News
for you

Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

De HvA realiseert energiepositieve wijken door Europa

Featured image

Anderhalf jaar geleden kreeg Amsterdam een Europese subsidie voor het realiseren van een energiepositieve wijk (‘positive energy district’, ofwel PED) in hun stad. De Buiksloterham PED werd geboren. Onder leiding van Centres of Expertise Urban Technology (CoE Urban Tech) en Urban Governance and Social Innovation (CoE UGSI) van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) werken onderzoekers vijf jaar lang aan deze nieuwe buurt, waar het energieverbruik gedekt moet worden door duurzame energie opgewekt in de buurt zelf. Waar staan we nu binnen dit Europese project, genaamd ATELIER, en welke kennis is er al opgedaan voor Europees belang?

Terwijl in Buiksloterham in Amsterdam-Noord de eerste steen is gelegd, zijn HvA-onderzoekers bezig met verschillende activiteiten in het project. De onderzoekers van CoE UGSI werken aan het vormgeven van het concept ‘energy citizenship’ en zullen de toekomstige bewoners van de PED betrekken in het onderzoek. Ook is een start gemaakt met het opzetten van PED Innovatieateliers binnen acht samenwerkende steden, verspreid over Europa. Elke stad richt een lokaal PED Innovatieatelier op voor de wijk. Dit lokale innovatie-ecosysteem tast samen de slimme oplossingen af op de lokale situatie, en het evalueert en ondersteunt de implementatie om het gebruik van PEDs in de stad te versnellen.

Next level samenwerken

Vanuit het perspectief van CoE UGSI, waar ze al veel ervaring hebben met multidisciplinair werken, is ATELIER next level samenwerken, vertelt Marije Poel, onderzoeker bij CoE UGSI. ‘Je ziet dat we echt goed van elkaar moeten begrijpen welke aspecten van een PED met elkaar te maken hebben en waarom: wat hebben bewoners nodig om straks te wonen in een energiepositieve wijk, zijn er technologische innovaties die vragen om nieuwe vaardigheden of kennis en gedrag van bewoners, en zal dit andere duurzamere gewoontes stimuleren? We weten nu na 1,5 jaar nog beter wat we vanuit de meer sociale kant willen en kunnen onderzoeken, en hoe dat ingrijpt op het gehele project. En daarmee ook hoe we het project straks willen evalueren op sociaal maatschappelijke impact.’

CoE Urban Tech richt zich onder andere op de impact-assessment door modellering van het energiesysteem. Zijn de PED-demonstratieprojecten echt energiepositief? Renée Heller, Lector Energie en Innovatie: ‘Wij werken aan de modellering van de Amsterdamse pilot en zijn complexe context. Daarnaast onderzoeken wij mogelijke toekomstige optimalisaties. Met studenten van onze minor Energiepositieve stad hebben we de eerste ideeën verkend over PEDs voor andere delen van Amsterdam-Noord waar geen ‘greenfield’ is (bij greenfield-projecten begin je met een volledig onontwikkeld gebied). De uitdaging is om het concept op te schalen naar zowel ‘brownfield’-situaties (gebieden die al enige ontwikkelingen hebben doorgemaakt) als andere steden.’

Europese samenwerking

Amsterdam werkt nauw samen met de Spaanse stad Bilbao (Lighthouse Cities), waar een vergelijkbare wijk als Buiksloterham wordt gebouwd. De andere betrokken steden (Fellow Cities) zijn Bratislava, Boedapest, Kopenhagen, Krakau, Matosinhos en Riga. Zij gaan later met de opgedane kennis en ervaring aan de slag, omtrent de ontwikkelde innovaties en technieken. Sara Rueda Raya (FME ) organiseert deze samenwerking: ‘De Fellow Cities zetten zich hard in voor het project; elke betrokken stad was aanwezig bij de eerste twee peer2peer-sessies. Het is echter moeilijk om sommige steden actief te laten deelnemen aan discussies en gesprekken. Ik voel enige afstand tussen bepaalde steden, wat te maken kan hebben met de taalbarrière. We moeten daarom verder werken aan community-building.’

Studenten betrokken en trainingen in ontwikkeling

De komende tijd ondersteunen studenten van de Universiteit van Utrecht het ATELIER-team door middel van een student consultancy-project over de PED Innovatieateliers. Daarnaast zijn er ook seminars en trainingen in ontwikkeling die aan de Fellow Cities gegeven zullen worden. Tenslotte is de HvA ook verantwoordelijk voor de evaluatie van de activiteiten en het project als geheel.

ATELIER is met haar inhoudelijke en organisatorische complexiteit en multidisciplinariteit een grote uitdaging, vertelt projectleider Mark van Wees. ‘Zeker omdat we als HvA overal de innovatie opzoeken. Soms denk ik dat we teveel hooi op onze vork nemen, maar meestal ben ik erg tevreden over het enthousiasme van ons HvA-team en de inbreng die we daarmee in het project hebben. De komende periode moeten we het ook echt gaan waarmaken.’

Meer informatie

Bij CoE Urban Tech zijn Renée Heller, Karen Williams, Rick Wolbertus, Viktoria Balla-Kamper, Shakila Dhauntal, en Mark van Wees betrokken. Het CoE UGSI-team bestaat uit Marije Poel, Beatriz Pineda Revilla, Loes Cremers, Stan Majoor, Willem van Winden, en Sara Rueda Raya.

Jochem Kootstra's picture #Energy
Amsterdam Smart City, Connector of opportunities at Amsterdam Smart City, posted

DRIFT and Amsterdam Smart City find each other in partnership

Featured image

Research institute DRIFT, the Amsterdam Economic Board and Amsterdam Smart City have been working together for some time now. So it only seemed logical to make this union structural.

DRIFT develops and shares transition knowledge with innovative methods and academic training sessions and gets involved in the public debate. ‘Both at DRIFT and within the network of Amsterdam Smart City, we see opportunities and the necessity to change towards a sustainable society. We are happy to enrich this network with our specific knowledge and experience. But also to learn how to shape these kind of new collaborations. The open, learning approach really appeals to us,’ says Gijs Diercks, senior researcher and advisor at DRIFT.

Leonie van de Beuken: 'We are very happy that DRIFT is structurally committed to the Amsterdam Smart City network. We share a passion for empowering others to actively engage in transitions. From residents to entrepreneurs to governments. This way we can achieve tangible results. The knowledge and experience that DRIFT brings in this area is a wonderful addition to our network.'

