Jochem Kootstra

Activity

  • 27
    Updates
  • 5
    Smarts
  • 3
    Comments
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Amsterdamse daken kleuren groen

Daktuinen en een waterberging op gebouwen: HvA-project RESILIO creëert ‘slimme groenblauwe daken’ voor klimaat- en toekomstbestendige steden.

Wanneer je na tientallen trappen het hoogste punt van het Benno Premselahuis van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) betreedt, word je beloond: een daktuin met diverse planten en bloemen, grindpaden en een bankje om van de omgeving te genieten. Het is een voorbeeld van project RESILIO, dat 10.000 m2 aan Amsterdamse daken van hete zwarte vlaktes gaat veranderen in koele plantsoenen vol biodiversiteit. Én slimme technologieën. Want de zogeheten ‘slimme groenblauwe daken’ dienen niet alleen als stadsnatuur, ze bieden technische oplossingen om onze steden klimaat- en toekomstbestendig te maken.

Groenblauwe daken

Het regent steeds vaker en harder, terwijl het ook heter wordt. Met als gevolg: regelmatig natte sokken en vaker hittestress. De slimme groenblauwe daken van RESILIO bieden een uitweg. Onder de laag van planten op het dak wordt extra regenwater opgevangen. Dit water wordt door een slimme klep, de stuw, vastgehouden of geloosd op basis van de weersvoorspellingen. Door het opvangen van het water kunnen de daken dus ook langer vocht verdampen tijdens hitte en droogte, waardoor het koeler blijft binnenshuis en in de buurt. En net zo belangrijk: de daken geven ruimte aan nieuwe natuur. Dat is goed voor de biodiversiteit in de stad. De bijen hebben het groen op het Benno Premselahuis van de HvA al gevonden.

HET DAK OP TEGEN HITTESTRESS

De eerste resultaten zijn veelbelovend. ‘Traditionele zwarte daken worden in de zomer al snel 50-60 graden. Het blauwgroene dak op het Benno Premselahuis warmt op tot ongeveer 30 graden.’ Aldus Anna Solcerova, onderzoeker van Centre of Expertise Urban Technology. Zij test sinds afgelopen zomer het verschil van de effecten op hittestress en leefbaarheid tussen de traditionele en blauwgroene daken.

Het verschil van 30 graden op het dak heeft direct positief effect binnenshuis, maar één blauwgroen dak maakt de buurt niet meteen hittebestendig. ‘Ik woon zelf in het grootste stedelijke hitte-eiland Den Haag, waar wijken dichtgebouwd staan met zwarte daken’, zegt Solcerova. ‘Het is daardoor zomers extra heet! Wanneer een hele wijk groen kleurt, ga je echt positief effect merken.’

SLIMME GROENBLAUWE DAKEN IN VIJF AMSTERDAMSE BUURTEN

Daarom is opschaling essentieel. Na het HvA-dak zijn de eerste blauwgroene daken op corporatiewoningen in Oosterparkbuurt en Kattenburg gelegd. En binnenkort volgen de daken in drie andere Amsterdamse buurten: Indische Buurt, Slotermeer en Rivierenbuurt. ‘Zo kunnen we de effecten op hittestress in een hele wijk meten en verschillende dakconstructies testen. In de Oosterparkbuurt doe ik nu metingen op een complex waarvan we de helft groenblauw hebben gemaakt en de andere helft zwart is gebleven. Zo kunnen we direct conclusies verbinden aan het verschil in temperatuur op één dak dat te maken heeft met dezelfde (weers)omstandigheden. En terwijl het ene dak traditioneel zwart is, hebben andere buurten daken met grijze, korrelige steentjes. Die diversiteit aan type daken geeft ons een completer beeld voor analyses.’

WATER GELEIDELIJK LOZEN IN DE STAD

Naast het meten van hittestress door de HvA, analyseert de Vrije Universiteit  (VU) het waterbeheer op dezelfde daken. De proeftuin op het HvA-dak kan liefst 30.000 liter regenwater vasthouden. Belangrijk is om te weten wanneer precies het vastgehouden water in de stad te lozen. ‘Je wilt dat doen wanneer er geen regenbuien worden verwacht, maar dat is in Nederland vaak moeilijk te voorspellen’, verklaart Solcerova. ‘Daarnaast wil je geen water verliezen dat nodig is om de planten op het dak levend te houden. Zij analyseren onder andere de werking van de stuw.’

