News
for you

Anne Schermer, Senior communicatie adviseur at Gemeente Almere, posted

Intentieovereenkomst slimme mobiliteit ondertekend

Op 10 maart hebben de gemeente Almere, de provincie Flevoland de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een intentieovereenkomst ondertekend op het gebied van slimme en duurzame mobiliteit.

De komende jaren worden meer dan 100.000 woningen gebouwd in de provincie Flevoland. Daardoor zal er een groeiende mobiliteitsbehoefte ontstaan èn een toenemende druk op de toch al schaarse ruimte en de kwaliteit van de leefomgeving. Om steden leefbaar, duurzaam en bereikbaar te houden, voldoet de traditionele kijk op mobiliteit niet meer. Een meer integrale benadering, waarbij het totaal aan opgaven in een gebied wordt bekeken, is nodig.

Daarom sluiten Rijk en regio vandaag een intentieovereenkomst, waarin zij afspreken om gezamenlijk slimmere en duurzamere oplossingen voor mobiliteit grootschalig te gaan organiseren.De partijen gaan samen uitwerken hoe een passend en duurzaam aanbod aan vervoersmogelijkheden het beste kan worden vormgegeven.

En hoe mensen kunnen worden gestimuleerd om slimmere mobiliteitskeuzes te maken: meer gebruik van het deelaanbod, optimaliseren van het ruimtegebruik en andere duurzame alternatieven. Omdat een aanzienlijk deel van de woningbouwopgave in Almere zal worden gerealiseerd, is Almere de logische initiatiefnemer voor deze intentieovereenkomst.

De komst van de Floriade naar Almere in 2022 biedt een ideale gelegenheid om een combinatie van verschillende slimme en duurzame mobiliteitsoplossingen aan een groot publiek aan te bieden.

Voor de invulling van de in overeenkomst uitgesproken intenties is door de gemeente Almere een kwartiermaker aangesteld, die zal starten met het opstellen van een programmaplan waarin de intenties worden uitgewerkt.

Lees hier het volledige persbericht.

#Citizens&Living
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Hoe krijgen we servicemonteurs slim en schoon de stad in?

Susanne Balm, projectleider van Gas op elektrisch, publiceert onderzoeksresultaten over de inzet van zero-emissievervoer voor servicelogistiek en de gevolgen ervan voor servicebedrijven, aanbieders van mobiliteitsdiensten én de monteurs.

Een defecte lift in een seniorenflat, of een kapotte verwarming op een koude decemberdag op kantoor. Servicemonteurs zijn essentieel om dit soort problemen op te lossen. En dat zo snel mogelijk. Maar wat als de monteur straks de vrachtfiets op gaat of de elektrische auto moet laden? Steeds meer steden streven naar uitstootvrije stadslogistiek in 2025. De eindpublicatie van het onderzoeksproject Gas op elektrisch van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) biedt oplossingen met een mix van voertuigen, nieuwe logistieke concepten en efficiënt reisgedrag. ‘Simpelweg de vertrouwde dieselbus vervangen door een elektrische is niet het goede antwoord.’

Vrachtfiets

Lees hier de eindpublicatie met onderzoeksresultaten!

We zien pakketjes en boodschappen aan huis bezorgd worden met een elektrische vrachtfiets, maar servicemonteurs rijden nog veelal in hun oude, vervuilende dieselbusje. En dat terwijl een kwart van de bestelauto’s in Nederland voor installatie-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden is.

Niet zo gek, zegt Susanne Balm, projectleider van Gas op elektrisch. ‘Servicemonteurs hebben een veel groter werkgebied dan de stad alleen. Door een groot tekort aan monteurs kunnen ze soms wel 500 kilometer op een dag rijden, van Amsterdam naar Groningen met tussenstops. Daarnaast hebben zij te maken met wisselende en onvoorspelbare werkzaamheden; de ene dag één lange installatieklus, de andere dag tien geplande onderhoudsbeurten of een noodoproep voor het repareren van beademingsapparatuur. Ze moeten de juiste expertise en gereedschappen op locatie hebben.’

Verbeter afspraken met de klant

Maar de transitie naar zero-emissieservicelogistiek begint niet bij het voertuig, wil Balm benadrukken. ‘Dat is een afgeleide van de hele organisatie in de keten.’ Het rapport van Gas op elektrisch biedt daarom conclusies die tot stand zijn gekomen in samenwerking met servicebedrijven, aanbieders van mobiliteitsdiensten en monteurs.

Ten eerste kan de onvoorspelbaarheid aangepakt worden door betere afspraken te maken met klanten, zegt Balm. ‘Dat begint bij een duidelijk overzicht van diverse locaties: waar zitten je klanten, waar wonen de monteurs, waar bevinden zich logistieke hubgebieden. Maar ook: hoe snel moet een storing opgelost worden? Moet dat überhaupt snel? Wanneer we klussen beter kunnen inplannen, kan de organisatie ook beter inschatten wanneer en waar elektrisch vervoer (EV) mogelijk is en de reistijd verlagen.’

Soortgelijke strategische en tactische keuzes gelden ook voor de voorraad. Dat betreft onder andere de benodigde EV’s per monteur, de hoeveelheid slimme laadpalen op een wagenpark en de apparatuur in de bestelbus. ‘Monteurs zijn vaak hamsteraars: veel gereedschap en onderdelen in de bus, niet altijd efficiënt geordend. Kunnen ze iets niet vinden? Dan bestellen ze het onderdeel opnieuw. Een oplossing kan zijn de materialen door logistiek dienstverleners te laten bevoorraden bij de klant. Dit zorgt ervoor dat je niet een volgeladen bus nodig hebt. Zoveel minder dat je misschien wel de vrachtfiets kan pakken voor korte afstanden. Of langere afstanden kan afleggen met een EV, vanwege het lagere gewicht van het voertuig (hogere actieradius).’

Krijg de monteur mee

De servicemonteur moet alleen wel op een vrachtfiets of in een EV willen stappen. Netbeheerders en brancheorganisaties in de sector waarschuwen al jaren dat er te weinig ‘technisch personeel van morgen’ is dat de energietransitie ten goede komt. ‘Gericht monteurs werven die er al voor open staan de vrachtfiets of het EV te gebruiken is noodzakelijk. Net als werving in de buurt van klanten en hublocaties.’

Maar hoe zit het met de monteurs die al jarenlang in hun vertrouwde bestelbus rijden? ‘Die moet je betrekken in het proces. Laat ze meedenken over de keuze van het voertuig, de inrichting, de laadmogelijkheden, de ontwikkeling van logistieke hubs en de voorraadstrategie. Zo konden monteurs van Feenstra de vrachtfietsen van Dockr eerst uittesten en feedback geven. En zijn ze in gesprek gegaan over wat voor kleding er nodig is op de vrachtfiets om het reiscomfort te vergroten als het regent of erg warm is. In het proces kwamen we er ook achter dat monteurs graag in hun bestelbus lunchen. Dus wat doe je als je met de fiets moet? Feenstra introduceerde een horeacobon bij een zaakje in het werkgebied van de monteurs.’