Wicked Problems; the underlying barriers within transitions

For some time DRIFT has already been part of the team with partners that is developing an approach to tackle so-called 'wicked problems' better together. An approach aimed at revealing and breaking down underlying barriers within transitions. We use new methods for this and connect what we encounter in the implementation with the strategic level.

Picture credit: Edwin Weers

Amsterdam Smart City's picture #CircularCity
Amsterdam Smart City, Connector of opportunities at Amsterdam Smart City, posted

Meet the speakers of Data Dilemma’s event: “Measuring the Circular Economy”

Featured image

A tool that gives strategic insights in the materials that are being used in the city and how we use them. That’s what the Monitor Circular Economy - created by the city of Amsterdam - does. And it doesn’t stop there.

What we buy, build & throw away has significant social and environmental impact abroad. And since the city has adopted the Doughnut Economics framework, these impacts need to be quantified and addressed.

Introducing Our Speakers

We’re looking forward to discussing different ways to include this information in the data during this session with our three talented speakers on June 3rd, 16:00 - 17:15. It’s in English and (also) aimed at (inter)national city-to-city knowledge exchange & collaboration.

Jorren Bosga – City of Amsterdam
Jorren has quite recently begun working at the city of Amsterdam, but has quite a background in data science in sustainability and monitoring the impact of sustainability interventions. At the city of Amsterdam, he is now working on the development of their Circular Economy Monitor and dashboard.

Nina Lander Svendsen – PlanMiljø
Nina has a master in Political Sciences and is specialised in Environmental and Climate policies. Since she has joined consultancy platform PlanMiljø, she has worked on policy analyses and strategies for topics in the Circular Economy and UN Sustainability Goals, where she also focuses on monitoring systems.

Luc Alaerts – KU Leuven / Leuven 2030
Luc works at the KU Leuven in the department of Sustainable Material Management. He’s also part of the expert group of Leuven 2030, which is focused on making Leuven a climate neutral city. Luc works on the knowledge and monitoring of both sustainability pilots as well as evaluating and optimizing organisational practices.

Get your (free) ticket

Amsterdam Smart City's picture #CircularCity
Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Op zoek: duurzame binding met je buurt

Featured image

Interview met onderzoeker Anneke Treffers (HvA) over het belang van ‘buurtdragers’ om de binding met de buurt te versterken. Eindpublicatie toont resultaten van onderzoek naar de Couperusbuurt, Amsterdam Nieuw-West.

De Couperusbuurt: een multicultureel stadsdeel in Amsterdam Nieuw-West waar jong en oud samenkomen, maar ook kunnen botsen in opvattingen over wat hun buurt zowel prettig als onprettig maakt. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) deed binnen project Ontwikkelbuurten onderzoek naar het belang van ruimtelijke structuren, plekken en programma’s die de binding van bewoners met hun buurt duurzaam kunnen versterken. Ofwel: ‘buurtdragers’. Onderzoekers Ivan Nio, Anneke Treffers en lector Bouwtransformatie Frank Suurenbroek presenteren na ruim twee jaar onderzoek de bevindingen.

De Nederlandstalige muziek van Café Content nabij de Couperusbuurt is eindelijk weer te horen nu de terrassen na lockdown open zijn. Vooral bewoners van het eerste uur komen hier regelmatig samen en dat is tekenend voor de buurt. Het is een voorbeeld van een ‘buurtdrager’ die samenhang en herkenbaarheid biedt, de leefbaarheid versterkt en de buurtbetrokkenheid van bewoners vergroot. Denk ook aan parkjes, hoven, portieken, winkelstrips en andere voorzieningen en faciliteiten in de nabijheid van de eigen woning.

Stedelijke vernieuwing in de Couperusbuurt

Maar niet elke buurtdrager is een voorziening voor iedereen. De Couperusbuurt kenmerkt zich als divers: jong en oud, multicultureel; maar de omgang met de verschillende groepen is laag. Daarnaast kent de buurt ook hardnekkige sociale problemen, waaronder een combinatie van een laag opleidingsniveau, een laag inkomen en een hoge werkloosheid. De veelal portiekwoningen, herkenbaar aan de typerende hovenstructuur van deze na-oorlogse wijk, zijn er erg klein, als gevolg van versnelde bouw na de Tweede Wereldoorlog. Nu anno 2021 wonen in deze kleine woningen een diversiteit aan bewoners en dat levert spanningen op.


Voorbeelden van buurtdragers.

Maar er is hoop: de Couperusbuurt verwacht stedelijke vernieuwing en staat voor een nieuwe opgave de binding met de buurt en bewoners te versterken. ‘Dan is het nodig om de buurt in te gaan, te ervaren en de bewoners te spreken’, vertelt onderzoekster Treffers. ‘Niet iedereen staat te springen om vernieuwing. Wanneer je een goed overzicht hebt van hoe de buurt individueel beleefd wordt in relatie tot al bestaande buurtdragers, dan kun je pas gaan nadenken over fysieke ingrepen en investeringen die de leefbaarheid en de betrokkenheid bij de buurt kunnen verbeteren.’

Angst bij ouderen

Vooral bij ouderen heerst de angst dat het ‘dorpse gevoel’ door mogelijke ingrepen zou verdwijnen, vertelt Treffers. ‘Ze maken zich druk om de dagelijkse problematiek als grote hopen afval, geluidsoverlast en veiligheid; er zijn hangjongeren en spanningen tussen buren onderling. Maar ook nieuwe bewoners kennen een eigen soort ‘ongeduld’, meer gericht op de toekomst. Kort door de bocht gezegd verwelkomen zij zo snel mogelijk een Starbucks met latte macchiato's.’ En ook door observaties hoe mensen hun woonomgeving gebruiken, komt veel aan het licht: ‘We zien grote stenen pleinen zonder enkele functie, geen kind dat daar speelt. Net als tuinstoelen in het park door een gemis aan bankjes. Zijn die er wel, dan hebben die vaak geen rugleuning; wat moeten ouderen daarmee?’


Voorbeelden van dagelijkse problematiek.

Van persoonlijke kaarten naar kansenkaart

De interviews en observaties omtrent bestaande buurtdragers zijn per doelgroep vertaald naar persoonlijke kaarten als een mindmap van de buurt, met daarop gevisualiseerd: routes, locatie van vrienden en familie, positieve en negatieve plekken, dagelijkse voorzieningen en horeca en recreatie. Treffers: ‘Wanneer je die kaarten over elkaar heen legt, zie je al snel de overlappende pijnpunten (vuil, geluidsoverlast, verstening), evenals de plekken met potentie. Met name de Couperusstraat biedt kansen, die loopt dwars door de buurt en kan als drager van de buurt gaan functioneren.’