De wethouder van Amsterdam, Laurens Ivens, omarmt de vergroening van de daken in zijn stad: ‘Deze manier is heel erg goed om te voorkomen dat een gebouw heel erg warm wordt in de zomer, maar het voorkomt ook dat al het water in een keer op het riool komt, wanneer er heel veel neerslag valt.’ Ook de bewoners van de vijf Amsterdamse buurten verwelkomen de nieuwe daken: ‘Zo wordt het koeler in de zomer, en lekker warm in de winter!’ (Een item op NOS  vertelt je er meer over)

INTERNATIONALE SAMENWERKING

Naast de metingen over de effecten van de daken op het klimaat, leefbaarheid en gezondheid, onderzoekt RESILIO ook of de effecten opwegen tegen de kosten. De bevindingen bepalen hoe verder te gaan met deze innovatie. De opgedane kennis en ervaring worden met andere Europese steden gedeeld. Zo kan de techniek en het proces ook over de grens toegepast worden. Volg de ontwikkelingen op de website van RESILIO .

RESILIO staat voor Resilience Network of Smart Innovative Climate-Adaptive Rooftop. Het is een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, Waternet, MetroPolder Company, Rooftop Revolution, Hogeschool van Amsterdam (HvA), Vrije Universiteit Amsterdam (VU), Stadgenoot, de Alliantie en De Key. Het project wordt mede gefinancierd uit het ERDF fonds van de Europese Unie via het Urban Innovative Actions programma.

Meer informatie

Artikel groene daken
Projectpagina RESILIO
Centre of Expertise Urban Technology
Transitiethema Designing Future Cities
Twitter, LinkedIn en Facebook

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

HvA kroont onderzoek naar slim laden van elektrische auto's

Onderzoek van SEEV4-City staat voor slimme laadtechnologieën voor elektrische voertuigen die hernieuwbare energiebronnen integreren. Daarmee willen de onderzoekers internationale steden inspireren.

Het onderzoek SEEV4-City (Smart, Clean Energy and Electric Vehicles for the City) van de Faculteit Techniek en Centre of Expertise Urban Technology is de grote winnaar van het ‘HvA Onderzoek van het Jaar’ 2021. Het onderzoek naar slimme laadtechnologieën voor elektrische voertuigen won zowel de jury- als de publieksprijs. Juryvoorzitter Geleyn Meijer roemde de onderzoekers om de aandacht die zij in hun onderzoek tonen voor zowel de stad als het onderwijs van de hogeschool.

‘Het winnen van de prijs is een mooie erkenning van actieonderzoek waarin de HvA heeft geholpen om de volgende stap te zetten in de transitie van Amsterdam richting elektrisch rijden, slimmer gebruik van laadinfrastructuur en integratie van groene energie’, vertelt hoofddocent Urban Analytics Pieter Bons en betrokken bij het vijfjarige internationale onderzoek SEEV4-City.

SEEV4-CITY

Elektrische auto’s staan vaak ’s avonds aan de laadpaal. Dit zorgt voor ‘spitsuur’ op het elektriciteitsnet. Tegelijkertijd wordt veel zonne-energie die overdag wordt opgewekt nooit gebruikt. Dit kan anders. Batterijen van elektrische auto’s kunnen worden ingezet voor de opslag van duurzame energie. Een slimme laadpaal zorgt er vervolgens voor dat niet alleen de auto’s, maar ook bedrijven en huishoudens de duurzame energie op een later moment kunnen gebruiken. Resultaat: CO2-reductie, kostenbesparing, toename van energie-autonomie en een stabieler elektriciteitsnet. SEEV4-City onderzocht hoe dit op grotere schaal kan worden toegepast middels zes pilots in vijf Europese steden: Amsterdam (NL, 2x), Kortrijk (BE), Leicester (UK), Loughborough (UK) en Oslo (NO).

FLEXPOWER-PILOT VOOR SLIM LADEN

Hoe werkt dat in de praktijk? Bons: ‘Zelf heb ik aan de Flexpower-pilot  gewerkt in Amsterdam. Hier werd voor 400 publieke laadpalen een tijdsafhankelijke laadsnelheid geïntroduceerd (Smart Charging-technologie). Met een Flexpowerpaal krijg je sneller energie als het rustig is op het energienet (’s nachts) of als er veel aanbod is van lokale groene energie (op een zonnige dag). Tijdens de avonduren (18:00-21:00) is er een piek in de energievraag van huishoudens en werd de laadsnelheid juist verlaagd om de belasting op het elektriciteitsnet te verminderen. Zo zorg je voor een goede spreiding van de energievraag over de dag. Simulatiemodellen gevoed door real-world data maakten het mogelijk om de impact van dit soort nieuwe laadprofielen direct te evalueren. Hier zit toekomst in, binnenkort begint gemeente Amsterdam alweer de kick-off van Flexpower 3!’