‘Samen omdenken' credo van het onderzoek

‘Het is belangrijk om de ervaringen van de monteurs te blijven volgen. De eerste vijf monteurs willen wel, maar zorg ervoor dat de hele ploeg enthousiast mee gaat doen. Dan is het van belang dat feedback en bottom-up-plannen op de werkvloer zichtbaar worden. Zij hebben mooie ideeën over de energietransitie die nog te weinig de directie en haar duurzaamheidsplannen bereiken.’

‘‘Samen omdenken' is het credo geworden binnen het onderzoek. Zowel binnen een servicebedrijf als tussen de organisaties van de keten. Er zijn veel aanbieders met duurzame oplossingen, maar die werken gefragmenteerd.’

‘Daar ligt een rol weggelegd voor de gemeente: zichtbaar maken van oplossingen en hublocaties in de stad, faciliteren van ruimte en experimenten. Én zij moet zelf ook het goede voorbeeld gaan geven door te vragen naar zero-emissievervoer. In hun onderhoudscontract wordt met name gerept over onderhoud en verduurzaming van hun gebouwen, het is tijd dat de logistiek eromheen nu ook meer prio krijgt!’

De Week van duurzame servicelogistiek bij Urban Tech

Tijdens de Week van duurzame servicelogistiek van 15 t/m 19 maart kom je meer te weten over het tweejarig onderzoek Gas op elektrisch van Centre of Expertise Urban Technology. Van eindpublicatie tot webinar en verdiepende artikelen, de hele week staat in teken van uitstootvrij vervoer voor de servicelogistiek.

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Herman van den Bosch, professor in management development , posted

A comprehensive introduction into a human-centric approach of the smart city

Featured image

Recently, the peer-reviewed Journal of the Engineering and ˜Technology published an overview of the emergence of a human-centric approach into smart cities in contrast to the techno-centric approach. In this article I give many examples how technology can be applied as an enabler tp improve social and ecological sustainable city actions, starting from the principles of the donut-economy

Herman van den Bosch's picture #Citizens&Living
Ellen Harinck, posted

Green Deal - mogelijkheid voor gemeenten om energietransitie, CO2 reductie en innovatie te stimuleren.

Featured image

Frans Timmermans, Chef Klimaat van de Europese Commissie, lanceerde op 11 december de Europese Green Deal, het baanbrekende klimaatplan dat van Europa in 2050 het eerste klimaatneutrale continent in de wereld moet maken.

Met de Green Deal gaat Europa een ongekende uitdaging aan, die tegelijk ook nieuwe kansen biedt. Het eerste doel ligt al in 2030. Dan moet de CO2-uitstoot met 55 procent zijn teruggedrongen (versus 1990).

13 procent van het totale elektriciteitsgebruik schrijven we vandaag op het conto van verlichting – in 2006 was dat nog 19%. Met de totale omschakeling naar LED kan dat worden teruggebracht naar maar liefst 8 procent of bijna de helft in 2030. De missie moet dan ook zijn om LED-verlichting tot een algemeen goed en zelfs een verplichting te maken; niet alleen in de Benelux, maar ook zeker in Europa.

Ter illustratie: Als we vandaag zouden overgaan naar een totale ver-LED-ding van Europa, betekent dat over de periode 2006 – het jaar waarin werd opgeroepen om de gloeilamp wereldwijd uit te faseren – tot 2030 een besparing van 198 megaton aan CO2. Dat staat gelijk aan 267 elektriciteitscentrales of pakweg 50.000 (vijftig duizend!) windmolens.* De besparing voor Nederland alleen is 3,5 megaton aan CO2. Dat staat gelijk aan het elektriciteitsgebruik van drie miljoen huishoudens volgens de Nederlandse Licht Associatie en Fedet.**

Met de Green Deal ligt de weg open om de ver-LED-ding in Europa te versnellen. Dat is echt noodzakelijk en haalbaar: bijna 85 procent van alle lichtpunten in de Benelux kan nog vervangen worden door (connected) LED-lampen.

De voordelen voor gemeenten:
- Significante reductie van de CO2 uitstoot
- Energiebesparing
- Data gedreven onderhoud - transparant - veilig
- Veiligheid stad
- Toekomstbestendig - klaar voor digitalisatie
- Te integreren met een Smart City applicatie
- Eenvoudig beheer

Met het gebruik van de Green Deal kunnen gemeentes hen project laten subsideren als deze voldoet aan een aantal voorwaarden. Wij denken hier graag in mee.

Meer info over de Green Deal via de link.

Ellen Harinck's picture #Energy
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Eerste DC-laadpaal actief voor snel laden van elektrische auto's

De HvA test met partners Ecotap en Time Shift Storage het effectiever laden van meederde auto's tegelijkertijd met gelijkstroom

De eerste laadpaal aangesloten op een DC-net is een feit. Daarmee wordt ingespeeld op de groeiende behoefte aan snellere laadoplossingen voor elektrische voertuigen op meerdere plaatsen. Een DC-net transporteert elektriciteit namelijk via gelijkstroom in plaats van wisselstroom, wat zorgt voor betere regelbaarheid en schaalbaarheid naar meerdere laadsessies tegelijkertijd. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) test samen met partners Ecotap en Time Shift Storage de effectiviteit van laden met een DC-net in de stad. ‘Wanneer het werkt zoals wij verwachten, mogen we spreken van een doorbraak.’

DC-laadpaal

Het laden van een elektrische auto op een DC-net is uniek, vertelt onderzoeker Willem Knol van de HvA en Over Morgen, een adviesbureau dat werkt aan een duurzame leefwereld. ‘Nu wordt dat nog via AC, wisselstroom, gedaan. Gemiddeld gesproken zit er één laadpaal op één AC-aansluitpunt van een netbeheerder. Heb je het over een AC-Laadplein, met meerdere laadpalen, dan zijn dat meer aansluitingen. Wanneer er echter verscheidene auto’s tegelijkertijd laden, zakt de spanning en stroomtoevoer terug. Daardoor gaat de effectiviteit om meerdere auto’s tegelijk te laden verloren.’

Dit DC-Laadplein krijgt zijn stroom geleverd via een batterijopslagsysteem dat vervolgens weer is aangesloten op een AC-aansluitpunt. Met de gelijkstroom van het DC-net is er minder transportverlies van elektriciteit. Dat wordt nu in de stad op de proef gesteld binnen het HvA-project DC-Laadplein.