Persoonlijke kaart en kansenkaart - verbinding met de Couperusstraat.

In de eindpublicatie staan aanbevelingen voor gemeente en woningbouwcorporaties hoe de Couperusstraat bestaande en nieuwe buurtdragers aan elkaar kan verbinden. Zo kunnen alle groepen elkaar sneller kruisen, stelt Treffers. ‘Sociale cohesie in de buurt is misschien te hoog gegrepen, maar we kunnen wel publieke familiariteit realiseren. Wat dat is? We zagen iedere dag om 19.00 uur een aantal vrouwen van Turkse komaf op hetzelfde bankje in het park. Elke dag, op hetzelfde moment, kwam een man van in de 70 zijn hond daar uitlaten en maakte een kort praatje. Twee werelden die elkaar doorgaans niet snel ontmoeten in de Couperusbuurt. Die kortstondige ontmoetingen zonder verdere verplichtingen (publieke familiariteit) zorgen voor meer verbinding; zowel sociaal als fysiek.’

LEES DE EINDPUBLICATIE: BUURTDRAGERS IN DE COUPERUSBUURT

Meer informatie

Het project is de eerste verkenning in een langlopend onderzoek naar buurtdragers. Het vormt een waardevolle input voor de planvorming in de ontwikkelbuurten. Het onderzoek is vooral ook een middel om in nadere dialoog met gemeente en corporaties te verkennen naar wat voor soort buurtdragers we eigenlijk op zoek zijn. En waar zouden gemeente en corporaties maar ook andere partijen in moeten investeren in de buurt
Kijk voor meer informatie: projecten Buurtdragers en Ontwikkelbuurten.

Jochem Kootstra's picture #Citizens&Living
Herman van den Bosch, professor in management development , posted

How plastics became a perfect example of the take-make-waste economy

Featured image

Every year, more than 300 million tons of plastic are produced worldwide, half of which are for single use. Only 10% of all plastics are made from recycled material. Their production contributes to greenhouse gas emissions and plastic waste threats our health.

It could have been otherwise, and it still can as plastics are versatile materials which can be valuable parts of a circular economy.

Unilever leads the way in integrating plastics in a circular economy. Better late than never. The company currently produces 700,000 tons of plastic packaging and it intends reducing this massive quantity by a not-very impressive 100,000 tons in 2025. Moreover, the company wants that all its plastic packaging becomes recyclable, compostable of reusable, and that at least 25% recycled plastic is used in the production of new plastic.

Easier said than done

Recycling is easier said than done. Preventing plastics from entering nature requires a labor-intensive and costly system for collecting and separating waste and technology for high-quality recycling of the collected plastic waste. New machines limit this unattractive work thanks to artificial intelligence. They are able to separate 20 different types of plastics. But consumers must be willing to collect used plastics first.

One of the biggest hurdles in recycling plastics is its pollution, for instance because of added dyes. The Dutch company Ioniqa (now part of Unilever) can chemically reduce PET waste to virgin PET. Large plastic users like Coca-Cola intent to co-operate with Ioniqa. This video shows how chemical recycling works.

Reusable high-quality products

If plastic had been designed for a circular economy from the start, the emphasis would undoubtedly have been on reusable high-quality products, in combination with substantial deposits. Together with Coca-Cola, Proctor & Gamble, Nestlé, Unilever has joined Loop, a platform that develops refillable packaging. Supermarkets that deliver products at home can easily include them in their range. This video shows how the system works.

The ultimate solution

What about using sustainable raw materials like biomass? Unfortunately, biomass from reliable sources is becoming increasingly scarce. Moreover, most bio-based plastics are not biodegradable. If they end up in litter, the effects are as harmful as those of other plastics. Some types of biobased plastics are compostable and might be thrown in the green waste. However, expecting consumers to be able to discern which are and which are not is too much to ask.

Biologically degradable plastics are the ultimate solution. These are biobased materials, which are safely broken down in nature in short time. PHA for example. Unfortunately, years of research have not yet resulted in any viable application.

Ban some types of plastic

A recently opened pilot factory in Almere that cycles plastic waste that otherwise would be burned is a promising step. However, the collection of plastic waste is still inadequate, and a large proportion ends up in nature as visual litter and returns to our food chain as toxic plastic soup. This applies in particular to plastic bags, cups, trays for snacks and soft drinks bottles without a deposit. A ban seems to be the only way-out awaiting a solid system of reuse based on substantial deposits and an advanced system of waste collection and separation and subsequent high-level reuse.

I will regularly share with you ‘snapshots’ of the challenges of us, earthlings, to bring social and ecological cities closer using technology if helpful. These posts represent findings, updates, and supplements of my e-book Humane cities. Always humane. Smart if helpful. The English version of this book can be downloaded for free below.

Herman van den Bosch's picture #CircularCity
Karolina Sawicka, Business Developer & Innovator at Spatial Experience, posted

Coliving Awards Winners announced, and there are a few from Amsterdam!

Featured image

On Thursday 6th of May, 2021, Coliving Awards, the first-ever ceremony dedicated to highlighting key innovators and ideas in the coliving industry, hosted final ceremony and revealed the winners in 11 categories. Among the awarded projects, there are a few also from Amsterdam!

Coliving Insights partnered up with Coliving Awards to co-create a Special Edition highlighting the winners, finalists, honourable mentions, jury panel, partners and other contributors of the first edition of the Coliving Awards, and diving into the reasons behind the success of each project as well as showcases the best practices of the sector.  You can learn more about the winners in the publication:
https://www.colivinginsights.com/publications/coliving-awards-special-edition-2021

Karolina Sawicka's picture #Citizens&Living
Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Klimaatkamer maakt onderzoek mogelijk bij -20 tot +60 graden

Featured image

HvA beschikt over een hands-on faciliteit voor praktijkgericht onderzoek naar materiaaleigenschappen

De eerste onderzoeks- en onderwijsactiviteiten zijn gestart in de nieuwe klimaatkamer van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). In deze faciliteit kunnen studenten en docenten materialen testen onder extreme klimaatomstandigheden, zoals isolatiepanelen van zeewier en speciale straatstenen. Zo komen zij meer te weten over bijvoorbeeld het verouderingsproces en de thermische eigenschappen. ‘Wij konden onderzoek doen tijdens zeldzaam warme dagen zonder daar een hele zomer op te hoeven wachten.’