SUPERBATTERIJ IN JOHAN CRUIJFF ARENA

De tweede pilot in Amsterdam vond plaats in de Johan Cruijff ArenA . Hier werd met een superbatterij van drie megawatt geëxperimenteerd, die bestaat uit 148 tweedehands accu's afkomstig uit elektrische auto's. Onderzoeker Jos Warmerdam: ‘Slimme Vehicle2Grid (V2G)-technologie gekoppeld aan de batterij regelt, wanneer nodig en na toestemming van de eigenaar, dat de juiste hoeveelheid energie uit geparkeerde auto's aan het stadion wordt geleverd. Dat gebeurt in combinatie met de 7200 vierkante meter zonnepanelen op het dak van de Johan Cruijff ArenA. De duurzame energie dient als extra opslag en back-up voor het stadion, zodat bij stroomstoringen voetbalwedstrijden en popconcerten altijd kunnen doorgaan. De batterij vervangt daarmee twee vervuilende dieselgeneratoren. En door efficiënter energiegebruik zijn de elektriciteitskosten van het stadion lager.’

Het experiment kan een rol gaan spelen op publieke laadpalen, volgens Bons. ‘Een collectief wagenpark van elektrische voertuigen dat een mega batterij vormt voor de stad? Dat zou goed kunnen functioneren als buffer om het complexe systeem van vraag en aanbod, pieken en dalen op het elektriciteitsnet onder controle te houden, van elektrische auto’s tot omliggende huishoudens en bedrijven.'

INTERNATIONALE SAMENWERKING VOOR INSPIRATIE

Vanwege de internationale samenwerking had SEEV4-City vijf jaar lang een educatief en inspirerend karakter. 'Steeds meer steden in Europa werken aan duurzame mobiliteit en de technische mogelijkheden voor slimme laadinfrastructuur', vertelt projectleider Mark van Wees. ‘Kijken we naar de internationale pilots, dan zien we steden met uiteenlopende situaties, niveaus en regelgevingen. Juist door die diversiteit in context kon een breder spectrum aan innovaties worden onderzocht.'

‘Kennis over de pilots werd open tussen de steden gedeeld', vertelt Renée Heller, lector Energie en Innovatie en betrokken bij het onderzoek sinds de opstart. 'Niet alleen over technische innovaties, ook over methodiek, handel op de elektriciteitsmarkt en beleid. Dat werd gedaan door middel van workshops, webinars, publicaties. Bovendien konden we zo een completer pakket informatie doorvoeren in ons onderwijs. We hebben minors, onderwijs- en transitiemodules ontwikkeld, zodat studenten actief mee konden doen middels data-analyses en experimenten met nieuwe businessmodellen.’

'Het is voor onderzoekers inspirerend en motiverend om samen te werken met collega-onderzoekers die met ons de mondiale doelstellingen en persoonlijke ambities delen', stellen Van Wees en Warmerdam. 'We staan nog maar aan het begin van elektrisch vervoer, en daarmee het opladen van elektrische voertuigen in Nederland. Dus de kennis en ervaring die bij deze pilots zijn opgedaan, gaan in de toekomst nog veel toegepast worden!'

INTERNATIONALE PARTNERS VAN SEEV4-CITY

SEEV4-City is een Europees project en een samenwerking tussen de Hogeschool van Amsterdam, de Gemeente Amsterdam, Johan Cruijff ArenA, Katholieke Universiteit Leuven, Avere, Polis, Cenex, stichting Cenex Nederland, Leicester City Council, University of Northumbria University, Amsterdam Energy ArenA en Oslo Kommune. Het project is gefinancierd door het Interreg North Sea Region Programme 2014 - 2020 .

HVA-ONDERZOEKERS VAN SEEV4-CITY

Renée Heller, Mark van Wees, Jos Warmerdam, Pieter Bons, Robert van den Hoed, Aymeric Buatois, Britt Broekhaus, Pieter Lommers, Bronia Jablonska, Hugo Niesing, Ramesh Prateek, Janna Boonstra, Gieta Inderdjiet.

Meer informatie

Website SEEV4-City
Centre of Expertise Urban Technology
Lectoraat Energie en innovatie
Twitter, LinkedIn & Facebook

Jochem Kootstra's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Robot maakt Johan Cruijff ArenA-balie van resthout

Studenten en onderzoekers van de HvA Robot Studio ontwikkelden voor Johan Cruijff ArenA een circulaire ontvangstbalie

'Binnenkort gaan we robots vragen om objecten te produceren uit resthout volgens onze ontwerpkeuzes', verklaart Marta Malé-Alemany, leider van de Robot Studio en hoofddocent Digitale productie aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Samen met haar multidisciplinaire team (van architecten tot ingenieurs en tech-experts) en projectpartners onderzoekt de Digital Production Research Group (DPRG) hoe robots afvalhout kunnen verwerken tot nieuwe objecten. Het resultaat is een ontvangstbalie voor de Johan Cruijff ArenA. 'De eerste stap naar grootschalige en geautomatiseerde verwerking van resthout is gezet. ‘Deze aanpak biedt kansen voor de circulaire economie’, aldus Marta Malé-Alemany.