In samenwerking testen

De test wordt uitgevoerd in samenwerking met Time Shift Energy Storage en Ecotap. Time Shift levert het net, de accu en de omvormer van AC naar DC. Ecotap heeft een DC-laadpaal ontwikkeld die ook DC gevoed kan worden. Samen zorgen ze dat het net werkt en alle componenten met elkaar communiceren.

Vooralsnog krijgt één elektrische auto de glansrol in het experiment, maar het staat op de planning om op te schalen naar drie auto's. ‘Op het moment dat we de auto’s veilig en snel DC kunnen laden middels de DC-voeding, mogen we spreken van een succes en doorbraak’, vertelt Bjorn Brands van Ecotap. ‘Dit is nog niet eerder gepresenteerd in de setting waarin wij werken.’

Nieuwe businessmodellen voor DC-net

De HvA werkt aan nieuwe businessmodellen op het gebied van DC-transport en DC-laden. ‘Je zou ook zonnepanelen aan het DC-net kunnen verbinden’, vertelt Knol. ‘Zonnepanelen leveren ook DC-stroom.’ Ecotap onderzoekt of laden met een DC-voeding te vercommercialiseren is bij haar partners. Brands: ‘Uit de test moet blijken of een DC-laadpaal ook praktisch aangeboden kan worden, zodat meer praktijken gebruik kunnen maken van de voordelen van DC-laden.’

Transitiethema Energy Transition

Het project DC-Laadplein is onderdeel van transitiethema Energy Transition. Het onderzoek binnen het thema draagt met technische en organisatorische oplossingen bij aan de energietransitie. Van slim laden tot duurzame opwekking van energie, databeheer en het opleiden van de ‘21st century engineer’. Onderzoek betreft het ontwerpen van technische interventies, met oog op maatschappelijke en economische ontwikkelingen en impact. Het is één van de vier onderzoeksthema’s van Centre of Expertise Urban Technology.

LinkedIn, Twitter & Facebook

Jochem Kootstra's picture #Mobility
Zéger Nieuweboer, Founder / Teacher at Learningisgrowing.nl, posted

YIMBY Arnhem! groeit.

Featured image

Dit voorjaar bouwen de makers van de zorgboerderij Hoeve Klein Mariëndaal in Arnhem-West YIMBY moestuinbakken voor de nieuwe stadsboeren in de wijken Klarendal, Geitenkamp, Presikhaaf, 't Broek en Malburgen van de stad Arnhem.

Angela Jong heeft haar buurtgenoten in de wijk Klarendal warm gemaakt voor het biologische tuinieren in de stad met YIMBY's. "Het komt mooi uit dat de Gemeente Arnhem 50% van de aanschafprijs bijdraagt door de groene subsidieregeling De Eetbare Stad". Bart van Dalsem van de Hoeve Klein Mariëndaal geeft aan: "Door de lokale sponsoring door de bedrijven Welkoop Elst en De Bolster kunnen we de YIMBY;s leveren met biologische moestuinaaarde en biologische zaden"

Zéger Nieuweboer heeft met zijn groene onderwijsbedrijf learningisgrowing.nl al acht jaar ervaring met de begeleiding van YIMBY Arnhem! "In de periode 2013-2020 zie je dat nieuwe stadsboeren starten met een YIMBY moestuinbak en doorgroeien naar een biologische voedseltuin". https://lnkd.in/eYbrQiH
#YIMBY #voordeoogstvanmorgen

Zéger Nieuweboer's picture #Citizens&Living
Mathieu Dasnois, Communications Manager at Metabolic, posted

Recycling, downcycling and the need for a circular economy

Featured image

What happens to the plastic and paper that you’ve carefully sorted into separate bins?

Many of the products we recycle today are essentially downcycled. While this generally helps to preserve the life of raw materials and some of the value that went into creating them, there might be better ways to do it.

Find out more about the nuances between recycling, downcycling, and a truly circular economy, in this article.

Mathieu Dasnois's picture #CircularCity
Nancy Zikken, Community Manager - on leave till August at Amsterdam Smart City, posted

“Rolling out technology without citizen participation does not work”

Featured image

One of our 8000 community members is Tom van Arman. Tom is founder and director of Tapp, an agency that develops responsible urban technologies. Tom is full of ideas about the digital city. 'And citizens must be much more involved in the implementation of technology in the public space', he says.

He uses the data principles of the Tada Manifesto, inclusivity, tailored to people, control, legitimacy, transparancy and for people, in his work.

In this interview Tom explains how entrepreneurs could learn more from each other about developing ethical technology and how Tada can act as a library for the exchange of knowledge.

Check out the interview (in Dutch):

Nancy Zikken's picture #DigitalCity
Roelof Hellemans, posted

Siemens Mobility bouwt landelijk MaaS-platform Rivier NS, RET en HTM zetten in op digitale ontsluiting van heel Nederland

NS, RET en HTM laten
hun landelijke MaaS-platform bouwen door Siemens Mobility. Het platform maakt het mogelijk om een reis met verschillende vervoermiddelen in één keer online te plannen, boeken en betalen. RET-directeur Maurice Unck namens Rivier, de joint venture van de drie partijen: “Na de pandemie verandert ons reisgedrag.

We reizen, werken en leren flexibeler: in tijd, plaats en keuze van het
vervoermiddel. Daarom investeren we juist nu in de beste reismogelijkheden voor de consument. We willen de drempel verlagen om een reis met meerdere
vervoermiddelen eenvoudig digitaal te plannen, boeken en betalen. Daarom roepen
we alle Nederlandse mobiliteitsaanbieders op om zich aan te sluiten.”

 Naar verwachting zien
in het najaar de eerste apps van MaaS-providers het licht waarmee consumenten
hun multimodale reis in heel Nederland kunnen plannen.

Stel: je wil
graag bij een vriend, een klant of iemand anders op bezoek en gemakkelijk weten
hoe je daar het snelst bent en hoeveel dat kost. Hoe krijg je dat voor elkaar?
Je kunt kijken of er files zijn, een deelauto boeken, uitzoeken of het OV goed
werkt, nadenken over de fiets als alternatief en meer. Maar een reis
samenstellen waarbij deze verschillende vervoermiddelen van
mobiliteitsaanbieders optimaal worden ingezet, moet je nu nog helemaal zelf
doen. Dat is best een complexe puzzel die veel mensen liever overslaan. Terwijl
juist de combinatie van vervoermiddelen je als reiziger veel tijdwinst en
bewegingsvrijheid oplevert. Daarnaast helpt zo’n combinatie onze infrastructuur
zo goed mogelijk te benutten.

