juist daarom proberen we met ons onderzoek en de excursie het gesprek tussen de ontwerpers, opdrachtgevers, toekomstige gebruikers en internationale experts te faciliteren. Bovendien vertoont de groei van Amsterdam veel overeenkomsten van die van de meeste andere westerse steden. Ontwerpend onderzoek, neuroarchitectuur, de AI-tool en excursies helpen daarbij. Ontwerpen van het straatniveau valt immers deels tussen verschillende disciplines in.’

Meer informatie

Het eindseminar en de excursie zijn onderdeel van het 2-jarig onderzoeksproject Sensing Streetscapes, waar lector Bouwtransformatie Frank Suurenbroek, hoofdonderzoeker Gideon Spanjar en senior AI-onderzoeker Maarten Groen (lectoraat Resonsible IT) hun resultaten hebben gedeeld. Alsook diverse experts uit Oslo, Vancouver en Londen. Binnen het project werkt een interdisciplinair team van onderzoekers samen met de praktijk en internationale onderzoeksgroepen aan het ontleden van het begrip menselijke maat voor het ruimtelijk ontwerp. Om de resultaten te ontsluiten en de AI-tool open access te gebruiken, is een platform gebouwd: www.sensingstreetscapes.com.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Hoe gaan we om met steeds hetere zomers?

Featured image

5 publicaties over hittebestendig inrichten van steden, met behulp van burgers

Van hitterecords in de laatste zomers tot uitgedroogde parken. De effecten van de opwarming van het klimaat worden steeds beter zichtbaar. Vanaf 2020 zijn Nederlandse gemeenten aan zet om straten en wijken te toetsen en in te richten op hittebestendigheid (Deltaprogramma, 2018). En ook de burger wil er graag de vinger op leggen. Wat kunnen zij samen bereiken? Lees voor inspiratie 5 publicaties van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) over hittebestendig inrichten van steden en woningen.

Een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte

De hete zomers maken het leven in de stad steeds vaker onaangenaam en hebben gevolgen voor vele aspecten van ons leven. De HvA schreef samen met partners een adviesrapport om het dagelijks leven buitenshuis tijdens hete dagen te verbeteren. Van hittekaarten en interactieve mindmaps om de hitteopgave van de stad zichtbaar te maken, tot concrete ontwerprichtlijnen die gemeenten en professionals in wijken en straten kunnen inzetten. Lees over een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte.

Hitteproef in woningen

Wat is de koelbehoefte van woningen en welke factoren zijn van invloed op oververhitting binnenshuis? Tijdens de hittegolf van 2020 zijn metingen verricht naar de ontwikkeling van de binnentemperatuur in 11 woningen verspreid over 5 locaties (Groningen en Amsterdam). Bewoners is gevraagd gedurende de metingen een handelingsdagboek bij te houden om inzicht te krijgen in het effect van bijvoorbeeld het sluiten van zonwering of openen van een raam; overdag en ‘s avonds. Hoe ervaart de bewoner hitte in huis? Lees over de resultaten van koelbehoeften in woningen.

Praktijkonderzoek hitterichtlijnen

De HvA ontwikkelde in de zomer van 2020 drie ontwerprichtlijnen voor een hittebestendige inrichting van de buitenruimte, met concrete grenswaarden. Zoals: 300 meter tot een koele plek, of 40 % schaduw op loopgebieden. In dit onderzoek zijn de richtlijnen in de praktijk onderzocht door metingen, interviews, foto’s en GIS-analyse te combineren. Voor elke van de richtlijnen worden de methode, resultaten en aanbevelingen beschreven, zodat de aanpak eenvoudig opschaalbaar is naar andere gemeenten. Lees wat dit voor jouw gemeente kan betekenen.

‘Meet je stad!’

Om te zien wat de temperaturen zijn in eigen stad, wijk en achtertuin, plaatsten deelnemers van het burgerwetenschapsproject ‘Meet je stad!’ zelf ontworpen meetkastjes met daarin temperatuursensoren. In Amersfoort leidde een samenwerking tussen burgers en professionals tot een completer beeld van het hitteprobleem in de stad en de aanpassingen die nodig zijn. Informatie uit de haarvaten van de stad wordt hiermee toegevoegd aan bestaande kennis. Lees over de temperatuurgegevens in de zomer van 2018, van in totaal 148 meetkastjes verspreid door Amersfoort.