Circulaire balie
Fotocredits: Sander Heezen

Resthout is een complexe materiaalstroom, omdat het een gevarieerde verzameling overgebleven stukken hout is; grote, kleine, lichte, donkere en heel verschillende vezelpatronen. Bestaande technieken zijn niet geschikt om dit materiaal te bewerken, vanwege het ontbreken van standaardeigenschappen. Het komt dus neer op handmatig werk dat altijd (te) duur is. Gevolg: het materiaal belandt als afval in de open haard. 'Jammer, want het is nog steeds waardevol hout', zegt Malé-Alemany.

‘CONVERSATION-PIECE’

Alle reden voor de DPRG om bij de Robot Studio onderzoek te doen naar de verwerking van resthout door middel van computationeel ontwerp en robotproductie. Het eerste experiment was een loungestoel, gemaakt van hout verzameld bij afvalscheidingsstations. Een ‘conversation-piece' noemt Malé-Alemany het. 'Je hebt showcases zoals deze nodig om belanghebbenden te inspireren en het onderzoek verder te brengen.' Dat werd duidelijk toen Frank de Leeuw, coördinator duurzaamheid van de Johan Cruijff ArenA , de HvA bezocht: 'In de Robot Studio rook je bij binnenkomst gelijk de fijne geur van het resterend hardhout. We vonden het zo zonde om dit mooie materiaal te verbranden. De loungestoel liet ons de mogelijkheden zien van digitale productie om dit soort hout een nieuwe bestemming te geven. Voor ons: een circulair interieur in het stadion.'

ONTVANGSTBALIE IN DE SKYCLUB EN HOUSE OF LEGENDS

De Leeuw en zijn vaste leveranciers (ontwerpers en aannemers) besloten samen met de DPRG om een circulaire ontvangstbalie te creëren voor de nieuwe Level 6 Skyclub en House of Legends in het stadion. Antoine Pruyn, teamleider bij Heineken Interior Design: 'We ontwerpen op papier en wilden meer weten over deze technologie. We begrijpen de waarde van het materiaal en willen hergebruik bij onze klanten stimuleren.'

Voor interieurbouwer Nijboer  was het een mooie kans om tegen een betaalbare prijs met high-end hardhout te gaan werken. Houthandel Amsterdamsche Fijnhout  leverde het materiaal voor de balie; overgebleven stukken niet-verontreinigd hout van hoge kwaliteit, die overblijven na het zagen van grotere planken. Het zijn restanten hout die normaal als afval worden gezien en in de open haard verdwijnen. De DPRG ontwierp de balie samen met Lizzy Kroese, HvA-afstudeerder Product Design.


Fotocredits: Sander Heezen

ROBOTS AAN HET WERK

De opdracht was voor de HvA een uitgelezen kans om haar onderzoek naar digitale productie voort te zetten. 'De technologieën die we hebben geïntegreerd en ontwikkeld om de balie te produceren, zijn essentieel om grootschalige en geautomatiseerde verwerking van resthout mogelijk te maken', zegt Malé-Alemany trots. 'Het innovatieve aan onze aanpak is dat we technologieën zoals 3D-scannen en CNC (computergestuurd) frezen integreren in een continue workflow, met behulp van onze robots. Terwijl CNC-frezen vooral wordt gebruikt om vlakke oppervlakken te bewerken, kunnen robots deze techniek toepassen op objecten om elke gewenste vorm te creëren.'

MATERIAAL ALS UITGANGSPUNT

Malé-Alemany: 'Afvalmateriaal leidt hier een nieuw ontwerpproces. Vaak wordt eerst het ontwerp gemaakt en daarna pas gekeken naar het materiaal. In dit proces begint de robot met het 3D-scannen van de eigenschappen van het beschikbare resthout, zoals maat, vorm, kleur. De gegevens worden opgeslagen in een database en geïmporteerd in het 3D-ontwerp, dat zich aanpast aan het beschikbare hout. Zo ontstaan unieke objecten, afgestemd op de houtafmetingen en kenmerken. Zo werd voor de ontvangstbalie het hout gesorteerd op maat en kleur, wat zorgt voor een unieke baliestructuur en kleurverloop. Een proces dat met de hand te intensief en duur zou zijn.'

MEERDERE WAARDECREATIE

De ontvangstbalie in de Johan Cruijff ArenA is een bewijs dat het gebruik van robots voor materiaalhergebruik een nieuw en belangrijk potentieel voor de circulaire transitie is. Bovendien zijn de projectpartners tevreden met het resultaat en willen ze de ontwikkelde technologie verder implementeren. Malé-Alemany ziet het als het begin van een ontdekkingsreis: 'In de toekomst bepalen ontwerpers impactdoelen, in plaats van de vorm van een specifiek object; we krijgen meer algoritmen en robots, die ontwerpen kunnen genereren en produceren op basis van bestaande materialen; en wanneer we meer vanuit de waarde van allerlei (afval)materialen denken, kunnen we gemakkelijker duurzame objecten creëren om circulariteit te ondersteunen.’