 Reisopties in één
keer zichtbaar, één keer afrekenen

Met het nieuwe platform
is het straks voor consumenten veel makkelijker om gebruik te maken van
beschikbare vervoermiddelen. Het platform kan verbonden worden met al bestaande
apps van MaaS-providers zoals de NS, RET, HTM. Maar het platform kan ook andere
bestaande apps en nieuwe apps bedienen. De snelheidswinst zit ‘m erin dat alle
afzonderlijke vervoersmogelijkheden op de route in één keer inzichtelijk
worden. Maak je bijvoorbeeld graag gebruik van een deelscooter of reis je
liever per trein of metro? De app houdt rekening met ieders persoonlijke
voorkeuren en past het advies daarop aan. Bovendien is er geen gedoe met
verschillende vervoersbewijzen en de betaling ervan: ook dat regel je heel
makkelijk vanuit je favoriete app of website.

Toegankelijk voor alle mobiliteitsaanbieders:

De initiatiefnemers
willen de mobiliteitsdiensten van zoveel mogelijk aanbieders in Nederland
samenbrengen. Of het nu gaat om taxibedrijven of deelfietsen, e-scooters of
zelfs particuliere automobilisten. Hoe meer partijen hun diensten aanbieden,
hoe beter het écht mogelijk wordt om heel Nederland digitaal te ontsluiten.
Aanbieders profiteren van het gemak van eenmalig laagdrempelig aansluiten en
hebben direct een landelijk bereik te met een platform dat doorontwikkeld is om
de klantbeleving te optimaliseren. Daarom roepen de initiatiefnemers alle
aanbieders op om zich aan te sluiten.

Roelof Hellemans's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Amsterdamse daken kleuren groen

Daktuinen en een waterberging op gebouwen: HvA-project RESILIO creëert ‘slimme groenblauwe daken’ voor klimaat- en toekomstbestendige steden.

Wanneer je na tientallen trappen het hoogste punt van het Benno Premselahuis van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) betreedt, word je beloond: een daktuin met diverse planten en bloemen, grindpaden en een bankje om van de omgeving te genieten. Het is een voorbeeld van project RESILIO, dat 10.000 m2 aan Amsterdamse daken van hete zwarte vlaktes gaat veranderen in koele plantsoenen vol biodiversiteit. Én slimme technologieën. Want de zogeheten ‘slimme groenblauwe daken’ dienen niet alleen als stadsnatuur, ze bieden technische oplossingen om onze steden klimaat- en toekomstbestendig te maken.

Groenblauwe daken

Het regent steeds vaker en harder, terwijl het ook heter wordt. Met als gevolg: regelmatig natte sokken en vaker hittestress. De slimme groenblauwe daken van RESILIO bieden een uitweg. Onder de laag van planten op het dak wordt extra regenwater opgevangen. Dit water wordt door een slimme klep, de stuw, vastgehouden of geloosd op basis van de weersvoorspellingen. Door het opvangen van het water kunnen de daken dus ook langer vocht verdampen tijdens hitte en droogte, waardoor het koeler blijft binnenshuis en in de buurt. En net zo belangrijk: de daken geven ruimte aan nieuwe natuur. Dat is goed voor de biodiversiteit in de stad. De bijen hebben het groen op het Benno Premselahuis van de HvA al gevonden.

HET DAK OP TEGEN HITTESTRESS

De eerste resultaten zijn veelbelovend. ‘Traditionele zwarte daken worden in de zomer al snel 50-60 graden. Het blauwgroene dak op het Benno Premselahuis warmt op tot ongeveer 30 graden.’ Aldus Anna Solcerova, onderzoeker van Centre of Expertise Urban Technology. Zij test sinds afgelopen zomer het verschil van de effecten op hittestress en leefbaarheid tussen de traditionele en blauwgroene daken.

Het verschil van 30 graden op het dak heeft direct positief effect binnenshuis, maar één blauwgroen dak maakt de buurt niet meteen hittebestendig. ‘Ik woon zelf in het grootste stedelijke hitte-eiland Den Haag, waar wijken dichtgebouwd staan met zwarte daken’, zegt Solcerova. ‘Het is daardoor zomers extra heet! Wanneer een hele wijk groen kleurt, ga je echt positief effect merken.’

SLIMME GROENBLAUWE DAKEN IN VIJF AMSTERDAMSE BUURTEN

Daarom is opschaling essentieel. Na het HvA-dak zijn de eerste blauwgroene daken op corporatiewoningen in Oosterparkbuurt en Kattenburg gelegd. En binnenkort volgen de daken in drie andere Amsterdamse buurten: Indische Buurt, Slotermeer en Rivierenbuurt. ‘Zo kunnen we de effecten op hittestress in een hele wijk meten en verschillende dakconstructies testen. In de Oosterparkbuurt doe ik nu metingen op een complex waarvan we de helft groenblauw hebben gemaakt en de andere helft zwart is gebleven. Zo kunnen we direct conclusies verbinden aan het verschil in temperatuur op één dak dat te maken heeft met dezelfde (weers)omstandigheden. En terwijl het ene dak traditioneel zwart is, hebben andere buurten daken met grijze, korrelige steentjes. Die diversiteit aan type daken geeft ons een completer beeld voor analyses.’

WATER GELEIDELIJK LOZEN IN DE STAD

Naast het meten van hittestress door de HvA, analyseert de Vrije Universiteit  (VU) het waterbeheer op dezelfde daken. De proeftuin op het HvA-dak kan liefst 30.000 liter regenwater vasthouden. Belangrijk is om te weten wanneer precies het vastgehouden water in de stad te lozen. ‘Je wilt dat doen wanneer er geen regenbuien worden verwacht, maar dat is in Nederland vaak moeilijk te voorspellen’, verklaart Solcerova. ‘Daarnaast wil je geen water verliezen dat nodig is om de planten op het dak levend te houden. Zij analyseren onder andere de werking van de stuw.’

De wethouder van Amsterdam, Laurens Ivens, omarmt de vergroening van de daken in zijn stad: ‘Deze manier is heel erg goed om te voorkomen dat een gebouw heel erg warm wordt in de zomer, maar het voorkomt ook dat al het water in een keer op het riool komt, wanneer er heel veel neerslag valt.’ Ook de bewoners van de vijf Amsterdamse buurten verwelkomen de nieuwe daken: ‘Zo wordt het koeler in de zomer, en lekker warm in de winter!’ (Een item op NOS  vertelt je er meer over)

INTERNATIONALE SAMENWERKING

Naast de metingen over de effecten van de daken op het klimaat, leefbaarheid en gezondheid, onderzoekt RESILIO ook of de effecten opwegen tegen de kosten. De bevindingen bepalen hoe verder te gaan met deze innovatie. De opgedane kennis en ervaring worden met andere Europese steden gedeeld. Zo kan de techniek en het proces ook over de grens toegepast worden. Volg de ontwikkelingen op de website van RESILIO .

RESILIO staat voor Resilience Network of Smart Innovative Climate-Adaptive Rooftop. Het is een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, Waternet, MetroPolder Company, Rooftop Revolution, Hogeschool van Amsterdam (HvA), Vrije Universiteit Amsterdam (VU), Stadgenoot, de Alliantie en De Key. Het project wordt mede gefinancierd uit het ERDF fonds van de Europese Unie via het Urban Innovative Actions programma.