Meetmethodes voor een Cool Town

In het Europese project Cool Towns werken regio’s, gemeenten, bedrijven en universiteiten samen aan het in kaart brengen van ruimtelijke, economische en leefbaarheidsconsequenties van hittestress. Net als het monitoren van klimaatadaptatiemaatregelen en de implementatiekansen in beleid. Op basis van meetervaringen van 2 jaar veldonderzoek in 4 Europese landen is recent het gestandaardiseerde Cool Towns Heat Stress Measurement Protocol ontwikkeld. Middels 3 methodes kunnen beleidsmakers, ontwerpers en adviseurs zelf het ervaren thermische comfort van hun buitenruimtes in kaart brengen voor een gedegen kosten-batenafweging van hittestressmaatregelen. Dit zijn de 3 meetmethodes.

Transitiethema Designing Future Cities

De publicaties vallen onder lectoraat Water in en om de stad van transitiethema Designing Future Cities. Designing Future Cities werkt aan ontwerpoplossingen voor onze steden opdat deze toekomstbestendig zijn. De focus ligt op klimaatbestendigheid, circulaire bouw en leefbaarheid van de stad. Een integrale aanpak staat centraal, om verbinding te maken tussen deze en andere opgaven. Het is één van de vier onderzoeksthema’s van Centre of Expertise Urban Technology.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Circulair: Hout ter grootte van Oosterpark hergebruiken

Featured image

Onderzoek van HvA en Metabolic maakt de impact van vrijgekomen hout uit Amsterdamse renovatieprojecten van woningcorporaties zichtbaar: ‘Het Oosterpark zou 30 jaar nodig hebben om al het hout te produceren dat hier beschikbaar komt.’

Hout, metaal, kunststof, steen: er komen veel materialen vrij bij renovatieprojecten. Maar een duidelijk overzicht hiervan ontbreekt. Zonde, want deze materialen bieden mogelijkheden voor hergebruik. Een materiaalstroomanalyse van woningcorporaties Ymere en Rochdale, uitgevoerd door de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en Metabolic als expert op gebied van circulair bouwen en materiaalgebruik, laat zien dat er vooral veel hout vrijkomt. Een materiaal dat nog te vaak in de afvalverbrandingsinstallatie belandt, terwijl het een hoog hergebruikpotentie heeft. Het onderzoek is voor de woningcorporaties een eerste stap om meer te doen met hout dat vrijkomt uit hun renovaties.

De cijfers liegen er niet om, in totaal kan er 281 m3 hout uit een selectie van 12 Amsterdamse renovatieprojecten van woningcorporaties Ymere en Rochdale worden gehaald. Dat staat gelijk aan het hout waar een bos ter grootte van het Amsterdamse Oosterpark 30 jaar voor nodig heeft om het te produceren. Meer dan 60% van dit hout wordt verbrand, wat zorgt voor 110.270 kg CO2-uitstoot; evenveel als de jaarlijkse energie- en warmtegerelateerde uitstoot van 29 huishoudens. Als we ons dan realiseren dat dit om slechts een fractie gaat van de renovatieprojecten in Nederland, laat dat concreet zien hoe groot de impact van de gebouwde omgeving is, vertelt Nico Schouten, Green building consultant bij Metabolic.

Hout voor circulaire toepassingen in de Robot Studio

De analyse toont aan dat er met name veel hout vrijkomt van raamkozijnen en deuren, dat mogelijkheden biedt voor circulaire toepassingen, zegt Tony Schoen, projectleider van het onderzoek Circular Wood for the Neighbourhood. ‘In de Robot Studio leren we hoe we dit soort hout kunnen verwerken met industriële robots. Het plan is om met de robots prototypes te maken van praktijkcases gerelateerd aan dit soort renovatieprojecten, waarin we de grootste impact kunnen maken. Wij denken met robots het hout efficiënt te kunnen verwerken, terwijl handmatige verwerking veel te duur zou zijn.’

Hout herproductie

Hout herproductie 2

Studenten en onderzoekers van HvA kunnen in de Robot Studio gaan ontwerpen met de reststromen, wat ervoor zorgt dat de toepassingen makkelijk schaalbaar zijn, verklaart Schouten van Metabolic. ‘Het demontabel in elkaar zetten van producten en het ontwerpen met reststromen is een belangrijke stap om de impact van de bouwsector te minimaliseren. En robottechnieken zijn essentieel om dit lokaal te doen.’