Fotocredits: Sander Heezen

HvA & de Week van de Circulaire Economie

Hoe versnellen we de circulaire transitie? In het kader van de Week van de Circulaire Economie  staan de Digital Production Research Group en het lectoraat Circulair ontwerpen en ondernemen van Centre of Expertise Urban Technology en Faculteit Techniek in het teken van een andere kijk op produceren én consumeren. Dagelijks licht de HvA onderzoeken, masterclasses en studentenprojecten uit die de transitie naar circulaire steden een boost geven.

Twitter, LinkedIn & Facebook

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Kate Raworth en Inge Oskam in gesprek over de circulaire economie

Brits econoom Kate Raworth (HvA Professor of Practice), bekend van de Donuteconomie, en lector Circulair ontwerpen en ondernemen Inge Oskam (HvA Centre of Expertise Urban Technology) interviewen elkaar over de circulaire economie, Donutstad Amsterdam en systeemverandering op regionaal niveau. ‘We moeten multinationals in de grootste circulaire stad Amsterdam bij elkaar krijgen en vragen: wil je bij de stad blijven horen, hoe ga je dan bijdragen aan onze circulaire doelstellingen? Amsterdam kan de éérste stad te zijn die dit doet. Meer zullen volgen.’

KR: Nederland heeft hoge ambities: In 2030 de helft minder verbruik van grondstoffen, in 2050 moeten jullie volledig circulair zijn (Grondstoffenakkoord van 2017). In hoeverre drijven deze kaders en grenzen innovatie in Amsterdam?

IO: Ik zie het akkoord en de doelstellingen als heilige graal, waar de organisaties die eraan meedoen motivatie en ambitie uit putten. 180 partijen ondertekenden het Grondstoffenakkoord. Van kennisinstellingen tot gemeenten en particuliere bedrijven. De regering en gemeenten namen het akkoord over als beleid, bedrijven en ondernemers als doelstelling. Alle stakeholders voelden de noodzaak om deze richting op te gaan.

KR: Ik ken geen ander land die circulaire ambities zo integreert in beleid als Nederland.

IO: Dat heeft denk ik te maken met ons welbekende ‘poldermodel’; we willen vaak rekening houden met iedereen. Daarnaast hebben we in Nederland een grote creatieve industrie die kundig is in het schetsen van toekomstscenario's, altijd met inachtneming van duurzaamheid. Dat zit in ons dna, kun je misschien wel zeggen. Die Nederlandse mentaliteit en het gedeelde begrip zorgen er volgens mij voor dat we collectief ons best willen doen. En dat terwijl niemand echt weet wat de circulaire economie en een afvalloos 2050 omvat.

KR: Ook weinig mensen weten goed uit te leggen wat de Donuteconomie inhoudt, haha. Het is een model dat door verschillende organisaties omarmd wordt, maar waar vaak nog concrete invulling aan gegeven moet worden.

Kate Raworth beschrijft in haar boek 'Donuteconomie' een economisch model waarin de ecologische grenzen van de aarde worden gerespecteerd. Zij gebruikt een donut om de balans tussen sociale voorspoed van mensen (de binnenste ring) en het tegengaan van aantasting van het klimaat (de buitenste ring) weer te geven. Voor het welzijn van mens en natuur is het belangrijk dat de juiste balans (de donut) wordt gevonden. In samenwerking met de gemeente Amsterdam ontwikkelde zij de Stadsdonut voor Amsterdam. Hierin wordt de stad bekeken vanuit vier perspectieven: sociaal, ecologisch, lokaal en mondiaal.

Donutmodel

IO: Maar het Donutmodel biedt wel handvatten voor de transitie naar een circulaire economie. Het helpt je te kijken naar álle waarden die binnen een circulaire economie belangrijk zijn: zowel ecologische als economische en sociale waarde. Dat laatste wordt nog wel eens vergeten. Waar het Nederlandse beleid focust op materialen, gebouwen, infrastructuur, combineert gemeente Amsterdam, met haar Stadsdonut voor Amsterdam, dat met de sociale waarden; het gehele systeem. Zij betrekken alle stakeholders die daarvoor nodig zijn.

Wat voor mogelijkheden zie jij voor de circulaire economie op regionaal- of stadsniveau, zoals de toepassing van Stadsdonut voor Amsterdam?