Nog nooit gehoord van een klimaatkamer? ‘Denk aan een grote vriescel die je ook kunt verwarmen’, legt beheerder Dirk Hekman uit. ‘Onze kamer van de HvA, Faculteit Techniek, is twee bij drie meter groot. De temperatuur gaat van – 20 tot + 60 graden. Ook de luchtvochtigheid is in te stellen. In de kamer past apparatuur voor proefopstellingen. Studenten en HvA-medewerkers kunnen er eigenschappen testen van systemen en materialen onder verschillende weersomstandigheden. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan vormbehoud, rendement en slijtage.’

Next level experimenten

De eerste studenten en onderzoekers hebben de klimaatkamer inmiddels in gebruik genomen. Zoals een groep afstudeerders van de opleiding Built Environment. Zij onderzoeken de technische kwaliteiten van ecologische bouwmaterialen. Wat is de isolerende werking van een zeewierpaneel? Dirk Hekman: ‘Next level is dat we proeven gaan combineren. Door bijvoorbeeld brandstofcellen in de klimaatkamer te plaatsen zodat we kunnen experimenteren met deze technologie onder verschillende omstandigheden. Zo is bij de waterstofauto van Clean Mobility van de Faculteit Techniek gebleken dat prestaties teruglopen bij hoge temperaturen. De klimaatkamer biedt de mogelijkheid dit verder te onderzoeken.’


Onderzoek met zeewier-isolatieplaten in de klimaatkamer.

Onderzoek naar de ZOAK

Onderzoekers van Centre of Expertise Urban Technology onderzochten met student Tim Friso Lodewijk (Minor Klimaatbestendige stad) en ondernemer Rob Alards van TilesystemX (productiebedrijf klimaat adaptieve oplossingen) de eigenschappen van een waterdoorlaatbare klinker, de ZOAK. ‘Dit nieuw ontwikkeld hybride systeem kan regenwater opslaan wat verkoelend werkt tijdens warme periodes’, aldus Alards. De proefopstelling in de klimaatkamer moest bewijzen of dit ook echt zo werkt.

Student Lodewijk: ‘We hebben in de klimaatkamer bekeken hoe de klinker voor verkoeling kan zorgen tijdens warme dagen/nachten en wat verschillende luchtvochtigheden met het verdampingsproces doen. Het opstellen ging goed, alleen hadden we extra tijd nodig omdat er dingen fout gingen. Dus een tip is om eerst de hele opstelling al een keer te testen voor je deze opbouwt in de klimaatkamer. Dan haal je direct de juiste informatie en data op.’


De klimaatkamer in gebruik door studenten.

Toegepaste techniek

De klimaatkamer is geselecteerd door de studio Straat van de Toekomst van de Faculteit Techniek. Voormalig kwartiermaker van de studio, Bart Kramer-Segers: ‘Het is een mooi voorbeeld van toegepaste techniek. De kamer biedt hands-on faciliteiten die goed passen bij het praktijkgerichte onderzoek van hbo’s. Er zijn verschillende soorten klimaatkamers, van klein en eenvoudig tot high-end. Wij wilden een breed inzetbaar instapmodel om te leren ‘klimaatkameren’. ’

Interesse in de klimaatkamer?

De klimaatkamer is beschikbaar voor studenten, onderzoekers en docenten. Neem voor informatie over de voorwaarden, mogelijkheden en planning contact op met Dirk Hekman: d.i.hekman@hva.nl

Meer informatie:

Jochem Kootstra's picture #CircularCity
Eline Meijer, Communication Specialist , posted

Metropolitan Mobility Podcast | Why are Milan's children playing on the street again? 

Featured image

Demetrio Scopelliti (Director of Urban Planning and Public Space, city of Milan) speaks with Geert Kloppenburg and Chris Bruntlett (Dutch Cycling Embassy) about the Piazze Aperte and Strate Aperte Plan that changed the streets and squares of Milan.

In the podcast they talk about:
• How introducing a ping pong table brings people together;
• How you (urban) plan for the unexpected;
• How the city of Milan built 60 kilometers of cycling track in a year.

And see a short video of the project

Interested in more best practices in EU cities? Register here for the Celebrating Cycling Cities event 1st of June, with Stientje van Veldhoven and Frans Timmermans!

Eline Meijer's picture #Citizens&Living
Anouk van der Laan, Marketing Manager at Check Technologies B.V., posted

Check start met belonen correct parkeren deelscooter

Featured image

Elektrische deelscooter aanbieder Check introduceert vandaag als eerste aanbieder in Nederland een omvangrijk beloningsprogramma om correct gebruik van haar deelscooters te stimuleren. Alle gebruikers van Check doen automatisch mee en sparen vanaf vandaag op verschillende manieren voor gratis ritten. Een van de manieren om beloond te worden is het netjes parkeren van een deelscooter. Op die manier stimuleert Check haar gebruikers om op een verantwoorde manier om te gaan met de publieke ruimte. Dit draagt bij aan de uiteindelijke missie van Check - het leefbaarder maken van steden.

Gebruikers verdienen Coins met netjes parkeren
Het beloningssprogramma heet Coins en heeft een simpele structuur. Alle gebruikers doen automatisch mee en kunnen op verschillende manieren Coins verdienen. Bij 10 Coins krijgen ze de volgende rit gratis. Een van de manieren om een Coin te verdienen is door een positieve parkeerbeoordeling te ontvangen. Iedere gebruiker beoordeelt hoe de scooter door de vorige gebruiker is achtergelaten. Bij een positieve beoordeling ontvangt de vorige gebruiker een Coin. Met deze aanmoediging loont het voor gebruikers om na te denken over hun parkeergedrag en de scooter netjes achter laten. Er wordt niet alleen beloond. Als een gebruiker in een bepaalde periode drie keer een negatieve beoordeling heeft ontvangen volgt een tijdelijke blokkade van het platform.

Check investeert in gebruikers en niet-gebruikers
Gebruikers kunnen elkaar dus een beloning toekennen. Toch is Check niet bang voor hoog oplopende kosten. Paul van Merrienboer, mede-oprichter van Check, is juist blij als het programma op grote schaal wordt gebruikt: “Ons doel is om de makkelijkste weg door de stad aan te bieden. Niet alleen voor gebruikers van onze dienst maar voor álle inwoners van de stad. We bieden pas een echt duurzame oplossing als we met onze gebruikers extra oog hebben voor de schaarse publieke ruimte. We willen probleemloos integreren in steden en zien deze beloning als een investering in de toekomst.”