Digitale marktplaats en ontwerpersplatform

Op de lange termijn wil de HvA de gehele keten van houtinzameling tot verwerken in nieuwe toepassingen onderzoeken en ‘in de vingers krijgen’, sluit Marta Malé-Alemany, hoofd van de Robot Studio, af. ‘In dit project kijken we vooral naar de potentie van twee woningcorporaties en zien we nu al de voordelen van een intensievere samenwerking voor circulaire toepassingen. Door bijvoorbeeld de planning en logistiek van gebouwrenovaties per gebied te gaan coördineren, kunnen houten materialen worden vrijgemaakt voor hergebruik waarvan verschillende bedrijven in dat gebied profiteren. Ook gaan we de technische stappen verder onderzoeken in samenwerking met de houtverwerkende industrie. Hiermee willen we ervoor zorgen dat onze ideeën van houtverwerking tot circulaire ontwerptoepassingen geïmplementeerd kunnen worden door de bedrijven’.

Hout circulair

Hout circulair 2

Meer informatie Circular Wood for the Neighbourhood

De HvA voert het project Circular Wood for the Neighborhood (RAAK-publiek-project van Regieorgaan SiA) uit samen met Ymere , Rochdale , TU Delft , Metabolic en andere partners. Het project wordt uitgevoerd door de Digital Production Research Group van het Centre of Expertise Urban Technology van de HvA, waar onderzoek wordt gedaan hoe geavanceerde ontwerp- en productiemethoden (ook wel ‘Digitale Productie’ genoemd) gebruikt kunnen worden om maatschappelijke vraagstukken aan te vliegen. De groep werkt aan onderzoeks- en onderwijsactiviteiten in de Robot Studio.

Metabolic  doet in Nederland veel werk aan het in kaart brengen van materiaalstromen en het onderzoeken van hergebruikpotentie van materialen. Zo hebben zij voor het Economisch Instituut voor de Bouw  (EIB) de nationale consumptie en afstoot van de Nederlandse bouwsector in kaart gebracht en werken zij op nationaal en regionaal gebied veel aan urban mining . Ook doen zij dit op kleinere schaal voor gebiedsontwikkeling en bouwprojecten. De kennis die zij over de jaren hebben opgedaan, zetten zij nu in als achtergrondinformatie voor Circular Wood for the Neighbourhood.

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

De HvA realiseert energiepositieve wijken door Europa

Featured image

Anderhalf jaar geleden kreeg Amsterdam een Europese subsidie voor het realiseren van een energiepositieve wijk (‘positive energy district’, ofwel PED) in hun stad. De Buiksloterham PED werd geboren. Onder leiding van Centres of Expertise Urban Technology (CoE Urban Tech) en Urban Governance and Social Innovation (CoE UGSI) van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) werken onderzoekers vijf jaar lang aan deze nieuwe buurt, waar het energieverbruik gedekt moet worden door duurzame energie opgewekt in de buurt zelf. Waar staan we nu binnen dit Europese project, genaamd ATELIER, en welke kennis is er al opgedaan voor Europees belang?

Terwijl in Buiksloterham in Amsterdam-Noord de eerste steen is gelegd, zijn HvA-onderzoekers bezig met verschillende activiteiten in het project. De onderzoekers van CoE UGSI werken aan het vormgeven van het concept ‘energy citizenship’ en zullen de toekomstige bewoners van de PED betrekken in het onderzoek. Ook is een start gemaakt met het opzetten van PED Innovatieateliers binnen acht samenwerkende steden, verspreid over Europa. Elke stad richt een lokaal PED Innovatieatelier op voor de wijk. Dit lokale innovatie-ecosysteem tast samen de slimme oplossingen af op de lokale situatie, en het evalueert en ondersteunt de implementatie om het gebruik van PEDs in de stad te versnellen.

Next level samenwerken

Vanuit het perspectief van CoE UGSI, waar ze al veel ervaring hebben met multidisciplinair werken, is ATELIER next level samenwerken, vertelt Marije Poel, onderzoeker bij CoE UGSI. ‘Je ziet dat we echt goed van elkaar moeten begrijpen welke aspecten van een PED met elkaar te maken hebben en waarom: wat hebben bewoners nodig om straks te wonen in een energiepositieve wijk, zijn er technologische innovaties die vragen om nieuwe vaardigheden of kennis en gedrag van bewoners, en zal dit andere duurzamere gewoontes stimuleren? We weten nu na 1,5 jaar nog beter wat we vanuit de meer sociale kant willen en kunnen onderzoeken, en hoe dat ingrijpt op het gehele project. En daarmee ook hoe we het project straks willen evalueren op sociaal maatschappelijke impact.’