KR: Amsterdam heeft een enorm bereik en vele mogelijkheden. Kijken we naar de multinationals, dan willen ze allemaal een winkel in Amsterdam hebben. Van Zara tot Apple. En als stad met een duidelijke circulaire strategie, indrukwekkende regelgeving en integriteit, dan denk ik dat je sneller een open gesprek kan voeren met de grote merken in de belangrijkste winkelstraten. Nodig de multinationals uit, wijs ze op het Grondstoffenakkoord en vraag ze hoe zij denken bij te dragen aan het collectieve belang. Hoeveel kleding of elektronica verkoop je, waar gaat het plastic heen, wat doe je met reststromen?

Ik heb het vaak over twee verschillende visies van circulariteit die zich kunnen voordoen. Een is wat ik noem siloed circularity, waarin individuele bedrijven zelf de producten of materialen terugnemen, repareren en hergebruiken. Dan houd je een gesloten kringloop, waarin bestuur en productie uitsluitend intern opereren. De ander is een circulair ecosysteem, een transparante markt met gezamenlijke waarden. Waarin we onderling data delen over wat voor materialen er zijn, waar die zich bevinden, wat er binnenkomt en uitgaat. Het verschil zit dus in de structuur: intern handelen tegenover een samenwerkend ecosysteem. Amsterdam, als eerste stad met duidelijk gedocumenteerde circulaire ambities, heeft de kracht om competitieve bedrijven bij elkaar te krijgen om richting een circulair ecosysteem te bewegen.

Maar één stad alleen gaat niet dé reden zijn om circulaire doelstellingen door te zetten in de honderden andere steden waar zij hun winkel hebben staan. Maar, je gaat wel de éérste stad zijn die deze vraag stelt. En als ze slim zijn, dan weten ze dat andere steden er ook naar gaan vragen.

IO: In Nederland zijn we net begonnen met het voeren van deze gesprekken met en tussen de bedrijven. En alhoewel ons nationale beleid een goede ontwikkeling is, denk ik dat de regelgevingen soms ook in de weg staan. Er is onderzoek gaande tussen steden om inzichten te krijgen in wat voor regelgeving beperkend werkt, denk aan bepaalde grondstoffen of materialen die een officieel label ‘afval’ krijgen waardoor je het niet meer als bron mag gebruiken, en hoe de huidige regelgeving zo aan te passen dat het juist stimuleert. Het zit nu nog soms samenwerking en daarmee algehele systeemverandering in de weg. We zitten echt nog in de voorontwikkelingsfase van de circulaire transitie.

KR: Vertel eens, van wat voor circulaire initiatieven in jouw omgeving word jij enthousiast en waar liggen kansen?

Ik zie kansen in overstappen van producteigendom naar materiaaleigendom binnen de circulaire economie. Een shift van siloed circulairty-bedrijven die hun eigen gemaakte producten terugnemen en daar nieuwe producten van maken, met de kans dat bepaalde materialen verloren gaan; naar specialistische bedrijven die nadenken over de levenscyclus van een materiaal en de meerdere toepassingsmogelijkheden in de cyclus. Dat creëert nieuwe businessmodellen en compleet nieuwe bedrijven. Zij moeten samenwerkingsverbanden aangaan met een variëteit aan producenten door ze als het ware materialen te leasen.

KR: Met wat voor materialen zie je dit de komende jaren gebeuren?

IO: Begin met materialen die erg schaars zijn. En materialen waarmee de waarde behouden kan worden, zoals hout en metaal. Materialen die meerdere levens kunnen hebben en waarvoor minder werk nodig is om dat te realiseren.

Daarnaast word ik enthousiast van de groeiende hoeveelheid initiatieven van ontwerpers en kunstenaars die nieuwe dingen maken van gebruikte materialen. En de nieuwe manieren waarop verkooppunten deze producten op de markt kunnen brengen. Hun verhalen vind ik interessant en zijn essentieel voor de transitie naar een circulaire economie. Ze kunnen iets vertellen over de herkomst van het nieuwe product. Dat creëert bewustzijn over de waarde van afval bij consumenten. Betrek daarom de burgers en consumenten, zij moeten andere producten willen en daar naar vragen. Maak ze onderdeel van de circulaire doelstellingen van de stad, bedrijven en andere organisaties.

KR: Gerelateerd aan verhalen over hergebruikte producten, denk ik ook dat de circulaire economie een zeer creatieve kan zijn. Kijk naar de vele restaurants of koffiezaakjes die vroeger een fietsenwinkel waren, mensen houden van nieuwe bestemmingen voor afgedankte maar waardevolle producten en materialen. De witty ways waarop ze de herkenbare, historische lagen in de nieuwe zaak zichtbaar houden, zoals een oude houtstructuur of fietselementen. Net als een oud kledingstuk van je moeder waarvan jij een rok hebt gemaakt. We houden van die speelsheid en verhalen. Daar liggen kansen!