Een aanmoediging voor duurzame mobiliteit
Ook op andere manieren kunnen gebruikers Coins verdienen, bijvoorbeeld door het maken van een rit langer dan 10 minuten. Onderzoek door de gemeente Rotterdam wijst uit dat 23% van de deelscooterritten in 2020 een autorit verving. Om deze overgang verder aan te moedigen heeft Check eerder al een starttarief ingevoerd op iedere rit. Hierdoor zijn zeer korte ritten relatief duur. Vanaf vandaag worden langere ritten dus ook beloond met extra Coins. Hierdoor wil Check haar gebruikers stimuleren om nog vaker de auto te laten staan. Ook wil Check middels Coins de omloopsnelheid van deelscooters die lang stil staan vergroten. Door een lang stilstaande scooter te gebruiken ontvangen gebruikers Coins. Op deze manier wordt overlast voorkomen.

Zelf ontwikkelde technologie als oplossing
Check heeft het programma in korte tijd weten te ontwikkelen en implementeren. Marco Knitel, mede-oprichter van Check, licht toe: ‘We zien de urgentie van het probleem en omdat we ons platform zelf hebben gebouwd, waren we in staat het programma snel te ontwikkelen.’ In het ontwerpen van de oplossing zijn keuzes gemaakt waar Check trouw blijft aan haar belofte: de makkelijkste weg door de stad aanbieden. Knitel: ‘We willen zo min mogelijk verplichte schermen hebben tijdens het boeken van een rit. Dat proces moet intuïtief, snel en makkelijk zijn.’ Om deze reden is het niet verplicht om een geparkeerde scooter te beoordelen. Het gaat erom dat gebruikers leren herkennen wanneer er sprake is van een goed- of fout geparkeerde scooter en elkaar er in die gevallen op aanspreken.

Anouk van der Laan's picture #Mobility
Manon Oolders, posted

The Netherlands’ first plastic waste recycling plant is in Almere

Featured image

Green Plastic Factory: a solution for hard to recycle plastic

The Green Plastic Factory in Almere has been officially opened on 29 April 2021. The factory emerged from an innovation partnership between the Municipality of Almere, Save Plastics, a circular company, and the Interreg TRANSFORM-CE project. It is a solution to transform single use plastic from local waste stream into new valuable products. Visit the video of the making-off. 

Why is this a solution for low-grade plastic?

High-grade plastic, familiar to many in the form of PET bottles, is relatively easy to recycle. But about half of all the plastic in the Netherlands is low-grade plastic that consists of various types of plastic that are hard to separate properly and are often very dirty. In the Netherlands, this plastic is usually incinerated. A real shame, says the Municipality of Almere. The town’s Alderman for Sustainability, Jan Hoek, says that “Almere takes the circular economy very seriously and the Municipality plays an active role. In 2018, we started looking for an entrepreneur to start a plastic processing factory in our town. Our idea was that items for the public space could be produced from hard to recycle plastic waste from households in Almere. We could then buy items such as river bank protection, lamp posts and benches and use them in our town. We would then close the loop and create a local circular economy for  plastic waste. We have come a long way and are thrilled that the factory can now be opened.”

How the Municipality and the businesses work together

As part of being the solution to re-use plastic from local waste stream, the Municipality not only supplies the collected materials, but also buys the products that are made from it. This guaranteed procurement is helping get the initiative off the ground and is made possible by a relatively new method of tendering called the Innovation  Partnership. This is a collaboration in which the client and the supplier start collaborating at an early stage without knowing up front what will happen. This tendering process can be used to buy products that are not yet on the market or do not yet meet the required quality standards. It allows the Municipality and businesses to work on innovations, and the products that emerge from the development cycle can then be purchased by the Municipality. The Innovation Partnership includes partners in both the Netherlands and Europe (see below).

The Green Plastic Factory

The Green Plastic Factory, located in an industrial zone called the Vaart in Almere, is a pilot factory that is starting small scale production. The factory is scalable and its capacity can be adapted to meet increasing demand. It is not only used by Save Plastics to manufacture items from recycled plastic, but is also used to process the collected plastic. This dual purpose is new for the recycling industry and it could serve as an example for other cities in the Netherlands and in Europe. Visit saveplastics.nl for Dutch information.

‘Save-tasta’ tiny house at the Floriade

The Green Plastic Factory products will also be displayed at the horticultural expo, the Floriade 2022. They will include benches, decking and fences. There will also be a prototype of the ‘save-tasta’ tiny house. The house symbolises the enormous potential of recycled plastic waste. The modular building blocks for the house are produced in the Green Plastic Factory. The 20 m² prototype contains 7,482 kg of plastic waste. This equates to about five million sandwich bags. By recycling instead of incinerating, 7,419 kg of CO2 emissions are saved. This equates to driving 62,352 km in a car. The prototype can be seen at the Floriade from April 2022.

What is the next step?

In the ideal scenario all stakeholders have a circular mindset: companies, government, educational organizations and residents. The first step is relatively easy: mobilizing the frontrunners. The next step is going to be harder: mobilizing the masses.

What can other cities learn from your project?

We make the circular and upcycling process visible and tangible. Our initiative thrives on the collaboration with education and circular entrepreneurs - together, we take steps towards a circular future.

Who initiated the project and which organizations are involved?

The Green Plastic Factory in Almere is an initiative of the Municipality of Almere and is supported by Dutch project partners – the Province of Flevoland, Cirwinn and the Utrecht University of Applied Science – and European project partners. The latter partners are members of the TRANSFORM-CE project of the Interreg North West Europe programme that is part of the European Regional Development Fund (EFRD).

More information?

For interviews, tours or technical questions, please contact Bram Peters, Director of Save Plastics on +31 (0)6 53 15 29 26 or at bram@saveplastics.nl

For more information about the project and the role of the municipality of Almere, please contact Johan Luiks, jluiks@almere.nl

Follow us on linked-in and twitter @transform_ce

#CircularCity
Eline Meijer, Communication Specialist , posted

Metropolitan Mobility Podcast | Barcelona Superblocks!

Featured image

How did Poblenou in Barcelona turn into a green oasis? Superblocks!