CoE Urban Tech richt zich onder andere op de impact-assessment door modellering van het energiesysteem. Zijn de PED-demonstratieprojecten echt energiepositief? Renée Heller, Lector Energie en Innovatie: ‘Wij werken aan de modellering van de Amsterdamse pilot en zijn complexe context. Daarnaast onderzoeken wij mogelijke toekomstige optimalisaties. Met studenten van onze minor Energiepositieve stad hebben we de eerste ideeën verkend over PEDs voor andere delen van Amsterdam-Noord waar geen ‘greenfield’ is (bij greenfield-projecten begin je met een volledig onontwikkeld gebied). De uitdaging is om het concept op te schalen naar zowel ‘brownfield’-situaties (gebieden die al enige ontwikkelingen hebben doorgemaakt) als andere steden.’

Europese samenwerking

Amsterdam werkt nauw samen met de Spaanse stad Bilbao (Lighthouse Cities), waar een vergelijkbare wijk als Buiksloterham wordt gebouwd. De andere betrokken steden (Fellow Cities) zijn Bratislava, Boedapest, Kopenhagen, Krakau, Matosinhos en Riga. Zij gaan later met de opgedane kennis en ervaring aan de slag, omtrent de ontwikkelde innovaties en technieken. Sara Rueda Raya (FME ) organiseert deze samenwerking: ‘De Fellow Cities zetten zich hard in voor het project; elke betrokken stad was aanwezig bij de eerste twee peer2peer-sessies. Het is echter moeilijk om sommige steden actief te laten deelnemen aan discussies en gesprekken. Ik voel enige afstand tussen bepaalde steden, wat te maken kan hebben met de taalbarrière. We moeten daarom verder werken aan community-building.’

Studenten betrokken en trainingen in ontwikkeling

De komende tijd ondersteunen studenten van de Universiteit van Utrecht het ATELIER-team door middel van een student consultancy-project over de PED Innovatieateliers. Daarnaast zijn er ook seminars en trainingen in ontwikkeling die aan de Fellow Cities gegeven zullen worden. Tenslotte is de HvA ook verantwoordelijk voor de evaluatie van de activiteiten en het project als geheel.

ATELIER is met haar inhoudelijke en organisatorische complexiteit en multidisciplinariteit een grote uitdaging, vertelt projectleider Mark van Wees. ‘Zeker omdat we als HvA overal de innovatie opzoeken. Soms denk ik dat we teveel hooi op onze vork nemen, maar meestal ben ik erg tevreden over het enthousiasme van ons HvA-team en de inbreng die we daarmee in het project hebben. De komende periode moeten we het ook echt gaan waarmaken.’

Meer informatie

Bij CoE Urban Tech zijn Renée Heller, Karen Williams, Rick Wolbertus, Viktoria Balla-Kamper, Shakila Dhauntal, en Mark van Wees betrokken. Het CoE UGSI-team bestaat uit Marije Poel, Beatriz Pineda Revilla, Loes Cremers, Stan Majoor, Willem van Winden, en Sara Rueda Raya.

Jochem Kootstra's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Op zoek: duurzame binding met je buurt

Featured image

Interview met onderzoeker Anneke Treffers (HvA) over het belang van ‘buurtdragers’ om de binding met de buurt te versterken. Eindpublicatie toont resultaten van onderzoek naar de Couperusbuurt, Amsterdam Nieuw-West.

De Couperusbuurt: een multicultureel stadsdeel in Amsterdam Nieuw-West waar jong en oud samenkomen, maar ook kunnen botsen in opvattingen over wat hun buurt zowel prettig als onprettig maakt. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) deed binnen project Ontwikkelbuurten onderzoek naar het belang van ruimtelijke structuren, plekken en programma’s die de binding van bewoners met hun buurt duurzaam kunnen versterken. Ofwel: ‘buurtdragers’. Onderzoekers Ivan Nio, Anneke Treffers en lector Bouwtransformatie Frank Suurenbroek presenteren na ruim twee jaar onderzoek de bevindingen.

De Nederlandstalige muziek van Café Content nabij de Couperusbuurt is eindelijk weer te horen nu de terrassen na lockdown open zijn. Vooral bewoners van het eerste uur komen hier regelmatig samen en dat is tekenend voor de buurt. Het is een voorbeeld van een ‘buurtdrager’ die samenhang en herkenbaarheid biedt, de leefbaarheid versterkt en de buurtbetrokkenheid van bewoners vergroot. Denk ook aan parkjes, hoven, portieken, winkelstrips en andere voorzieningen en faciliteiten in de nabijheid van de eigen woning.