Meer informatie

Artikel groene daken
Projectpagina RESILIO
Centre of Expertise Urban Technology
Transitiethema Designing Future Cities
Twitter, LinkedIn en Facebook

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Eline Meijer, Communication Specialist , posted

Metropolitan Mobility Podcast met Maurits van Hövell: van walkietalkies naar het Operationeel Mobiliteitscentrum

Featured image

“Voorheen werd er gewoon rondgebeld: ‘Wij zitten in de instroom van de ArenA. We hebben nu 20.000 man binnen. Hoe gaat het bij jullie op straat?’” In de achtste aflevering van de serie A Radical Redesign for Amsterdam, spreken Carin ten Hage en Geert Kloppenburg met Maurits van Hövell (Johan Cruijff ArenA). Hoe houdt je een wijk met de drie grootste evenementenlocaties van het land, bereikbaar en veilig? Ze spreken elkaar in het Operationeel Mobiliteitscentrum over de rol van de stad Amsterdam, data delen en het houden van regie. A Radical Redesign for Amsterdam wordt gemaakt in opdracht van de Gemeente Amsterdam.

Luister de podcast hier: http://bit.ly/mvhovell

Eline Meijer's picture #DigitalCity
Francien Huizing, Program and Communication Manager at Amsterdam Smart City, posted

Wicked Update - Eye opener workshop ‘bewuste mobiliteitskeuzes’.

Featured image

Het Wicked Problem traject binnen Amsterdam Smart City richt zich op het op tafel krijgen en houden van complexe vraagstukken. We adresseren achterliggende barrières en afhankelijkheden om een andere kijk op het vraagstuk te krijgen en daarmee ook zicht op passende oplossingen.

Het Wicked Problem team is aan de slag gegaan met het vraagstuk van de Johan Cruijff ArenA: Hoe behouden we bewuste mobiliteitskeuzes ook post corona? Gedragsverandering bleek een achterliggende barrière zijn. Om nieuwe perspectieven op dit aspect van gedragsverandering te krijgen en daarmee anders tegen het vraagstuk van bewuste mobiliteitskeuzes aan te kijken hebben Drift en RHDHV een zogenaamde ‘eye opener’ workshop begeleid. Door perspectieven van buitenaf op gedragsverandering creëren we nieuwe inzichten op het vraagstuk van Maurits van Hövell, consultant mobility & environment bij de ArenA.

Behaviour Change Wheel
Het eerste perspectief kwam van Lieve van den Boogaard, projectmanager Healthy ‘R. Lieve: ‘mensen zijn niet zo rationeel als we denken. Het idee vanuit de overheid is vaak dat als we de juiste informatie geven en werken met subsidies en/of boetes dat dit voldoende is, maar dit blijkt meestal niet het geval.’ Voordat je over mogelijke oplossingen gaat nadenken zijn de volgende twee stappen belangrijk:
• Het vraagstuk afpellen.
Als je echt gedrag wil veranderen, maak het dan zo klein mogelijk. Wat wil je zien bij wie, waar en wanneer?
• Achterhalen wat motivaties en belemmeringen zijn van verschillende doelgroepen.
Het model dat je hiervoor kunt gebruiken is het Behaviour Change Wheel. Gedrag wordt bepaald door Capaciteit (fysiek, psychologisch), Gelegenheid (fysiek of sociaal) en Motivatie (intrinsiek, automatisch). Pas als je weet in welke vlakken je doelgroep zit, kan je kijken naar mogelijke oplossingen.

Haar voorbeeld over stoppen met roken geeft bijvoorbeeld aan dat het achterliggende issue stress is. Stress verlagen blijkt een voorwaarde om rookgedrag te kunnen veranderen en ook een betere ingang om het gesprek aan te gaan.
Invloedstrategieën

Het tweede perspectief kwam van Koen van ’t Hof, gedragsexpert en werkzaam bij programma Fiets van de gemeente Amsterdam. Hij gebruikt 3 stappen: gedrag selecteren; gedrag verklaren; en gedrag beïnvloeden. Hij liet ons zien welke strategieën je in kunt zetten om invloed te hebben op gedrag:
• Educatie; vergroten van kennis en begrip
• Overtuiging;
• Beloning / dwang;
• Training; vergroten van vaardigheden van je doelgroep
• Beperking; regels gebruiken om doelgedrag aantrekkelijk te maken en alternatieven minder aantrekkelijk.
• Omgeving aanpassen;
• Modeling; voorbeeld figuren inzetten;
• Facilitering

Hieruit blijkt ook dat er meerdere disciplines nodig zijn om gedragsverandering tot stand te brengen: Vanuit de groep kwam nog de aanvulling van het model van Cialdini.

Sociale aspecten
Het laatste perspectief kwam van Peter van Vendeloo van bureau WeThePeople die ons het geheim van de Bob campagne onthulde. In essentie gaat de Bob campagne over vriendschap. Hoe lossen we het probleem van rijden en drinken in harmonie met elkaar op? In de campagne wordt niet de confronterende vraag gesteld, maar juist de ’vriendenvraag’. Het vriendschapsgevoel van de campagne bleek een enorm belangrijke driver van acceptatie van de boodschap en de driver om het gedrag te veranderen. Degene die nuchter achter het stuur ging zitten kreeg binnen de groep een belangrijke en gewaardeerde rol en dat bleek achteraf een belangrijke driver.

Zijn belangrijkste les: praat met de doelgroep en let sterk op sociale aspecten.

Eye openers
In verschillende groepen gingen we in gesprek over de eye openers die deze perspectieven opleverden. De nieuwe inzichten die Maurits van de ArenA uit deze workshop opdeed: ‘Ten eerste zijn bewuste mobiliteitskeuzes veel meer afhankelijk van gedrag dan van vraag en aanbod. Het is daarnaast belangrijk om het probleem krachtiger te definiëren en te kijken wie dit nog meer ervaren. En daarna te bepalen welk gedrag we willen zien; van wie en op welk moment. Vervolgens moeten we met die doelgroep in gesprek om te achterhalen welke sociale aspecten en drivers spelen.

Tot slot maakten we een rondje langs de groep om te horen wat ieder als eigen rol ziet in het vraagstuk van bewust mobiliteitsgedrag. Veel partijen gaven aan betrokken te willen blijven en boden Maurits commitment aan om dit gezamenlijk op te pakken. Zowel vanuit het Wicked Problem team als Amsterdam Smart City zullen we  met Maurits vervolgstappen bepalen.