Ik word nu met name enthousiast om in Amsterdam een ‘Dialogue Day’ te beginnen! Breng alle grote bedrijven bij elkaar, van supermarkten tot kledingwinkels. We heten je welkom in onze stad met een winkel, maar vertel: wat ga jij doen om kracht achter de circulaire transitie en onze doelstellingen te zetten, zodat je bij de stad kan blijven horen? Ik denk dat dat een zeer krachtige boodschap is.

IO: Ik denk dat het heel interessant is om dat met meerdere steden samen te doen, die bijvoorbeeld ook het Donutmodel gebruiken.

KR: Topidee! Ik wil graag hun verhalen horen. Dus breng internationale bedrijven in die steden samen om in gesprek te gaan over wat zij gaan bijdragen. Hoe zij willen ‘transformeren’ om onderdeel uit te maken van onze collectieve circulaire reis. Van Amsterdam tot Kopenhagen, Brussel, Nanaimo, Californië. Zij beginnen net met ontzettend mooie initiatieven.

IO: Dat zou fantastisch zijn. Laten we uitzoeken hoe we dat kunnen realiseren!

HvA & de Week van de Circulaire Economie

Hoe versnellen we de circulaire transitie? In het kader van de Week van de Circulaire Economie  staan lectoraat Circulair ontwerpen en ondernemen en de Digital Production Research Group van Centre of Expertise Urban Technology en Faculteit Techniek in het teken van een andere kijk op produceren én consumeren. Dagelijks licht de HvA onderzoeken, masterclasses en studentenprojecten uit die de transitie naar circulaire steden een boost geven.

Twitter, LinkedIn & Facebook

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Zo geef je afval een nieuw leven

Video over Repurpose en circulaire economie: gebruikte producten, materialen en onderdelen een nieuwe bestemming geven

Oude kantoorkasten en gebruikte stoffen van een tentoonstelling uit het Rijksmuseum. Stuk voor stuk producten of materialen die in onze circulaire economie te waardevol zijn om weg te gooien na gebruik. We kunnen ze namelijk een herbestemming geven (Repurpose). Alleen, hoe maak je er een nieuw waardevol product van? Onderzoekers, afstudeerders en partners van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) maken je in de video bekend met de mogelijkheden van Repurpose-toepassingen, en vertellen meer over de impact en noodzaak van de circulaire techniek. ‘Als we in 2050 echt volledig circulair willen gaan, dan ontkom je er niet aan Repurpose in te zetten’.

Bekijk de video hier!

De HvA onderzoekt binnen het project Repurpose Driven Design & Manufacturing nieuwe ontwerp-, productie- en businessmodelstrategieën voor Repurpose-toepassingen. Daarvoor zetten zij ook afstudeerders en studenten van de leerroute ‘Product Ontwerpen’ in, die samen met partners in de praktijk aan de slag gaan. Het onderzoek is verbonden aan het lectoraat Circulair ontwerpen en ondernemen, waarin de circulaire transitie centraal staat.

HvA & Week vd Circulaire Economie

HvA & de Week van de Circulaire Economie

Hoe versnellen we de circulaire transitie? In het kader van de Week van de Circulaire Economie staat lectoraat Circulair ontwerpen en ondernemen van het Centre of Expertise Urban Technology van de Faculteit Techniek in het teken van een andere kijk op produceren én consumeren. Dagelijks licht de HvA onderzoeken, masterclasses en studentenprojecten uit die de transitie naar circulaire steden een boost geven.

Twitter & Facebook

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

'Rethink' de verpakkingscultuur

Hoe kunnen we product-verpakkingscombinaties verduurzamen? 'We moeten vraagtekens zetten bij het gehele ontwerp- en productieproces', aldus Nikki Groote Schaarsberg, HvA-onderzoeker Duurzaam verpakken

Paaseitjes zonder aluminiumfolie, worsten in een glazen behuizing in plaats van plastic. Het klinkt nu nog vreemd, maar veel traditionele product-verpakkingscombinaties kunnen en moeten op de schop voor een duurzame, circulaire economie. Als het aan projectgroep ‘Duurzaam verpakken’ van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) ligt. Zij doet daar samen met bedrijfspartners onderzoek naar, en dat begint al bij de vraag: ‘hebben we überhaupt verpakking nodig?’

Duurzaam verpakken pindarotsjes

‘Eigenlijk wil je met zo min mogelijk materialen en grondstoffen zoveel mogelijk waarde creëren en die waarde behouden over de hele levenscyclus van het product’, vertelt onderzoeker en projectleider Nikki Groote Schaarsberg. ‘Daar hoeft niet altijd verpakkingsmateriaal aan te pas te komen. Soms heeft verpakking een esthetische waarde, maar vind de gebruiker dat wel altijd belangrijk? Wat wij belangrijk vinden is eerst de vraag te stellen: wat willen de eindgebruikers, en hoe kunnen we ze in die behoefte zo duurzaam mogelijk voorzien? Wij gaan met bedrijven daarom niet alleen aan de slag duurzamere verpakkingen te ontwerpen, maar vooral om vraagtekens te zetten bij het gehele ontwerp- en productieproces. ‘Rethink’ noemen we dat binnen de circulaire economie.’