“I think it is impossible to be against Superblocks.” Silvia Casorran (Deputy Chief Architect at the Barcelona City Council) and Patrick Kappert (member of neighbourhood organisation Collective Superblock Poblenou) speak with Geert Kloppenburg about the Superblocks of Barcelona. They discuss:

- How the Superblocks started
- Why everyone is talking about Superblocks
- How living in a Superblock changed their lives

Listen here

Interested in more best practices in EU cities? Register here for the Celebrating Cycling Cities event 1st of June, with a.o. Stientje van Veldhoven en Frans Timmermans!

Eline Meijer's picture #Citizens&Living
Merel A, Communicatieadviseur at Gemeente Amsterdam, posted

Draag bij aan de ontwikkeling van één uniforme data standaard voor mobiliteit (CDS-M)

Featured image

Overheden gebruiken data van mobiliteitsaanbieders om te monitoren, te leren en de openbare ruimte te beheren. Mobiliteit stopt niet bij de gemeentegrenzen, maar er bestaat nog geen uniforme standaard voor de uitwisseling van die data. Verschillende overheden stellen verschillende eisen aan de mobiliteitsaanbieders.

Eén data standaard: effectiever én efficiënter
Eén CDS-M (City Data Standaard - Mobiliteit) geeft overheden meer inzicht in het gebruik van (deel)mobiliteit. Zo kunnen ze bijvoorbeeld over gemeentegrenzen heen leren. Maar CDS-M vergoot ook het inzicht op het gebruik van (deel)mobiliteit en de mogelijke effecten in de openbare ruimte, zoals bereikbaarheid en leefbaarheid. CDS-M is een middel voor beleidsontwikkeling, beleids(bij)sturing en beleidsverbetering.

De G5 hebben een eerste versie van de CDS-M ontwikkeld. Vanaf juni 2021 wordt die versie in een werkgroep toegepast, getest en doorontwikkeld tot de CDS-M in Nederland.

Geef je op voor de werkgroep
Ben je een jurist, governance expert, data analist, security expert of denk je op een andere manier bij te kunnen dragen aan de doorontwikkeling van één uniforme data standaard voor mobiliteit?  Geef je dan op voor de werkgroep via cds-m@amsterdam.nl

#Mobility
Jochem Kootstra, Lecturer at Amsterdam University of Applied Sciences, posted

Datacentra-restwarmte voor de buren

Featured image

De eindresultaten van twee jaar onderzoek naar het gebruik van datacentra-restwarmte in een collectief warmte- en koudenet in mixed-use gebied Amstel III.

Een transformatie van bedrijventerrein naar woon-werkgebied met recreatieve functies, Amstel III in Amsterdam Zuidoost is een gebied volop in beweging. En met een extra opgave: de gebouwen moeten voor hun verwarming op den duur volledig van het gas af. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzocht binnen project RiRa: Amstel III de technische mogelijkheden voor gebruik van restwarmte van datacentra als duurzaam alternatief. ‘Maar andere factoren zoals samenwerking en economische levensvatbaarheid zijn net zo belangrijk om verduurzaming in transitiegebieden te laten slagen’, aldus projectmanager Felia Boerwinkel. Na ruim twee jaar onderzoek presenteert zij de eindresultaten.

Een terrein dat een metamorfose ondergaat zoals Amstel III lijkt een uitgelezen kans om op gebiedsniveau te verduurzamen en CO2-uitstoot te verlagen. Maar zulke transitiegebieden moeten niet verward worden met nieuwbouw, vertelt Boerwinkel. ‘Bij nieuwbouw begin je als het ware met een schone lei, in een transitiegebied heb je te maken met al bestaande vastgoedeigenaren, huurders, nutsbedrijven en exploitanten van energienetwerken die je moet betrekken bij ontwikkelingen en beslissingen. Verduurzamen is geen lineair technisch proces, maar een complexe knoop van belangen met constant schuivende panelen. Een gebied in transitie vraagt om een aanpak die voortdurend kan en zelfs moet veranderen.’

Dynamisch en duurzaam transformeren

De HvA ging in gesprek met de stakeholders in Amstel III om de behoeften en wensen per stakeholder in kaart te brengen en te kijken waar partijen elkaar kunnen vinden. Met als doel: een methode voor het realiseren van een collectief warmte- en koudenet. De HvA ontwikkelde samen met partners Equinix, Huygen, Greenvis, Villa Ville en Escoplan een gedragen aanpak om restwarmte van de datacentra van Equinix te benutten bij verwarming van gebouwen in Amstel III. Een methode die aardgas als energiebron verleden tijd maakt.

De techniek | Lage temperatuurwarmte van datacentra

Een datacenter kan lage temperatuurwarmte leveren aan een groot aantal gebouwen. Het temperatuurniveau is met rond de 30c een goede brontemperatuur voor een warmtepomp die de warmte heel efficiënt opwaardeert naar 40c. Hiermee kunnen goed geïsoleerde gebouwen van warmte worden voorzien. Voor warm tapwater naar woningen zal de temperatuur nog wat hoger worden gemaakt. In combinatie met warmte- en koudeopslag in de bodem kan daarnaast ook koeling worden geleverd. Dat is nodig en wordt steeds vaker gebruikt in woningen, vanwege de inmiddels veel voorkomende hittegolven door klimaatverandering.

Extra voordeel: het warmtenet koppelt gebouwen aan elkaar, waardoor je de behoeften van het ene gebouw en het andere kan balanceren. Dan is een gebouw niet alleen afnemer van warmte, maar met zijn restproduct ook leverancier van koude. Tevens kan je pieken afvlakken, omdat niet elke gebruiker op hetzelfde moment op de dag tapwater nodig heeft. ‘Dat noemen we een smart grid, en moet je technisch en contractueel heel goed zien te regelen, zegt Renée Heller, lector Energie en innovatie aan de HvA. ‘Denk aan energy management systems, het ICT-systeem dat de energiestromen meet en regelt, zodat alle gebouwen de juiste warmte en koude krijgen.’

De techniek laten slagen in Amstel III vraagt om enige flexibiliteit, vertelt Boerwinkel. ‘Eerst zouden gebouwen gerenoveerd worden, daarna werd toch gekozen voor grootschalige transformatie met sloop-nieuwbouw. Dat veranderde een deel van de focus in het onderzoek, dat zich in eerste aanzet grotendeels op maatregelen voor retrofit zou richten. En niet alleen het gebied blijft zich continu ontwikkelen, hetzelfde geldt voor de belangen van stakeholders en externe randvoorwaarden zoals wet- en regelgeving.’