Tweede vraagstuk Wicked Problem team - Warmtenetten
Een tweede vraagstuk waar het Wicked Problems team binnenkort mee aan de slag gaat is “Hoe doorbreken we de tendens tot hoge temperatuur warmtenetten?”, een vraagstuk van de gemeente Haarlemmermeer. Dit is het startschot om het makkelijker te maken om buurten te voorzien van duurzame warmte. Een complexe zoektocht, omdat dit niet alleen gaat om de keuze voor de juiste techniek , maar ook om buurtparticipatie, het goed organiseren van de warmtevraag en het aanbod, de governance, planningen en de beperkingen in wet- en regelgeving. Al deze onderdelen hebben invloed op de financierbaarheid – en dus haalbaarheid – van lokale warmteprojecten. Een echt wicked problem! Inmiddels zijn ook de gemeenten Almere, Amsterdam en Haarlem aangesloten.

Het doel van de komende sessie is om op te halen welke kennis, aanpakken en oplossingen er vandaag al liggen om de business case voor duurzame warmte makkelijker te maken, en te bepalen welke resterende witte vlekken er geprioriteerd moeten worden voor morgen.

Wil je ook meedenken in deze nog te plannen en vorm te geven sessie? Laat het ons weten, dan nemen we contact op!

Het Wicked Problem team bestaat uit Alliander, Arcadis, Drift, HvA, Kennisland, Nemo en RHDHV.

Francien Huizing's picture #Mobility
Amsterdam Smart City, Connector of opportunities at Amsterdam Smart City, posted

Check out the recap of the event 'Data Dilemma's: Sharing data for MaaS systems'

Featured image

Mobility as a Service (MaaS) enables carefree, integrated travel according to your own preferences. Governments have a lot of ambitions in this field. However, there’s not yet a fully operable MaaS system in the Amsterdam Metropolitan Area. This is mainly due to two reasons: there are a lot of different mobility parties in our region that collect data in various ways and are hesitant to share them. Besides the big amount of private parties, there are also a lot of (local) governments that have a say in the development of MaaS systems.

In some European cities, the situation is different and MaaS systems are running.
During this session, Amsterdam Smart City, together with the Province of North Holland and Datalab Amsterdam, were looking for best practices from Madrid, Helsinki and an international audience.

Madrid and Helsinki, two example cities in this field, had a very different approach. What are their success factors? Juan Corro from EMT Madrid told us about his lessons learned: take a lot of time and convince private parties to get on board and share the data. In Helsinki, companies were forced to share data. This worked, but started with resistance. Looking back, Sami Sahala from Helsinki shares his learnings with the audience.

Chris de Veer, smart mobility advisor at the Province of Noord-Holland: "I had a great, inspiring afternoon. The examples from Madrid and Helsinki gave me new insights. I connected to these experts immediately and I will continue to do so by collecting more international learnings for our regional challenges.''

Speakers:
- Chris de Veer, smart mobility advisor Province of North Holland
- Juan Corro, CIO EMT Madrid (public urban transport Madrid)
- Sami Sahala, ITS Chief Advisor, City of Helsinki & Forum Virium

Moderator:
- Leonie van den Beuken, program director Amsterdam Smart City

Amsterdam Smart City's picture #Mobility
Kate Black, Communications Director at Metabolic, posted

New mechanisms needed to tackle Dutch early-stage circular economy funding gap

Featured image

New research reveals a large funding gap for circular economy initiatives in the Netherlands, particularly early-stage circular ventures.

Interviews with city municipalities, entrepreneurs, financial institutions and working groups indicate that the funding gap is especially acute for higher value-yielding circular business models and activities such as reducing, reusing, repairing, and refurbishing.

Entrepreneurs in these areas of the circular economy struggle to find funding even though these activity types have the largest potential to increase the economy’s resource efficiency, and provide high-quality employment opportunities in cities. Research indicates that achieving a circular economy in the Netherlands could create approximately 200,000 new jobs by 2030.

The paper Financing Circular Economy Innovation in the Netherlands authored by Metabolic Institute with support from the Goldschmeding Foundation, highlights a lack of systemic collaboration as a critical barrier to circular innovation, and proposes new approaches to circular economy financing in the Netherlands.

“Blended finance instruments in particular can help to address circular economy related risks, and make the circular economy more investable for the private sector,”’ said Seadna Quigley, Lead Circular Finance at Metabolic.

Public-private collaboration in the form of blended finance works to de-risk circular asset classes by using public or philanthropic capital to stimulate the market, provide proof-of-concept, and draw private-sector capital into the circular economy.

“But lack of funding is not the only problem facing Dutch circular economy entrepreneurs,” said Liz Corbin, Director of Metabolic Institute. “They also lack access to experts and the necessary knowledge to navigate the funding landscape.”

To address current bottlenecks, the paper proposes the creation of a mission-driven investment fund and ‘innovation ecosystem’ that convenes impact investors, philanthropies, and city governments.

Numerous Dutch cities have impressive track records when it comes to circular economy plans, but access to finance is one of their most significant barriers to delivering on these plans.

In addition to systemic impact investing and fundraising, the fund will aim to create an enabling ecosystem that brings together capital, knowledge, and networks of expertise to provide entrepreneurs in the circular economy with the financial and non-financial resources they need to scale up their businesses.

“We believe that circular innovation and job opportunities are created by financing circular entrepreneurs. But financing alone is not enough; we have to build a support system for entrepreneurs on an urban level,” said Birgitta Kramer, Circular Economy Programme Manager at the Goldschmeding Foundation. “The 'Circular Innovation Ecosystem' is a first step towards guiding financiers, entrepreneurs and local governments to collaborate in this approach.”

A call to action

An impact- and mission- driven finance ecosystem has potential to accelerate the transition to a circular economy that equitably distributes prosperity to all and safeguards the natural world.

We invite the following stakeholders to collaborate with us to advance the development of such an ecosystem:

  • Financier or investors with creative ideas and strategies for stimulating early-stage circular innovation in the Netherlands
  • Asset owner or fund managers with the curiosity to develop and test impact-driven frameworks for portfolio management and evaluation
  • Accelerators or incubators committed to supporting Dutch circular innovators and entrepreneurs
  • Circular innovators or entrepreneurs interested in matching higher value circular solutions to the contexts and challenges of Dutch municipalities
  • Municipalities looking for novel ways to deploy finance in service of circularity strategy

To learn more, please send an email to the CIE team at: circularfinance@metabolic.nl

Kate Black's picture #Citizens&Living
Jasmyn Mazloum, posted

Groen & Gezond Almere Podcast: Collectief bouwen aan de toekomst

Featured image

In de tweede aflevering van de Groen & Gezond Almere podcast, gaan we door op het thema circulaire economie. Dat onderwerp is ontzettend belangrijk in de stad, maar ook in de rest van het land: in 2050 wilt Nederland volledig circulair zijn ♻️

Onze stad groeit en daarmee lopen wij risico op een grondstoffentekort. De circulaire economie is populair onder het bedrijfsleven en de overheid, waar wordt gezocht naar manieren om anders te produceren en om te gaan met onze reststromen.