Op welke gebieden zijn ontwerpregels nodig? Een schets van Nikki Groote Schaarsberg (HvA)

RETHINK

Rethink is een strategie op de R-ladder, die de mate van circulariteit meet. Hoe hoger een strategie op deze lijst (ladder) van circulariteitsstrategieën staat, hoe circulairder die is. De trap gaat van R1 (Refuse/Rethink) tot en met R6 (Recycle/Recover).

’Bedrijven die duurzamer willen ontwerpen en ondernemen hanteren vaak recycling als circulariteitsstrategie, die laag op de ladder staat. Maar liefst 80% van de duurzame ondernemers. Dat is een goede stap hoor, maar ik vraag me dan wel af: is dat het hoogst haalbare? Bij duurzaam verpakken wordt vaak over recyclebare materialen gesproken om een product zowel duurzaam als veilig of gezond bij je thuis te brengen; welk dopje, welk label, plastic of karton? Maar dan behandel je symptomen van een probleem - low hanging fruit - en pak je niet het begin van het probleem aan.’

KETEN- EN SYSTEEMBENADERING NODIG

‘Daar is een keten- en systeembenadering voor nodig. Van ontwerp tot productie, transport en verkoop. Zo wil HEMA misschien wel paaseitjes zonder aluminiumfolie in hun schappen, maar dan moet de producent De Chocoladefabriek daar ook wat in zien. We zouden prima zonder die folie kunnen. Kan je dan melk en puur niet meer uit elkaar halen? Dan produceer je de chocolade toch op een manier waardoor dit op de chocolade zelf duidelijk wordt? Daar liggen ook kansen!’

‘Wij gaan met de stakeholders om tafel om de gehele keten bloot te leggen. Wij interviewen de bedrijven om hun duurzaamheidsvisie te leren kennen, zoeken verbinding en achterhalen samen in welke fases binnen de ketensamenwerking uitdagingen en kansen liggen. Daarnaast helpen wij ze beseffen dat circulair ontwerpen en ondernemen ook winstgevend kan zijn, en helpen ze verder te denken dan bijvoorbeeld recycling met een langetermijnvisie. Dat doen we inmiddels binnen diverse sectoren: food, cosmetica, tuinbranche en luchtvaart.’


Verpakkingsoplossingen voor KLM door HvA-studenten ‘Wereld van Verpakken’

STUDENTEN BIEDEN DUURZAME PRODUCT-VERPAKKINGSCOMBINATIES

‘Binnen de luchtvaart zien we duidelijk de behoefte van twee gebruikersgroepen veranderen: passagiers en crewleden. Passagiers willen goed kunnen eten tijdens intercontinentale vluchten. De crew wil bij passagiers graag de juiste customer experience realiseren bij het uitserveren van maaltijden vanuit de pantry (keuken) en het organiseren van de retourstroom naar en in de pantry (en daarna). DE STER, producent van maaltijdoplossingen voor luchtvaartmaatschappijen, vroeg ons om een product-service-system dat past in de circulaire economie en dat de service tijdens een vlucht menselijker en warmer maakt.’

‘Onze studenten ‘Wereld van Verpakken’ zijn aan de slag gegaan met verpakkingsoplossingen. Zo kwamen zij met duurzame materialen als bamboe en PET en verpakkingen die ruimte besparen, efficiënt in elkaar zitten en een huiselijke sfeer creëren. Het is mooi om te zien dat zij ‘Rethink’ volledig omarmen en onze methoden en ontwerpregels gebruiken om aan de slag te gaan met mogelijke oplossingsrichtingen voor duurzaam verpakken: eerst de problemen en behoeften blootleggen van alle stakeholders - van passagiers tot crewleden en producten -, zelfs nog meer vragen stellen dan wij ze geven en dan zo duurzaam mogelijk ontwerpen. Ze zijn de circulaire professionals van de toekomst!’

De week van de circulaire economie & HvA

HvA & de Week van de Circulaire Economie

Hoe versnellen we de circulaire transitie? In het kader van de Week van de Circulaire Economie staat lectoraat Circulair ontwerpen en ondernemen van het Centre of Expertise Urban Technology van de Faculteit Techniek in het teken van een andere kijk op produceren én consumeren. Dagelijks licht de HvA onderzoeken, masterclasses en studentenprojecten uit die de transitie naar circulaire steden een boost geven.

Jochem Kootstra's picture #CircularCity