Stedelijke vernieuwing in de Couperusbuurt

Maar niet elke buurtdrager is een voorziening voor iedereen. De Couperusbuurt kenmerkt zich als divers: jong en oud, multicultureel; maar de omgang met de verschillende groepen is laag. Daarnaast kent de buurt ook hardnekkige sociale problemen, waaronder een combinatie van een laag opleidingsniveau, een laag inkomen en een hoge werkloosheid. De veelal portiekwoningen, herkenbaar aan de typerende hovenstructuur van deze na-oorlogse wijk, zijn er erg klein, als gevolg van versnelde bouw na de Tweede Wereldoorlog. Nu anno 2021 wonen in deze kleine woningen een diversiteit aan bewoners en dat levert spanningen op.


Voorbeelden van buurtdragers.

Maar er is hoop: de Couperusbuurt verwacht stedelijke vernieuwing en staat voor een nieuwe opgave de binding met de buurt en bewoners te versterken. ‘Dan is het nodig om de buurt in te gaan, te ervaren en de bewoners te spreken’, vertelt onderzoekster Treffers. ‘Niet iedereen staat te springen om vernieuwing. Wanneer je een goed overzicht hebt van hoe de buurt individueel beleefd wordt in relatie tot al bestaande buurtdragers, dan kun je pas gaan nadenken over fysieke ingrepen en investeringen die de leefbaarheid en de betrokkenheid bij de buurt kunnen verbeteren.’

Angst bij ouderen

Vooral bij ouderen heerst de angst dat het ‘dorpse gevoel’ door mogelijke ingrepen zou verdwijnen, vertelt Treffers. ‘Ze maken zich druk om de dagelijkse problematiek als grote hopen afval, geluidsoverlast en veiligheid; er zijn hangjongeren en spanningen tussen buren onderling. Maar ook nieuwe bewoners kennen een eigen soort ‘ongeduld’, meer gericht op de toekomst. Kort door de bocht gezegd verwelkomen zij zo snel mogelijk een Starbucks met latte macchiato's.’ En ook door observaties hoe mensen hun woonomgeving gebruiken, komt veel aan het licht: ‘We zien grote stenen pleinen zonder enkele functie, geen kind dat daar speelt. Net als tuinstoelen in het park door een gemis aan bankjes. Zijn die er wel, dan hebben die vaak geen rugleuning; wat moeten ouderen daarmee?’


Voorbeelden van dagelijkse problematiek.

Van persoonlijke kaarten naar kansenkaart

De interviews en observaties omtrent bestaande buurtdragers zijn per doelgroep vertaald naar persoonlijke kaarten als een mindmap van de buurt, met daarop gevisualiseerd: routes, locatie van vrienden en familie, positieve en negatieve plekken, dagelijkse voorzieningen en horeca en recreatie. Treffers: ‘Wanneer je die kaarten over elkaar heen legt, zie je al snel de overlappende pijnpunten (vuil, geluidsoverlast, verstening), evenals de plekken met potentie. Met name de Couperusstraat biedt kansen, die loopt dwars door de buurt en kan als drager van de buurt gaan functioneren.’


Persoonlijke kaart en kansenkaart - verbinding met de Couperusstraat.

In de eindpublicatie staan aanbevelingen voor gemeente en woningbouwcorporaties hoe de Couperusstraat bestaande en nieuwe buurtdragers aan elkaar kan verbinden. Zo kunnen alle groepen elkaar sneller kruisen, stelt Treffers. ‘Sociale cohesie in de buurt is misschien te hoog gegrepen, maar we kunnen wel publieke familiariteit realiseren. Wat dat is? We zagen iedere dag om 19.00 uur een aantal vrouwen van Turkse komaf op hetzelfde bankje in het park. Elke dag, op hetzelfde moment, kwam een man van in de 70 zijn hond daar uitlaten en maakte een kort praatje. Twee werelden die elkaar doorgaans niet snel ontmoeten in de Couperusbuurt. Die kortstondige ontmoetingen zonder verdere verplichtingen (publieke familiariteit) zorgen voor meer verbinding; zowel sociaal als fysiek.’