Toch is een gedragen aanpak mogelijk wanneer je beslissingsprocessen gedurende de gebiedsontwikkeling kan vergemakkelijken voor alle belanghebbenden. Zo heeft het team tools ontworpen die helpen bij de keuze voor technische oplossingen, organisatorische ontwerpkeuzes en passende businessmodellen in het kader van lokale collectieve verduurzaming. Boerwinkel: ‘De tools zijn te gebruiken in vergelijkbare transitiegebieden die collectieve oplossingen met lokale bronnen willen realiseren. De RiRa-aanpak is uiteraard niet één op één vertaalbaar naar andere projecten, maar de tools maken complexe processen wel navigeerbaar.’

Eindpublicatie

De inzichten en aanbevelingen van het project zijn gedeeld in de eindpublicatie RiRa – benutten datacenter restwarmte: casus Amstel III. De projectoutput is gericht aan potentiële initiatiefnemers in een collectief warmtesysteem: gemeenten, vastgoedeigenaren, projectontwikkelaars, netbeheerders, warmteleveranciers, adviseurs en coöperaties. Belangrijk is om met de stakeholders in gesprek te blijven gaan wanneer een gebied in ontwikkeling is, sluit Boerwinkel af. ‘Als iedereen op eigen houtje gaat verduurzamen, gaan we onze klimaatdoelstellingen niet halen; zo benutten we niet alle duurzame bronnen. Collectief kan je veel meer bereiken.’

Eindpublicatie:

RiRa – benutten datacenter restwarmte: casus Amstel III

Tools:

Afwegingskader
Afstemming warmtenet en vastgoed
Organisatie ontwerp bij open warmtenetten

Transitiethema Energy Transition

Project RiRa Amstel III is onderdeel van transitiethema Energy Transition van Centre of Expertise Urban Technology. Van slim laden tot duurzame opwekking van energie, databeheer en het opleiden van de ‘21st century engineer’, onderzoek binnen dit thema betreft het ontwerpen van technische interventies, met oog op organsiatorische, maatschappelijke en economische ontwikkelingen en impact. Het is één van de vier onderzoeksthema’s van Centre of Expertise Urban Technology.

Jochem Kootstra's picture #Energy
Sanne van Kempen, Marketing & Communications Specialist at Spectral, posted

Verbeterde energie-efficiëntie in kantoren door Merin & Spectral

Featured image

Sinds september 2018 werken vastgoedbelegger Merin en techbedrijf Spectral samen om de huurders van Merin een hoger comfortniveau te bieden tot een verbeterde energie-efficiëntie te komen. De pilotfase ging zo goed - huurders ervaren een beter klimaat en er werd 40% minder gas en 15% minder elektriciteit verbruikt - dat de twee partijen hun samenwerking nu opschalen naar 17 gebouwen.

Comfort is cruciaal
Het verminderen van de CO₂-uitstoot door kantoorgebouwen is een cruciaal onderdeel van de duurzaamheidsdoelstellingen van Merin. De grootste prioriteit is ervoor te zorgen dat het comfort van huurders tijdens dit proces wordt gehandhaafd. Door het plaatsen van extra sensoren die onder andere temperatuur en CO₂ meten, wordt het comfort in het hele gebouw gemonitord. Op basis van die data stuurt de software de klimaatinstallaties actief aan.

Hoe wordt er zoveel bespaard en waardoor wordt het comfort verhoogd?
Door het overnemen van de aansturing van de installaties met de active control-module. Slimme algoritmes optimaliseren het klimaat en voorkomen energieverspilling omdat gas- en elektriciteitsverbruik efficiënter worden. In het Smart Building Platform (SBP) van Spectral komen de beschikbare data(bronnen) van de gebouwen samen. Het platform biedt inzicht in de (duurzaamheids)prestaties voor gebouweigenaren. De software verrijkt die verbruiksdata met weersvoorspellingen, de bezettingsgraad en andere input. Met al deze data stuurt het platform de installaties in de gebouwen op een slimme manier aan en bespaart het elektriciteit en gas zonder kostbare ingrepen. Lees meer..

Sanne van Kempen's picture #Energy
Herman van den Bosch, professor in management development , posted

11 building blocks for the transition to sustainable energy

Featured image

In five consecutive blog posts, I have explored the opportunities and risks in the energy transition of carbon capturing and storage (CCS), biomass, geothermal energy, hydrogen, and nuclear energy, in addition to solar and wind. Find my conclusions below:

1. Sun and wind energy
I will feel most comfortable in a world deploying energy provided by sun and wind to reduce greenhouse gas emissions. This implies a huge transition, which, also brings significant benefits for an emerging sustainable economy.

2. Nuclear energy plants
Instead of opting for an expensive third-generation nuclear power plants, we better invest in the development of fourth generation nuclear energy plants, such as Thorium, or molten salt reactors. Their waste is limited, and they are inherently safe. These reactors could potentially replace outdated wind turbines and solar panels from 2040.

3. Using less
We must also continue using less energy, without undue expectations. After all, clean energy can potentially be abundantly available in the long term, although this is particularly relevant for developing countries.

4. Hydrogen energy
In addition to the use of solar and wind energy, I am opting for hydrogen. It will be used for heavy industry, to level discrepancies in the supply and demand of energy and as an additional provision for heating buildings and houses. The presence of a high-quality gas network is easing this choice. In addition, we use residual heat, biomass of reliable origin and we exploit geothermal energy where its long-term availability is assured.

5. Energy from the desert
By no means we are producing all necessary hydrogen gas ourselves. The expectation is realistic that after 2030 it will be produced in deserts and transported from there at a competitive price.

6. Wind turbines and solar panels
The North Sea and the IJsselmeer will become the most important places for the extraction of wind energy. Besides, solar panels are installed on roofs wherever possible. We care for our landscape and therefore critically consider places where ground-based solar panels can be installed and where wind turbines are not disturbing. Part of the wind energy is converted into hydrogen on site.

7. Capture and store CO2
It could easily last until 2040 before the import and production of hydrogen meets our needs. Therefore, we must continue to use (imported) gas for quite some time.  To prevent greenhouse gas emission, significant capacity to capture and store CO2 must be in place.

8. Gas and coal
Given the availability of temporary underground storage of CO2, premature shutting down our super-efficient gas and coal-fired power stations it is unnecessary capital destruction. They can remain in operation until the facilities for solar and wind energy generation are at the desired level and sufficient hydrogen gas is available.