Ook in de bouwsector is dit thema terug te zien. In deze aflevering word je meegenomen in de uitdagingen én de kansen die er zijn op dit gebied. Net als in de vorige aflevering, spreekt Nadia Zerouali ook hier een Almeerder van de toekomst, student bouwkunde aan Windesheim Flevoland, Sander Verkade. Ze spreekt Raymond van Dalen & Pepijn van de Staak als ondernemers uit de sector die samenwerken in het Innovatief Bouw Collectief Flevoland. En, Arnout Sabbe spreekt zich uit als expert deze aflevering. Hij is onderzoeker bij de TU Delft en houdt zich dagelijks bezig met circulariteit in stedelijke gebieden voor AMS Institute.

Nieuwsgierig? Luisteren kan via Spotify, Soundcloud & iTunes. We zijn benieuwd naar wat je er van vindt! Laat je horen via onze social media: LinkedIn, Instagram, Facebook of Twitter

Jasmyn Mazloum's picture #Citizens&Living
Tom van Arman, Director & Founder at Tapp, posted

Meet Meli - A brand new smart city app to navigate congestion, over-tourism and place making.

Featured image

Meet Meli - A simple app to tackle complicated smart city challenges like congestion, over-tourism and place making. Just point your smart phone in any inner-city location and the Meli app will reveal the story of the many monuments, artifacts or projects around you.

Meli is one of the teams in the AMS Startup Booster Program that focuses on early-stage startups that want to make a business out of solving metropolitan challenges. As one of the Booster mentors, I’ve had the great pleasure to work with Co-Founders Mehdi Brun & Lila Sour to further explore how they could use open-source city data to populate the app for a local Amsterdam case.

Since the Booster program is centrally located on the Marineterrein, we used community driven open data formats to help describe the many projects and experiments going on at Amsterdam’s Inner-city test ground for a sustainable living environment. Watch the project demo here: https://youtu.be/IChZ0OYB1Zg

Meli is one of 7 talented teams who will be pitch their solution at the upcoming Demo Day AMS Startup Booster 01 March @16-18h “Let them show you the endless possibilities for Amsterdam and cities worldwide" Register to attend Today!

The Meli mobile app is available on Android and iOS in 10 languages.

Tom van Arman's picture #Citizens&Living
Amsterdam Smart City, Connector of opportunities at Amsterdam Smart City, posted

Speakers confirmed for event 'Sharing data for MaaS systems’!

Featured image

On the 18 of February Amsterdam Smart City, together with the Province of North Holland and Datalab, will discuss the sharing of data by private parties and governance to set up Mobility as a Service systems in the region. There is currently no operable MaaS system in place in the region and therefore we aim to learn a little bit more from other cities.

What are their success factors? How did they convince private parties to share data to set up a MaaS system? How did governments reach an agreement on this? We can now confirm the speakers for the event!

Speakers

First up will be Chris de Veer, smart mobility advisor at the Province of North Holland. Chris will introduce the topic of the event and share with you the challenges of the Province when it comes to MaaS.

One of the people who can share relevant information with him will be Juan Corro, CIO at the public transport authority, EMT Madrid. Madrid is one of the cities where we are really interested in. Juan will speak about the system in Madrid and sharing data from the point of view of a private party.

Another city to learn from about MaaS is definitely Helsinki. Helsinki was the first city with a MaaS system. Helsinki made the sharing of data obligatory. Sami Sahala, ITS Chief Advisor at Forum Virium will share how he thinks that MaaS is not a technical issue, but a change of the mindset.

The session will be moderated by Leonie van den Beuken, program director at Amsterdam Smart City.

Join this session of Data Dilemmas on the 18th of February, join the discussion and learn from an international audience!

Images: https://twitter.com/juancorro_, https://twitter.com/SamiSahala, and https://www.linkedin.com/in/chris-de-veer-a070805/.

Amsterdam Smart City's picture #Mobility
Jochem Kootstra, Redacteur at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

HvA kroont onderzoek naar slim laden van elektrische auto's

Onderzoek van SEEV4-City staat voor slimme laadtechnologieën voor elektrische voertuigen die hernieuwbare energiebronnen integreren. Daarmee willen de onderzoekers internationale steden inspireren.

Het onderzoek SEEV4-City (Smart, Clean Energy and Electric Vehicles for the City) van de Faculteit Techniek en Centre of Expertise Urban Technology is de grote winnaar van het ‘HvA Onderzoek van het Jaar’ 2021. Het onderzoek naar slimme laadtechnologieën voor elektrische voertuigen won zowel de jury- als de publieksprijs. Juryvoorzitter Geleyn Meijer roemde de onderzoekers om de aandacht die zij in hun onderzoek tonen voor zowel de stad als het onderwijs van de hogeschool.

‘Het winnen van de prijs is een mooie erkenning van actieonderzoek waarin de HvA heeft geholpen om de volgende stap te zetten in de transitie van Amsterdam richting elektrisch rijden, slimmer gebruik van laadinfrastructuur en integratie van groene energie’, vertelt hoofddocent Urban Analytics Pieter Bons en betrokken bij het vijfjarige internationale onderzoek SEEV4-City.

SEEV4-CITY

Elektrische auto’s staan vaak ’s avonds aan de laadpaal. Dit zorgt voor ‘spitsuur’ op het elektriciteitsnet. Tegelijkertijd wordt veel zonne-energie die overdag wordt opgewekt nooit gebruikt. Dit kan anders. Batterijen van elektrische auto’s kunnen worden ingezet voor de opslag van duurzame energie. Een slimme laadpaal zorgt er vervolgens voor dat niet alleen de auto’s, maar ook bedrijven en huishoudens de duurzame energie op een later moment kunnen gebruiken. Resultaat: CO2-reductie, kostenbesparing, toename van energie-autonomie en een stabieler elektriciteitsnet. SEEV4-City onderzocht hoe dit op grotere schaal kan worden toegepast middels zes pilots in vijf Europese steden: Amsterdam (NL, 2x), Kortrijk (BE), Leicester (UK), Loughborough (UK) en Oslo (NO).

FLEXPOWER-PILOT VOOR SLIM LADEN

Hoe werkt dat in de praktijk? Bons: ‘Zelf heb ik aan de Flexpower-pilot  gewerkt in Amsterdam. Hier werd voor 400 publieke laadpalen een tijdsafhankelijke laadsnelheid geïntroduceerd (Smart Charging-technologie). Met een Flexpowerpaal krijg je sneller energie als het rustig is op het energienet (’s nachts) of als er veel aanbod is van lokale groene energie (op een zonnige dag). Tijdens de avonduren (18:00-21:00) is er een piek in de energievraag van huishoudens en werd de laadsnelheid juist verlaagd om de belasting op het elektriciteitsnet te verminderen. Zo zorg je voor een goede spreiding van de energievraag over de dag. Simulatiemodellen gevoed door real-world data maakten het mogelijk om de impact van dit soort nieuwe laadprofielen direct te evalueren. Hier zit toekomst in, binnenkort begint gemeente Amsterdam alweer de kick-off van Flexpower 3!’