LEES DE EINDPUBLICATIE: BUURTDRAGERS IN DE COUPERUSBUURT

Meer informatie

Het project is de eerste verkenning in een langlopend onderzoek naar buurtdragers. Het vormt een waardevolle input voor de planvorming in de ontwikkelbuurten. Het onderzoek is vooral ook een middel om in nadere dialoog met gemeente en corporaties te verkennen naar wat voor soort buurtdragers we eigenlijk op zoek zijn. En waar zouden gemeente en corporaties maar ook andere partijen in moeten investeren in de buurt
Kijk voor meer informatie: projecten Buurtdragers en Ontwikkelbuurten.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Klimaatkamer maakt onderzoek mogelijk bij -20 tot +60 graden

Featured image

HvA beschikt over een hands-on faciliteit voor praktijkgericht onderzoek naar materiaaleigenschappen

De eerste onderzoeks- en onderwijsactiviteiten zijn gestart in de nieuwe klimaatkamer van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). In deze faciliteit kunnen studenten en docenten materialen testen onder extreme klimaatomstandigheden, zoals isolatiepanelen van zeewier en speciale straatstenen. Zo komen zij meer te weten over bijvoorbeeld het verouderingsproces en de thermische eigenschappen. ‘Wij konden onderzoek doen tijdens zeldzaam warme dagen zonder daar een hele zomer op te hoeven wachten.’

Nog nooit gehoord van een klimaatkamer? ‘Denk aan een grote vriescel die je ook kunt verwarmen’, legt beheerder Dirk Hekman uit. ‘Onze kamer van de HvA, Faculteit Techniek, is twee bij drie meter groot. De temperatuur gaat van – 20 tot + 60 graden. Ook de luchtvochtigheid is in te stellen. In de kamer past apparatuur voor proefopstellingen. Studenten en HvA-medewerkers kunnen er eigenschappen testen van systemen en materialen onder verschillende weersomstandigheden. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan vormbehoud, rendement en slijtage.’

Next level experimenten

De eerste studenten en onderzoekers hebben de klimaatkamer inmiddels in gebruik genomen. Zoals een groep afstudeerders van de opleiding Built Environment. Zij onderzoeken de technische kwaliteiten van ecologische bouwmaterialen. Wat is de isolerende werking van een zeewierpaneel? Dirk Hekman: ‘Next level is dat we proeven gaan combineren. Door bijvoorbeeld brandstofcellen in de klimaatkamer te plaatsen zodat we kunnen experimenteren met deze technologie onder verschillende omstandigheden. Zo is bij de waterstofauto van Clean Mobility van de Faculteit Techniek gebleken dat prestaties teruglopen bij hoge temperaturen. De klimaatkamer biedt de mogelijkheid dit verder te onderzoeken.’


Onderzoek met zeewier-isolatieplaten in de klimaatkamer.

Onderzoek naar de ZOAK

Onderzoekers van Centre of Expertise Urban Technology onderzochten met student Tim Friso Lodewijk (Minor Klimaatbestendige stad) en ondernemer Rob Alards van TilesystemX (productiebedrijf klimaat adaptieve oplossingen) de eigenschappen van een waterdoorlaatbare klinker, de ZOAK. ‘Dit nieuw ontwikkeld hybride systeem kan regenwater opslaan wat verkoelend werkt tijdens warme periodes’, aldus Alards. De proefopstelling in de klimaatkamer moest bewijzen of dit ook echt zo werkt.

Student Lodewijk: ‘We hebben in de klimaatkamer bekeken hoe de klinker voor verkoeling kan zorgen tijdens warme dagen/nachten en wat verschillende luchtvochtigheden met het verdampingsproces doen. Het opstellen ging goed, alleen hadden we extra tijd nodig omdat er dingen fout gingen. Dus een tip is om eerst de hele opstelling al een keer te testen voor je deze opbouwt in de klimaatkamer. Dan haal je direct de juiste informatie en data op.’


De klimaatkamer in gebruik door studenten.

Toegepaste techniek

De klimaatkamer is geselecteerd door de studio Straat van de Toekomst van de Faculteit Techniek. Voormalig kwartiermaker van de studio, Bart Kramer-Segers: ‘Het is een mooi voorbeeld van toegepaste techniek. De kamer biedt hands-on faciliteiten die goed passen bij het praktijkgerichte onderzoek van hbo’s. Er zijn verschillende soorten klimaatkamers, van klein en eenvoudig tot high-end. Wij wilden een breed inzetbaar instapmodel om te leren ‘klimaatkameren’. ’

Interesse in de klimaatkamer?

De klimaatkamer is beschikbaar voor studenten, onderzoekers en docenten. Neem voor informatie over de voorwaarden, mogelijkheden en planning contact op met Dirk Hekman: d.i.hekman@hva.nl

Meer informatie:

Jochem Kootstra's picture #CircularCity