9. Local energy
Energy co-operations facilitate the local use of locally produced energy, thus enabling lower prices, and limiting the expansion of the electricity grid. To this end, private and neighborhood storage of electricity is provided.

10. Biomass
Reliably collected biomass is deployed as raw material for the biochemical industry in the first place and can further be used for additional fueling of coal and gas-powered stations (with CO2 capture) and as local energy source for medium temperature district heating networks.

11. Take some time
Finally, we must take enough time to choose the best way to heat buildings and houses at neighborhood level. Getting off gas prematurely can induce wrong choices in the longer term. A gradual phasing out of gas heating will enable us to wait longer for the moment when hydrogen (gas) is available to replace the natural gas in neighborhoods where it is the best solution.

Herman van den Bosch's picture #Energy
Anonymous posted

Circulair Paviljoen maakt zich klaar voor de Floriade

Featured image

Circulair + Local maakt Circuloco en is een uniek samenwerkingsverband van gelijkgestemde ondernemers. Echte mouwopstropers die het publiek hun trots willen tonen. Doeners die samen een circulair clubhuis gaan bouwen en dit een waardevolle invulling gaan geven tijdens de zes maanden durende Floriade. Circuloco is een afspiegeling van lokaal, creatief en circulair ondernemerschap.

Circulair paviljoen
Het paviljoen ademt het circulaire verhaal. Zowel in uitstraling als in beleving. Materialen die vaak als afval worden beschouwd, krijgen hier een tweede leven. Bovendien wordt het pand volledig demontabel en modulair. Na de Floriade kan het eenvoudig op een andere plek worden opgebouwd. Daarmee draagt het paviljoen bij aan het circulaire karakter van de Floriade.

De trots van lokaal, de kracht van nationaal
Circuloco is een lokaal initiatief, maar wordt een Nederlands feestje. Een showroom als motor voor nationale trots, met een sterke oriëntatie op de Metropoolregio Amsterdam en Almere in het bijzonder. De kracht van het concept is dat het gedragen wordt door vele schouders met een schat aan ervaring, energie en enthousiasme.

O p e n h u i s
Circuloco is een plek voor iedereen. Jouw eigen huis en werkplaats. Want doe je mee, dan is het paviljoen voor een deel van jou. Een open podium waarop je zelf je rol kunt pakken. Je draagt eraan bij en je plukt er de vruchten van. Circuloco is zodanig opgezet dat het ‘plug-and-play’ is, je kunt makkelijk inprikken en meedraaien. Ook is het ‘open source’, transparant in hoe de business en operatie gedraaid wordt.

Denk met ons mee!
Wil je meedenken over de invulling van Circuloco? Aanvullende en nieuwe creatieve ideeën zijn van harte welkom. Laat een berichtje achter in de comments.

#CircularCity
Pakhuis De Zwijger, Communicatie at Pakhuis de Zwijger, posted

ONLINE LIVECAST (WATCH NOW): Design from Inclusion -Products & Services

Featured image

In earlier episodes of Designing Cities for All, we have seen that design is everywhere and everything around us is designed. We have also seen that there are flaws in these designs, because what we tend to do in this world is design for the middle and forget about the margins. Wouldn’t we create and build stronger structures for everyone, when we design for the people who are actually living with the failures of our designed products, spaces, and systems?

Pakhuis De Zwijger's picture #Citizens&Living
Eline Meijer, Communication Specialist , posted

Event: Best practices from Europe’s cycling cities

Featured image

Join us on June 1st for Celebrating Cycling Cities, a two-hour event during which representatives from European cities and EU institutions will discuss best practices for how to shape more cycle-friendly urban mobility systems.

Confirmed speakers are:

• Frans Timmermans (EU)
• Matthew Baldwin (Mission Manager of “100 Climate-Neutral Cities by 2030”)
• Stientje van Veldhoven (Dutch State Secretary for Infrastructure and Water
• Management) CIVITAS Handshake project

When: Tuesday June 1st.
What time: 15:00-17:00
Where: online, via a live broadcast from Pakhuis de Zwijger, Amsterdam.

Register for the event and learn all about Europe's best cycle-friendly cities.

Do you want to learn more already? Listen to this podcast. How is Paris reshaping its iconic streets and getting rid of cars? That is the subject of this interview with the deputy mayor of Paris, Christophe Najdovski.

Eline Meijer's picture #Mobility
Kim van Wijngaarden, posted

De groene Olympische Spelen in Tokyo

Featured image

In 2020 zouden de ‘Olympic Green Games of Tokyo’ hebben plaatsgevonden, maar corona gooide roet in het eten. De Japanse overheid is er op gebrand om de Spelen in 2021 door te laten gaan met de ambitie om de groenste spelen ooit te organiseren. De Japanse inwoners zien het echter niet zo zitten dat er vanuit alle hoeken van de aardbol toeristen verschijnen. Dit leidde bij de Hedgehog Company tot de vraag:

‘Hoeveel CO2-emissie scheelt het als deze bezoekers lekker voor de buis naar de meerkamp kijken i.p.v. gemiddeld 9000 km af te reizen om te zien hoe een atleet zo ver mogelijk kan springen?’

Op basis van gegevens van de spelen in Rio in 2016 is uitgerekend hoeveel CO2-emissie vrij komt door de vliegreizen van buitenlandse bezoekers die naar het land kwamen met als hoofdreden de Olympische Spelen. Op basis van de gemiddelde afstand en de emissiefactor voor reizigers die gebruik maken van het vliegtuig, levert dit een totale CO2-emissie van meer 300 duizend ton CO2. Dit betekent dat er omgerekend 14 miljoen volgroeide bomen moeten zijn om hiervoor te compenseren. Dus, we kunnen de Japanse overheid adviseren om naar de inwoners te luisteren. Dit maakt de Olympische Spelen niet alleen beter bestendig tegen de pandemie maar ook echt ‘een stukje groener’.

De volledige blogpost kun je hier vinden, inclusief berekeningen en bronnen: https://bit.ly/33abAQh

Kim van Wijngaarden's picture #Mobility
Herman van den Bosch, professor in management development , posted

Meet the five stepdaughters of the energy transition

Featured image

Last months, I wrote short essays about controversial aspects of the energy transition: geo-engineering (CCS included), biomass, geothermal energy, hydrogen and nuclear power (in Dutch). With these articles I tried to clarify my thoughts and to share my conclusions with others.  At the end of the fifth article, I arrived at a - provisional - conclusion in 11 short phrases.  I wonder whether you agree....

Herman van den Bosch's picture #Energy