SUPERBATTERIJ IN JOHAN CRUIJFF ARENA

De tweede pilot in Amsterdam vond plaats in de Johan Cruijff ArenA . Hier werd met een superbatterij van drie megawatt geëxperimenteerd, die bestaat uit 148 tweedehands accu's afkomstig uit elektrische auto's. Onderzoeker Jos Warmerdam: ‘Slimme Vehicle2Grid (V2G)-technologie gekoppeld aan de batterij regelt, wanneer nodig en na toestemming van de eigenaar, dat de juiste hoeveelheid energie uit geparkeerde auto's aan het stadion wordt geleverd. Dat gebeurt in combinatie met de 7200 vierkante meter zonnepanelen op het dak van de Johan Cruijff ArenA. De duurzame energie dient als extra opslag en back-up voor het stadion, zodat bij stroomstoringen voetbalwedstrijden en popconcerten altijd kunnen doorgaan. De batterij vervangt daarmee twee vervuilende dieselgeneratoren. En door efficiënter energiegebruik zijn de elektriciteitskosten van het stadion lager.’

Het experiment kan een rol gaan spelen op publieke laadpalen, volgens Bons. ‘Een collectief wagenpark van elektrische voertuigen dat een mega batterij vormt voor de stad? Dat zou goed kunnen functioneren als buffer om het complexe systeem van vraag en aanbod, pieken en dalen op het elektriciteitsnet onder controle te houden, van elektrische auto’s tot omliggende huishoudens en bedrijven.'

INTERNATIONALE SAMENWERKING VOOR INSPIRATIE

Vanwege de internationale samenwerking had SEEV4-City vijf jaar lang een educatief en inspirerend karakter. 'Steeds meer steden in Europa werken aan duurzame mobiliteit en de technische mogelijkheden voor slimme laadinfrastructuur', vertelt projectleider Mark van Wees. ‘Kijken we naar de internationale pilots, dan zien we steden met uiteenlopende situaties, niveaus en regelgevingen. Juist door die diversiteit in context kon een breder spectrum aan innovaties worden onderzocht.'

‘Kennis over de pilots werd open tussen de steden gedeeld', vertelt Renée Heller, lector Energie en Innovatie en betrokken bij het onderzoek sinds de opstart. 'Niet alleen over technische innovaties, ook over methodiek, handel op de elektriciteitsmarkt en beleid. Dat werd gedaan door middel van workshops, webinars, publicaties. Bovendien konden we zo een completer pakket informatie doorvoeren in ons onderwijs. We hebben minors, onderwijs- en transitiemodules ontwikkeld, zodat studenten actief mee konden doen middels data-analyses en experimenten met nieuwe businessmodellen.’

'Het is voor onderzoekers inspirerend en motiverend om samen te werken met collega-onderzoekers die met ons de mondiale doelstellingen en persoonlijke ambities delen', stellen Van Wees en Warmerdam. 'We staan nog maar aan het begin van elektrisch vervoer, en daarmee het opladen van elektrische voertuigen in Nederland. Dus de kennis en ervaring die bij deze pilots zijn opgedaan, gaan in de toekomst nog veel toegepast worden!'

INTERNATIONALE PARTNERS VAN SEEV4-CITY

SEEV4-City is een Europees project en een samenwerking tussen de Hogeschool van Amsterdam, de Gemeente Amsterdam, Johan Cruijff ArenA, Katholieke Universiteit Leuven, Avere, Polis, Cenex, stichting Cenex Nederland, Leicester City Council, University of Northumbria University, Amsterdam Energy ArenA en Oslo Kommune. Het project is gefinancierd door het Interreg North Sea Region Programme 2014 - 2020 .

HVA-ONDERZOEKERS VAN SEEV4-CITY

Renée Heller, Mark van Wees, Jos Warmerdam, Pieter Bons, Robert van den Hoed, Aymeric Buatois, Britt Broekhaus, Pieter Lommers, Bronia Jablonska, Hugo Niesing, Ramesh Prateek, Janna Boonstra, Gieta Inderdjiet.

Meer informatie

Website SEEV4-City
Centre of Expertise Urban Technology
Lectoraat Energie en innovatie
Twitter, LinkedIn & Facebook

Jochem Kootstra's picture #Energy
Liza Verheijke, Community Manager at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Boost to AI in Amsterdam with new AUAS Centre Of Expertise

Featured image

The AUAS Expertise Centre Applied Artificial Intelligence has become a Centre of Expertise (CoE) with effect from 1 February 2021. The Executive Board of the Amsterdam University of Applied Sciences (AUAS) reached a positive decision on this. The AUAS is the first knowledge institution in the Netherlands to create a CoE on Applied AI. This will give a major boost to knowledge on applied Artificial Intelligence (AI) in the Amsterdam region.

The transformation into a CoE is a great recognition of the importance of practice-based research and education in applied Artificial Intelligence, which the AUAS carries out for organisations, students and its own staff within all faculties and study programmes. With the Centre of Expertise, the AUAS occupies an important position in the regional and national AI ecosystem. This involves the development of applicable knowledge and training courses and the training of the AI developers and users of the future.

The first Centres of Expertise were launched in 2011 as an important innovation in vocational and higher professional education. They work in co-creation – with education, research, the business community and public organisations – on social solutions that have a positive impact. This includes a value-based approach, and inclusion is a core value: everyone who has something to contribute should be able to participate. Based on current issues in the Amsterdam region, the AUAS has clustered its research and education in several CoEs, with each theme linked to a social or metropolitan theme that is important to Amsterdam.

COE FOCUSES ON INCLUSIVE, DIGITAL TRANSITION

Artificial Intelligence and Data Science permeate every aspect of society. Scientific developments in these areas occur at a rapid pace, and applications influence all sectors and professions – to a greater or lesser extent – for which training is provided by the Amsterdam University of Applied Sciences.

The Centre of Expertise Applied AI focuses on the meaningful application of AI technologies in a specific context (healthcare, accountancy, media, retail, etc.). Seven faculty labs work on innovation together within those areas of application in co-creation – with education, research, the business community and civil society organisations. The development and application of responsible and inclusive AI focuses on the user, and involves research into the impact of AI on the professional field and society. Among other things, this results in tools, instruments and training courses. In doing so, the AUAS is contributing to an inclusive digital transition.

See also: AUAS to help SMEs with digitalisation

Liza Verheijke's picture #DigitalCity